Pieter Hoeksma

De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Warm

IJskoude windvlagen. Harms rukt zijn pet met flaporen nog maar eens wat vaster om zijn brein. Als het brein koud wordt, dan is het met Harms gedaan. Zoveel denkvermogen kon nog net. De kiertjes van de ruwe sneeuwstorm schoten als een duivelstrapwerk langs zijn gezicht. En met steeds groter worden verlangend naar de warme gelagkamer van Schele Japie stampte Harms de trappers nog maar eens rond. Eindelijk was hij bij de Goddeloze Singel. Een sprintje in deze sneeuwstorm had het karakter van een sprint in de Elfstedentocht. Harms kon er zich wel wat bij voorstellen, de euforie van “binnen” te zijn nam ook hem volkomen in bezit. Niet veel later stapte hij van het stalen ros en plotseling werd zowat de deur van het kleine gelagkamer cafétje De Gulle Gaper opengerukt door de gure koude oostenwind.


“Môge mannen!” De woorden van Harms bestierven als bloemen op bevroren vensterglas in de gelagkamer. Alleen Schele Japie, de trouwe kastelein en het kleine schrandere boertje uit de Friese wouden waren binnen.


”Nee maar, dat is Harms!” Beide mannen waren verbouwereerd maar ook vereerd door het hoge bezoek van hun oude vriend Harms van de Veluwse woeste gronden. “Man man, wat zie jij eruit. Je baard is zo grijs of beter wit van de weersomstandigheden. Alsof jij Methusalem hebt ingehaald. Kom, ga er bij zitten. Bakkie bruinebonensap?”

Nou dat liet Harms zich niet ontzeggen. “Het lijkt wel of je het koud hebt Harms.“


Even schudde Harms, ontdaan door de warme ontvangst, de kille sneeuwvlokken van zijn jas en broekspijpen. “Kijk aan, mannen, t is beestenweer. Maar die koffie Japie? Ja, die lust ik zeker.”


“ Maar heb jij het dan niet koud Harms?” Pontificaal stroopte Harms zijn broekspijpen wat op. “Kiek mijn jong, je denkt toch niet dat ik blotelings mijn stiefelaartjes door deze ijzige wind en storm laat rollen? Kijk mensen, deze onderdanen, die zich best onderdanig gedragen, zijn voorzien van een paar beste warmertjes. Over warmertjes gesproken, Japie, ik lust er nog wel eentje.”


Beide mannen verbaasden zich over die vrolijke Harms. Helemaal niet verkleumd, niet verkild, die Harms, wat, die Harms had gewoon babbel. En hij gooide ook nog eens zijn doorsneeuwde stiefelbakjes onder de tafel. Niet veel later kroop Harms, terwijl de sneeuw van zijn baard droop, bij het kleine kacheltje.


De mannen keken elkaar eens aan. Wat zullen we nou hebben? “ Harms, man wat heb jij nu toch aan die onderdanen van je gedaan?”
Trost showde Harms de nederige onderdanen. Veelkleurige wollen sokken sierden heel zijn lijf en leden. En weet je mannen? Ik heb er nog een paar extra bij mij voor als deze toch nat zouden worden. Kijk. Harms rukte een paar prachtig gekleurde sokken uit zijn rugtas. De mannen wisten niet hoe ze kijken moesten. “Ga jij zo frivool door het leven Harms? Man dat kun je toch niet maken? “ “Ik wel mannen. Deze wonderlijk mooie exemplaren zijn “handmade by my wife”. En weet je ze zijn fantastisch lekker warm. Van zelf gesponnen schapenvachtjes uit de Veluwe. En wolven zijn er ook gek op. Daarom show ik ze alleen onder de broekspijpen. Mij ega heeft ze in soorten en maten en maten weet je? Je kunt ze op bestelling kopen. Ik drapeer ze wel.”

Spinnend van genoegen dronken de mannen hun heerlijke bruinenbonenspapjes.


Koude voeten had Harms niet meer. Tevreden groette hij de beide mannen in het kleine café aan de Goddeloze Singel. Ha, dacht Harms, bijna goddelijke sokken. Lekker warm.

Nunspeet, 4 februari 2026

Ou(w)erdom

Kijk eens aan die Harms. Weer op de fiets. Wapse en kastelein Schele Japie stonden samen in de opening van de gelagkamer van de Gulle Gaper als een waar ontvangst comité hun vriend van de woeste Veluwse gronden binnen te geleiden.
“Ach mien jong, wat aardig. Eerst maar een bakkie troost Harms? “ Nou dat liet Harms zich niet ontglippen. Altijd weer fijn om terug te zijn in het heitelán.
“Nou het ging als ik je gezicht zo zie niet al te best hè, Harms?”
“Nee, mannen, ik heb gevochten!”
De ogen van beide mannen rolden zowaar bijna uit hun kassen. Harms jij gevochten? Hoe dat zo?


Even pinkte Harms een traantje weg. Ach ja, t was gewoon de wind die in zijn ogen was gegaan. Maar de beide vrienden wisten dat natuurlijk niet.

“Welnu mijn beste, ik heb inderdaad gevochten. Tegen de ambtelijke windmolens. En weet je, het lijkt wel of die ook al echte windparken hebben aangelegd. Ik zal het jullie vertellen. “ De heerlijk geurende koffie van Schele Japie maakte dat er wat rustiger werd gereageerd. Met die Harms, ach, daar kon je soms wel om lachen. “Nou Harms, vertel, hoe heb je dat nu zo? “ Nou mannen, kijk ik ben niet meer de jongste. Maar wat ik nu meemaakte? Ik moet nu op mijn ouwe dag opnieuw mijn rijbewijs verlengen. Grote goeie glibberende ambtenaren nog aan toe. Mannen, wat een worsteling. En dat op je ouwe dag. Eerst moet je, zonder rijbewijs, let op zonder rijbewijs, je over de wondere wereld van de digitale snelweg worstelen naar een website met DigigiD. Dan kun je uiteindelijk een gezondheidsverklaring invullen. Na enkele weken krijg je bericht. Meneer, of u maar even, let op even!!!., een afspraak wil maken met een keuringsarts. Nou joh ik moest er zelfs voor twee. Maar goed. Dan koekeloeren waar en bij wie. Ach heden, dat denk je effe via de digitale snelweg, en met of zonder automaat, dat maakt niet uit, de afspraak te ritselen. Forget it.” “ Hé Harms, hou het wel op normaal Fries of Nederlands man, anders volgen we je niet” .” Nou voor uit mannen, je krijgt een bandje. Ik had ergens wat opgesnord. Blijf vooral aan de lijn, al onze medewerkers zijn in gesprek, er zijn meer dan 5 wachtenden voor u blijf vooral aan de lijn een ogenblik geduld als tu blieft. Wij proberen u zo spoedig mogelijk te woord te staan. Blijft u vooral aan de lijn. Nou is dat al zoiets’ aan de lijn blijven, net als een hondje dat uitgelaten wordt, in de Veluwe geldt nu eenmaal een aanlijn verbod, dat zal het zijn. Tegen loslopende wolven maar vooruit. Enfin, inmiddels is het “zo spoedig mogelijk te woord te staan, uitgedijd tot bijna vijf kwartier….,
Nou mannen, en nu maar wachten of ik ooit uitgelaten wordt. Er zijn nu nog 5 wachtenden voor u, een ogenblik geduld als u blieft. Ik heb een paar keer gezegd “een ogenblik mevrouw, ik begrijp dat het gesprek voor trainingsdoeleinden wordt opgenomen, nou mevrouw ik vind dat dit erg onklantvriendelijk is.! Wat jou Japie? Als ik jouw om een kopje bruinenbonensap sap vraag , staat het echt wel binnen een paar minuutjes op de tafel. Kortom mannen, ik kan hele verhalen vertellen maar al de medewerkers zijn in gesprek. Wat wordt er gesprekt….
Weet je mannen, mocht het gelukt zijn dan zal ik mij wel weer melden. Of dat nou een week duurt of twee dat weet ik niet. Maar gelukkig is mijn bewijs om te rijden nog even geldig. Ben inmiddels zeer ervaren in het omgaan met ambtelijke digitaal verkeer. Echt waar het is nog veel beroerder dan toen ik zelf ooit in de beginjaren 70 van de vorige eeuw een rijbewijsaanvraag moest behandelen. Ik weet het zeker, ze waren bij mij snel geholpen. Weet je Japie, gooi er maar wat lekkers in het glas, neem er zelf ook een en vooruit omdat ik het wachten zo snel zat ben zou ik mij willen bezatten, maar uiteraard doen ik dat niet omdat ik straks nog moet rijden, geef je Wapse er ook maar een. En dus voor mijn rekening.

Nog steeds lummelend zat ik aan het telefoongebeuren verbonden. Het verhaal is al tien keer gecorrigeerd, en de medewerkers? Ik moet ze nog steeds spreken.
Wat een wonderlijke wrede digitale wereld.
Elk gesprek wordt opgenomen voor trainingsdoeleinden. Om je te bescheuren van het lachen. Heb je geen rijbewijs voor nodig en ik weet zeker, als jullie er goed over nadenken, dan vlieg je de bocht uit.
Echt mannen, ik geloof er geen barst van. Gelu…. sorry maar er zijn nog steeds 4 wachtenden voor u. En ik voorzie dat ik nu, na inmiddels bijna 5 kwartier, dat het om 17.00 uur wel zo zal zijn dat “ons kantoor is gesloten, probeert u het in de kantoor uren morgen maar weer….’ Zoiets.
Weet je hoe ik het noem? Traineringsdoeleinden voor het beoefenen van rijvaardigheid, neen, voor geduld. Het is een trainerinsginstituut voor ouwtjes. Beter: ouwtjes pesterij.
Allemesjokkeraars nog aan toe. Ik word oud…

Grrr. Dit verhaal begon ik om 15.45 uur en is af om 17.00 uur en nog steeds zijn er 2 wachtende voor mij……

Nunspeet, 13 januari 2026

Gieren.


Vandaag zit Harms er sombertjes bij. Wapse had het direct door en ook Schele Japie keek alsof hij sneeuw zag kleuren van schaamte.
“Weet jij Wapse, wat die Harms aan “zijn fiets’ heeft bengelen?” Fluisterend had Wapse zich gericht tot de kastelein in de Gulle Gaper. “Weet je Wapse, ik geef hem van het huis maar een spraakwatertje. Let maar op joh, Harms heeft het blijkbaar zwaar.”


‘Zo Harms, wat goed dat je de Friese gronden opzoekt. De sneeuw op de Veluwe deed je zeker de das om?” Even blikte Harms wat wilderig van zich afkijkend, naar de oude maar beste kastelein. En ja hoor, ontdooien was ook voor Harms vaak een tweede gewoonte. Immers, blijven wroeten in eigen zwarigheden levert over het algemeen weinig dankbaarheid op. Dat had Harms wel geleerd in zijn leven. Sterker, Harms oefent zich dagelijks in het doorgronden van het begrip “dankbaarheid”. Die ouwe Paulus had het ooit eens verteld.
‘Ja Japie, soms is het leven niet eenvoudig. Maar ben echt wel blij met je koffiebak man.’ Dank. Zo, dacht Harms, die is er tenminste weer ‘uit”.

‘Japie, jonge jonge daar heb je Wapse. Kom er nu maar gewoon bij man. Wapse schuivelt, zelfs voor zijn doen, besmuikt aan de stamtafel en bij de geurende kop koffie die Japie op wonderlijke wijze als volleerd alchemist weer tevoorschijn tovert. ” Jij dacht, die Harms zit niet best in zijn velletje?! Nou jongen, daar heb je volkomen gelijk in. Ik voel mij nl. zwaar “bij de poot” genomen.”


Beide mannen keken heel verwondert op naar Harms. “Jij bij de poot genomen? Jij Harms, jij bent toch een schander heerschap?” De woorden rolden over Wapses gehemelte.
Er viel een indrukwekkende stilte. Vier paar ogen, zelfs die twee van Schele Japie, ze waren helemaal op Harms gericht.

“Ach vrienden”, Harms nam nog maar een een slok van de voortreffelijke bruinenbonensap, ‘ach vrienden, die reclame. Je weet wel. Altijd met gruwelijke schreeuwers. En als ik de kans krijg gooi ik die jammerdoos die tv heet, meteen uit in het geluid. Gek word ik van die schreeuwerige aankondigingen van zogenaamde fantastische films, programma’s en ook producten. Ik moest er eerlijk gezegd direct van naar de plé, maar goed, daar was wel aanleiding voor. Staat die tv-doos aan. Eerst al dat geschooi om je geld bij leven al in je testament aan te bieden aan die slimme graaiers. Daar kan ik je ook wel het nodige over vertellen. Maar dat laat ik dan nu maar even achter mij. Maar het woord “transitie” doet bij mij alle klimaatalarmen afgaan. Dat woord werd mij werkelijk een geestelijk alarm. Klimaatwappies, en soms echt wel terecht hoor, maar vrienden dat is een aparte discussie, maar toen kwam ie ineens voor mijn netvlies en de buisjes van Eustachius. ‘K Zou me helemaal…” . Harms wachtte. Voerde de spanning op, nam een slok, en dacht: oh dankbaar wat een lekker bakkie.


“Nou Harms wat dan?” Opnieuw werden de blikken als het ware naar Harms gezogen. “Nou, Harms kom op….”
“Ja mannen, een of ander vreetproduct of misschien zelfs wel een vorm van medicatieachtig verschijnsel moest worden aangeprezen in de reclame met het woord?” “Darmtransitie”. Man man, ik zou mij bescheuren. Kreeg spontaan buikpijn. Gewoon recht voor zijn raap: Poepen , dat woord moesten ze natuurlijk echt met klemtoon zeg ik dat, natuurlijk gebruiken. Dus reclame? Ik noem het gewoon “schijtzooi”.


Drie mannen gierden spontaan in de lach.


“Pas op Harms, ik loop leeg….”
“neem maar gewoon potje Norit joh!”

Nunspeet, 8 januari 2026

Niveau


“’t Zal toch niet? Is dat Harms? Lokkich nijjier” mompelend in zichzelf schoot het linker oog van Schele Japie, de oude kastelein van de Gulle Gaper aan de Goddeloze Singel in de Friese Wouden naar rechts om goed te zien. “Warempel, als dat Harms niet is. Wat moet die ouwe stukjesschrijver nu weer in het barre Noorden?” Japie sprak zichzelf al moed toe. Meteen werden de bruine bonen vermalen. Die Harms, die lustte ze wel. En mompelend over zo’n bezoek op zo’n barre dag, voor Japie was het een welkome afwisseling. De sneeuw lag nog dik een centimeter of 20 boven de aardkloot. De dooie takken van de bomen priemden als ware pentekeningen tegen het firmament en dan, waarachtig waar, was daar die vent uit de Veluwse gronden in het heitelán.


“Dag Harms, wat fijn dat jij er bent man. Lokkich nijjier in protte sûnens en segen man. ’t Is hier zo verrekte stil, een bezoekje van jou is meer dan een borrel waard.”

Harms keek op naar zijn oude vriend. Hij schudde de pak sneeuw van zijn hoed, drapeerde de hoorapparaten maar in zijn geluidsholletjes en, nadat hij hoed en jas op de kapstok had gekieperd ontwaakte hij uit zijn bevroren staat.

“Ja Japie, ik vond, ik kan je niet helemaal alleen laten verPieteren. Dat begrijp je.” Even keek Japie hem met beide ogen aan. Die Harms toch, mooi meelevend. “Bakkie Harms?” Nou het was niet tegen dovemans oren gezegd. Harms moest er ook om grinniken. Hij, doof als een spreekwoordelijke kwartel, had die vraag al in zijn oren geknoopt. En een bak bruine bonensap van Japie, nee die sloeg hij nooit af.


“Maar Japie, zag ik het nu goed? Ja, horen doe ik het niet, maar stond jij nu in jezelf te oreren?” “Ach, Harms, een mens moet wat. Inderdaad, ik raak op leeftijd en het viel mij zelfs een tijdje geleden op dat ik soms, ik zeg wel nadrukkelijk soms hoor Harms, dat ik in mijzelf praat.”


Niet veel later stond de dampende bak bruinebonensap op de tafel. Beide mannen hadden zo hun eigen stek in deze gelagkamer en omdat er toch verder niemand was, konden de beide mannen gezellig keuvelen terwijl de dampen door het kleine kroegje een smaakvolle bijeenkomst garandeerden.

“Weet je Japie, je hoeft je daar niet voor te schamen hoor. Mijn moeder sprak bijvoorbeeld altijd met de hond als ze aan het koken was. En wis en zeker, dat beestje begreep het als de beste. Vooral als er wel eens een stukje kip of spek per ongeluk moedwillig op de grond kieperde. Ik zie het dier nog smachtensvol naar haar opkijken. En toen ik er iets van zei kreeg ik te horen dat er een of andere vroegere heilige ook altijd al met beesten sprak. ’t Was, aldus mijn moeder niet erg. En nu? Japie, ik geloof dat het geen teken is van dementie. Al willen ze tegenwoordig overal een etiket op plakken.”
“Weet je Harms, volgens mij moet de eerste mens ook met zijn beesten gesproken hebben, hij gaf ze allemaal namen!”
Verwondert keek Harms op naar de vrijgevochten en in zijn ogen,heidense, Friese kroegboer. Maar wel een fijne. Zo, dacht Harms, die kent de schriften. Het deed hem wonderbaarlijk goed.
“Zeg Japie, weet je, ik had vroeger ooit een waardige collega. Hij mopperde wel vaak dat de gesprekken tijdens het gezamenlijke koffiedrinken, van beduidend laag niveau waren. Hij vond het maar niks en om met zijn woorden te spreken “waardeloos”. Enfin, Japie, ik ben een kind van mijn moeder. En ik stond in mijn werkgedeelte en was in mijzelf aan het oreren. Best heel aangenaam en hoe meer ik mij op mijn gemak voel, hoe meer ik met mijzelf in gesprek ga. Enfin, hij kwam plotseling binnen en hoorde mij met mijzelf aan het delibereren.”
‘Hij vroeg mij of ik aan het dementeren was”.
“Nu Harms, dat is toch niet zo heel erg? Ieder mens spreekt toch zoals hij “gebekt” is?”
Even roerde Harms zijn voortreffelijke bak koffie. En het echt stuk Fries suikerbrood, het was zo overduidelijk aantrekkelijk, dat zelfs Harms, ondanks het verbod van alle doktoren en andere wijze mensen, zich niet aan dat verrukkelijke deel van moeder aarde kon onttrekken.
“Weet je Japie, zo begon Harms, weet je, over gebekt zijn gesproken. Die beste man, die zelf veelvuldig maar één woord in zijn mond had, waardeloos, die stond vervolgens mooi met “de bek vol tanden”. Vergeef mij dat ik het zo uitdruk, maar zo kwam het bij mij over als jij zegt “ieder mens spreek zoals hij of zij “gebekt” is.
“Hoe bedoel je dat nu weer Harms, ik kan je niet helemaal volgen. “
“Welnu Japie, toen hij vroeg of ik dement aan het worden was door met mijzelf te spreken heb ik geantwoord: welnu beste vriend, jij hebt een gebrek. Het gebrek van spreekmakkers op niveau: welnu, hier spreek ik met een mens van niveau. “
“Nou Japie, die stond letterlijk even met de “bek vol tanden”.
Grijnzend namen beide mannen nog maar eens een slok van het heerlijke bruinenbonesap. ” Op it nije jier, Harms.” Zeker Japie. Op it nije jier”.


Genoeglijk werd het samenzijn weer, bijna ouderwets , uh op niveau, dacht Harms.


Nunspeet, 6 januari 2026

Pagina 1 van 95

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén