Pieter Hoeksma

De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Harms is terug

Harms is terug, Wapse is nieuwsgierig

“Ach, Japie, wat heb je toch heerlijke koffie”. Nu is een compliment van dat kleine schriele en oh zo schrandere Friese boertje op zichzelf bezien al een bijzonderheid, maar voor Japie was het werkelijk een doos met slagroomtaartjes. Dat had hij van zijn vaste gast eigenlijk nog nooit gehoord. 

Japie glom tot achter zijn grote uitstaande oren, zijn linker en rechteroog wisselden in opperste staat van opgewondenheid van richting. “Dank, Wapse, waar heb ik dit aan te danken?” 

“Ach, weet je Japie, de koning heeft het meen ik wel eens gezegd, we moeten meer naar elkaar omkijken en een beetje mild zijn naar de ander. En als de koning het niet gezegd heeft dan zal dat die Corona-koning wel geweest zijn, die de Jonge. Hoe dan ook, ik zal klare wijn schenken, het is gewoon een streling voor mijn gehemelte. “

Even werd het stil in de gelagkamer van de Gulle Gaper. Beide mannen soezen een beetje voor zich uit bij de dampende koffie. De rust werd echter snel verstoord. Getooid met bruine hoed, voorzien van krullen in de snor kwam ineens na zoveel jaar, Harms aangefietst op zijn hybryde fiets. Zonder elektrische ondersteuning. Dat is niks voor Harms.

“Volk des Heeren, een goede morgen gewenst”. De breedsprakigheid van Harms was natuurlijk voor Harms zijn handelsmerk, hoewel hij ook kort, tegen het knorrige aan of bondig kon zijn. 

Wapse en Japie waren compleet verbouwereerd. “ Man, daar doe je goed aan. Man, wat ben ik bliede je te zien, welkom Harms, dat is even lang geleden! Kerel, koffie?” Zoveel woorden achter elkaar van Japie toonden wel aan hoe bijzonder deze ontmoeting voor de kastelein van de Gulle Gaper wel werd gevonden. 

“k, Zou je niet eens herkend hebben, Harms, met dat mombakkes voor, “zei Wapse. “ alleen, die rare sik van je had je goed verborgen. En wat heb je nu toch op de bol man?  En dan bedoel ik onder die, mooi trouwens, hoed van je?”

Nadat Harms zijn jas op de kapstok had gehangen, het mombakkes tegen een of ander virusgedoetje in de binnenkant van zijn Gilette had getoverd en hij aankwam draven met zijn telefoon voor de heer des huizes, keken de mannen elkaar eens aan. “ Benne gij nu geheel belazerd man? Wat moet ik met die telefoon? Die Q R Code doelt me aan mijn Hiele grijpen. Wegwezen met dat ding, koffie van de zaak, dat krijg je en ga als de sodemieter gewoon gezellig bij ons aan de tafel!” Oei oei, het leek er warempel op dat Schele Japie op zijn kleine heer was getrapt. 

“ Ja, meneer de kastelein, begon Harms, ja meneer de kastelein, de R variant uit Ierland Is overgewaaid en nu dacht ik zo, ik zal laten zien dat ik aan al mijn burgerplichten….” Het gezicht van Japie stond op onweer. Vervaarlijk kieperden zij schele ogen door het ruim van het kleine café. Nee, niet aan de haven, maar vlak bij de Goddeloze Singel onder Akkerwoude in de boezem of aan de randen van de Friese Wouden. Als de Friezen het echt op de heupen  kregen zoals een jaartje of wat geleden op de Afsluitdijk , nou waar je dan maar, want zelfs Zwarte Piet hield ze dan niet tegen.

“Mooi man, mooi, dat je weer aankomt. Vertel….

Maar het werd stil. De verse geuren van de bruin gebrande bonen verluchtigde de ruimte. De mannen verzonken in de overpeinzingen van het bestaan. Maar Wapse barste bijna uit zijn voegen van nieuwsgierigheid. Wat, waarom, hoe zo, was Harms terug?

Harms is terug

“Ach, mensen, ik zei het gisteren nog tegen iemand die ook op de camping stond, ik wil dit volhouden tot minstens mijn 75e. Ik ben gewoon aan het fietskamperen. Ja, dan maak je wat mee hoor. Kom Japie, doe eens een beerenburg man. Het is me tegenwoordig wel wat met dat gekampeer.”

Niet veel later zitten de drie mannen verkneukelend aan de beerenburger. “Nou, Harms, vertel, wat is er met de kampeneerderij.” Vergenoegd aanschouwde Harm het tafereel. “Ach, Wapse, sommige mensen benne heel erg gemakkelijk. Was ik maar zo. Ik was en ben nog verbaasd wat ik meemaakte. Sta ik moederziel lekker op mijn plek,  komt me daar in het duister een jonkvrouw aangestierd. Mooie rugzak, dat kon ik wel zien. “Ha, ik ben Fleur! Aangenaam! “” Ha, Fleur, ik ben Harms”. Bam Wapse, ik stond erbij en ik keek ernaar. Wauw man niet verder vertellen, maar dat jonge dartele ding…enfin, ze had geen koplamp. Nee, die had ze wel, maar ergens diep weg in de rugzak en dat was even knap lastig in de knapzak. In het pikkedonker. Of ze de mijne…. “Natuurlijk, Fleur, geen probleem Fleur.” Mijn koplamp bescheen de zeer geordende ingepakte rugzak terwijl die werd geopend alsof er een varken op deskundige wijze werd geslacht. Ineens stoot Fleur een kreet van grote teleurstelling uit. Het ging me Wapse, Japie (oh doe er nog eentje voor de schrik man) het ging me door merg en been. Even was de stilte zwaar doorbroken. Fleur keek zwaar beteuterd. “Ik, ik heb mijn beste Harms, ik heb mijn tent vergeten! “ Consternatie bij beiden.

“Enfin, het eind van het liedje is dat Fleur -omdat het niet regende- gewoon buiten onder het dak van onze lieve Heer heeft plaats gevat. Of ze die nacht kou gevat heeft, weet ik niet. ‘s Morgens was ze al snel uit de dwangbuis. Ze had heerlijk geslapen en ja, ze had het hele handeltje al weer klaar voor vertrek. En ik lieg niet als ik zeg: ik kreeg een heel lief bedankbriefje. Dat vind je hier onder….

Wapse man, Japie kerel, ik ben er nog ontroerd van. Die jeugd van tegenwoordig. Best kampeervolkje. Ze gaan de uitdagingen aan. Ze zetten de mental klik op “uitdaging”. En ze hebben nog fatsoen om mensen te bedanken voor het gebruik van een lampje.”

Wonderlijke uitspraken?

Heerlijk.  Die bijzondere uitspraken, gelardeerd met vreemde woorden of soms in simpel Nederlands. 

De “afvallende bal “wordt opgepikt door… Nou, die bal is echt niet bij de weight watchers langs geweest voor een goed dieet. Hoe ziet die bal er uit?

Even later brult een of andere malloot door de microfoon: De “hangende bal” is opgepikt door speler….

Hoe in vredesnaam die bal in de lucht blijft hangen is een vraag die in de lucht blijft hangen.

Als je trouwens ergens lucht van krijgt zit er over het algemeen wel een luchtje aan. 

Misschien is het wel een gemanipuleerde bal. Kijk, een broodje bal is, persoonlijk gesproken, toch wat lekkerder. Tenzij het een bitterbal is, maar de gemanipuleerde is vermoedelijk in de marineer terecht gekomen. Of zo’n bitterbal ook te eten is weet ik niet. Die kon je nog weleens rauw op je maag vallen. Terwijl ik mijn shirt omhoog trek kan ik die bal nergens vinden. Maar goed, men zegt dat liefde door de maag gaat.

Voetbal blijft oorlog. Ergens begreep ik dat Rinus Michels dat eens heeft verteld. Maar ja, als je een kanonskogel van een schot op je afgevuurd krijgt, kun je als keeper best wel aan de grond genageld staan. Er is geen nagel aan te pas gekomen, laat staan een hamer, maar na afloop van zo’ wedstrijd ben je misschien wel de man met de hamer tegengekomen.

Ooit schreeuwde ene van Gelder, niet die kunstenmaker in de ringen, maar eentje die alles echt bijna altijd beter weet, “hij zit, hij zit”. Met gierende uithalen, overslaande stem kompleet van het padje, zeg maar.

Nou, ik kijken natuurlijk. Nergens heb ik een stoeltje gezien waarop die bal heeft plaatsgenomen. Zij zien veel meer dan ik kan waarnemen. Overigens zat hij op een kommentaarpositie. Het pad was er ook niet.

Mooi is wel dat “ de bal in de touwen hangt”. Dat vind ik wel knap. Snelle waarneming, want meestal kiepert dat ronde gevalletje op de grond voordat de keeper er erg in heeft. Maar oké, deze kan, hij hangt in de touwen.

In dezelfde categorie, maar dan net even anders, “schiet hij uit zijn slof”. meestal, ook hier geldt dat wel, heeft de betrokken persoon geen sloffen aan. Hooguit een held op sloffen of op pantoffels. Pantoffelheld noem ik dat. Toch kan zoiets wel bijna dodelijk zijn. Woorden kunnen veel meer verwonden dan menig kogel. De effecten van een goed gericht verbaal schot kunnen lang naijlen.

Er zijn nog meer van die bijzondere uitspraken. Ik zal ze eens verzamelen.

Zorg

kwaliteitsdoeleinden? Nunspeet, 27 augustus 2021

Vandaag ben ik tegen de muren van de zorg gelopen. Mocht je nog bij je positieven zijn, (ik kreeg er pijn van in mijn hoofd) nou dan gaat zoiets voor mij bijna linea recta naar de Ggz instellingen. Welkom in de -digitale- zorgverlening.

Eerst had ik telefonisch contact met een aan de huisarts gelieerde hulpverleenster. Aan haar mocht ik wat testuitslagen doormailen. Het opgegeven e-mailadres maakte melding van een onbekend email-adres. Mijn mailtje kwam maar niet op de plaats van bestemming. Toch was het wel het goede adres, toch was alles goed gespeld, maar ja: mail delivery..

Teneinde raad, er zijn 4 wachtenden voor u, en een stiefkwartiertje verder werd ik keurig door de telefoniste te woord gestaan.”Oh, probeert u dan…mail.nl. “. Dat werkte, zij wachtte totdat mijn verhaal was doorgekomen. “Ja hoor, ik zie het, die is binnen!”

Verbazing heb ik onderdrukt, want hier vroeg ik mij al af of deze post niet valt onder medisch beroepsgeheim, AVG, etc. De telefonistes kunnen blijkbaar (?) zo alles (?)in mijn dossier lezen. Nu heb ik niet veel te verbergen, behalve mijn prostaat probleem, erectie probleem, ongekende woede aanvallen, jubelende teen, hoge bloeddruk, depressieve gevoelens etc. maar dat terzijde. 

“Op uw site staat helemaal nergens een e-mailadres”, zo was mijn betoog. “Als ik iets digitaal moet regelen lijkt mij dit toch wel van belang”.

Het werd van harte beaamd, zij zou dit meteen aankaarten. “Een hele goede tip van u, meneer”. Mijn verbazing zit thans onder de bureaulade.

Peinzend.

Peinzend duik ik onder mijn bureau. Even moed verzamelen. Als ik een woede uitbarsting krijg, stoot ik mijn hoofd aan het bureaublad en maak dan minder spatjes. 

Mijn zorgverzekeraar heeft brede contracten. Dus wat strips halen bij mijn apotheek is zomaar niet even geregeld. Die komt blijkbaar voor dit onderdeeltje niet in de contractbestanden voor. Ik was door mijn begeleidster van en voor deze bijzondere toestand al gewaarschuwd. En een gewaarschuwd mens telt voor twee. Ik bel met mijn “ZORGverzekeraar”.

Nadat ik ben ingelogd vond ik zowaar een telefoonnummer. Ge begrijpt het al:tuut tuut, er zijn vijf wachtenden voor u. De riedel van hiervoor is ook nu weer van toepassing. Klapper in dit gebeuren is dat ook dit gesprek wordt opgenomen voor “kwaliteitsdoeleinden”. Huh, wordt dus blijkbaar bij ieder telefoon gesprek opgenomen. Ik vraag mij in gemoede af: “Zou er ooit iets mee gedaan worden?”

Enfin, na tig minuten kon ik mijn vraag kwijt. 

Het antwoord is dat ik wordt verwezen naar een gecontracteerde medicamentenleverancierapotheek. En ja hoor, via hun website contact opgenomen. Ik wil niet flauw zijn, maar er waren drie wachtenden voor mij…en het telefoongesprek wordt voor “kwaliteitsdoeleinden“  opgenomen. Lang verhaal komt neer op: eerst uw burgerservicenummer, naam, geboortedatum, adres en naam van je huisarts etc.

“Inderdaad, meneer, u moet een briefje hebben van de huisarts. Wie is dat? En welke apotheek hebt u?”

“Waar kan ik de verwijzing dan naar toe sturen? “ Het is zo simpel. Via “de e-mail, meneer”. 

Ja ja, laat dat adres weer Niet op de site staan! “Oh, meneer, wat goed van u! “ Nou mevrouw, wat slecht van jullie”.

Ik wil geloof ik maar niks meer. Drie kwartier verder, echt geen minuut van overdreven. En dan zul je eens wat minder goed met de moderne digitale werkelijkheid in de wereld van zorg en communicatie kunnen omgaan! Ik wacht mijn briefje maar af. Dan zien we verder. 

Van de zorg word ik op die manier knettergek. Ik meld me bij…

Oh ja, ik schrijf dit maar ten behoeve van de verhoging van kwaliteitsdoeleinden. Je weet maar nooit.

Op naar GGZ…er zijn nog….wachtenden voor u! Tuut tuut tuut….

Schaduw

Merkwaardig. Zeker, Schaduw, het is merkwaardig. Herinneringen kunnen ineens sterk gaan leven. Door ineens iets “te zien”. Ja, zelfs is het zo merkwaardig dat je beelden uit het verleden kunt oproepen. En dan doe ik mij echt niet als een zweverige waarzegger, paragnost of weet ik wat voor “geestenbedrijversfenomeen” voor. Maar gewoon, het blijft wel iets merkwaardigs. En sommigen krijgen alleen bij dat laatste woord (het is dus het ultieme bewijs van het voorgaande) een ietwat gefronst koppie. Mompelend in jezelf “merkwaardig”, de “r” laten rollen op de tong en dan de herinnering aan een klein bijzonder fenomenaal mannetje van de Franse recherche is uw deel.

Bij het wandelen door mijn geboortestreek kreeg ik dat “merkwaardig” even niet meer uit mijn “geest”. Kijk. Dan zou je schrikken. Alleen: ik zag een schaduw. En “schaduw” en “merkwaardig” blijken merkwaardig veel overeenkomsten te hebben.

dav

Iets verderop, tijdens die gedenkwaardige wandeltocht, voor mij althans, werd ik nog iets gewaar. Klein maar dapper. Ruig en woest. Verdikkie, twee van die kleine hengstjes

dav

die mijn geheugen als het ware van het verre verleden als klein jochie van 10 ineens in de rauwe werkelijkheid van het nu plaatsten. Daar, in exact dat stukje weide, heb ik op “exact” diezelfde pony’s voor het eerst “paard” gereden. Merkwaardig, wat een gelijkenis. En dat na 60 jaar…Het woord spoelde door mijn geest. En verroest als het niet waar is, hetzelfde prikkeldraad dat is er nog. Net zo verroest…

dav

Raar, dat je na zoveel tijd bijna fysiek de pijn nog kunt voelen toen de beestjes meenden mij van hun rug te moeten kieperen in? Juist ja, dat verhipte prikkeldraad. Merkwaardig om te zeggen, bijna voel ik inderdaad die fysieke pijn. De herinnering blijft kennelijk actueel. Een rechercheur `a la de Schaduw zou mij met zo’n fenomenaal geheugen als een merkwaardige getuige wel kunnen gebruiken.

Ik zie de poot afdruk. Ik ruik de beesten. Echt. Ik zie het bloed over mijn handen druppelen (bijna dan) en sta verstild te kijken naar mijn schaduw.

Merk aardig.

Pagina 1 van 84

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén