Pieter Hoeksma

De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Zorg

kwaliteitsdoeleinden? Nunspeet, 27 augustus 2021

Vandaag ben ik tegen de muren van de zorg gelopen. Mocht je nog bij je positieven zijn, (ik kreeg er pijn van in mijn hoofd) nou dan gaat zoiets voor mij bijna linea recta naar de Ggz instellingen. Welkom in de -digitale- zorgverlening.

Eerst had ik telefonisch contact met een aan de huisarts gelieerde hulpverleenster. Aan haar mocht ik wat testuitslagen doormailen. Het opgegeven e-mailadres maakte melding van een onbekend email-adres. Mijn mailtje kwam maar niet op de plaats van bestemming. Toch was het wel het goede adres, toch was alles goed gespeld, maar ja: mail delivery..

Teneinde raad, er zijn 4 wachtenden voor u, en een stiefkwartiertje verder werd ik keurig door de telefoniste te woord gestaan.”Oh, probeert u dan…mail.nl. “. Dat werkte, zij wachtte totdat mijn verhaal was doorgekomen. “Ja hoor, ik zie het, die is binnen!”

Verbazing heb ik onderdrukt, want hier vroeg ik mij al af of deze post niet valt onder medisch beroepsgeheim, AVG, etc. De telefonistes kunnen blijkbaar (?) zo alles (?)in mijn dossier lezen. Nu heb ik niet veel te verbergen, behalve mijn prostaat probleem, erectie probleem, ongekende woede aanvallen, jubelende teen, hoge bloeddruk, depressieve gevoelens etc. maar dat terzijde. 

“Op uw site staat helemaal nergens een e-mailadres”, zo was mijn betoog. “Als ik iets digitaal moet regelen lijkt mij dit toch wel van belang”.

Het werd van harte beaamd, zij zou dit meteen aankaarten. “Een hele goede tip van u, meneer”. Mijn verbazing zit thans onder de bureaulade.

Peinzend.

Peinzend duik ik onder mijn bureau. Even moed verzamelen. Als ik een woede uitbarsting krijg, stoot ik mijn hoofd aan het bureaublad en maak dan minder spatjes. 

Mijn zorgverzekeraar heeft brede contracten. Dus wat strips halen bij mijn apotheek is zomaar niet even geregeld. Die komt blijkbaar voor dit onderdeeltje niet in de contractbestanden voor. Ik was door mijn begeleidster van en voor deze bijzondere toestand al gewaarschuwd. En een gewaarschuwd mens telt voor twee. Ik bel met mijn “ZORGverzekeraar”.

Nadat ik ben ingelogd vond ik zowaar een telefoonnummer. Ge begrijpt het al:tuut tuut, er zijn vijf wachtenden voor u. De riedel van hiervoor is ook nu weer van toepassing. Klapper in dit gebeuren is dat ook dit gesprek wordt opgenomen voor “kwaliteitsdoeleinden”. Huh, wordt dus blijkbaar bij ieder telefoon gesprek opgenomen. Ik vraag mij in gemoede af: “Zou er ooit iets mee gedaan worden?”

Enfin, na tig minuten kon ik mijn vraag kwijt. 

Het antwoord is dat ik wordt verwezen naar een gecontracteerde medicamentenleverancierapotheek. En ja hoor, via hun website contact opgenomen. Ik wil niet flauw zijn, maar er waren drie wachtenden voor mij…en het telefoongesprek wordt voor “kwaliteitsdoeleinden“  opgenomen. Lang verhaal komt neer op: eerst uw burgerservicenummer, naam, geboortedatum, adres en naam van je huisarts etc.

“Inderdaad, meneer, u moet een briefje hebben van de huisarts. Wie is dat? En welke apotheek hebt u?”

“Waar kan ik de verwijzing dan naar toe sturen? “ Het is zo simpel. Via “de e-mail, meneer”. 

Ja ja, laat dat adres weer Niet op de site staan! “Oh, meneer, wat goed van u! “ Nou mevrouw, wat slecht van jullie”.

Ik wil geloof ik maar niks meer. Drie kwartier verder, echt geen minuut van overdreven. En dan zul je eens wat minder goed met de moderne digitale werkelijkheid in de wereld van zorg en communicatie kunnen omgaan! Ik wacht mijn briefje maar af. Dan zien we verder. 

Van de zorg word ik op die manier knettergek. Ik meld me bij…

Oh ja, ik schrijf dit maar ten behoeve van de verhoging van kwaliteitsdoeleinden. Je weet maar nooit.

Op naar GGZ…er zijn nog….wachtenden voor u! Tuut tuut tuut….

Schaduw

Merkwaardig. Zeker, Schaduw, het is merkwaardig. Herinneringen kunnen ineens sterk gaan leven. Door ineens iets “te zien”. Ja, zelfs is het zo merkwaardig dat je beelden uit het verleden kunt oproepen. En dan doe ik mij echt niet als een zweverige waarzegger, paragnost of weet ik wat voor “geestenbedrijversfenomeen” voor. Maar gewoon, het blijft wel iets merkwaardigs. En sommigen krijgen alleen bij dat laatste woord (het is dus het ultieme bewijs van het voorgaande) een ietwat gefronst koppie. Mompelend in jezelf “merkwaardig”, de “r” laten rollen op de tong en dan de herinnering aan een klein bijzonder fenomenaal mannetje van de Franse recherche is uw deel.

Bij het wandelen door mijn geboortestreek kreeg ik dat “merkwaardig” even niet meer uit mijn “geest”. Kijk. Dan zou je schrikken. Alleen: ik zag een schaduw. En “schaduw” en “merkwaardig” blijken merkwaardig veel overeenkomsten te hebben.

dav

Iets verderop, tijdens die gedenkwaardige wandeltocht, voor mij althans, werd ik nog iets gewaar. Klein maar dapper. Ruig en woest. Verdikkie, twee van die kleine hengstjes

dav

die mijn geheugen als het ware van het verre verleden als klein jochie van 10 ineens in de rauwe werkelijkheid van het nu plaatsten. Daar, in exact dat stukje weide, heb ik op “exact” diezelfde pony’s voor het eerst “paard” gereden. Merkwaardig, wat een gelijkenis. En dat na 60 jaar…Het woord spoelde door mijn geest. En verroest als het niet waar is, hetzelfde prikkeldraad dat is er nog. Net zo verroest…

dav

Raar, dat je na zoveel tijd bijna fysiek de pijn nog kunt voelen toen de beestjes meenden mij van hun rug te moeten kieperen in? Juist ja, dat verhipte prikkeldraad. Merkwaardig om te zeggen, bijna voel ik inderdaad die fysieke pijn. De herinnering blijft kennelijk actueel. Een rechercheur `a la de Schaduw zou mij met zo’n fenomenaal geheugen als een merkwaardige getuige wel kunnen gebruiken.

Ik zie de poot afdruk. Ik ruik de beesten. Echt. Ik zie het bloed over mijn handen druppelen (bijna dan) en sta verstild te kijken naar mijn schaduw.

Merk aardig.

De (f)luisteraar, de Belgen en de lerares

In de serie bijzondere ontmoetingen kom je wat tegen.

Ontmoeten betekent zo  wie zo iemand tegenkomen of tegemoet komen. 

In deze serie heb ik al eens gesproken over de fluisterende luisteraar. Enfin, ik kom hem regelmatig tegen. Samen zijn we vanaf dat moment altijd wel onderweg. 

Ook trek ik er met enige regelmaat in mijn uppie op uit. In het drukke toeristische wereldje van Nunspeet ontmoet je wel eens van die bijzondere soort, homo sapiens.

De Belgen.

Bijzonder zijn onze Belgische buren. Als vreemdelingen gaan ze met hun elektrisch aangedreven tweewielers door de wonderschone Veluwse dreven. Zij werden aangedreven door elektra en ik door of nieuwsgierigheid of gewoon beetje medemenselijkheid, misschien ben ik wel vriendelijk, hoe dan ook, ik zag ze staan. Delibererend naar links, naar rechts, amay manneke, mijn vorenstaande eigenschappen dreven mij op weg naar deze verwarrende types. “Kan ik helpen?”

“Oh, gaarne meneertje, wij willen naar Vierhouten op de punten” . Het hijgwerk ontging mij niet. “Gaat u toch even zitten, dan zal ik u vertellen…” Mevrouw zeeg neer op de plaatselijke anwb paddestoel.  Ze zijn er natuurlijk niet om op te zitten, maar om op te letten. “Mevrouw, kijk u wilt naar Vierhouten?” Beiden knikten instemmend. “Ha meneer,  gisteren stonden we op de Cauberg en nu willen we naar Vierhouten. Maar hoe?”  Meewarig schudde ik mijn grijze hoofd. “ Ach mevrouwke,” kennelijk moet ik altijd verkleinwoorden voor onze buren uit België gebruiken, “ach mevrouwke, u zit op de route….”   de gein ontging haar. “Kijk dan toch, u zit erop…oh, betekent dat een route? “Nee, maar wij rijden op de bordekes met nummertjes, meneer”. Maar staat daar ook Vierhouten op? “ Enfin. De slimmeriken heb ik een stukske voorgereden en voorts verwezen. Verweesd en verbaasd over zoveel eigen wijsheid bleef ik achter. Wij rijden op de “bordekes met nummertjes”. Het zal wel. Volgens mij ook nog steeds gewoon op een fiets, maar goed…

De lerares.

De zomerse drukte op de Veluwe betekent stapvoets rijden met je gewone fiets.

Gelukkig biedt dit kansen. In het deeltje bijzondere ontmoetingen kan ik verhalen dat ook wij bizarre staaltjes van het menselijk geslacht tegenkomen. 

Zelf kreunde ik van inwendige gedachten. Ze moesten maar verzet worden. Trappen op pedalen kan mij helpen. Aangekomen bij het plaatselijk pompstation viel mijn oog  (ik heb ze allebei nog hoor) op een bijzonder over haar stuur gebogen vrouwelijke fietskampeerster. 

Mijn aangeboren hulpvaardigheid wilde meteen wel aangeven hoe zij moest fietsen. Oh, haar reactie was buitengewoon. Je hebt van die sarrende mopperkonten die alles zelf willen doen en alles zelf heel goed weten, maar deze jongedame vond het helemaal geweldig. In coronatijd eindelijk eens een contact. “Leuk meneer dat u mij even helpen wil, ik moet nl naar Dongen en moet daarvoor eerst bij Elburg de brug over. Weet u een beetje leuke route?”

Ik sta redelijk stevig op de twee fundamenten die onze lieve Heer mij  gegeven heeft, maar mijn baard wipte over mijn oren,  mijn adamsappel verslikte zich van stomme verbazing  en ik zal gekeken hebben of dat ik iemand spiernaakt in de kerk zal hebben zien streakeren.

Haar open blik keek mij met grote verbazing aan. “Enfin, zei ik, Dongen? Mijn beste jonkvrouw en me too in 8 nemend, dat meen je niet, dat klopt van geen kanten “ …maar haar standvastigheid gelardeerd  met superjeugdige overtuiging, Dongen was de place to be. Dit ouwe kereltje kon kletsen wat ie wilde, Dongen, voorbij de Elburgse brug.

“Zal ik je eerst maar eens op weg helpen naar de brug van Elburg? Ik moet toch die kant op en dat laatste stukje kan ik je wel aanwijzen, dan kunnen we nog even googelen naar Dongen, want ik geloof er niks van”.

Nou dat samen op fietsen was een geweldige opsteker. Afkomstig van de Hoge Veluwe, kamperend zonder vooraf kennelijk  te hoeven reserveren, wilde ze wel een rondje Nederland.  Corona. Alleen en al tijden eigenlijk niemand echt gesproken. De reis naar de Ardennen had ze maar afgezegd door de coronabeperkingen.

Zo kabbelden wij voort over de Molenweg naar de Oude Zeeweg. “Was hier zee dan?“ Alleen zo’n vraag doet mij gloeien van praatlust. En zij vond het fantastisch. Zelfs bij hoog en bij laag blijvend beweren dat zij ook met de fiets, voorzien van overvolle tassen –wel van goede kwaliteit trouwens, best door de Ardennen had kunnen fietsen. Nou, ’t mag duidelijk zijn dat mijn ervaringen op dat gebied net even anders zijn. Hoe dan ook, na de uitleg over de verdwenen Zuiderzee naderden we ons bankje. “Nou, op zoek naar jouw Dongen!” De verrassing was haar bijna te machtig. Toen ik vervolgens op mijn kleine wondertje van techniek haarfijn kon uitleggen hoe  haar groene mini- camping P90, want dat had ik goed ingeschat, over de brug viel te bereiken (tweede weg over de brug rechts)  keek ze me dankbaar aan. Rode wangen vertelden dat ze innerlijk nog iets moest overwinnen.

“Ik moet wat bekennen,”  zei ze. Verwachtingsvol keek ik haar aan. “ Je hebt het met Dongen en Noord-Brabant helemaal bij het rechte eind. Ik schaam me.”  Ik vraag haar waar dat nu voor nodig zou zijn. “Ach, ik moet bekennen dat ik onderwijzeres aardrijkskunde ben.”

In de verte krijsten wat meeuwen, mijn bulderend gelach verstoorde hun zondagsrust. 

Snel hebben we ons kruispunt der wegen bereikt. “Ga maar rechtdoor, einde weg links, voorzichtig met oversteken na de brug 2e weg rechts en nog veel kampeerplezier.”

Een groet en een dikke handdruk. Zo scheiden de wegen.

Ontmoeting

Als je ouder wordt, je niet verstopt, dan heb je kans dat je nog wel eens iemand tegen het lijf loopt. Zo af en toe maak ik dan wel een verhaal voor de luisteraar en de fluisteraar. Doe “kont” van die ontmoeting.

Terwijl ik dat zo allemaal stond te overpeinzen werd ik opnieuw geraakt.

De overpeinzing van het geheel ging als volgt.

Allemaal, staart aan staart. Niks regeltjes voor dooie Hollandse Nieuwe. Ze liggen werkelijk staart aan staart bij de viskraam. Peinzend nam ik het geheel in mij op.Verse vis, maar oh, zo dood als een pier…Maar ook:  De uitgestalde waterlanders voor mijn mond en in mijn mond deden smaakvol werk. Ah, wat zou je…

“Ha, ben jij Pie..”

Ruw werd ik gewekt uit mijn smakelijke overpeinzing.

Vertwijfeld drukte ik mijn pet op mijn hoofd. Was dat tegen mij? Hoorde ik dat goed? Want ja, ik word echt wel een dagje ouder. Die oortjes die doen het niet meer zo best…

Stond ik daar nu jandorie een beetje voor paal voor die visboer?

Nog schielijk een blik werpend op de verrukkelijke dooie karpers van de Noordzee, hief ik vertwijfeld mijn hoofd naar links. Daar zit immers het grootste gehoor probleem.

Nee, niemand die ook maar een kik gaf. Allen druk in de weer met de ander op 1,5 meter, maar niet met mij. Met een ongeremde ruk naar rechts keek ik in de staalblauwe ogen van een wondere schoonheid. Zij herhaalde de vraag met verrukkelijke open ogen en open blik “Ben jij P..?” 

Pfft, je wilt niet weten hoe snel dan de gedachten en woorden door dit ouwe grijze kalende bolletje schieten. Hoe snel gaan gedachten? Even snel opgezocht bij vriend Google. Nou, de snelheid van het licht kan ik soms blijkbaar halen maar de andere vormen die door grote denkers aan het net zijn toevertrouwd mag de lezer zelf maar eens onder de loep nemen.

Hoe dan ook, een heel scherpe geest die onmiddellijk na het horen van de voornaam, rijmend op Hetty maar dan anders (voor de privacy houd ik het hier maar even op) de achternaam van een Pool”wezen” kon produceren, deed zelfs mijzelf verbazen. Immers meer dan 40 jaar geleden woonde dat kleine meisje naast mij. Maar nu een volwassen vrouw. En hoewel ik de berekening van de snelheid van het menselijk brein niet kan volgen was wel duidelijk dat dit heerschap fantastisch snel de “link” had gelegd.

Kijk, het verdere van de “herinnering” deel ik niet. Die sla ik op in mijn wankele geheugen. Maar voor je het weet klap je meer dan 42 jaar terug en is herkenning daar. Ik ben verbaasd. Over haar, wat een kanjer van een geheugen. Over mijzelf, wat een …oh ja, bakje kibbeling gekocht. Giga lekker. 

En ja, ik denk, dus ik besta.

 Nunspeet, april 2021.

Pagina 1 van 84

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén