Het wonderlijke rustpunt

Voor mij is en was het een wonderlijk moment. Ik was er. En ik vroeg mij af, ben ik er wel? Ben ik er wel geweest? Nu moet ik echt proberen alle woorden uit het woordenboek te gebruiken. Grabbelen in de grijze massa van woorddelen en gedachten. Hoe breng ik mijn verstilde verbazing tot uiting?

Het is een vreemde stelling. Het is een vreemde ervaring, het was een vreemde ervaring. Verwonderlijk. Jazeker, eigenlijk ben ik er nog stil van. Waarvan?

De oorverdovende stilte.

Natuurlijk, altijd permanent doorsneden door mijn eigen gesuis, maar de ruimte om mij heen, de verwonderlijk stille stilte. Niets, niets hoorde ik. En als ik er over nadenk, dan word ik opnieuw..stil. Verstild niks. Helemaal niks. Het is dus nog steeds mogelijk in ons land. Natuurlijk in een heel natuurlijke omgeving. Omgeven door wind, die bladstil met liefde heeft meegewerkt aan mijn moment van volkomen niets. Even alle sores weg. Geen geluid van motoren, vliegtuigen, treinen, auto’s en die vreselijke motoren. Geen mensen, geen gekrijs van vogels. Even was ik volkomen alleen met mijn hond en de verstilde ruimte aan de kant van het wad. Het was een absoluut hoogtepunt van het wonderlijke concert van een dagdeel in Noord-Holland. Soms zijn pauzes in een muziekstuk echt een verademing. Je kunt op adem komen. Aan de rand van het wad. Als ik er over nadenk dan ga ik zo weer. Absolute stilte. Adembenemend. Wonderlijk rustpunt.

Het levensconcert

 

De een vind het fantastisch. Het geeft een Zwiterslevengevoel, nou ja op een paar dissonantjes na dan. Want lees de krant en volg het nieuws.Ik kijk (vooral niet te vaak) ook naar de omgeving: de wereld barst uit de voegen van problemen.

Vluchtelingen. Moordende gevechten om door het prikkeldraad te komen.

Om van te gruwen.

Dat doen ze niet voor de lol.

De wereld: kijkt toe.

Wij leuteren maar wat af om de problemen zoveel mogelijk bij de andere over de schutting te gooien.

De schutting van Schengen is ook al zo lek als een mandje.

De kanaaltunnel is ook al niet waterdicht.

De waterkering van de randen van Italië laten teveel verdronken bootvluchtelingen zien.

Griekenland weet zich geen raad.

De ministers? Ze deden een plas en ze laten het vooral zoveel mogelijk buiten hun eigen grenzen.

Grenzeloos wat een ellende.

Wat een kakofonie aan “verdrinkingsgeluiden”.

Ach, we kijken er niet eens meer van op. Als het journaal het wil melden moeten de aantallen per maand omhoog gaan. Anders heeft het geen nieuwswaarde meer.

Een lijkje meer of minder, totdat? Het schokkende beeld van dat ene jongetje. In de armen van de arme “hulp”verlener.

Ik kijk er naar. Het zal je werk maar wezen.

Wezenloos. En wezenloos achtergelatenen.

Om je eigenlijk wezenloos voor te schamen.

 

Nie wieder.

Het zijn termen die mij in mijn jeugd me werden voorgehouden.

Maar de wereld staat opnieuw – en eigenlijk nog steeds- in brand.

En de wereld weet niet waar en hoe de brand te blussen. We steggelen zelfs over waar de brand zou zijn.

Nie wieder, ja, maar we leren kennelijk nooit van de geschiedenis.

 

In mijn levensconcert komen ook dissonanten voor. Het leven, een en al gebrokenheid. En soms ook zo geweldig mooi. In alle sores van de dag zijn er geweldige glimlachjes van boven. Als zonnestralen verwarmen ze ons menselijk hart. Door het vele meedeleven.

Laat de liefde brandend blijven. De wereld verkilt zo geweldig. En bij zoveel smart en pijn, zoveel dagelijkse geestelijke hersenspoeling van de vluchtelingenproblematiek, dan sla je gewoon op de vlucht. Soms. Om even afstand te houden. Om “jezelf” op orde te houden.

Wat een pijn. Wat een vals concert. Als ik die partituur mocht schrijven….Maar helaas , mijn generatie en mijn “bestuurlijke “machthebbers” , ze maken het er niet mooier op…

En ik? Ik voel me machteloos.

 

Wat kan ik doen? Ik vouw mijn handen. Toch niet het allerminste. Hoop ik.