Bijna kieperde het mooie hoedje van Harms van zijn smaller wordend bolletje. Als je haar maar goed zit. Harms vond het geen gepaste slogan. Hij kreeg er een beetje heimwee van. Tijdens een van zijn korte fietsvakanties kwam hij een mooie tekst tegen.
“ Beter ’t haor ien de warre as de kop”.
“ Beter ’t haor ien de warre as de kop”.
Een Veluwenaar zou denken, “ik kan der met de kop niet meer bie.”
Wat heeft Harms? Is hij de weg kwijt? Die gedachten? Hij, Harms heeft helemaal geen haar meer op de kop, hooguit er wat onderaan bungelen. Vertwijfeld wilde Harms nu naar zijn haardos grijpen. Ach, had hij, die Wapse en Schele Japie zomaar ineens in de steek gelaten. Niks snapten ze van dat gebabbel over Ben. ‘t Zou de warmte geweest kunnen zijn, maar Harms nam een kloek besluit. Terug.
Niet veel later zagen Schele Japie en Wapse dat Harms letterlijk op zijn schreden was teruggekeerd.
“ Mannen” zo begon hij, “effe een bakke gewoon aqua maar geen destillata en vooruit, nemen jullie nu op mijn kosten, Japie, op MIJN kosten maar eens een flinke trappist. Gewoon omdat het lekker is en ik zelf ben jullie het verhaal over mijn vriend Ben verschuldigd.”
Japie was in de wolken. Kijk, als Harms gaat dokken, nou dan zal Schele Japie niet bokken.
De schuimkraag en de dieprode trappist stond zo mooi op de tafel. Alleen het zicht op de prachtige bokalen deed zelfs Harms watertanden. Maar hij besefte, dat wordt mijn dood.
“Mannen, in vroeger tijden ging ik aan de stiefel. Met broeder Ben. De ellendige tijd van ziekenhuisopname, enfin, daarover hoef ik niks te vertellen, maar daarvoor liep ik met grote regelmaat met Ben Berendsen. Wonderlijk mens. Zoals ieder mens een Godswonder is, daarvan ben ik overtuigd. Of jullie ook zo denken weet ik niet, maar Ben en ik zijn, zeg maar, toch wel een soort broeders.
Ben ging, maar beter kan ik zeggen moest, op familiebezoek. Juist met deze warme dagen voor de boeg was dat een echte uitdaging. En Ben zag het eigenlijk niet zo heel best zitten. Ga je naar de één dan kun je en mag je de ander natuurlijk niet overslaan en ja ook binnen de familiekring kunnen er lichte of minder lichte hebbelijkheden en onhebbelijkheden zijn.
In het leven heb je familie, noch broers en of zusters voor het kiezen. Dat is ons lot als stervelingen. Dat heb ik in de bijna driekwart eeuw van mijn leven al wel doorgekregen. Ooit zei ik, dat ik nooit gevraagd heb om op deze aardkloot rond te banjeren. Nu ik er toch en nog ben, moet ik, en zo vergaat het jullie ook, het maar doen met hen die jij nooit hebt uitgekozen maar wat ook heel fijn, mooi en wonderbaarlijk is, je kunt wellicht veel voor een ander betekenen door de kracht van Zijn liefde tot recht te laten komen binnen familiaire banden.
Je zou daar deel van kunnen uitmaken. Zelfs als ze door elkaar gaan kakelen. maar het is misschien ook mogelijk om van onderwerp te veranderen, en het werken aan “ liefde” bevorderen ten opzichte van hen die op je pad komen. Kijk, dat heb ik Ben ook gezegd.
Enfin, ’t is nu warm en van mijn broer kreeg ik op de camping drie weekjes geleden een mooi boek. Mijn onwankelbaar gemoed van geloof, hoop en liefde is daarmee bijna de grond ingeboord.
Hoewel ik kerkelijk leven en helaas ook kerkelijkhuisvuil best wel heb meegekregen, en meegemaakt in pak hem beet 4 jaar in de raad van een kerk te hebben gezeten, (achteraf geen pretje noch pretpark) kan ik niet anders concluderen dan dat daar ook veelvuldig door elkaar werd gekakeld, zelfs met stemverheffing en weinig verheffend. Sterker. Men sprak op vele manieren langs elkaar heen terwijl er wel een Tom Tom voorhanden was en er bijbels gezien helaas toch ook een stevige Babylonische spraakverwarring viel te constateren. Kortom: onze lieve Heer had en heeft vreemde kostgangers. Sommigen had ik geloof ik liever niet ontmoet, het beroerde is en was dat dit ook zgn “ broeders” waren (in mijn tijd geen zusters waar ik wel jaren om had gevraagd (gestreden?) en pas na mijn cq onze verhuizing mogelijk werd), maar of het in de huiskamer van de kerk daarna gezelliger en liefdevoller werd? Ik kan slechts gissen. Hoe dan ook, sla elkaar toch maar niet met bijbelteksten om de oren. Trek elkaar ook niet aan de oren. Was alleen in liefde elkaars voeten. Dat heb ik dus “mijn Ben “ fijntjes uitgelegd.
Nou heb je familie en familie en heb hem gezegd dat hij het echt met familie moet doen. Die heb je niet voor het kiezen en wat is er eigenlijk mooier dan alles waartoe je hier op aarde bent, binnen de familiekring te delen. Bovendien is een familiair bezoek bij alleen maar begrafenissen ook niet aanbevelenswaardig. Deze wijsneus, zo zei ik, meent dat het dus eigenlijk een voorrecht is om broers en zussen of zo te kunnen en te mogen bezoeken. Vooruit, Ben kon zich er wel redelijk in vinden.
Maar ja, eerlijk is eerlijk, familie heb je nooit uitgekozen, hooguit de broeders en zusters binnen een bepaalde gemeenschap. Of, zoals Ben fijntjes opmerkte, je hebt biologische broers en zussen als ook theologische broers en zussen.”
Proost mannen, laat die Trappist van het fijne klooster Westmalle nu niet langer verschralen!”
Nunspeet, 26 juni 2026


