Winterkamperen

Wonderlijk. Wat een ervaring. Toch maar eens proberen. Een paar dagen er tussen uit. Geestelijk opladen, emotioneel ontladen. Beiden waren nodig. Mijn vraag op de facebookgroep eenvoudig kamperen met een tent of vouwwagen was gesteld. Ontsteld van de reacties werd ik steeds nieuwsgieriger  om het “te beleven”, te “ondergaan”.

Nu wij eenmaal besloten hadden ons hieraan over te geven werd ik ontdaan. Aangekomen op de Vlagberg sloeg de schrik mij om het hart. Wat een boel mensen? Wat een hoop caravanners en campers. Maar mijn aanblik werd nog meer getroffen toen ik al die prachtige tipi’s zag. Ja, typisch tipi.dsc_0018img-20161228-wa0016

 

De rookpluimen kwamen ons tegemoet. Welgemoed schoven we aan voor de computerzuil van SBB. Dat is zo’n ding waar je permanent vanaf wil blijven. Geef mij maar die oude IJzeren Hein. Vele malen eenvoudiger. En dat geeft ook vele malen minder stress. Nu ben ik wel een beetje oud, nog niet der dagen zat, maar je hebt een vakantie nodig om die plek te kunnen bemachtigen die dan eigenlijk net niet kan… Grr. IJzeren Hein is blijkbaar opgeofferd aan magere Hein, maar als ik er lang over denk en bij stilsta dan zie ik de kampeerders bij bosjes ter plekke van ellende neertuimelen. Wij willen IJzeren Hein terug! Ik hoop dat die stelling een eigen leven gaat leiden ter voorkoming van nog langer lijden.

Enfin, nadat de plichtplegingen voldoende resultaat hadden opgeleverd en wij omntdaan werden van onze centen, werden wij in het bosperceel losgelaten.Laat ik hierover wel duidelijk zijn. SBB haalt je beslist voor al die fantastische faciliteiten (!!)  niet het vel over de neus. Mijn welgemeende complimenten Frank van Kalleveen.

Als een stel jonge honden hebben wij onze geweldige onderkomens neergevlijd.

dsc01479dsc01470

We stonden nog geen uur of omroep Brabant had ook lucht gekregen van de activiteiten van winterkampeerders. Een leuke reportage, die veel te kort duurt.

Typisch of niet, veel tipi’s stonden gedrapeerd over de perceeltjes vlak bij ons. Geweldige mensen, dicht bij de natuur, vriendelijk en behulpzaam, gastvrij en volkomen een met het leven in de bossen.   dsc_0016dsc_0020-1dsc01473

Dergelijke bosgeesten maken mij opnieuw bewust van de vergankelijkheid van het leven maar ook de maakbaarheid van het eenvoudig leven, dichtbij de natuur. De natuur die geschilderd wordt door de enige echte grote Kunstenaar.20161229_101424Goed om even “stil te staan” bij het kantelen van het kalenderjaar en het omkieperen naar het nieuwe levensjaar. We hebben wat te verstouwen gehad maar het heeft mij weer even bij het “aardse” bepaald met een “hemels gevoel” van grote dankbaarheid. En zeker, het koken op een houtvuurtje? Groter genot kun je mijn zwager niet aandoen. img-20161228-wa0017Aandoenlijk dat ik zo werd aangestoken door deze elementen van vuur water en aarde dat ik ’s morgens bij het krieken der dageraad al een vuurtje had ontstoken voor een lekkere bak koffie.dsc01480 Zelfs mijn zwager kreeg koffie geserveerd terwijl de ijspegels nog uit zijn haardos moesten ontdooien (bij wijze van spreken dan).

Koude? Ach, de laatste nacht heeft het behoorlijk gevroren. Maar in de tent geen enkele nood. En buiten ook niet, want met een houtvuurtje kun je veel kanten uit. Een prachtige wandeling door het natuurgebied heeft ons, overgoten door zonnestralen, even laten ontdooien van papieren, telefoontjes (nou ja…) en andere wereldse beslommeringen. Met de Nordic Walkingpoles kon ik aardig uit de voeten en “genieten” was ons deel.  dsc01489dsc01467dsc01485dsc01484

Vuil.

Ja, vuile was kun je schoonmaken, zelfs mijn oeroude fluitketeltje, gekregen va Rina toen ik 16 jaar was, was wel ontdaan door mijn koolstoverij. Zo zwart als roet. En ik ga hier geen Zwarte Pieten discussie over houden, de poetserij heeft mij deze ochtend behoorlijk wat vegen opgeleverd, de zijkanten zijn weer schoon. De onderkant zo zwart als roet. Ik blijf poetsen.

Mijn tentdoek hangt te drogen op de waslijn. Dikke laag ijs is inmiddels wel weer ontdooid. En vanavond zorg ik als een baby voor een droog onderkomen. Mijn Mica moet nog een poosje mee.

Enkele plaatjes

dsc01501dsc_0015dsc_0017dsc01469dsc01483dsc01482Verstild landschapdsc01488

Winterkamperen? Ja, als de verlofkaart het toestaat, mijn ega mij verlof verleend, mijn moed uit de sloffen omhoog geschoten blijft, dan staat dit opnieuw op het levensmenu. Ik ben het zat. Ik Ga? Kamperen.

Stil zit ik achter mijn scherm. Mijn gemoed zegt:

Verstild, verwonderd, verward, verdeeld

sta ik stil bij het verscheiden

der tijden.20161229_101506

Kattig wil ik niet doen naar de vreselijke feestverlichting die sommigen “natuurkampeerders“ bedacht hadden. Het stond en staat wel averechts op een natuurkampeerterrein. Laat mij maar genieten van de echte katjes. Ze hangen verstild en verlangend naar het voorjaar.

Ik kijk, word stil en die kat  moest ik nog even kwijt.

wilgenkatjes






















































































 

 

In vogelvlucht een in memoriam   Harmelen, 18 december 2016

Begin november stonden we aan het graf van Krijn.(Teus van Oosterom). Enkele weken daarna waren we in het ziekenhuis. Gerda was opgenomen. Dat zou al eerder gebeuren, maar juist toen moest ook zij die weg naar het graf maken om onze “Krijn”  toe te vertrouwen aan zijn laatste rustplaats.

Het verdriet was amper in woorden te bevatten. En een enkele week daarna waren we opnieuw bij Gerda. In het ziekenhuis. Opgenomen en in afwachting van die ingrijpende hartoperatie. Wat een levenskracht sprak uit haar woorden. Op de gang kwamen we haar oudste zoon tegen. Een paar –spaarzame- woorden van bemoediging hebben we gewisseld.  Ze zou die avond worden verhuisd naar een andere kamer. Kinderen, wat een zorg in al die pijn. Amper tijd om te rouwen over pa, vol van zorg voor de zorg van ma.

We gingen de wegen die we moesten gaan. Met harten vol van verdriet, spanning, dankbaarheid. En dan het bericht “ze heeft het niet gehaald”. De gedachten fladderen door mijn geest. Op de achtergrond fluistert het orgel  “Heer, ik wil uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel u niet”.

Mijn aandacht was gericht op de kist voorin de kerk. Straks, straks moet  ook zij deze geliefde plaats, waar Gerda zo graag was, verlaten. Voorgoed.

Woorden van dankbaarheid en liefde van en over “onze Gerda” weerklinken in de klankkast van mijn geheugen. En dan is daar het moment dat de kist de kerk wordt uitgereden. Vergezeld van haar kinderen.  Langzaam echoot de uitleidende klank van het  “Veilig in Jezus armen.”

Na een korte tocht ben ik bij Het Spijck. We staan. Stil, met velen. Met vele , vele gedachten. Woordeloos. De dragers staan in het gelid. De kist wordt geheven. De kist is geschouderd en dan betreden  de dragers langzaam de ingang van de begraafplaats, terwijl wij allen devoot en in diepe diepe stilte haar laatste gang gadeslaan.

Opnieuw echoot de glans van de wondere schone klank van het “Veilig in Jezus armen” door mijn geest. De Geest van hierboven tekent het wonderlijke antwoord.  Dan? Krijg ik zo’n prachtig teken van omhoog. Verbaasd en diep  ontroerd veeg ik de tranen van mijn wangen weg. Boven de kist ontvouwt zich hemels licht! De ganzen trekken in een dikke “V-formatie”  juist precies over de dragers met de kist.

Stil en vol deemoed aanzie en beleef ik dit wondere Godsteken. Gerda: Veilig in Jezus armen.

Had Krijn dit maar mogen aanschouwen. We hadden vast  samen onze tranen geveegd. Van verdriet en van gestilde dankbaarheid.

Homo sapiens,  sappig mens

 

Gedachten bij het nordic walking

Miljoenen jaren duurde het volgens Freek Vonk. Slangetjes met steeds kleiner wordende pootjes. De evolutie over enkele miljoenen jaren zorgde voor een snelle sluiper. Genaamd slang.

Deze gedachten knalden door mijn nog niet geëvolueerde brein. Maar ik heb natuurlijk nog wat jaartjes te gaan. Of denk ik verkeerd? Moet ik omdenken?  Denk erom, dat kan vreemde verhaaltjes brengen. De brenger van het nieuwtje over de slangen met steeds kleiner worden de pootjes is heilig overtuigd van de voornoemde ontwikkeling. Ondertussen stiefel ik door. Rechtopstaand mens. En ik geloof niet dat ik van de aapjes afkomstig ben, al zal menigeen nu wel spontaan de evolutietheorie onderschrijven.

Dat begrijp ik en het scheelt me helemaal niks. Mijn linker voor mijn rechter, mijn handen samenknijpend en dan? Die verhipte stokken. Moet ie nu met links gelijk naar voren? Ja, de rechter en die knijp je,  de linker laat je juist weer los en dan… Zo strompel ik door. Nordic walking. Maar ’t moet gezegd: het gaat steeds beter. En misschien krijg ik die verhipte blessure aan de achillespees ook wel onder de knie. Daar zit ie al maar nu moet je omdenken.

Ik keek nog even terug. Op de achtergrond van het decor zie ik ze afgebeeld  staan. Van kruipend soort naar soortgenoot. Homo sapiens. Rechtop lopend, met twee “poten”. Hum, ik kijk naar mijzelf zonder selfie te maken. Met twee stokken loop ik dus eigenlijk  “op vier poten”. En het gaat makkelijker dan ik verwacht had. Je moet er niet bij nadenken, dan gaat het mis. En kijk ook maar niet naar de achtergrond bij Freek Vonk, want dan spatten de apen weer in beeld. Nou deze “aap” loopt op twee  “poten” en wordt ondersteund met twee pools. Je zou kunnen denken dat het  vier “poten” zijn en dat ik dan terug ben bij af. ’t Heeft in ieder geval geen miljoenen jaren geduurd. Mijn inzicht en ontwikkeling  is gewoon. Het is niet gewoon bedoel ik, het is spectaculair. Een sappige homo sapiens, zoiets of wat anders. Ik.

Een ding is zeker. Het is wel vlotter en makkelijker dan gewoon kuieren.  Het lijkt op schuieren.