Seksuele lusten en een steen.

“Oh, Susanne(a), ik ben stapelgek op jou!”

Met zo’n titel lust je er meteen wel pap van. Maar pap dis ik niet op. Wel een verhaal over seksuele lust. Lastig om je daar een voorstelling van te maken bij een steen .

Toch zijn seksuele lusten wel stenen des aanstoots. Het verhaal wat ik nu opdis heb ik overigens niet zelf verzonnen. Het is eeuwen oud.

Seksuele lust.

Moet ik daarover uitweiden? Vult uw brein zich niet met vleselijke gedachten? Moet ik een handje helpen? Enfin, twee heren van stand, ouderlingen,  waren gestrand in hun diepste lustvervulling. Ze zongen in gedachten waarschijnlijk: “Oh, Susanne, ik ben stapelgek op jou” . Beiden hadden een oogje op een wonderschone en erotisch kennelijk zeer aantrekkelijke vrouw. Hun lijf en leden werden in brand gezet bij de gedachte om zich eens lekker op zo’n schitterend vrouwsfiguur uit te leven. Waar een man al niet tegen vechten moet.

Terwijl ik het verhaal las dacht ik hoe ik mij zoiets kon voorstellen. De aantrekkelijke vrouw werd immers in het dagelijks leven geacht gesluierd door het leven te gaan. Tenzij de heren inderdaad vanaf het begin al eens stiekem door een gaatje in de heg hadden gegluurd.”Oh, Susann(a), Susanne, ik ben stapel…”

Omdat sommigen al helemaal uit hun seksuele gevoelsdak gaan bij het zien van een paar blote voeten, een ander hijgerig zit te zweten bij de gedachte aan de omvang van de vrouwenboezem en weer een ander opgewonden raakt bij het ruiken van een vrouw, kan gluren een gevaarlijke hobby zijn. Voor je het weet wordt de mens door zinnelijke lusten in de luren gelegd.  Hoe dan ook, invulling geven aan de inhoud van uw tuin der lusten hoef ik hier niet te vervolgen. Mag u zelf doen.

De steen.

Een dierbare collega kwam aanstiefelen met een baksteen. Daarop een voorstelling. Of ik mij,  met mijn redelijke kennis van het Woord,  er een voorstelling van kon maken? De vraag stellend , de steen aanschouwend,  deed mijn geest in een flits de bijbelse verhalen voor de geest trekken. Nou, ik was echt wel sprakeloos. Daar kon Bileam of de ezel wellicht wel over meepraten, maar ik kon er geen verhaal van maken. Ik voelde mij wel een ezel met mijn kennis.

Een goed bevriende kennis. Die zou mij de oplossing wel bieden. Zijn bijbelkennis en kennis van archeologische pronkstukken en oudheidsstukken, dat zou misschien wel leiden tot minder geestelijk lijden.

De foto van de steen was nog mooier dan de steen zelf. En ja, ook hij beet zijn tanden stuk. Een haardsteen, zoiets, dat zou het wel wezen maar ondanks het raadplegen van bevriende theologische kopstukken, een bijbels verhaal konden ook zij  in deze baksteen niet  bakken. Mooie bak was dat. Ik overzag zijn geschrift. Voelde me geschift. Wat doe ik als ik een onderzoeker op de studiezaal binnenkrijg? Naast alle gebruikelijke introducties van het archief wordt toch regelmatig door mij  gezegd: “Hebt u ook al gegoogeld?” En ja, dat had dit heerschap zelf niet gedaan.

Deze lichtflits liet mij niet meer los. En na het intikken van het woord” haardsteen”  ontrolde en ontvouwde zich het verhaal van de steen. Een mooi artikel met ineens exact dezelfde afbeelding van Suzanne en de ouderlingen.

Bijbels?

Ja en nee. In de canonieke boeken kom je het niet tegen. Wel in de apocrief beschreven delen. En die zijn toch zeker de moeite van het lezen waard. En dus, erkend door de algemene katholieke kerk dus inclusief de PKN,   stel ik voor de nieuwe bijbelvertaling ter hand te nemen. Het leest spannender dan menig boeketreeks.  Zwoele verhalen –eerlijk is eerlijk, ik heb ze nooit gelezen- totdat ik de bijbel opensloeg. Met de apocriefe boeken. Oei, verborgen verhalen. Hebben onze leermeesters er nog weet van?

Wie zonder zonde is? Werpe de eerste steen. Het was mijn eerste gedachte bij het zien van de steen. En het klopte niet.  En toch klopte het weer een beetje wel.

Gluurders en verkrachters waren die ouderlingen en al de anderen,  ze zijn gewaarschuwd. En let op, er waren en ik hoop ook nu nog, mensen die heel wijs van optreden waren.  Ik ga niet gooien met stenen. En ik wil me niet stoten aan de steen. Maar deze steen lag te lang op mijn hart om niet even verder te kijken op googel. En zo hoop ik een steentje te hebben bijgedragen aan een vurig stukje (uit de kachel en vurig van lust en schoon van wijsheid)  uit de geschiedenis. Wie geïnteresseerd is leest het deuterocanonieke/apocriefe boek Daniël B.