Pieter Hoeksma

De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Gepieker

Daar zat hij. Ergens diep van binnen borrelde het. Niet de gewone borrel van de Friese Berenburger. Nee, goudgeel gerstenat stond voor zijn neus. Treffend, piekerend, denkend. Harms.

(met dank aan Teunis Ploeg Elspeet)

Ach heden, wat een nacht lag achter hem. Kamperend aan de Goddeloze Singel. Ja dat had hij gedacht. Maar hij was er een mooi stukje naast terecht gekomen.

Harms was te moe om nog wat anders te zoeken. Dan maar op de fiets. En nu? Diep verzonken achter een goed glas gerstenat. Zoiets.

Had hij gedroomd? Over de wonderlijke geesten van de Goddeloze Singel om hem heen? De grijze slierten van de dikke ochtendmist die in zonnegloren waren verdwenen?

Nee, Schele Japie, de kastelein van de Gulle Gaper had het nog eens goed bekeken. Die liet Harms maar voor wat hij was. Evenals een stille drinker. Maar diep vanbinnen, dat wist Schele Japie niet, borrelde het bij Harms. Och heden, wat een gruwelijke nacht. Och heden, wat was Harms gevallen in eigen ambitie. “Vrouw, ik ga. Ik ga weg. Ik ga naar de Houtwielen. Doei.”

En na een vluchtige zoen was Harms ’s middags alsnog bijna hals overkop vertrokken. Eindelijk mocht hij even weg. Even het tentdoek ruiken. Even de stilte proeven, al had hij tegenwoordig een plekje op de aardkloot gereserveerd waar je de spreekwoordelijke stilte kon horen.


De eerste maanden daar was hij iedere morgen naar buiten gegaan. In zijn arm geknepen. Nee, hoorde hij dan niks? Echt niks? Maar ook de ochtendstilte in zijn nieuwe woonplaats raakt gewend. Maar niet ontwend aan het innerlijke vluchtgedrag? Nee, daaraan kon ook Harms niet, misschien wel “nog” niet, aan ontkomen. En nu mocht hij eindelijk een paar dagen weg. Op naar de Goddeloze Singel.

Hij had het ontdekt. En daar was een camping bij de Houtwielen. En daar moest en zou Harms wezen.


Het gerstenat sputterde niet tegen. Wel werd de baard werd bijna besprenkeld door het opborrelde koolzuur uit zijn glas . ’t Leek volmaakt. Maar Harms was niet blij. Hij had zich wel voor de spreekwoordelijke kop kunnen slaan. Hij stond op de verkeerde camping. Dat was pas een paar dagen later gebleken toen hij naar de gelagkamer van de Gulle Gaper wilde.

De Zilverenmaan had zijn bestemming moeten zijn. Nou ja, Harms schudde zijn grijs wordende manen. Rukte eens aan de sik. Harms vermande zich. Hij was toch een vent. Wat? Hij, de oen van de Veluwe, die zijn matras ook nog eens vergeten bleek, had zich mooi door die nacht op de kale grond weten te redden. En stortbuien of niet, voor nog geen vier euro had hij een “bedje” geregeld dat nog comfortabeler was dan zijn dure expat mat. Schele Japie zag die lichte grijns van genoegen die zich af om de mond van Harms afspeelde.


“Aan de pieker Harms?” Als uit een verdoving keek Harms op. Zijn twinkelende ogen maar nog met dofheid van een slapende doffer, loerden schielijk naar Schele Japie. Wat zou hij?


“ Ach Japie, het leven van een kampeerder kent vele wonderlijke weggetjes. Gisteren was ik bij de Goddeloze Singel.

Jacob Bijlsma, de oud boswachter, daar bij de Houtwiel, was er samen met zijn vrouw. Gelukkig was de boze geest in de Houtwiel -voorlopig- weggezonken. En Jacob? Die kon prachtig vertellen man. Over de kruidendrank die hij als een echte Panoramix voor zijn vrouw aan het produceren was. Niks voor de verkoop Japie, niks voor mij, maar alleen voor zijn eigen famke. Ontroerend man. Zo vol liefde. Zo waardevol. En voor de rest? Ik zal het je wel eens vertellen, maar nu niet. Ik had er vannacht bijna een eind aan gemaakt. En of ik het droomde? Ik ben er inmiddels achter. Maar ook dat vertel ik nog eens. Geef nog maar een glas van het goede soort, mijn beste. En vertel maar niks aan die Wapse. Die wijsneus wil alles weten. Nog één ding Japie, heb jij ook van deze soort in je keukenkastje?

Machtig lekker. Drinkt als water. Maar misschien zag ik wel spoken. Ik was gisteren nog op de Goddeloze singel en wis en waar, ‘ t is er prachtig. Maar met zwaar weer, storm en getier van de wind gaat de geest, in ieder geval de mijne, wel op de loop. Het komt misschien door de inhoud van dat flesje wijn. Die kun je bemachtigen bij camping Houtwiel.


Komaan man, neem er ook één, dan voldoen we aan het gezegde: ze dronken een glas, deden een plas en lieten de rest maar mooi in hun sas. Of zo iets.”


Nunspeet, 7/10/26

De merel en de wurm

Aan de boorden van de Goudsberg
tussen Lunteren en Ede
zat een merel luid te kwelen
met een wurm in haar bek.

Springend over het hekwerk
als een drachtige hinde
spoedde ik mij henen
op de weg naar Rhenen.

Het leven van een kampeerder
zei onze wijze beheerder
is nog niet zo gek.

Daarna kwam toen de rekening.
Als raskampeerder belde
ik van de weeromstuit mijn verzekering.

U, zo zei die beste man
bent echt een vrek.

Toen stond ik paf ,
zonder tanden in mijn bek.

Ach was ik maar een merel dan
dan hopte ik met volle snuit
nu met een (oor)wurm in
mijn eigen snuit.

Harms heeft een identiteitscrises


“Kijk Wapse, daar zit Harms. Hij zit de hele tijd verwondert te koekeloeren naar zijn telefoon. En soms grinnikt hij, dan weer slaat hij zich bijna voor zijn hoofd en dan heeft hij weer bijna tranen van het lachen. Het blijft een bijzonder type.”


Schele Japie kijkt er toch wel bedrukt bij.

“Weet je wat, ik zal hem maar eens een bak bruinebonensap brengen van het huis. Kikkert hij vast wel van op.”

Niet veel later stiefelt Schele Japie met een bak dampende koffie naar zijn vriend Harms. “Nou Japie, doe mij er ook maar eentje”. Wapse denkt, da’s mooi voordelig ook. De beide mannen stappen op Harms af.

Die zit nog helemaal verdiept in het beeld van zijn telefoon. De koffiegeur dringt amper tot hem door. Harms ruikt namelijk weinig tot niks, maar als dan ineens de damp in zijn neusgaten verdwijnt lijkt hij als uit een diepe slaap te ontwaken. Wapse en Schele Japie kijken verwondert toe. “Dank, Japie, prachtig Japie, heerlijk Japie”. De weinige woorden van Harms komen binnen.


“Wat heb jij toch? Man je lijkt van de wereld?”


“Ach mannen, ik heb google te pakken. Volgens mij zijn ze daar de weg kwijt. Maar denk eraan, ik ben blijkbaar wereldberoemd! Kijk maar eens. Mijn vrouw weet tegenwoordig in de digitale wereld erg goed te functioneren. Ik zelf ben daar een stumper in, maar soms? Weet je, als je het niet weet: vraag het vriend Google. En als je iets wil zien, dan maak je een foto en kiepert die in de zoekbalk. Kind kan de was doen. Harms kan de was doen. Maakt hij per ongeluk een selfie. Je wilt niet weten. Ik blijk een super intelligente knappe acteur te zijn. En geloof het of niet het staat er echt. Psst. opletten er staat wel bij in de kleine lettertjes dat AI fouten kunnen aangeven. Nou, ik denk dat Google echt het spoor bijster is, of ik heb altijd buiten de werkelijkheid geleefd. Kom Japie, om van de schrik te bekomen: doe maar een dubbele BB. En nemen jullie er dan ook maar een van mij. Want met een tobinkomen (let op met een B) moet ik als acteur dit kunnen dragen. Maar wie ik nu werkelijk ben?”


De beide vrienden keken elkaar eens diep in de ogen, al moest je bij Schele Japie natuurlijk flink de bocht om. Maar met een dubbele BB gaf het weinig moeite. Zo was dat wel. Verbaasd en verbouwereerd ontdekten ze dat hun Harms geen Harms was. De identiteitscrises die Harms blijkbaar had opgelopen was geheel verklaarbaar. Want kijk wat Google tevoorschijn toverde: een nachtvlinder. Geen acteur. Google was zich letterlijk te pletter geschrokken. Personen, nee dat ging niet meer. Al had hij dit nog wel met zijn vrouw gedeeld. Verbaasd was hij, verbouwereerd was zij. Want echt, de foto van Harms was een heel beroemd acteur. Maar ook was Harms verbaasd toen hij dit wilde delen. Supersnel had google de fout verwijderd. Harms zat er verbijsterd naar te kijken. Nee, zijn identiteit was meteen weer verloren gegaan.
“Kom mannen, ik weet niet meer wie ik ben. Japie, nog een dubbele, ik drink mijn verdriet nu wel weg. Zoals een oud-collega soms zelfs met regelmaat mompelde: “waardeloos”. Enfin, mannen, ik kom vast nog een keertje langs. De Goddeloze Singel, een plek om terug te keren. De Friese Wouden, ach wanneer zal ik daar mijn tent eens opslaan?”
“Nou Harms, kom dan maar snel eens met je linnen onderdakje. Jij bent altijd welkom”.
Niet veel later verdween Harms in de coulissen landschapsrijke Friese Wouden. Een traantje wegpinkend schuifelde hij voort.

Nunspeet, 20/08/26

Slot.Harms, Ben en de verschraalde St. Patric

Het werd stil op het terrasje aan de Goddeloze Singel.

Wat is dat toch, die Goddeloze Singel? Harms peinsde, verschrikkelijke taferelen speelden al door Harms hoofd. Maar hier zat hij aan het terras bij het kleine café, vlak bij de Houtwielen, toch maar flink te stuntelen. Nee, Harms kon het verhaal over Ben de flierefluiter (maar wel van het degelijke soort) maar niet helemaal of helemaal niet zo erbij laten zitten. Dat verhaal van Ben dat moest hij toch kwijt.


“Kom mannen, t’ wordt wel duur, maar nog eentje dan?!”


Nou zowel Japie als Wapse zagen dat wel zitten. Japie voor de omzet, pientere Wapse omdat het hem mooi nu geen geld zou kosten. Tjonge wat had die Harms hem bij de poot genomen.


“Maar Harms, ik kom terug op je laatste opmerking. Waarom ben je dan eigenlijk op deze aardkloot?”

Een diepe glimlach verscheen om Harms zijn mond. “Kijk aan Wapse, wat een diepzinnige en prachtige vraag”. Kun je nagaan, ik wenste mijn vriend Ben de zegen van St. Patrick voor zijn familiare bezoekwerk.”


Even moest Harms als het ware terug in zijn kot. Verhaaltjes vertellen is één ding, een fatsoenlijk antwoord, tja….


“Beste Wapse. Die vraag ligt er al heel lang. Je weet wellicht dat ik mijzelf voornamelijk als katholiek beschouw. Protestants -jawel- maar daar klinkt wel erg veel onvrede, lees- protest in door. En nee, ik ben geen socialist hoor Wapse. Die zijn mij soms (vaak?) wat ontevreden, want ben jij wel eens een tevreden socialist tegengekomen?


Een C’ur bv, staat meestal iets anders in het leven, noem het met een groot woord dankbaar, dus minder protesteriger, denk ik. Al maak ik ook in mijn dorp mee dat ze elkaar gruwelijk in het openbaar kunnen kleineren, besmeuren en zo. Ik schaam mij daar werkelijk diep voor.

En gelukkig merkte ik dat er ook nog heel fatsoenlijk, noem het waardig, werd gereageerd.

Enfin, om op je vraag terug te komen: Laat nu juist die Rooms-katholieke kerk geprobeerd hebben op die vraag een antwoord te geven. En ‘t kan denk ik geen kwaad, om je daar meer in te verdiepen. Dus ook bij mij moet je “protest(ant)” er een beetje af laten. En nee, ik koop hiermee geen aflaten, dat is mij nu weer een stap te ver.


Weet je, Wapse, weet je Japie, het leven moet geleefd worden. En omdat wij er nu zijn, is het belangrijk om zeg maar vanuit de liefde (t gaat je hoop ik niet boven het hoedje?) te leven en je tot anderen, broers, zusters al dan niet biologisch en, zoals dus onze Ben mij voorhield de theologische broeders en zusters te verhouden. Dus niet zoals het hier soms in de politiek toegaat. Dat mag wel duidelijk zijn.


Maar dus wel een beetje pootjebaden, elkaar de voetjes wassen (en niet de oren) en niet kietelen graag.


Kom Japie, kieper er maar een glas water in voor deze man. Ik krijg gewoon een droge keel.”


Verbouwereerd zat Wapse te kijken naar Harms. ’t Mocht wat, leven uit liefde.
“Dus dat is elkaar in waarde laten, helpen en zo Harms?” Even drong, ondanks de warmte het tot Harms door, dat Wapse de spijker op zijn kop sloeg. “Inderdaad, Wapse, want wie goed doet, o, o begin ik alweer met gezegdes…”
”Ja Harms, wie goed doet, goed ontmoet! En iets voor elkaar over hebben dus?” Voldaan keek Wapse om zich heen. Tjonge dat had hij toch maar mooi gezegd.


“Kijk aan Wapse, helemaal goed, sta jij daar ook zo in?”
“Nou Harms, dat is denk ik het allerbeste uitgangspunt voor het en mijn leven, iets voor elkaar over hebben”.
Wapse glom zowaar een beetje onder zijn versleten hoedje. Japie zag het, Harms zag het.


Even keek Harms naar Schele Japie. Ach heden, zou die de twinkeling kunnen zien?
“Weet je mijn beste Wapse, jij hebt het helemaal begrepen man. En wat is nu mooier om het meteen maar in de praktijk te brengen?”
“Hoe dan, Harms?”

Dat kun jij doen door meteen de rekening van ons aan Japie te betalen!


Dus mannen, ik kom voorlopig niet weer terug, maar wens jullie de zegen van St. Patrick en oh ja, voor ik het vergeet: Ben zei tegen mij dat ik soms die St. Patrick rakelings benaderde. Nou ik ben hooguit een verschraalde St. Patric. Laat dat duidelijk zijn, want ik kan inderdaad niet aan die beste ”heilige” tippen.


Nunspeet, 28 juni 2026

Pagina 1 van 98

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén