Pieter Hoeksma

De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Auteur: Sjaak de Stiefelaar Page 1 of 81

Stiefelaar of krabbelaar

Ach heden, een mens moet wat doen. De social distance is voor velen niet uit te houden. Nu houd ik het wel uit, maar soms galoppeert de geest als een op losgeslagen “peerd”. Terwijl op de achtergrond de muzikale verwerking van “Merck toch hoe sterck”, door mij altijd weer onverbeterlijk aangevuld met “het werk van deze klerk” langs de buisjes van Eustachias worden geleid naar mijn muzikale geest en daardoor vertroeteld, grijp ik naar penseel of, in dit geval het krijt. Nu niet meteen een strijdlied aanheffen, graag, maar gewoon even stil in verwondering. Of dit een sterk merk is, waag ik te betwijfelen. Wel een paar kleine stiefeldoosjes, om maar in stijl te blijven, die ik aan het blanco papier heb toevertrouwd. ‘k Zou willen dat ik niet nog maar in de kinderschoentjes stond. In dit creatieve leven trouwens wel. Maar, zoals gold voor de kleintjes die in deze schoentjes moesten leren lopen, zo loop ik aan de hand van ‘moeder’ Ans, op mijn “(re)creatieve loopbaan” voort. Met vallen. En opstaan.

De modderschuit en palingkist

“Ach, jongens, morgen wellicht weer regen. Ik ga de palingkist maar eens zetten want de palingen zullen wel gaan trekken”. Mijn buurman vond het allemaal zo prachtig. En wij vonden het zo super spannend.

De palingkist zetten. Het was altijd weer een wonderlijke gebeuren. Eerst werd er met de modderschuit een fuik gezet. De fuik leidde dan tot de palingkist. Een grote kist, met heel veel gaten. En als die palingen dan zo dom waren om in de fuik en dus in de kist terecht te komen? Dan was het feest. Ze konden er niet meer uit. Oh, ja, ik zie ma ze nog bakken in de pan. In mootjes gehakt en verdikkie als het niet waar is, ze kronkelden gewoon in de roomboter terwijl ze gebakken werden. Maar wacht even, dat gaat te snel.

De modderschuit was een geweldig bakbeest. En die voer niet snel. Met lange bonenstaken staken de draken (wij dus) van wal. Door de moddersloot, achter het huis van onze buren in het prachtige Klarenbeek. En af en toe ging dat ook gewoon mis. Stond je voorop en de achterste duwde te hard, ja, dan liep je de kans tussen de voorplecht en de staak terecht te komen. Hieperdepiep, dan ging je in het diep. Ook kon je soms de bonenstaak niet al te snel uit de modder trekken. Dan trok je jezelf dus in de modder…Niet ongevaarlijk overigens, want er lag barstens veel modder in die sloot en voordat je het door had ging je een langzame verstikkingsdood tegemoet. Wonderlijk genoeg, zover is het dus gelukkig niet gekomen. Samen rommelen met zo’n schuit is voor schavuiten het einde. Terugkijkend, zijn het de herinneringen die opborrelen. Net zoals de borreltjes in het smerige water, als je de lange bonenstaak erin duwde. Staken, die ook wel braken. Altijd weer een wonder dat we het beiden hebben overleefd.

Eenmaal keken we op de rand van de boot, of op de onderste steunbalk van de brug achter het huis van onze buurtjes, naar het opvissen van die palingkist. Smerig maar altijd heftig interessant. In zo’n fuik zat van alles en nog wat. Een baars, een voorn, en andere beestjes. Als de kist openging? Wauw, die kronkelende zwartjoekels van glibberbeesten. “Nou, Pieterman, als je kunt, vang er maar wat van. Wat je vangt, mag je houden.” Dat leek leuk, maar ze waren letterlijk zo glad als een aal. Een keer heb ik het handiger aangepakt, herinner ik mij. Toen had ik mij ingesmeerd met zout en wit zand. Na een duik in de kist, met mijn magere lijf, zette ik mijn buurman toch mooi te kijk. Toen kon ik er een stuk of 5 te pakken krijgen. Moeder was er maar wat blij mee. Nu kijk ik terug naar een plaatje.

Uit die tijd. Geef mij toch maar een hele echte Zuiderzeepaling. Lekker gerookt. Om van te watertanden.

Nu kijk ik terug. Een blik in het verleden.’ t Ligt verdikkie best een eind terug in de tijd. We zijn net als de palingen. In de fuik van het heden aangekomen.

Toch leuk als de kleine man voorop mij zomaar “even op de plaats van het verleden zet”. Hermanus? Bedankt.

Wonderlijk

Een dag heeft 24 uur en 1,5 meter.

Een dag van 24 uur duurt heel erg lang

als je alleen maar kijken mag naar het behang,

op 1,5 meter.

De mensheid doolt verdwaasd

de maatschappij is plotseling uitgeraasd.

We kijken en we lopen,  houden afstand van elkaar

maar het behang kijkt naar mij

en vindt mij heel erg raar.

Nee, ontmoeten doen we niet

de handen worden niet geschut.

We zitten met de handen in het haar

op 1,5 meter en we zien eindelijk weer naar elkaar.

Zit je te somberen en weet je niet meer hoe of wat

te doen

neem dan de wandelschoen maar op

en sluit je- nu het nog kan en mag- niet op.

Op afstand zo maar meegeleefd

is iets , wat zelden werd beleefd.

De zorgers in de frontlinie van het gezondheidsveld

liggen op apegapen, bijna uitgeteld.

Bestuurders raken uitgeput

maar raak, oh mens, niet in de put.

Heb goede moed en geef elkaar

een virtuele groet. 

Schut even nu geen handen meer

maar breng de zorgen bij de Heer.

Dat doet je medeburger goed.

Sjaak de Stiefelaar en een sabbatsreis

Storm Dennis doet vandaag van zich spreken. Was het een week geleden nog storm Ciara, Dennis, wist minstens zo veel van wanten. De jas werd dichtgetrokken, een lichte miezerige teug wind met vochtigheid baarde wel enige zorg. Sjaak had zijn telefoon nog zo geraadpleegd. Vochtig, maar het zou meevallen.Vrouwlief had hem uit zijn auto gekieperd. Hij “wilde effe naar buiten”. De pet werd nog eens extra vastgezet. Blikskaters, mompelde hij, wat een wind. Hij zou bijna van zijn voetzolen sukkelen. Zijn zoon had nog zo gezegd: “ga gewoon op gympen, het maakt je voeten veel sterker”. Maar goed, Sjaak kreeg de smaak te pakken. Vliegen, dat deed hij. Ene Tinni en Tus, hoewel aanwezig, kregen geen kans. Sjaak had al zijn aandacht nodig om op het rechte spoor te blijven. “Dat was wel even anders dan de the day before yesterday,” mompelde hij. Samen als een soort Emmaüs, had hij als een Petrus en Johannes, het wandelpad door de Klarenbeek met zijn broer gewandeld. Leuk hoor, zo met zijn tweeën de herinnering over oude zaken voor het voetlicht te trekken. En nu? Nu leek het wel de sabbatsreis die hij na een driepunten preek des zondags met zijn ouders en de hond, Timmy, meestal “moest” ondergaan. Gek eigenlijk, nu deed hij het vrijwillig. En zijn gedachten vlogen terug naar meer dan 50 jaar geleden.

Ach ja, op deze dag moest hij ook wel even terug in de tijd. Zo’n dag, waarop zijn vader nu al 109 zou zijn geworden. Dat mannetje, links op de foto, met hem had hij vaak een deel van dezelfde route gelopen. En Timmy, heerlijk in de moddersloot. Tot grote ergernis van zijn moeder.

Wandelen, als Emmaüsganger, is toch eigenlijk wel leuker. Super gezellig. Maar Sjaak moest het nu toch in zijn eentje doen. Dan trek je deverhalen, zoals de visser zijn voorntjes op de kant rukt, uit de grijze put van herinneringen moeiteloos naar boven. Zijn orientatiepunt was voor Sjaak bijna, al kwam hij daar tegenwoordig zo wat elke week wel even snuiven, ongewijzigd. Soppenhof, het lag er nog net zo bij als 60 jaar geleden. Daar was hij al.

dav

Twee stiefelaartjes deden voor hem uit de doeken dat de wind “behoorlijk dwars was”. Maar bij de afbuiging naar de Oude Zeeweg, sloeg hem de schrik om het hart. Sjaak keek vertwijfeld naar zijn pols. Maar 3,5 km. Wat een brulaap, die Dennis. Stug doorgaan. Dat deed Sjaak en voor dat hij het wist had hij de afslag al genomen naar “De Horst”. Even uitpuffend op een bankje. Man, wat ging Dennis tekeer. Kijk, daar dit plekje. Ach heden, Gertie, die helemaal niet zoveel zin had in een driepuntenpreek en de hele toertocht naar de dorpskerk, die wist het wel. “Kijk, Gert, daar heb je palingen” en, met een ruk aan zijn stuur, sjeesde de kleine man meteen de oever af. Weg paling. En ons Gertie kon meteen weer terug naar huis voor lekkere droge kleren. Weg driepunten preek. Maar ’t kon Gertie vast niks schelen.

dav

Zo zie je maar, er was aanleiding voor verleiding. En toegeven aan verleiding wat vervolgens een mens een nat pak oplevert. Drie punten.

Sjakie moest er nog om lachen. Ja, dat waren nog eens tijden.

De Horst was inmiddels omgedoopt. Al zal het ook in vroeger tijden dezelfde naam hebben gehouden. De Klompenburg. Afgezien van wat schuren en erfaankleding, het huis was nog niet veel veranderd. Na een ferme tippel, de wind nu wat meer van opzij, kwam hij ineens langs het huis waar hij zijn gezin had gesticht.

dav

Tinnus en Rus waren er wel, maar hebben zich niet gemanifesteerd. Een opsteker van jewelste eigenlijk, maar best uitgetierd zakte Sjaak op de bank.

Ja bedacht hij, dat was een beste sabbatsreize. Dik 10 kilometer. Zijn pa zou er trots op zijn geweest. Sjaak grijnsde.

Dankbaar ontdeed hij zich van zijn dampende kleding. De onderdanen hadden gedaan waar ze voor waar geschapen. En nu dampte de koffie. En dat rook vele malen lekkerder.

Page 1 of 81

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén