god loos

“Als er geen God is, is het leven een toevalligheid, doelloos – je komt en je gaat; dat is het.”

Nicky Gumbel in Visie 52/1.

De onmogelijke mogelijkheid Tijd

pieter hoeksma

Foto0184

De onmogelijke mogelijkheid.

Soms is het verstandig stil te staan. Bij het verglijden der tijden. Zo sta ik stil bij het verschijnsel tijd. Niet tijdloos. Maar actueel is dit onderwerp. Zeker nu we het einde van 2010 naderen. Naarmate ik ouder wordt twijfel ik wel steeds meer aan het gezegde; “de tijd vliegt daarheen. Het gaat steeds sneller”. Niets is minder waar. We kunnen, al doen we nog zo ons best, er niet eens bij stilstaan. Want die tijd is ons niet gegund. De tijd gaat gewoon zijn gangetje. Vierentwintig uren in een dag. Dag in dag uit. Niet sneller en ook niet langzamer. De tijd vliegt. Jazeker, maar nog nooit is de tijd zo snel geweest als de langzaamste tijd. En wat zijn tijden? De snelheden van het schaatsen zijn bijna ongeëvenaard sneller dan vroeger, maar het dag in dag uit trainen voor 1/ 100 deeltje sneller van een seconde dan je tegenstander is iets wat ik nodeloze tijdsverdrijving vind. En bovendien, je kunt wel proberen de tijdsverdrijving door te voeren, die gaat gewoon door. Ik heb dan ook geen tijd om me er druk over te maken. Maar als een mens zegt: geen tijd, dan bedoeld ie dat de prioriteit anders ligt.  Mijn voorkeur is dus duidelijk. Sommigen mensen hebben tijd zat. Zeggen ze. Maar ze hebben net zoveel tijd als jij en ieder ander. Het tijdsaspect is sterk afhankelijk van de emotionele waarde. Als ik de verslaggevers bij sportevenementen hoor hebben ze het altijd over delen van een seconde. Tot op duizendste toe. Net alsof je die kunt waarnemen, Maar je kunt er nog zoveel uitspreken, het heeft gewoon wel zijn tijd nodig. En die is er. En als ze uitgesproken zijn hebben we allemaal dezelfde tijd voorhanden. Read the rest of this entry »

Geslachts onderzoek

Je komt ze dagelijks in de studiezaal tegen. Mensen op zoek naar hun geslacht, nou ja, voorgeslacht. Neen, de meeste zijn niet van de slager, maar van familie van de onderzoekers. Genealogen zogenoemd. Pracht volk. Vaak bezig met hen die hen zijn voorgegaan. In de zekerheid dat ook zij eenmaal in de boeken zullen worden opgenomen. Tja, denk daar ook maar eens even over na.

Enfin, zelf hobbel ik natuurlijk ook door diverse geslachtsregisters. En registers van verslagenen. En van begrafenissen, al dan niet Pro Deo. Ook één om over na te denken. Ergens in de linken naar mijn voorgeslacht kwam ik ene Simon Luimstra tegen. En ergens is daar de link met het onderwijs. Vermoedelijk een onderwijsgevende. Dat komt nu eenmaal ook in mijn voorgeslacht voor. Niet in mijn nageslacht. Soms blijken de zaken gewoon uit de grafschriften. En er is ten aanzien van betrokkene o.a. beschreven:

D’ONTWIKKELING DER JEUGD, WIE

DAAR ZIJN KRAACHT AAN WIJDT;

WIJDT AAN EEN EDEL WERK ZIJN VLIJT.

DE GEEST, DIE HIER ZIJN NUT EENS

STICHTE,

LEEFT VOORT BIJ ´T NAGESLACHT

DAT HIJ VERLICHTE;

Nou, dat noem ik nu een verdichte geest. Waar geslachtsonderzoek al niet toe leidt.

werkgever

Ineens ging het door mij heen. Werk gever. En als je het neemt, dan neem je het als werk en ben je werknemer. En er zijn goede en slechte. Dit geldt voor zowel de gevers als de nemers.

Vandaag sta ik stil. Inderdaad. Ik sta er eens echt bij stil. Er zijn goede. In dit geval werkgevers. Vandaag reed ik in onze contreien rond op twee wielen. En ik kwam er toch weer heel wat tegen. En echt het waren de nemers. Van werk maar ook van een attentie van hun “werk”gevers. Dus die werkgevers geven niet alleen werk. Maar weten dat er mensen zijn die een gift verdienen. Zeer attent. Ze krijgen het. Ik zag ze fietsen en lopen met hun pakketten. Gelukkig, er zijn dus goede, attente, werkgevers. Wat is dat toch een heerlijke gedachte dat er werkgevers zijn die niet alleen maar werk geven maar ook attenties aan hun personeel.

En wat is nu mooier? Te geven of te ontvangen? Ik word er gewoon blij van.