De smidse of de kerk.

 

Het was een jaartje of een twee geleden. Ja, commentaar was er ook. Het koor is een kroket.

Zo zout had men het kennelijk nog niet eerder gegeten. En lekker eten, zelfs een kroket,  is altijd leuk. Vandaag kom ik uit op de smidse. Beter gezegd een smederij. Hoe kom  je erop zou je zeggen. Ach we filosofeerden wat af. En ineens was het gezegd. Wat boel je dan? De kerk is een  smederij.

Kijk, de smederij was een plekje waar ik vroeger heel wat heb afgespeeld. En er speelde zich ook heel wat af. De ijzers die in het vuur werden gelegd. De ijzers die daarna onder de paarden werden geslagen. Ik ruik het nog.

De smidse. Een smerige plek en oppassen was noodzakelijk. Vuur, zware  ijzers, zware hamers,  een aambeeld. En vuur. Dat vuurtje moest blijven branden. De vonken spatten er vaak vanaf. Als het vuur dreigde te doven was het noodzakelijk om de blaasbalg te hanteren. Branden. Als de “hel” met dat vuur. En dan het ijzer erin. Want je moet het ijzer smeden als het heet is. Dan vloog de zware hamer op het door een tang vastgehouden stuk ijzer. De hamer dreunde, de vonken vlogen eraf. En dan werd door het gedreun van de hamer het ijzer gesmeed. Mooie vormen voor een sierhek, eenvoudige  of meer precieze voor bijvoorbeeld het hoefijzer.

De smidse was een mooie plek. Altijd reuring, altijd oppassen voor vuur en vallend ijzer, je kon je er super stoten aan allerlei rommel. En ziedaar een gloeiend stuk ijzer schoot uit de tang en voordat je het door had werd je bijna in de tang genomen door het gevaar.

Kom dan nu  eens in de keuken van de kerk. De smederij van de consistorie. Goede gesprekken, mooie gesprekken. Soms moeilijke gesprekken. Soms  vliegen de vonken  eraf. Vaak kon je je geweldig stoten aan die smederij. Wat een rampplek, en voordat je het in de gaten had zag je alleen maar de gevaren en het vernietigende vuur, de stoten van de zware…hamer. De smeden die er rondbanjeren, rouwe klanten?!  Welkom in de smidse van de Heer!

Op het aambeeld van het geloof of het aambeeld van het ongeloof moet er soms met een zware hamer worden gesmeed. Soms ja, vielen er spatten van vuur af. Soms was het gevaarlijk. En oh zeker, in die smidse kun je je zomaar stoten. Aan van alles en nog wat. Je kunt je geweldig stoten aan rechts. En aan links. Ook op het aambeeld van geloof, hoop en liefde kunnen er ongelukken gebeuren. Je kunt je stoten, je kunt je branden, maar een ding blijft: blijf, om gevormd te worden.  Blijf in de werkplaats, daar gebeurt het. Daar worden schitterende “ongevormde klompen mens” gevormd tot mooie, fijne, diepgelovige wezens.  Zoals de Smid ze bedoeld heeft. Maar dan vallen er ook best wel eens harde woorden. Dan is de pijn van het “op de vingers getikt worden ” het proces van vorming”  net zoals dat mooie stuk ijzer uit de smederij. Laat de vonken er maar van af spatten. Dat de Geest maar als “blaasbalg” het vuur brandend mag houden. Dan kan het er heel heet aan toegaan. Dan kunnen de vonken er van alle kanten vanaf spatten.

Maar dan komt een mens tot zijn en haar recht. Zware hamers voor het zware werk, fijn materiaal voor het precieze. Hoe dan ook, de smederij van het geloof heeft vele variaties. Maar ook veel heel mooie sierwerken.

Op het aambeeld van het leven-misschien wel met name in de smederij- kunnen zware klappen vallen. Maar het “eindproduct” kan zijn tot Zijn glorie. Heerlijk toch? Laat het koor een kroket zijn, de kerk is een smederij.

Even terug naar de smederij en zo mogelijk met kroketten! Ook in de smederij worden immers kroketten gegeten.

Maar een ding is zeker: het vuur moet blijven branden. Pas dan kan je gevormd worden.