De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Maand: december 2012

Kandidaat.

“Nou Harms, ik weet het niet zo zeker.”
Wapse zit bedroefd voor zich heen te kijken. Een glas half leeg. De druilerige regen die tegen de ramen wordt geslagen van het café de Gulle Gaper door de windvlagen van de Noord-Wester, ach, die maken het tafereel er niet mooier op.
‘Wat weet jij eigenlijk niet zo zeker?” Harms fronst zijn wenkbrauwen. Wapse is wel erg neerslachtig. ‘Tja, ik deed de religiestressmeter, blijkt dat ik nog al wat last van stress heb.”
‘Kijk, Wapse, dat vind ik nu erg leuk. Dat heb ik ook gedaan. En jongen, je gelooft het of je gelooft het niet natuurlijk, dat is nu het aardige aan zo’n religietestmeter, het maakt niet uit of je wat gelooft of niet. Ik wel. Dat mag wel duidelijk zijn. Vandaag voel ik mij echt fantastisch. De bedenkers hebben bedacht dat ik moest worden gebombardeerd tot ‘Kandidaat-heilige”. En ik ben dus best tevreden. Zijn er tenminste nog een paar op deze wondere wereld die mijn kwaliteiten onderkennen. Ze zeggen nota bene “De verlichting is je nabij!”. ‘Dus jij vindt dat ik dan maar een beetje toleranter zou moeten worden?” Wapse kijkt of hij het in Keulen hoort donderen. ‘Nou ja, man, dat is het begin van de oplossing. Accepteer, verdraag en weest vooral lankmoedig”. Harms zweeg.
“Kijk, dat vind ik tenminste een echte opsteker”, zei Wapse. En ze genoten nu samen van de koffie van Schele Japie.

L’étable.

In het kleine stadje in het midden van het land gierde de eerste najaarsstorm door de straten. De man had het kleine uithangbord van petit brasserie L’étable.
opgemerkt doordat het heen en weer slingerde in de sterke wind. Vlak achter een groot hotel/restaurant. Wat achteraf.
En ineens voelde hij sterke behoefte zijn smaakpupillen eens te verwennen.
Met zijn ene hand de hoed vasthoudend, duwde hij met de andere de wat zware deur open. De klapdeur schiet open. En meteen verstomde het geroezemoes. Alle ogen richten zich op de nieuwe binnenkomer. Helemaal in het groen. Met groene hoed.

Sinterklaas en de hemelse voddenraper.

Velen waren er vermoedelijk die een lied aanhieven. “Het heerlijk avondje is gekomen…”
Velen waren er dit jaar die moesten rondkomen van- nota bene in ons welvarend Nederland- met de giften van de voedselbank.
Heel Nederland verkneukelde zich voor de t.v..
Velen in Nederland zochten een goed heenkomen. De dagen werden korter, de nachten langer, de nachten kouder. De zon zien zij al niet meer “zitten”.
Voor velen is de Sinterklaas een verwennerij die kennelijk nog steeds kan worden gepermitteerd. Tenzij de creditkaart zijn voldane werk doet. De gegevens inslikken en gooien maar. Op de grote hoop. De schuldenlast neemt toe. De gezinnen zijn in last. De banen? Liggen echt niet meer in verschiet noch voor het oprapen.
Helaas, collega’s krijgen “de zak”. En je zult maar 50 zijn en te horen krijgen: weg ermee. Voor jou een goedkope Pool of andere wereldburger. Fijne Sinterklaas!
En om de zaak in evenwicht te houden heb ik evenwichtig besloten niet mee te doen aan het gesmijt met geld. Dat komt nog, naar de garage…
Vanmiddag luisterend naar de kletsdoos bij uitstek, een radio met Neerlands Hoop in bange dagen, wordt mij kont gedaan. Ik krijg het er koud van. “De sombere dagen die gaan komen…”.
En dan werd daar geen Sinterklaas mee bedoeld. Neen, het zogenaamde wijsmens, had het over kerst.
Helaas. Ze hebben het niet begrepen. En daarom zal er straks een verhaal worden verteld.
Van de hemelse voddenman. Kerst zoals Kerst is bedoeld. Iemand nodigde mij uit om in te gaan op Sinterklaas. Ik geloof daar niet in. Ik geloof wel in kerst.
Wiegel heeft ooit eens gezegd,” Sinterklaas bestaat, kijk daar zit ie”. Inmiddels hebben wij de kindertjes van de verlichting een poosje aan het werk gezien. Het zijn: “Nep-Sinterklazen”. Maar wij gedenken straks Kerst. Met een hemelse voddenraper. Dat verhaal zal a.s. zondag hoop ik verschijnen.
Het verhaal heet: L’étable

‘Vreemde ‘Krijn?

‘Vreemde ‘Krijn?

“Hallo Harms!” Wapse stiet de woorden uit. “Hallo, Hhhharms”. ‘ Tjonge jonge, wat ben je opgewonden, man! ’t Lijkt wel of de wereld vergaat.”
Harms kijkt verwonderd naar Wapse. Wat is die van de kaart. Enfin, het zal wel loslopen, zo met die Wapse. Die is eigenlijk altijd meteen van iets onderste boven, dus er zal wel wat aan de hand zijn, maar voor zover Harms kon bevroeden, niet iets om je al te bezorgd om te maken.
‘Ga eens zitten, man, wat ben je toch druk. Neem een glas druivensap of van mijn part gewoon koffie, en vertel eens wat er aan de hand is.”
Wapse schoof achter het kleine stamtafeltje in het cafétje van de Gulle Gaper.
De dampende koffie van schele Japie was niet te versmaden. Hoe hij het voor elkaar bokste wist niemand, maar die koffie was gewoon in een woord geweldig. Alleen al door de gedachte aan de koffie van Japie raakten de de smaakpupillen overwerkt. Soms moest je dan al wel drie keer het overdaad aan speeksel weg slikken.
‘Wacht eens effekes, ik haal er wel iets lekkers bij”, zei Japie. Daarna kwam ook schele Japie aan de tafel zitten.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén