Vieze meiden

‘Kerel wat zie jij bleekjes! ‘Wapse keek eens naar zijn vriend Harms.  ‘Ach, Wapse, jongen, je moest eens weten. Ging me daar vanmorgen effekes flink over m’n nek. Twee knappe vrouwen  hebben me bijna zover gekregen. ‘  Wapse keek eens naar Harms. Dat moest dan ook wel aangekomen zijn zeker. ‘t Jonge, als ik zo naar je kijk, Harms, dan is het beste er bij jouw wel af. En heb je dan de hele dag verder nog wel met die dames opgetrokken?’

Harms schudde wat meewarig zijn hoofd. De grijze trekken om zijn mond kregen meer het uiterlijk van witte sieraden. Wapse zag het wel. Het moest wel een hele kluif zijn geweest die Harms die morgen te verteren had gekregen.

‘Was het zo erg Harms? Ik weet, vrouwen kunnen soms verschrikkelijk zijn. ‘ Jawel,  eigenlijk hoefde Harms hem dat niet te vertellen. Read the rest of this entry »

De Volkskrant

‘Nou Harms, dat is me weer wat. Moet jij ineens de volkskrant gaan lezen van je baas. Die zal dan ook wel zorgen dat jij daar een abonnement op kunt nemen? ‘ ‘Neen, Krijn, jongen dat doet ie niet’ . Meewarig schudt nu ook Wapse zijn hoofd. ‘Doet die dat niet? Terwijl hij je adviseert juist die krant te gaan lezen? ‘ Nou, zowel Wapse als Krijn keken nu of ze water zagen branden. ‘Wat is dat toch met die baas van je?’

Harms staarde voor zich uit. Het bleef zelfs lang stil. Wat zou hij daar nu op zeggen? Kijk, zijn baas had hem natuurlijk mooi voor joker gezet. Ja, zo voelde dat wel. Maar de Dikke van Dale gaf toch echt aan dat het vaktaal of jargon was. Dacht ie. Mooi niet, want dan moet je ineens het boek van de taalaardigheden maar eens gaan lezen. Tot zijn grote en stomme verbazing stond daar gewoon ‘vakjargon.’  En wat er verder volgt. Hij kieperde van zijn stoel, confuus,  sloeg amechtig de ogen ten hemel, schreide in zijn binnenste zo hartverscheurend dat hij meteen maar besloot`; ik stop er mee. Ik schrijf geen letter meer. Ik ga me nergens meer mee bemoeien.Doen wat je moet doen en voor de rest basta.   Maar ja, die vreemde overheid, waar hij nolens volens lid van was om het zo te zeggen, die meende dat het Groene Boekje moest worden gehanteerd. Neen, Harms was radeloos, redeloos en vond zich eigenlijk wel reddeloos. Vreemd. Dienaar van de overheid en zo mismaakt ongerijmd ongenoeglijk met diezelfde overheid. Maar, ach, hij grinnikte, je zou leraar Nederlands zijn. Wat zou je het dat rot hebben. En ach hij, hij, zou er wel om heen kletsen als het nodig was. Maar ja, ook hij moest inventarisaties bewerken. En ja, daar kreeg je de ellende al. Kerkenraad of kerkeraad. Neen, Harms wist zich er eigenlijk geen raad mee. Het was maar het beste: pennen neer. “ H’m, hoe zgreiv je nu een ondzlagbrief?”

Hij keek eens naar zijn vrienden. Die hadden die sores niet. Die leefden lang en gelukkig en onbevangen.  Niet gevangen door woorden en de eeuwige strijd die je daar mee aan moest gaan. ‘Doe maar eens in, Japie, want ik weet het niet. Ik neem, dat weet ik dan weer wel, geen abonnement op het krantje voor het gewone volk. Ik lees al meer dan genoeg. En laten we eerlijk zijn, of je nu trouw het blaadje van de ondergrondse leest of je richt je op de vrijgemaakten die altijd nog een beetje door ruziën of je leest een blaadje dat zich reformatorisch noemt maar daar vind je niks over het onderdeel sport in het leven.,’t is allemaal lood om oud ijzer. En als je een krant leest tegenwoordig, ja dan schrik je wel van alle ellende. ‘t `Mocht wat. Neen, drie kranten in totaliteit is zat.’

Dagbladen. Misschien is dat het beste. Dag bladen.  Harms verzonk zowat in al zijn overpeinzingen van die blaadjes die pretenderen “Nieuws” te brengen. Hij zou gewoon glad vergeten dat hij hier was met zijn vrienden.

‘Krijn jongen, vergeet het. Wapse vergeet het. Ik zal mijn chef melden:”man, vergeet het”.  Ik begin er niet meer aan. We  lezen het pulp der aarde. ‘Waard, geeft ons allen  nog maar een bakkie troost”. ’t Was niet tegen dovemansoren gezegd. Neen, Japie wist hoever het was. Als Harms begon te bestellen dan was   het snel afgelopen. Het zou de krant niet halen. Zoveel was ook wel weer duidelijk.

20/03/2012

 

Harms en zijn verontwaardiging.

’t Ja Wapse, het is niet eerlijk in de wereld’.  ‘ Nou nou, dat valt allemaal wel mee Harms, zo beroerd is het niet in ons mooie Nederland. En vergeleken met de rest hebben we het niet zo slecht. Je moet dankbaar zijn, dat weet je toch? ‘  Sinds wanneer ben jij eigenlijk zo filosofisch? ‘  Harms schrok gewoon van de serene uitdrukking van Wapse. Wapse was natuurlijk een heerlijk mens, dat wist Harms wel. En hoewel die Wapse soms heel raar uit de hoek kon komen was ie ook wel wijs. Neen, daar had Harms soms mooi het nakijken. Die kon opstuiven om het minste of geringste dan weer in een hoekje van verontwaardiging kruipen om er met een glimlach over zijn eigen rarigheden weer vrolijk op los te fluiten. Neen, Wapse, een man van het evenwicht. Nou ja, soms… Read the rest of this entry »

De zoen.

De zon scheen heerlijk over de velden. Wat een fantastische dag zou dit weer worden. Wapse genoot van de landelijke luchtjes boven de Friese wouden. Mooi land. Best land. Wapse was heel ingenomen met deze fantastische wereld die zich ontvouwde langs de singels en de velden. ‘Hé, wat is dat daar?’  Wapse mompelde in zichzelf. Hij kon er wel om lachen. Ach ja, op je ouwe dag ga je wel een beetje in jezelf mompelen. Maar wat had hij nu gezien? Daar reed warempel een of andere rare knakker met een petje op zijn bol, maar ’t leek wel of hij er bij lag. Read the rest of this entry »