“Gut, Wapse, kijk, daar heb je Harms!”
Verrassend snel stoof Schele Japie naar de tap. Een verse bak bruinebonensap, dat was de remedie om Harms te vriend te houden. En jazeker, Japie, die kende zijn pappenheimers. Wapse keek bijna verontrustend naar de snelle activiteit van de oude café-baas. Nou, daar zul je hem hebben.
Niet veel later kwam inderdaad onze eigen Harms naar binnen schuifelen.
“Lang geleden man, maar welkom in dit kleine café”. Even deed Harms of hij het in Keulen hoorde donderen. Maar veel van dat geluid drong natuurlijk bij de doof wordende Harms niet door. Wel de gelukzalige snuiten van zijn beide café vrienden. Ja, die maten die had hij wel gemist. Een ziekenhuisopname verder en dan weer herstellen, het vergde van de oude baas veel energie. En die was hij in de laatste weken wel kwijtgeraakt. Nog even had hij met de fiets aan de hand lopen zoeken. Misschien toch stiekem laten staan, die pot energie, onderweg naar de Friese Wouden. Je weet immers maar nooit. Neen, Harms werd er bijna treurig van, maar enfin, hij is op de weg terug. En zowaar, zijn vrienden in de Gulle Gaper, ze waren er ook.
Niet veel later genoot Harms langzaam, alles moest immers steeds langzamer, van zijn bakje bruinenbonensap.
“Nou Harms, dat is alweer lang geleden man. Maar als ik je zo bekijk, lijkt het erop dat het wel weer een beetje aan kachelt.” “Ja Japie, ik ben weer een beetje in de benen, al zal ik die stelten niet tonen. De vogels in de lucht zouden pardoes als door gedropte dronen doodvallen van schrik. Veel spek zit er niet meer aan en de kleurtjes, nou daar kan een bruine Piet alleen maar van dromen. Maar goed, gisteren was ik zowaar eindelijk weer eens op de fiets in de vogel kijkhut. In mijn geboorteplaats nog wel en Liudger, of Ludger, omisschien zelfs wel vriend van Bonifacius, ik weet nooit of ze elkaar kenden, konden mijn bezoek wel waarderen. Man, het was zowaar gezellig. Een oude baas, nou ja ik denk zelfs dat ie wel een jaartje of 8 ouder was dan ik, maar dat terzijde, stond ook met zijn kijkers door de kijker te koekeloeren. Hij zag net zoveel als ik. Niet veel bijzonders dus eigenlijk. En ineens ontspon zich zowaar een heel gesprek. Man man, het begon met te zeggen dat hij deze week naar heitelàn zou gaan. En kijk vrienden, toen ging zijn en mijn spreekbuis woordelijk open. Hij had daar familie, hij had daar een moeder, die hem ter wereld had gebracht, hij had daar “roots” en zo ontspon zich een alleraardigst gesprek. Moeder, ooit gediend bij een of andere freule in een deftig gebeuren in Leeuwarden ging als dienstertje mee naar de Veluwe. En zo is het gekomen. En hij dus ook, gebleven op de Veluwe maar de tak van zijn oorsprong is dus in het mooie Friesland.
De heer Oosterhuis had gediend bij hare majesteits paardenlegioen. De gouden kar getrokken, hij had een foto van Willem Alex Ander(s) op zijn paard, die reed vaak bij hen (hij deed bereden politie) en geloof het of het niet hij kende mijn oud-buurman Poolvrouw, die ook bij de bereden politie had gediend. Man, een pracht van een gesprek en hij liet mij de hele santenkraam aan foto’s die hij van zijn familie had meteen maar even zien. Die oudjes gaan tegenwoordig aardig met hun tijd mee. En uiteraard van hem in uniform te paard en zo.
Ik waarschuwde hem dat hij op glad ijs begon te geraken toen hij en passant ook nog vertelde van een of ander familielid uit Rottevalle. De schrik sloeg om mijn hart mensen, Japie doe nog eens een bakkie teut, (kerel wat verrekte lekker en wat heb ik jullie en dit brouwsel van je met eerbied hoor Japie, gesproken) wat heb ik dat allemaal gemist.
“Schrik Harms? Waarom?” “ Nou, Wapse dat zal ik je vertellen. Als ik de geschiedenisboekjes in duikel dan kom ik voorgeslacht uit Rottevalle tegen! Kijk, dat zou dus zomaar kunnen. Hij een moeder van 1908, ik een vader van 1911, beiden uit Friesland, beiden met “roots zeg maar” in Rottevalle en voordat je het weet zit je misschien “opgescheept” met een nader familielid. Nou was die Oosterhuis wel een heel aardige hoor, en hij hield van de ruimte, en vogeltjes kijken was een ware lieve lust. En het klikte wonderwel meteen met elkaar. Ook vertelde hij dat hij tot een dikke 8 jaar geleden het geweer ter doding van dieren (mag ik aannemen) in de kast heeft laten staan. Niet dat hij jagen niet meer leuk vond, maar voordat je weer een vergunning (!) kreeg moest je door een halve meter papierwerk…Dat zag onze oud bereden politieman en ook nog begeleider van de gouden koets niet meer zo zitten. Enfin mannen, hij wilde niet naar Friesland om te wonen. Zijn vrouw wel. Bij ons is dat natuurlijk net andersom, maar jullie weten: Harms heeft geen fluit in te brengen. Enfin, een bezoekje aan jullie vrienden, is ook zo slecht nog niet. En oh ja, ook zijn tak zat nog geworteld aan de Boomsma’s. Kijk, nadat ik hem verteld had dat bij Hoeksma e.e.a ter dekking stond vermeld in een oude Friese Courant eind jaren 1800, tegen de prijs van een paar gulden per dekking (en niet op zondag..) en ik had uitgerekend wat een liter jenever of wijn, ik moet het zelf weer lezen, van de beste soort ging kosten (ik liet het maar op deze verhalenbundel zien, ook ik ga met mijn tijd mee, (https://www.pieterhoeksma.nl/2008/10/11/lekker-drankje-en-leuke-krullebol/) toen werd het nog gezellig. Straks ben ik ook nog familie van die Boomsma.
In ieder geval denk ik maar mee met Paulus. De dokter vond het niet zo amusant dat ik alcohol zou drinken. Maar ik ben bijbelvast (althans..) een weinig wijns, vertaal ik dan maar in “een klein borreltje van Boomsma”. Kom Japie, schenk voor ons eens in. Waggelen doe ik tegenwoordig toch al op mijn fiets. Tijd voor een driewieler misschien, maar nu tijd voor een BB.
Even keek Schele Japie recht naar zijn andere vriend Wapse. Een knipoog van Schele Japie ontging zelfs Harms niet. Maar de grijns die Harms had zagen beide mannen niet.
Niet veel later zaten drie mannen te lurken aan dat heerlijke borreltje van wie weet wel oude familieleden, Boomsma. Niet te veel. Dat kan rot vallen. Dat dan weer wel.
Nunspeet, 29 april 2026