Pieter Hoeksma

De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Harms en vriend Ben

“Wonderlijk Wapse, daar is warempel Harms.” “ Ach Japie, die man is gepensioneerd, die heeft tijd genoeg.”


De woorden stierven weg. De hitte legde beslag op de beide mannen. In de schaduw van het mooie cafétje aan de Goddeloze Singel was het gewoon stil. Zoals op veel plekken in het Friese Woudengebied.

Schele Japie verwonderde zich. Zelfs Wapse zat niet eens meer op zijn praatstoel. Enfin, een gerstenat zou de kleine Friese pientere boer misschien uit zijn gesomber kunnen laten ontwaken. Maar ook Schele Japie was met de hitte niet meer de snelste. Wapse keek verbaasd naar het geschuifel. Tjonge, die wordt gewoon oud…

Niet veel later stonden er twee glazen met een mooie schuimkraag amechtig te staren naar twee dorstige kelen. Maar de rust werd wreed verstoord. Nou ja, wreed. Harms kwam aan wapperen. “Mannen, ik wens jullie de zegen…” maar verder kwam Harms niet. Gestotter en gestuntel bracht hij voort. “Oef, eerst eerst, eerst effe checken….mien suker, mannen…”
Geschrokken keken Schele Japie en Wapse naar Harms. t Zal toch niet door de warmte komen..


Na een poosje, Harms was bijgetrokken, moest Harms vertellen wat hij weer voor bijzonders onder de pet had. Nou ja, pet, een wonderlijk mooi hoedje sierde de oude baas

Tot vreugde van de marktkoopman die hem de nodige centjes had onttrokken, maar Harms was er wel degelijk blij mee.

“Vertel”, zei Wapse. “Zeg het, zei Japie, wat heb jij op je lever?”


Even keek Harms schichtig om zich heen. Ach heden, moest hij nu alweer vertellen? Die ouwe vrienden, ze zaten gewoon te wachten op wat nieuwtjes.

Ineens realiseerde Harms wat hij ooit zijn vriend Ben Berendsen had verteld. Wonderlijk. Enfin, beide mannen konden gewoon wel wachten op dat verhaal.
“Doe maar een bakje bruinebonensap Japie”, zo begin Harms. “Man met dit weer? Ja joh, alleen gerstenat van water is goed voor mij, misschien een glas Rivella en anders een niet suikerhoudend waterachtig spulletje. Dus nu toch maar een bakkie. Dit is voor mij Japie, gewoon “een bakkie troost”.


Gedrieën trokken de mannen verder de schaduw in. Onbarmhartig was de weerman van RTL geweest, overdrijvend natuurlijk over de extreme hitte, maar Harms kon op zijn spreekwoordelijk klompen, die overigens geen woord uitbrachten, alleen maar verse zweetlucht, narekenen dat het verzinsel Code Rood in heel het land langzaam maar zeker tot zijn afstompende hersenen begon door te dringen. Ja, had zijn vrouw gezegd, boven de 24,5 graden C gaan de hersenen minder functioneren. ’t Zou wat. Harms hersenen, voor zover aanwezig, functioneerden na zijn pensionering slechts onder de 10 graden. Harms moest er zelf wel een beetje om lachen.

“Heb ik jullie wel eens verteld over mijn broeder Ben?” Nu keken Schele Japie en boertje Wapse of ze het hoorden donderen in Keulen. Ver weg in ieder geval. “Nou Harms, ik dacht dat ik veel van je wist in de loop der jaren, maar over ene Ben, nee, t zegt mij niks.” Terwijl Japie die woorden had uitgesproken had Harms geconstateerd dat alle aandacht van Wapse, gevoed door verschrikkelijke nieuwsgierigheid op hem werd gericht. De kleine baas kon zich amper inhouden, “nee Harms, vertel man…”

“Weetje Wapse? Het is veul te heet. Ik zal het je nog wel eens vertellen. Maar let op, broeder Ben? ….”

Vertwijfeld zat Wapse in de schaduw bij Schele Japie op het bankje voor de kroeg. “Krijg nou wat, flikkert die zijn koffie naar binnen, betaald contant zijn versnaperingen en dan sjeest die weg? Japie, was dat nou?”


Nunspeet, 25 juni 2026

Harms en de Engelsman

“Kijk Japie, daar heb je Harms”, en inderdaad daar kwam Harms al aangesneld op zijn ligfiets. “Môgge mannen, tijd voor een bakkie troost denk ik .“ Kijk dat was Harms, eerst denkend aan zijn inwendig genoegens, pas daarna oog voor de vrienden. De negatieve gedachten zette hij meteen aan de kant. Vrienden, daar was hij en al dat negatieve gedenk? Nee, dat is, had hij ooit ergens gelezen, is een keuze. Gewoon knop om, beter voor je omgeving, beter voor jezelf. Blijf je daarin hangen, wel, dan wordt het alleen maar erger.

Het duurde dan ook niet lang of gedrieën zaten de heren aan de bruinebonensap van Schele Japie. De hele gelagkamer was doordrongen van de voortreffelijk geurende brouwsels die Schele Japie altijd weer op wonderlijke wijze kon laten weg pruttelen. “ Maar Harms, jij bent er vroeg bij om ons te bezoeken. En je ziet er warempel een stuk beter uit dan een paar weekjes terug, hoor! “
Harms kon de waardering in zijn pocket steken en hij genoot zichtbaar van de vriendschap. “De wereld is zo slecht nog niet Wapse, weet je. Een paar daagjes weg met de sleurhut, man wat lekker, al was het weer niet om er weer over te schrijven. Maar goed, sta ik daar op een plek met een beestachtig voorkomen van kalveren, blaat ik toch schaapachtig tussen de buien door naar mijn medemensen. Er is er bijna geen één die niet sjokt, kreupelt, hinkt, krom loopt, of wat dan ook. Nou, ik zag dat mijn gemeente zich bezighield met knarrenhofjes of zo, dat hoeft niet, neem een camping voor de ouwe lieden en voilà. En zo kan de gemeente er ook nog met hun toeristenbelasting mooi geld aan verdienen. Mijn gratis advies erbij is om campers groter dan 5 meter iets extra te laten betalen per nacht en de kas van onze club groeit gewoon lekker aan.
Maar, mannen, geloof het of niet, er was er ééntje die in een mini tentje aan het kampementen was. Enfin jullie snappen daar moest Harms wel het zijne van weten”.
Even liet Harms een stilte vallen. En ach natuurlijk was de nieuwsgierige Wapse meteen weer aan het woord. “Kom Harms, vertel. “

“Jongens, effe rustig. Ik moet juist rust inbouwen. Zo’n verhaal kost ook mij tegenwoordig energie”.
“Ja maar, Harms je bent nu toch al een paar weken terug uit het ziekenhuis, je bent toch beter?”

Een bijna traan zou bijna over de afgedankte grijs en kalende kop van Harms zijn gerold.
Ach, dacht Harms, wijsneus Wapse…
“Nee, mannen. Natuurlijk Wapse, natuurlijk wilde ik wel kennis maken met een hele echte kampeerder. Alles op de rug, geen poespas, leuk tentje.

(Een heel klein tentje)
Maar ’t was een Engelsman mensen, enfin met mijn aangeboren gaven om in vreemde klanken het woord te voeren, lukte het om een alleraardigst gesprek aan te knopen. ’s Avonds kwam hij op de koffie, puur en zonder enige opsmuk, en het werd bere gezellig. Wij begrepen elkaar, hij mijn tentjes bewonderend, wij bleken dezelfde pantoffels te dragen, hij gek van de sokken van mijn ega, hij hetzelfde kleine brandertje en gelijksoortige matras en slaapzak (dons) enfin ik gaf hem, volleerd kampeerder uit de west zeg maar, een wonderlijk cadeautje.

Had hij nooit gezien, en hij was dolgelukkig. “ Dankbaar. Elegant, voorkomend en dat voor een Engelsman, Harms?”

“Ja hoor Japie, ik heb ze zelf ook in de familie hoor, beschaafd, etc. Net wat je zei.
’s Morgens nam hij afscheid. Hij liep verder richting Nijkerk, van Berlijn naar Hoek van Holland. Een kleine 700 km. En een tevreden mens die dankbaar was voor de ontmoeting. Als kampeervrienden wensten wij elkaar het goede.
En Japie, doe jij nu maar wat van het goede van Friese grond man.”

’t Werd stil in de gelagkamer. De borrelglaasjes twinkelden. De mannen genoten van de stilte en het zilte nat. Harms gedachten waren bij John de Tucker, man van eenvoud en geluk. Gelukkig, er zijn nog veel goede gasten die sjokken over de aardkloot. Even lichtten Harms ogen op. Zelfs schele Japie kon zich niet aan de indruk onttrekken. Zag hij een heimwee traantje bij Harms?

Snel vulde hij Harms glas bij. Wapse keek even naar Japie. Een dikke knipoog. Je zag hem denken: Harms, sentimentele baas met hart van …
Ineens stond Harms op. Mannen, ik heb verrekte veel respect voor mijn vriend John de Tucker, wat een wandelaar.
“Proost”.

Daarna ging hij weer zitten. De proost was uitgebracht op John.


Het werd stil. Vergenoegd lurkten de mannen aan een heel klein glaasje BB. Waar een mens al niet blij van kan worden.

Nunspeet, 16/5/26

Ontmoeting in de kijkhut

“Gut, Wapse, kijk, daar heb je Harms!”

Verrassend snel stoof Schele Japie naar de tap. Een verse bak bruinebonensap, dat was de remedie om Harms te vriend te houden. En jazeker, Japie, die kende zijn pappenheimers. Wapse keek bijna verontrustend naar de snelle activiteit van de oude café-baas. Nou, daar zul je hem hebben.
Niet veel later kwam inderdaad onze eigen Harms naar binnen schuifelen.


“Lang geleden man, maar welkom in dit kleine café”. Even deed Harms of hij het in Keulen hoorde donderen. Maar veel van dat geluid drong natuurlijk bij de doof wordende Harms niet door. Wel de gelukzalige snuiten van zijn beide café vrienden. Ja, die maten die had hij wel gemist. Een ziekenhuisopname verder en dan weer herstellen, het vergde van de oude baas veel energie. En die was hij in de laatste weken wel kwijtgeraakt. Nog even had hij met de fiets aan de hand lopen zoeken. Misschien toch stiekem laten staan, die pot energie, onderweg naar de Friese Wouden. Je weet immers maar nooit. Neen, Harms werd er bijna treurig van, maar enfin, hij is op de weg terug. En zowaar, zijn vrienden in de Gulle Gaper, ze waren er ook.


Niet veel later genoot Harms langzaam, alles moest immers steeds langzamer, van zijn bakje bruinenbonensap.
“Nou Harms, dat is alweer lang geleden man. Maar als ik je zo bekijk, lijkt het erop dat het wel weer een beetje aan kachelt.” “Ja Japie, ik ben weer een beetje in de benen, al zal ik die stelten niet tonen. De vogels in de lucht zouden pardoes als door gedropte dronen doodvallen van schrik. Veel spek zit er niet meer aan en de kleurtjes, nou daar kan een bruine Piet alleen maar van dromen. Maar goed, gisteren was ik zowaar eindelijk weer eens op de fiets in de vogel kijkhut. In mijn geboorteplaats nog wel en Liudger, of Ludger, omisschien zelfs wel vriend van Bonifacius, ik weet nooit of ze elkaar kenden, konden mijn bezoek wel waarderen. Man, het was zowaar gezellig. Een oude baas, nou ja ik denk zelfs dat ie wel een jaartje of 8 ouder was dan ik, maar dat terzijde, stond ook met zijn kijkers door de kijker te koekeloeren. Hij zag net zoveel als ik. Niet veel bijzonders dus eigenlijk. En ineens ontspon zich zowaar een heel gesprek. Man man, het begon met te zeggen dat hij deze week naar heitelàn zou gaan. En kijk vrienden, toen ging zijn en mijn spreekbuis woordelijk open. Hij had daar familie, hij had daar een moeder, die hem ter wereld had gebracht, hij had daar “roots” en zo ontspon zich een alleraardigst gesprek. Moeder, ooit gediend bij een of andere freule in een deftig gebeuren in Leeuwarden ging als dienstertje mee naar de Veluwe. En zo is het gekomen. En hij dus ook, gebleven op de Veluwe maar de tak van zijn oorsprong is dus in het mooie Friesland.
De heer Oosterhuis had gediend bij hare majesteits paardenlegioen. De gouden kar getrokken, hij had een foto van Willem Alex Ander(s) op zijn paard, die reed vaak bij hen (hij deed bereden politie) en geloof het of het niet, hij kende mijn oud-buurman Poolvrouw, die ook bij de bereden politie had gediend. Man, een pracht van een gesprek en hij liet mij de hele santenkraam aan foto’s die hij van zijn familie had meteen maar even zien. Die oudjes gaan tegenwoordig aardig met hun tijd mee. En uiteraard van hem in uniform te paard en zo.
Ik waarschuwde hem dat hij op glad ijs begon te geraken toen hij en passant ook nog vertelde van een of ander familielid uit Rottevalle. De schrik sloeg om mijn hart mensen, Japie doe nog eens een bakkie teut, (kerel wat verrekte lekker en wat heb ik jullie en dit brouwsel van je met eerbied hoor Japie, gesproken) wat heb ik dat allemaal gemist.


“Schrik Harms? Waarom?” “ Nou, Wapse dat zal ik je vertellen. Als ik de geschiedenisboekjes in duikel dan kom ik voorgeslacht uit Rottevalle tegen! Kijk, dat zou dus zomaar kunnen. Hij een moeder van 1908, ik een vader van 1911, beiden uit Friesland, beiden met “roots zeg maar” in Rottevalle en voordat je het weet zit je misschien “opgescheept” met een nader familielid. Nou was die Oosterhuis wel een heel aardige hoor, en hij hield van de ruimte, en vogeltjes kijken was een ware lieve lust. En het klikte wonderwel meteen met elkaar. Ook vertelde hij dat hij tot een dikke 8 jaar geleden het geweer ter doding van dieren (mag ik aannemen) in de kast heeft laten staan. Niet dat hij jagen niet meer leuk vond, maar voordat je weer een vergunning (!) kreeg moest je door een halve meter papierwerk…Dat zag onze oud bereden politieman en ook nog begeleider van de gouden koets niet meer zo zitten. Enfin mannen, hij wilde niet naar Friesland om te wonen. Zijn vrouw wel. Bij ons is dat natuurlijk net andersom, maar jullie weten: Harms heeft geen fluit in te brengen. Enfin, een bezoekje aan jullie vrienden, is ook zo slecht nog niet. En oh ja, ook zijn tak zat nog geworteld aan de Boomsma’s. Kijk, nadat ik hem verteld had dat bij Hoeksma e.e.a ter dekking stond vermeld in een oude Friese Courant eind jaren 1800, tegen de prijs van een paar gulden per dekking (en niet op zondag..) en ik had uitgerekend wat een liter jenever of wijn, ik moet het zelf weer lezen, van de beste soort ging kosten (ik liet het maar op deze verhalenbundel zien, ook ik ga met mijn tijd mee, (https://www.pieterhoeksma.nl/2008/10/11/lekker-drankje-en-leuke-krullebol/) toen werd het nog gezellig. Straks ben ik ook nog familie van die Boomsma.
In ieder geval denk ik maar mee met Paulus. De dokter vond het niet zo amusant dat ik alcohol zou drinken. Maar ik ben bijbelvast (althans..) een weinig wijns, vertaal ik dan maar in “een klein borreltje van Boomsma”. Kom Japie, schenk voor ons eens in. Waggelen doe ik tegenwoordig toch al op mijn fiets. Tijd voor een driewieler misschien, maar nu tijd voor een BB.”


Even keek Schele Japie recht naar zijn andere vriend Wapse. Een knipoog van Schele Japie ontging zelfs Harms niet. Maar de grijns die Harms had zagen beide mannen niet.
Niet veel later zaten drie mannen te lurken aan dat heerlijke borreltje van wie weet wel oude familieleden, Boomsma. Niet te veel. Dat kan rot vallen. Dat dan weer wel.

Nunspeet, 29 april 2026

Ambulance-personeel

Wapse en Schele Japie. Beiden mannen staan wat droevig te staan.

” Japie, wat is dat nu met Harms? ” Met Harms?”

“Ja joh, ik hoorde dat ie in een ambulance lag. En het enige..? “

“Wat, Harms in een ambulance? Nou geen wonder dat ik hem niet meer de laatste dagen had gezien. Wat mankeert die dan?”

“Weet je Wapse, zijn vrouw had gezegd “ hang die vuile was niet buiten, maar dit mag je van Harms vertellen “ wat zijn met name de ambulance broeders onvoorstelbaar professioneel en heel verschrikkelijk, hij vond dit het meest moeilijke woord en een tegenstrijdigheid in zichzelf, lieve mensen. Hij had nooit in die 74 jaar begrepen dat die ook nog op deze aardkorst rondliepen. Man hij was, hij kon blijkbaar amper wat uitbrengen. Volgens zijn vrouw was dat wat hij toch wel nadrukkelijk wilde melden. En daarna was het met spoed “vort”.

Beide mannen keken elkaar aan. Tjoh, die Harms. “Weet je Wapse, ik heb begrepen dat ie weer een beetje boven Jan is. Lekker laten sudderen die zal wel bijtrekken en misschien komt ie dan wel een bak troost halen. Krijgt ie gewoon van de zaak, maar Wapse, het deed mij wel wat hoor. Harms, hij had het blijkbaar flink voor de kiezen. Fijn dat hij thuis is gekomen. En nu hopen dat hij nel bij ons in de Guller Gaper zijn echte Friese bruinenbonensap komt lurken. En Wapse, van mijn part doet hij eindelijk ook weer eens een hele echte BB, van het huis. Verbaasd over zoveel woorden keek Wapse naar de ouwe kastelijn. Zag hij het nou goed? traantje wegpinken? Ach ach, hou ouwer hoe sentimenteler. “Ja Japie, dr heb ie geliek in man. Kom laten we er eentje nemen op Harms en ja man, doe het nu maar eens op mijn rekening.” Stomverbaasd haastte Japie zich naar de tap. “Pfft, die Wapse, ook al sentimenteel”, zo dacht hij, maar een lichte twinkeling in beide schele oogjes, een waarnemer had het kunnen zien.

Pagina 1 van 96

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén