Harms was op zijn fietsje door de Friese Wouden aangeland in de mooie Houtwielen. Harms, een gepensioneerde, ja wat eigenlijk? Onderwijsman? Welzijnsadviseur? Financieel ambtenaar? of toch die wroeter in de oude geschriften als archiefmens? Harms schudde zijn grijzende bolwerk(je). Broeksterwoude kon de bretels aan de broek wel optrekken.

Daar had Harms zijn tentje ontvouwd. Maar aan zichzelf kon hij niks vastknopen. Neen, de nacht had zijn rode sporen op zijn telefoon wel dik onderstreept aangegeven. Wazig en een beetje ontdaan, zo zat Harms met een boek op de bank. Chris.

Tja, waar ben je eigenlijk beland? Harms schudde zijn grijze manen. Alleen die vraag al. Hoe kom je daar terecht? Hoe kom je daarmee terecht?
Nee, Harms krabde zich flink achter de oren. Zijn fietshelm lag thuis. Wel drommels, al lopen bij de Houtwielen nu niet meteen drommen mensen en fietsers je voor de spreekwoordelijke voeten. Even grinnikte Harms.
Een goede hoorder hoorde meteen dat hij in zichzelf sprak. Ja, Harms was niet van gisteren. Dat had hij pas nog gelezen. Is juist goed. Het houd volgens sommige deskundigen je hersenen actiever. Ergens staat: ” Het lijkt erop dat al dat interne geklets ons helpt om na te denken, creatief te zijn en problemen op te lossen”.
Beetje hardop met jezelf in conclaaf. Al zal dat laatste woord wel een beetje Rooms zijn.
Een schaduw schreed met waardigheid over Harms gezicht. Ja, daar moest hij aan denken. Ooit had hij de aardigheid beter gezegd de narigheid moeten ondergaan in de grote groep catechisanten. En Harms had op eigen wijze een antwoord gegeven met een, volgens heer predikant “Rooms woord” tabberd waarna een klein kwartier Harms voor de groep voor van alles en nog wat (dat kon hij zich gelukkig niet herinneren) werd weggezet. Door die “heer” kreeg hij voluit op zijn tabberd. Beschamend was het. Wat een drift/schrift’geleerde’. Een huiver doortrok Harms. En zeker beschadigend. Wat had hij op dat moment voorgoed (?) de “pest in” gekregen van predikheren.

Ach, Harms schudde zijn hoofd. De grauwe herinneringen aan die tijd, kleine maar heel vervelende littekens op zijn ziel. Dat is het. Nu hij Chris, dat boekwerk, in handen had en hij door de bladen “heen scheurde alsof hij op een elektrisch aangedreven snelheidsligfiets door zijn leven vloog” schoten zomaar die pijnlijke herinneringen daar op het bankje in de Houtwiel, nabij de Goddeloze Singel, door zijn geest.

Goddeloos bijna. Bepaald niet geestig.
“Nee, kom aan man,” zo zei hij tegen zichzelf: “ik ga naar Schele Japie. Daar spoel ik die verhipte dolle geesten van herinneringen weg. Wat, ik, ach nee, ik doe geen domme dingen. En ik lig er ook niet meer zo bij als die stumper van een fietser zonder helm. Ik zal geen dingen doen waar ik spijt van krijg. Want het is toch een gezegde: wijsheid komt met de jaren?”
Nu Harms weer een beetje tot zichzelf was gekomen stapte hij fluks en zwierig op zijn fietsje. Op naar Schele Japie. De kastelein in het kleine cafétje de Gulle Gaper. Daar, waar eens het oude goddeloze tolhuis stond. Ja dat wist Harms nog wel. Alleen had de bewoner van nu, oud-boswachter Bijlsma, het allemaal weggepoetst. Weg van de gevel. Maar niet achter de gevel van Harms, dat wist hij, zelfs bij het klauteren van de leeftijdsladder, toch nog heel best. Al pratend in zichzelf zocht Harms voor vertrek het bewijs in zijn mobiele telefoon.

Niet veel later stond Harms bij de oude taveerne. Het domein van zijn vriend Schele Japie, omgetoverd in de mooie naam de Gulle Gaper. Alleen al de gedachte daaraan deed Harms smachten naar een beste pul gerstenat. Maar o, o, zijn tellertje en priktol aan de arm en telefoon waarschuwden alweer voor onverkwikkelijke momenten. “t Kan mij ook geen ene donder meer schelen , mompelde Harms. Ik zet het toch op een zu..”
Het was meteen een doorbroken stilte in de gelagkamer. Het gelag verstomde. Alle gasten keken naar die gast met hoed.
Eigenlijk vond Harms dat maar niks. Die nieuwsgierige aandacht. Maar meteen was het zijn vriend Wapse die, als volleerd spraakgraag Friesboertje maar meteen begon om Harms uit te horen. De anderen gasten verdwenen als schimmige geesten uit Harms blikveld.
“Zag ik jou niet Harms, met een boek?”
“Stil nou toch Wapse, laat Harms maar eerst eens even bekomen. Je ziet toch dat hij kennelijk geraakt is”Je ziet toch wel die verborgen tranen? ” Schele Japie was duidelijk. Scheel of niet, dat gezicht van Harms had boekdelen gesproken. Dat kon zelfs hij zo zien. Het moet gezegd, scheel of niet, die kastelein had oog voor vriend en gast.
Zou hij, Harms, spoken hebben gezien daar aan de Goddeloze Singel? Japie moest even diep nadenken. Zo had hij Harms zelden meegemaakt. Toch zal ik die Bijlsma (de oud boswachter ) en verhalenverteller pur sang over de vogelenzang en spokerijen in de Houtwiel, maar eens vragen over al dat gespook in de Houwiel, dacht Japie.
Even was Harms verbouwereerd. En vereerd. Dat Japie oog had voor de medemens. Kom daar maar eens om tegenwoordig. Maar hier, bij zijn beste drankmaatje, ja, daar was dat wel degelijk het geval.
“Ach Japie, ik mag weer bijna niks hebben man, maar een echte bak bruinebonensap, dat stel ik buitengewoon op prijs al vind je het niet erg dat ik het hier toch maar binnen opdrink.”
Weg was Japie. Heerlijk geurend werd het in de gelagkamer. Geen verschraald bier maar dampende koffie. Harms kwam er letterlijk van bij.
”Kamperen Harms?” Zo vroeg de oude kastelein. “Zeker Japie, zeker. Een mens heeft behoefte aan stilte, eenzaamheid, rust en ik moet dan soms helaas blijkbaar wat vaker dan de vrouw goed dunkt, maar even “herbronnen”. Zal ook het woordje “herboren” wel in doorklinken. En daar doe ik het voor. En voor jouw vriendschap man. Want soms is ’t leven”, even wachtte Harms waardoor de hapering en emotie bijna bij de anderen doordrong, “ach, eh niet simpel hè? Misschien moeten we er maar eens weer samen op uit. Een flinke wandeling. Samen door de stilte hier.”
Even keek Japie wat slinks naar zijn vriend. De hint had hij begrepen. Niet met de nieuwsgierige aapje Wapse dus. Soms heeft een mens behoefte aan één op één te wandelen.
Ja. Japie kende zijn pappenheimers. Harms zag het. En hij zag dat hij het hier goed zag en dat hij het in de kleine ruimte van het cafétje in de Friese Wouden maar mooi had getroffen met zijn maten.
“Maar Harms, wat is dat nou met dat boek? Hoe heet dat? “ Ach, Wapse zijn achterwerk stond bijna in brand. Harms had het wel gezien. “Wel mijn beste, ik zal het vertellen zoals die ene baas Simson aan zijn vrienden deed. Ik mag aannemen dat een man van deze kant van de bijbelbelt dit ook wel kent. Je krijgt van mij dan ook voor vandaag maar eens een vraag voorgelegd. Als je die kunt verklaren dan zijn de verteringen voor deze dag voor mijn rekening en anders die voor jou. Oké?
Even keek Wapse heel bedenkelijk. Die Harms, zou hij hem nu echt bij de poot nemen? Ach, hij schrandere kereltje, zou die ouwe geschriften duikelaar van de Veluwe nu voor de gek houden ? “Oké, Harms maar dan moet je eerst die vraag stellen, anders ga ik niet akkoord.” Welnu Wapse, de vraag is de volgende: “ Het lijkt op Mark maar hij ging eerder “out” zonder helm, maar wel als gevolg van cq door een plaat voor zijn -spreekwoordelijke – kop. Rara wie of wat is dat?”
Vertwijfeld zat Wapse naar de beide mannen in de, inmiddels volle gelagkamer, te kijken. Gelachen werd er niet meer. Aandacht was er volop. Beteuterd keek Wapse om zich heen. “Moet ik daar nu op antwoorden Harms?” Hoe en wat is dat dan, kun je me dan minstens een aanwijzing geven? “
“Hier mannen, van het huis, ja jij ook Harms, neem er nu maar gewoon eentje op. Een echte BB want ik weet niet hoe dit moet goedkomen. Wel weet ik dat ik zo de rekening bij Wapse kan neerleggen, sprak Japie.
Even speelde een lichte trek van lachen om Schele Japies mondhoek. Nee, dat had Japie ook wel door. Het aanbod van de kastelein van die ene borrel, ja dat vond Wapse uitstekend. Zolang iets gratis was, was Wapse voor. Maar nu? Die Wapse wist vast geen antwoord te geven Allen zagen het. Voorzichtig werden er al weddenschappen afgesloten. Wapse zuchtte diep.
‘Ik, ik weet het niet Harms, vooruit, ik betaal jullie vertering maar dan moet je me nu uit de droom helpen.”
“Wel Wapse, het antwoord ligt grotendeels opgesloten in dit boek Chris. En als je googelt kun je zien waar het te koop is.”
Niet veel later was Harms verdwenen. Naar de stilte en het zachte suizen van zijn tentdoek. Starend in de vlammen van een kleine peterolielamp nam Harms bedachtzaam afscheid van de dag vol wetenswaardigheden. Langzaam aan sloot het zonnepaneel aan het zwerk.

“Ja, het oog wil ook wat” zei Harms in zichzelf. En de inwendige mens niet minder, zo sprak zijn alter-ego.





