Wonder wereldje in de archieven.

Over: taal en tijdkunde.

Bij het doorworstelen van de diverse bronnen en materialen die worden aangeboden aan een archief, kunnen we soms de mooiste literaire werkjes tegenkomen.

Een algemene keur of politie-verordening voor het Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard herbergt soms ongedacht mooie stilistische wetensaardigheden.

Dat zou je natuurlijk niet zeggen. Een verordening is nu eenmaal geen wildmakende literatuur!

Aan BOA’s werd nog niet gedacht. Allen met een functie binnen het waterschap die bij een schouw aanwezig zijn, de dijkgraaf of de hoogheemraden en de beëdigde beambten van het schap, waren bevoegd te allen tijde overtredingen van de keur te constateren.

Nog meer wondertjes van genot kun je tegenkomen in een keur. Want wie weet nu wat de St. Odolphischouw is. En de St. Bavoschouw?

Zelf ben ik ruim van voor 1963. En opgevoed op oerdegelijk protestantse zandgronden.

Zou je daar in de Krimpenerwaard mooi niet mee uit de voeten kunnen. Je zal maar effe worden aangesproken door zo’n heerschap van een heemraad. Of dijkgraaf. En dan kun je nog zo socialistisch van inslag zijn, en niks moeten weten van graven, vorsten en vorstinnen, die dijkgraaf kan je wel maar mooi houden. Aan de St. Odolphischouw. Op straffe van een boete…. Mooi niet keurig gehouden aan de keur…Afkeurenswaardig zogezegd. En dan kraait niemand binnen de bestuurlijke keten om het feit dat jij helemaal niet Rooms bent opgevoed. En niet gelooft in Sinterklaaas noch Odolphi noch St. Bavo….

Literaire werkjes…???

Want in artikel 4 van de keur worden de zaken mooi voorgeschreven. In deze tijd zou je werkelijk bijna voor de vierschaar worden gehaald als je als ambtenaar dergelijke woordspelingen bezigt. Neen, anno 1963 gingen ze in hun blootje de dijk….Ho even. We gaan hier toch geen wulpse voorstelling van zaken verkondigen? Maar vreemd vond ik het wel. Terwijl een nog oudere collega blikt noch verbloost…

Er staat: “bij het voeren der St.Odolphi-en St.Bavoschouwen moet door de eigenaren der dijken…gezorgd zijn voor: “voor het bloten van de dijken”.

Al sloeg je me eraf. Ik snap er niets meer van. Wondere wereld in de archieven.

Kijk, ik weet wel wanneer Odolphi verschijnt. En St. Bavo. Zover ben ik inmiddels al ingevoerd in de gewrochten van de oude archieven. Ik ben wel benieuwd of men deze termen eigenlijk nog bezigt.

Blootshoofds door mijn gebrek aan kennis zei mijn kennis: “gebrek aan kennis Pieter?”

“Jij loopt toch ook wel eens blootshoofds? Dus da’s niets om je druk te maken”. Klopt ook wel, want de verklaring staat er ook: “dat is, het afslaan van gras, ruigten en vuilnis, ten einde de gebreken behoorlijk te kunnen opnemen”. Doet de kapper ook als je je kaal laat scheren, toch? Ja, je kunt je wel virtueel voor je blote kop slaan. Niks smerigs aan. Gewoon je gezonde verstand gebruiken!

En Odolphi? En St. Bavo? Hun tijd is bijna verstreken. Ze komen straks echt niet meer terug. Maar ik ben benieuwd of er nog mensen zijn die weten wanneer “wanneer “was.

Bij het goede antwoord zal ik het laten weten, en neem dan eerbiedig mijn hoofddeksel af. En ik toon mijn blote..hoofd.

Dood of levend?Eén letter

“Ha, meneer Braakema”. Meneer Braaksma kijkt verstoord. “ Wat zegt U? Mijn naam is Braaksma, zonder die stomme “e” en in dit geval met een scherpe “es”.

Merkwaardig. Ineens schiet me weer en verhaal over de oudheid door het brein.

Eén letter verschil. En natuurlijk, herken ik de irritatie van een letter verschil. Het overkomt mij ook. En mensen zijn nu eenmaal op hun goede naam gesteld.

Maar dat is het verhaal niet. Het gaat om die ene letter. Een goed gespelde letter in dit geval.

We gaan even terug in de tijd.

Vandaag, 13 augustus 2010, maar dan terug naar 13 augustus 1927. Natuurlijk is dat terug in de tijd. Een tijd waarin we nog geen sms’jes konden versturen. Nog geen e-mails. En ik zal echt moeten googelen of er al een telefoon was in die tijd. In 1876 werd octrooi aangevraagd voor de telefoon. En zeker is dat we omstreeks 1927 weliswaar konden beschikken over een telefoon maar ontegenzeggelijk is ook waar dat bijna niemand over de telefoon kon beschikken.

Ook dit verhaal is gebaseerd op dat gegeven. Wel was er al een telegraafdienst.

Aalsmeer was een klein gebeuren. In 1927 waren de buren al dagen met elkaar in de weer. Het werd feest bij de familie P. Vijfentwintig jaren man en vrouw. Een feestje waard. En de buren wilden ook maar wat graag komen. De voorbereidingen waren dan ook in volle gang. Kinderen hadden ze ook, o.a. een zoon Gerrit. Alleen lag deze Gerrit in een van de Amsterdamse ziekenhuizen. Maar zaterdag, ja, dan zou onze Gerrit thuis komen en kon het feest pas echt losbarsten.

Edoch, onze Gerrit had bijna geen weet van al de ontwikkelingen die aanstaande waren. Feest of niet, de gemeenschap in Aalsmeer maakte zich op. Gerrit zou thuiskomen en dan kon er echt een vijfentwintigjarig huwelijksfeest worden gefeest.

Dan gebeurt het. Een telegram van de telegraafdienst. Wie beschrijft de smart van het gezin P., toen daar ’s morgens vroeg een telegram werd bezorgd met de mededeling dat Gerrit was ontslapen. Als een lopend vuurtje werd deze tijding in de gemeenschap verspreid. Een deken van rouw en rauw verdriet overviel het toekomstige bruidspaar en de gemeenschap van Aalsmeer.

Wat een wanhoop over het verscheiden van zoon Gerrit. Enige familieleden, met de vader van de overledene, togen naar het ziekenhuis in Amsterdam. Maar lang bleef de onzekerheid niet. De dode Gerrit bleek springlevend! Verwonderd keek Gerrit naar  de droeve en bleek afgetrokken gezichten en overweldigd door de velen die hem kwamen afhalen stamelde hij “Was dat?”

Dat was de vergissing. Eén letter in het telegram. Droefheid sloeg om in grote vreugde. En het nieuws snelde vooruit naar Aalsmeer. Snel wist al iedereen dat één letter het verschil was tussen dood en leven. Neen, Gerrit was niet ontslapen maar ontslagen uit het ziekenhuis. Hoewel de familie enkele uren van ontzettende zorg had doorgemaakt, mag worden veronderstelt dat er vele uren van feest werden gevierd.

Eén letter. Dood. Of levend. Leve de telegrafie. Leve de SMS, maar vergissen is mensenwerk.