“Nou nou, Harms, wat mankeert eraan?”
Even keek Harms schichtig van zich af. Zijn gedachten waren bij zijn vrienden Wapse en Schele Japie. Maar zoals gewoonlijk, Harms kon zwiepen van de hak op de tak. Maar dat hij zijn allerbeste vriend de Fluisteraar tegenkwam, neen, dat had hij niet kunnen denken. “Ach weet je Fluisteraar, je spreekt vaak in jezelf. En ja, dan heb je veel om over te denken. Te piekeren ook wel. Was me er eentje onlangs jarig. En Ja, Fluisteraar, of je het weet of niet, Harms moest en zou zijn steentje bijdragen. Zelf ooit ter wereld gekomen, heeft er wel degelijk weet van. En zo, Fluisteraar, verdiepte ik mij in de ”mens”. Een oud buurman van mij heeft ooit eens gezegd, ze worden met een schreeuw verwekt, ze komen met een schreeuw ter wereld en als ze uit deze wonderlijke woestijn van het leven vertrekken staan er soms ook mensen te schreeuwen. “
“Gut Harms, jij maakt het wel erg bont hoor.” “Ik weet het mijn beste. Maar er zit vast en zeker een kern van waarheid in. Toen een mij bekende medegenoot van de academie des levens het lot onderging om zogezegd te verjaren heb ik hem dan ook maar een berichtje gestuurd. De mensheid is er overigens tegenwoordig knap karig mee, maar goed, dat terzijde.
Zelf probeer ik mij een verjaardag gewoon voor te stellen. Heb het uiteraard ook ondergaan, maar ik betitel zo’n dag toch als één van de ‘wonderbaarlijke baarmoederlijke uitdrijving’ . Toch niet zo overdreven, vind je? “ “ Nee, Fluisteraar, ik kan zoiets eigenlijk ook wel een klein beetje indenken. Ik heb zelf al heel wat keertjes zo’n proces mogen aanschouwen, dus ik begrijp dat jij dit wel zo kunt omschrijven.” “ Hoe gaat dan zoiets verder?” Even moest Harms tot inkeer komen. Hoe zeg je de dingen zonder te zeggen wat je eigenlijk niet zeggen kunt of wilt? Harms gezicht kreeg een ondeugend trekje. Had ie meer last van, vond Fluisteraar, maar ja ook zoiets kun je natuurlijk niet zeggen. “ Ach, die beste vriend van mij confronteerde ik ermee, zo vervolgde Harms. Nou ja, dat klinkt bedreigend, maar nee, je moet bedenken dat zo’n geboorte van zo’n lief ventje, en inmiddels, dat kan ik wel verklappen, een heel aardig medemenselijk medemens, gaat zoals eerder voornoemd gepaard met soms het nodige zucht en steunwerk, daarna de letterlijke verlossing en dan “OH, ’t is een jongetje” of “Oh. Joh, ’t is een meisje!”. Kreten van bewondering van dankbaarheid of wat dan ook, ze gieren door zo’n kamertje. Vreugde kreten, de kleine moet en zal het op een brullen zetten, dat moet voor de longetjes, enfin, zo gaat dat met een klein mensenkind. En dan maar hopen en bidden dat het wurm zich ontpopt tot vredestichter, wijsmens en geen dictatortje. Zelfs die waren waarschijnlijk als kleine jochies misschien wel hartstikke leuk. Bij sommigen, Fluisteraar, kan ik mij dat eerlijk gezegd amper voorstellen want zelfs kleine jochies kunnen zich ontpoppen als grote smeerlappen. Een paar namen liggen nu voor op mijn tong. En het is te veel eer om nu mijn tong af te bijten, maar je begrijpt vast wel op deze gedenkwaardige dag in februari 2026 dat mijn gedachten teruggaan naar een dikke 4 jaar terug. Hoe dan ook de geboorte van zo’n kleintje: je staat erbij, je kijkt ernaar. Fluisteraar, je weet niet wat je ziet maar ’t ontwikkelt zich in de loop van het leven.”
Harms zweeg. De kraaienpootjes rond zijn opgeknipte snorhaartjes krulden.
Na die diepe stilte vervolgde Harms: “Verwonderd kijk ik zo naar deze wereld. Heel veel jongetjes en meisjes van mijn leeftijd zijn al “niet meer onder ons”. Ze zaten bij mij in de klas. En ik? Ik mocht toch een feestje vieren. Weer een jaartje. Weer (eigen)wijzer.”
Het is net mijn innerlijke ik. “Kom Japie, vandaag dan voor ons maar een echte borrel. Op ’t leven zou ik zo zeggen en vanwege die bijzondere dag in mijn leven voor jou, en Wapse, voor mijn rekening. ’t Leven wordt inderdaad dus elk jaar duurder”.
Schielijk verdween Schele Japie achter de tap. Wapse, Japie en Harms, innerlijk genietend van dit wonderlijke sapje van de Friese gronden keuvelden nog gezellig in de gelagkamer van de Gulle Gaper in de Friese Wouden. Inwendig verkneukelde Fluisteraar zich.
“Zo, zei, Harms in zichzelf gekeerd, dat was me er eentje op ’t leven”…
23/02/26
