Harms en zijn vrienden-slot

Drup drup. Zachtjes vallen tranen op mijn toetsenbord. Harms grijpt nog eens vertwijfelt in zijn baard. Harms krijgt het niet meer voor elkaar. Wapse staat slechts in de boeken van de geschiedenis. Daar zou Harms nog wel wat mee kunnen doen, ‘t is toch zijn vak. Maar Krijn is niet meer en de inspiratie is daarmee ook achter de horizont verdwenen.

Harms moet even in zichzelf grinniken. Gelet op leeftijd en haarkleur wordt dit dan grij(n)zend. Het is echt waar, denkt hij. Horizont met een t. Maar kom d’r nog maar eens op. Harms en zijn virtuele vrienden zullen niet meer deze kolommen vullen. Ik laat ze maar staan. Wellicht ga ik ze nog eens bundelen. Net als de tijd, vergane glorie.

Ik kijk nog een keer over mijn nieuwe leesbrilletje. Met een schuin oog naar Schele Japie. Fijne slijter, niet te schielijk met zijn schenkerij, maar altijd goed voor bruine bonen sap. En een echt Fries koekje, of, nog beter een best Beerenburgertje.

Nu kijk ik in de spiegel. Ik ben er klaar mee.  Voorzichtig trek ik mijn zakdoek over mijn ogen. De tranen zijn op. De inspiratie is op.

Vanavond drink ik er een op (niet meer) in de stijl van schele Japie,  en dank jullie voor de bron van inspiratie.

Wat blijft?

Herinnering.

In memoriam Krijn.                       Harmelen, 27/10/2016//11/2016

 

Het is wonderlijk en bijzonder moeilijk. Toch waag ik een “in memoriam “om hier een vriend te gedenken op de wijze zoals wij in ons leven samen hebben beleefd.

Krijn.

De stilte in café de Gulle Gaper is bijna spreekwoordelijk. Schele Japie kijkt uit het raam en ziet daar een wat oudere kromme man op zijn fietsje aankomen. “Warempel dat lijkt Harms wel” mompelde hij. “Wel, dat betekent dat ik meteen maar even een mooi kannetje bruinebonensap  en een goede kruidkoek moet versieren”.

Niet veel later stiefelt Harms inderdaad binnen. Hij was het, inderdaad en vlak daarna kwam ook boertje Wapse binnen. Het werd nog druk. “Morge mannen”, zei Japie. “Koffie?” Nou,  de heren lieten zich dit niet ontglippen. Aan de stamtafel werd al snel de koffie geserveerd. Met een heerlijke plak Fries suikerbrood.  Maar Harms bleef stil. Wapse keek eens naar Japie. Hij begreep er niet veel van.

“ Scheelt er wat, Harms?”.

De beide mannen schrikken. Dikke tranen rolden over de bleke wangen van Harms. “Ja, beste mensen. ’t Is zo onwerkelijk. Jullie kennen Krijn wel? Krijn, met die mooie Willy Jeep?” Ja,  beiden kenden Krijn. Sporadisch was hij wel eens in de Gulle Gaper geweest.  Z e hadden  van Harms wel veel over Krijn gehoord. Krijn, een dierbare vriend van Harms, dat wisten ze wel. Een waarop hij kon bouwen, een waar je geweldig mee kon lachen, een waar je af en toe verbaasd van gekkigheid jezelf tegen kon komen. Krijn, de man van de Willy Jeep. Maar ook een mens die zo diep en intens veel hield van zijn medemens, van de natuur en van zijn God, ja , dat was Krijn.

“Wat is er dan met Krijn, Harms?” Zowel Schele Japie als Wapse stelden  dezelfde vraag. “Vrienden, Krijn is in zijn slaap gestorven. Zomaar.  Weg uit ons leven gerukt. En ik zeg, bevordert tot heerlijkheid. Maar ik had hem zo graag voor zijn lieve vrouw, kinderen en kleinkinderen willen houden. Krijn schreef mij een tijdje geleden nog eens. Hij had samen met mij in de kerk het lied Gezang 441 vers 7 gezongen. Hij vroeg mij toen of ik niet aan hem moest denken.  Daar was hij mee bezig, mensen. Dat hield hij mij ook voor en daarvan was Krijn  overtuigd. Het luidt als volgt:

Wij gaan als ingekeerden, stil door een vreemd gebied, verachten voor de wereld, die men niet hoort of ziet. Maar geeft men op ons acht, dan hoort men hoe wij zingen van onze grote dingen: wij weten wat ons wacht.” En, zo zei hij in zijn reactie naar mij: Krijn hoort niet veel meer, en gaat door een stil en vreemd gebied. Maar zien, dat doet hij als de beste en weet wat hem wacht”.

Jullie begrijpen, dat vond ik zo aangrijpend. Zo was Krijn. En hij wist ook al hoe wij, hier in de Gulle Gaper,  zouden reageren. Ik citeer: “Hebben de mensen weer wat te praten in het dorp en in de Gulle Gaper zie ik ze al door het raam kijken. Zou die ook een bakkie komen doen?”

Dus Japie, doe nog maar eens in.

De mannen zuchtten. Ze keken naar buiten. Ze dronken hun bakkie. Ingekeerd, en indachtig aan die geweldige fijne vriend van Harms.

Harms en zijn vrienden


‘t Zou wat. Eindelijk, eindelijk is het er van gekomen.
Harms keek nog eens schielijk in zijn rariteitenkabinet. Het maken van een selfie werd net zo snel weggepoetst uit zijn gedachten als de gedachte aan het maken van een selfie.
“Helemaal geen eer aan te behalen”, mompelde hij voor zich uit. ‘t Gaat komen, man, ‘t gaat komen.” Praten in jezelf. Net je moeder.
Harms schudde zijn grijze manen. Keek nog eens aandachtig in zijn spiegelbeeld en besloot om daadkrachtig de kuierlatten te nemen. ‘t Zou echt gaan gebeuren.

Enkele uren later had Harms zich geïnstalleerd aan de rand van de pomp. Ze kunnen allemaal naar de pomp lopen, dacht ie. Ik ben al dat geklier over kosten en rijden en parkeren en zo zat. Zij had hem tabee gewenst. “Geniet er van jongen, ‘t zal je goed doen.” De uurtjes rijden had hij er wel voor over. Even naar de plek van de roots. Al zo lang wilde hij daar eens bivakkeren. En zo had hij zijn kleine tent uitgestald in het heitelân.DSC_0338

Harms krabde zich eens in de snorhaarden. Zou hij nu toch eens naar die verrukkelijke taveerne gaan van de Gulle Gaper. Nou, dat werd werkelijkheid. Bij binnenkomst was niemand aanwezig. Maar meteen kwam de heer des huizes binnen. “Wat zullen we nou krijgen? Harms, jij hier man? Wat een super verrassing”. Enfin, Harms had het naar zijn zin. Maar Wapse? In geen velden noch wegen meer te bekennen. Een vreemde Duitstalige ziekte had Wapse van het leven beroofd.

Harms hoorde het verhaal eens aan en zuchtte. “Ja, beste Jan, zo gaat dat in het leven. Mijn buurman zaliger zei het al: “jongen, met een schreeuw wordt het  leven verwekt, met een schreeuw wordt van het leven afscheid genomen. De een van vreugd voor de daad van voortplanting, de andere schreeuw als gevolg van zaaien in de dodenakker”.  En daar tussendoor? Schreeuwen van vreugde en schreeuwen van verdriet.

Harms keek eens op naar zijn gastheer. Of ze elkaar al jaren kenden. “Hier man, neem nou de belevenissen maar mee. Lekker onder de luifel van je tent. En met eentje van Fedde, dan zal het gekruide verhaaltje wel genuttigd kunnen worden. Want je weet, van het concert des levens…”  “Ho Jan, dat is mijn gezegde geworden: van het concert van het leven krijg je geen programma, maar van de partituur sta je soms zo maar versteld. De dissonanten in die partituur zijn soms zo verrassend, verschrikkelijk om te ondergaan en verrassend in zijn zegeningen. Maar vaak niet echt leuk hoor.” Jan keek Harms eens aan. “Ach jongen, ik mag hopen dat je betere tijden mag ondergaan. Op weg, de weg inslaan naar het onbekende.”

Met een bittertje. Net zo gekruid als het leven. Wapse is ten einde. Wat Krijn en schele Japie er ook van vinden.DSC_0341

 

Vogelgriep

‘Kijk Japie, daar komt Harms volgens mij. ‘

Japie schuurt wat naar voren over zijn tapkast en tuurt door zijn wat schele ogen naar buiten. ‘Warempel, Wapse, je hebt gelijk. Dat moet hem zijn. Maar hij heeft geen ligfiets. Hij is op, wat is dat  eigenlijk, een soort racefiets met bokkepoten.’Niet veel later zwiert de deur van het kleine café in de Friese Wouden open. Vol van zelfbewustzijn stapt Harms over de drempel. ‘Ha volk, mooi jullie weer eens aan te treffen.Weertje hé? Flink windje mensen. Dus Japie kieper maar wat bruinenbonen in de trommel. Ik lust er wel eentje en nu Wapse er ook is doe ik niet krenterig. Schenk die er ook maar eentje in.’

Read the rest of this entry »