De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Categorie: Harms Pagina 1 van 10

Belevenissen van Harms en Wapse.

Eeuwigheidszondag

“Gut, Wapse, man kijk eens aan. Wie loopt daar toch? Is dat Harms soms? Met die zwarte hoed?”

De vrouw van Wapse keek eens heel indringend in de verte. “Nou, dat zou zo maar kunnen, vrouw. Die stap, die tred, het is hem vast wel.” Niet veel later ontmoet Wapse de wandelaar. “Tjonge, Harms, en niet eens bij Schele Japie?”. Harms schudde zijn hoofd. “Nee, goede morgen trouwens, Wapse, mevrouw, nee, niet op zondag. En al helemaal vandaag niet. “   Wapse keek een beetje verbaasd. “Wat is d’r aan de hand?”

“Tja,Wapse, of jullie vandaag de dag ook nog een beetje kerkelijk meelevend zijn, dat weet ik niet zo best. Friezen, Bonifatius..” “Ho effe, Harms, geen kunsten, man, we zijn niet zo kerks als jullie op die oude woeste gronden misschien, maar….” Harms onderbrak de wild gesticulerende Wapse. “Geen gedoe, mijn beste, vandaag is het eeuwigheidszondag. Ik ben een beetje veel in gedachten.” Wapse zweeg, de vrouw van Wapse zei al helemaal niets.

“’t Is waar, we hebben vanmorgen allen die ons zijn voorgegaan herdacht.” Wapse knikte,” ja dat was bij ons ook zo”. “En”, zo vervolgde Harms,” vond ik het nu een mooi moment om even met mijn gedachten en mijn gedachten aan hen die ons zijn voorgegaan aan de wandel te gaan, Wapse.”

Wapse keek of dat hij water zag branden. Hij mompelde: “ maar Harms, man, natuurlijk, daar is een wandeling op deze zondag ook heel goed voor. We mogen in dankbaarheid gedenken. Heb nog een goede wandeling, Harms.” Een lichte tik aan de hoed. En Harms liep voort. Gedenkend en herinnerend.

21/11/2011

Harms en de verdwenen hond.

“Kijk, Japie, daar komt Harms aangescheurd. Voor zo’n oud baasje, hij loopt toch dik tegen de 70 (?) vind ik hem eigenlijk best kras”. Wapse trekt nog een zuinigjes aan zijn pijp, Japie rent al naar de tapkast met een dampende kop koffie en niet veel later schiet Harms naar binnen. Een enkele zonnestraal schittert door de grijze haardos, de mombakkes, een de Jonge gedrocht en opgelegd pandoer door kabinet Rutte en consorten,  wordt met een ruk terzijde geschoven. “Goede morgen mensen. Tijd voor een bakkie dacht ik. Goede genade man ik ben er bekaf van en dan ook nog een zo’n smoelbakkes…”

Harms zat het al weer helemaal uit te tekenen. Nee, aan woorden weer geen gebrek. Hooguit, zo bleek wel, aan adem. 

“Maar mijn beste, wat heb je toch allemaal uitgekuurd? Je lijkt wel..” Wapse keek zijn vriend eens even schuin aan. Dat, het schuin kijken, was voor Japie natuurlijk natuurlijk. 

Terwijl de dampende koffiegeuren de smaakpupillen deed zwellen keek Harms zijn vrienden eens aan. “Ja, man, de hond van mijn aangetrouwde achterneef, je weet wel die van die mercedes en die kapitale villa aan de rand van ons mooie dorp, die hond die was er vandoor. En jongens, geloof het of niet.. de hele nacht is de meute aan een zoektocht bezig geweest. Vanmorgen las ik dat het dier was gesignaleerd bij de snelweg. Enfin, ik naar de snelweg. Begeleid door meen ik een drietal politiewagens, sirenes om horendol of misschien wel hondsdol van te worden, een calamiteiten wagen, ambulances etc. Ik maar denken, bliksem zou toch dat beest niet de snelweg over zijn gehuppeld?

Keizersmina, ik heb meer dan 9 km dwars door het bos gelopen. Was het zo verschrikkelijk zat dat ik dacht, tja Harms, jongen je kunt niet de last van de hele wereld op je schouders meesjokken voor een hondje van…enfin,  komt me daar mijn schoonzus met haar grote kleinzoon tegen. “He, hij is t’ er weer”. Ach mensen, ik kon wel janken. Zo blij was ik, niet verder vertellen hoor, ik heb ook een paar traantjes weggepinkt.”

De koffie van Japie werd met een ferme teug naar binnen gewekt. “Nou, mannen, van het huis: we drinken een echte BB op die thuiskomst.”

Wapse keek Harms eens aan. Harms gaf een knipoog naar Wapse. “Tja, Wapse, ’t is dat ik geen niks te roken heb, maar anders zou ik er nu weer eentje in de hens steken. Proost, Japie, want eerlijk is eerlijk,  een hond kwijtraken is hartverscheurend maar jullie blijdschap is net zoals een BB’tje. Goed voor de ziel.” 12/12/2021

Harms is terug

Harms is terug, Wapse is nieuwsgierig

“Ach, Japie, wat heb je toch heerlijke koffie”. Nu is een compliment van dat kleine schriele en oh zo schrandere Friese boertje op zichzelf bezien al een bijzonderheid, maar voor Japie was het werkelijk een doos met slagroomtaartjes. Dat had hij van zijn vaste gast eigenlijk nog nooit gehoord. 

Japie glom tot achter zijn grote uitstaande oren, zijn linker en rechteroog wisselden in opperste staat van opgewondenheid van richting. “Dank, Wapse, waar heb ik dit aan te danken?” 

“Ach, weet je Japie, de koning heeft het meen ik wel eens gezegd, we moeten meer naar elkaar omkijken en een beetje mild zijn naar de ander. En als de koning het niet gezegd heeft dan zal dat die Corona-koning wel geweest zijn, die de Jonge. Hoe dan ook, ik zal klare wijn schenken, het is gewoon een streling voor mijn gehemelte. “

Even werd het stil in de gelagkamer van de Gulle Gaper. Beide mannen soezen een beetje voor zich uit bij de dampende koffie. De rust werd echter snel verstoord. Getooid met bruine hoed, voorzien van krullen in de snor kwam ineens na zoveel jaar, Harms aangefietst op zijn hybryde fiets. Zonder elektrische ondersteuning. Dat is niks voor Harms.

“Volk des Heeren, een goede morgen gewenst”. De breedsprakigheid van Harms was natuurlijk voor Harms zijn handelsmerk, hoewel hij ook kort, tegen het knorrige aan of bondig kon zijn. 

Wapse en Japie waren compleet verbouwereerd. “ Man, daar doe je goed aan. Man, wat ben ik bliede je te zien, welkom Harms, dat is even lang geleden! Kerel, koffie?” Zoveel woorden achter elkaar van Japie toonden wel aan hoe bijzonder deze ontmoeting voor de kastelein van de Gulle Gaper wel werd gevonden. 

“k, Zou je niet eens herkend hebben, Harms, met dat mombakkes voor, “zei Wapse. “ alleen, die rare sik van je had je goed verborgen. En wat heb je nu toch op de bol man?  En dan bedoel ik onder die, mooi trouwens, hoed van je?”

Nadat Harms zijn jas op de kapstok had gehangen, het mombakkes tegen een of ander virusgedoetje in de binnenkant van zijn Gilette had getoverd en hij aankwam draven met zijn telefoon voor de heer des huizes, keken de mannen elkaar eens aan. “ Benne gij nu geheel belazerd man? Wat moet ik met die telefoon? Die Q R Code doelt me aan mijn Hiele grijpen. Wegwezen met dat ding, koffie van de zaak, dat krijg je en ga als de sodemieter gewoon gezellig bij ons aan de tafel!” Oei oei, het leek er warempel op dat Schele Japie op zijn kleine heer was getrapt. 

“ Ja, meneer de kastelein, begon Harms, ja meneer de kastelein, de R variant uit Ierland Is overgewaaid en nu dacht ik zo, ik zal laten zien dat ik aan al mijn burgerplichten….” Het gezicht van Japie stond op onweer. Vervaarlijk kieperden zij schele ogen door het ruim van het kleine café. Nee, niet aan de haven, maar vlak bij de Goddeloze Singel onder Akkerwoude in de boezem of aan de randen van de Friese Wouden. Als de Friezen het echt op de heupen  kregen zoals een jaartje of wat geleden op de Afsluitdijk , nou waar je dan maar, want zelfs Zwarte Piet hield ze dan niet tegen.

“Mooi man, mooi, dat je weer aankomt. Vertel….

Maar het werd stil. De verse geuren van de bruin gebrande bonen verluchtigde de ruimte. De mannen verzonken in de overpeinzingen van het bestaan. Maar Wapse barste bijna uit zijn voegen van nieuwsgierigheid. Wat, waarom, hoe zo, was Harms terug?

Harms is terug

“Ach, mensen, ik zei het gisteren nog tegen iemand die ook op de camping stond, ik wil dit volhouden tot minstens mijn 75e. Ik ben gewoon aan het fietskamperen. Ja, dan maak je wat mee hoor. Kom Japie, doe eens een beerenburg man. Het is me tegenwoordig wel wat met dat gekampeer.”

Niet veel later zitten de drie mannen verkneukelend aan de beerenburger. “Nou, Harms, vertel, wat is er met de kampeneerderij.” Vergenoegd aanschouwde Harm het tafereel. “Ach, Wapse, sommige mensen benne heel erg gemakkelijk. Was ik maar zo. Ik was en ben nog verbaasd wat ik meemaakte. Sta ik moederziel lekker op mijn plek,  komt me daar in het duister een jonkvrouw aangestierd. Mooie rugzak, dat kon ik wel zien. “Ha, ik ben Fleur! Aangenaam! “” Ha, Fleur, ik ben Harms”. Bam Wapse, ik stond erbij en ik keek ernaar. Wauw man niet verder vertellen, maar dat jonge dartele ding…enfin, ze had geen koplamp. Nee, die had ze wel, maar ergens diep weg in de rugzak en dat was even knap lastig in de knapzak. In het pikkedonker. Of ze de mijne…. “Natuurlijk, Fleur, geen probleem Fleur.” Mijn koplamp bescheen de zeer geordende ingepakte rugzak terwijl die werd geopend alsof er een varken op deskundige wijze werd geslacht. Ineens stoot Fleur een kreet van grote teleurstelling uit. Het ging me Wapse, Japie (oh doe er nog eentje voor de schrik man) het ging me door merg en been. Even was de stilte zwaar doorbroken. Fleur keek zwaar beteuterd. “Ik, ik heb mijn beste Harms, ik heb mijn tent vergeten! “ Consternatie bij beiden.

“Enfin, het eind van het liedje is dat Fleur -omdat het niet regende- gewoon buiten onder het dak van onze lieve Heer heeft plaats gevat. Of ze die nacht kou gevat heeft, weet ik niet. ‘s Morgens was ze al snel uit de dwangbuis. Ze had heerlijk geslapen en ja, ze had het hele handeltje al weer klaar voor vertrek. En ik lieg niet als ik zeg: ik kreeg een heel lief bedankbriefje. Dat vind je hier onder….

Wapse man, Japie kerel, ik ben er nog ontroerd van. Die jeugd van tegenwoordig. Best kampeervolkje. Ze gaan de uitdagingen aan. Ze zetten de mental klik op “uitdaging”. En ze hebben nog fatsoen om mensen te bedanken voor het gebruik van een lampje.”

E.J. Harker

“Nou, Harms, je bent er weer vroeg bij. Het bevalt zeker wel goed op de Zandhorst?”

Harms keek wat bedenkelijk. “Mag ik eigenlijk wel bij je aan komen schuiven? Het is Coronatijd. Je bent toch kats van de wereld afgesloten?”

“ Ach, weet je Harms, als jij komt, ben je toch geen klant. Dat heb ik nu al vaker gezegd. Je bent alleen, je bent mijn vriend en nu je ook nog eens verhuisd bent van de slappe veengrond naar de zandgronden op de Veluwe, moet je bij mij toch wel even voor een babbel, een bakje en een BeBe’tje kunnen aankomen?

Als die Hoekstra zo genaamd per ongeluk aan de schaats raakt (heeft er nota bene een heel team van medewerkers op zitten, maar oh, oh, wat zijn wij sullig geweest nooit over nagedacht…) nou, Harms, als jij, bij elke scheet die je laat, je afvraagt of dat handel en vooral wandeltje van je wel Coronaproof is, dan zullen ze hier potjandrie nog eens moeten aankomen met “handhaving”. Ik zeg je, ik word er gewoon puur opstandig van, Harms. Ben bijna ziek aan het worden, niet door Corona, maar door dat gedraai, gelieg en gemieter van die heren in Den Haag. De een pakt zijn schoonmoe, de ander stiekem, oh wat ben ik weer zielig, de schaatsjes, en zo draaien en liegen we door. Bah. Breek me de bek niet open. Ik zeg het nu effe heel plat, maar die waardeloze draaikonterij, daar kan ik echt niet tegen.”

Harms keek alsof hij het water zag branden. “Tjonge, Japie, wat een preek. En wat een degelijke preek. Je woordkeus, nee, die kan ik helaas niet geheel appreciëren, maar wel de strekking van je ingenomen en verwoorde standpunt.” 

Japie keek zo vurig van zich af. Een mens zou er bang van worden. Als Friezen echt opstandig worden…

“Ja”, vervolgt Harms, “mijn vriend E.J.  Harker…” “Oh, heb jij een vriend? Man, wat leuk. Gezellig weer eens iemand om mee te kunnen kouten. Waar komt die vandaag, Harms? “ 

De belangstelling van Japie was oprecht. Het stemde Harms dankbaar.

“Hier man koffie, en een lekker stukje Fries suikerbrood, is ook heerlijk om er bij te doen. Met dit zonnetje erbij, wat wil een mens nog meer?” 

Harms keek dankbaar naar zijn schele vriend. ” Zeg,  Japie, Wapse die krijg je zeker ook al niet te vaak meer op de koffie?” 

“ Nee, Harms, die heeft geen bal meer te vertellen thuis. Mag niet weg van de vrouw, wat dat betreft Harms, heb jij een hele beste. Je gaat zeker ook al weer alleen kamperen? Of gaat die, hoe zei je dat? die E.J. Harker, mee?”

Harms schudde zijn hoofd. “Ja Japie, mijn vrouw? De beste en het beste wat mij is overkomen, maar E.J. ? Ach Japie, ik heb hem wel gepolst. Maar ’t is meer een type van: uw ontbijt, meneer Harker, is alles naar wens? Eentje die wel gesteld is op de egards van een ober en een goed hotel. Zeg maar toch niet helemaal mijn soort. Maar ja..

Japie, wie het breed heeft…En laat ik eerlijk zijn, met die fratsenmakerij in hotelletjes en zo, nee, daar heb ik niet zoveel mee. Een lekker krakend slaapmatras, piepende vogeltjes, ristelende  muisjes en een flink windje langs de scheerlijn Japie, dan voel ik mij in mijn element. Zoals tijdje terug. Ging het dak eraf bij AZ. Weet je nog?

Man, ik stond met mijn tentje vlak bij zee, vol in de wind…lachen gewoon. Heerlijk.

Doen we nog een bakkie?  Want eerlijk is eerlijk, jouw bakkie is niet te versmaden. Was onlangs nog bij E.J. Harker, zeg maar Harker, en kreeg van zijn ega ook koffie. Best man. Best te drinken. Kon ook een koekie van af, niet zo’n kleintje, nee en lekker hoor. Maar ik heb me (misschien voor het eerst in mijn leven, maar toch) toch maar bescheiden opgesteld. Niet genomen. Maar jonge, het water liep me door de mond als een rivier door de bedding.

Enfin, E.J., ja, da’s ook wel een degelijk jong. Ik weet alleen nog niet zo goed of ie net zo’n pias is (niet verkeerd bedoeld natuurlijk) als Krijn. Kijk, met mijn eigen vrouw en de raad van Elf konden wij in onze vorige woonplaats gewoon carnaval vieren (nou ja, die raadsheren kwamen gezellig bij ons op de koffie met vlaai) maar of  dat nu met E.J. ook kan? Krijn zag daar de lol wel van in. Vooral die “apepakjes” . Die zou zo meedoen, weet je. Maar ik denk eigenlijk wel dat de vrouwen het wel met elkaar kunnen vinden. De tijd, Japie, de tijd, die zal het ons leren.

Weet je, mocht jij eens op de Veluwse grond komen, en neem Anneke gerust mee hoor, bij ons is iedereen welkom, nou ja, behalve die Wopke en Ferd en al dat soort kornuiten, die niet, die maken er alleen maar show van, maar dan krijg je ook van het huis een bakkie Japie.

Gaan we eens gezellig stukkie stiefelen over de Veluwse gronden. Voorzien van zwijnen, schapen, edelherten,  dassen en wolven. Daarover valt heel wat af te kouten. En weet je, E.J. Harker, die kun je op zo’n tocht best mee nemen. Die loopt net niet te hard, heeft mooie verhaaltjes en doet zijn naam van Harker echt eer aan. Maar als Fries, Japie,  hoef ik jou toch niet uit te leggen waar dat voor staat?”

Japie keek eens naar Harms. “Nee, Harms, dat is mij meer dan volkomen duidelijk. Maar ik ben op mijn ouwe dag niet meer zo’n stiefelaar. Ook nog eens op de 1,5 meter. Nee, man, doe dat dan maar met E.J. Harker.  Dan kun je lang een breed keuvelen, babbelen of kletsen, jij en ik snappen dat tenminste.  Ik zal wel eens aan Wapse vragen wat ie daar van vind. Wapse is per slot, laten we eerlijk wezen Harms, wel een echt wijsgierig en nieuwsgierig ventje. Dat kleine pientere boertje zal vermoedelijk toch ook wel doorhebben wat hij met E.J.  Harker aan zijn spreekwoordelijke pet heeft hangen. ’t Zou mooi zijn als die twee elkaar eens konden ontmoeten.

Weet je, Harms, het gaat wonderlijk in het leven. Wat mag je? Eigenlijk alleen maar een beetje fietsen of wandelen. Op bezoek? Ben je helemaal. Dat gaat niet. Je weet: de Gulle Gaper is gesloten. Maar de heren in Den Haag, ze deden een plas, lezen ons zo nodig de les, maar het blijft zoals het was. Gesloten voor alle verkeer. Vreemdelingen en onnodige visites,  ze zijn niet meer toegestaan. Maar mooi, dat wij in ieder geval samen al dan niet met E.J. Harker, een ommetje kunnen maken.

Laten we maar een rondje doen, om die mooie oude kerk van je, in Doornspijk, Harms.”

Even zweeg Japie. Ook Harms gedachten zwierven langs het firmament van ongepolijste wolken. ‘t Jonge,  die Japie, die was toch ook wel een beetje anti-corona aangestoken.

“Maar Harms, hoe heb je nu die vriendschap zo kunnen aanknopen, met die Harker?”

Japie keek eens schuin naar Harms. Met een fles BB, op zijn Fries en nu niet te zuinig , schoof Japie het volle glas naar Harms. ’t Leek warempel wel of Japie de streken van Wapse overnam.

Hij wil het wel erg graag weten, schoot het bij Harms door zijn hoofd. 

Opnieuw  verzonk  Harms zogenaamd, in diep gepeins. Even nipte hij aan het glas. Tot grote verbazing van Japie bleek die ene nip voldoende om de bodem van het glas te laten zien. Tjonge, die Harms had hem best zitten. Japie schoof de fles nog maar eens door. Spraakwater maakt praatjes los, Japie wist er alles van. Bij Harms was het alsof de somberheid, de melancholie, de overhand keeg. Geen vrolijke dronk, blijkbaar. Japie schudde zijn hoofd en zag een traan stiekem weggepinkt worden bij Harms. “Ach, Japie, lees het maar eens in mijn geschriften. Die geven je antwoord op je vragen man. Getroffen ben ik door zijn hartelijkheid, zijn jeugdigheid, zijn… nou ja, lees het maar eens na. De (f)luisteraar…”    

“Oh, Harms, ik snap het, proost mijn beste. Dat de vriendschap maar mag blijven. Harker zei je? Dan heb ik het goed gehoord. Mooie naam man, E.J.? Ook niet verkeerd, mag met ere worden gedragen”.

Harms keek dankbaar op naar zijn vriend. Bijna fluisterend zei hij: “gelijk heb je,  Japie. Dat heb ik hem ook gezegd. Zelfs mijn broers reactie was: zo, die mag hij met ere dragen. Kijk, Japie, daar werd ik echt effe stil van.

Weet je, kerel, laten we er nog eentje nemen. Hij geeft wel weer een beetje sappigheid aan het bestaan, zal ik maar zeggen.”  

De gedachten en woorden van Harms waren ook voor Japie bijna teveel van het goede . Wat fijn voor zijn vriend, dat hij weer een vriend had om mee te kouten, te keuvelen, te sjokkeren door de Veluwse paden. Och heden, wat zou het toch fijn zijn als zij samen in de Friese Wouden…

Harms staarde in zijn  glas.

Japie keek. Naar het lege glas.

“Kom aan, man, op een been valt niet te lopen. Laat Harker het maar niet horen…”

20/21/02/21

Pagina 1 van 10

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén