Pieter Hoeksma

De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Harms met een boek.

Harms was op zijn fietsje door de Friese Wouden aangeland in de mooie Houtwielen. Harms, een gepensioneerde, ja wat eigenlijk? Onderwijsman? Welzijnsadviseur? Financieel ambtenaar? of toch die wroeter in de oude geschriften als archiefmens? Harms schudde zijn grijzende bolwerk(je). Broeksterwoude kon de bretels aan de broek wel optrekken.


Daar had Harms zijn tentje ontvouwd. Maar aan zichzelf kon hij niks vastknopen. Neen, de nacht had zijn rode sporen op zijn telefoon wel dik onderstreept aangegeven. Wazig en een beetje ontdaan, zo zat Harms met een boek op de bank. Chris.


Tja, waar ben je eigenlijk beland? Harms schudde zijn grijze manen. Alleen die vraag al. Hoe kom je daar terecht? Hoe kom je daarmee terecht?
Nee, Harms krabde zich flink achter de oren. Zijn fietshelm lag thuis. Wel drommels, al lopen bij de Houtwielen nu niet meteen drommen mensen en fietsers je voor de spreekwoordelijke voeten. Even grinnikte Harms.

Een goede hoorder hoorde meteen dat hij in zichzelf sprak. Ja, Harms was niet van gisteren. Dat had hij pas nog gelezen. Is juist goed. Het houd volgens sommige deskundigen je hersenen actiever. Ergens staat: ” Het lijkt erop dat al dat interne geklets ons helpt om na te denken, creatief te zijn en problemen op te lossen”.

Beetje hardop met jezelf in conclaaf. Al zal dat laatste woord wel een beetje Rooms zijn.

Een schaduw schreed met waardigheid over Harms gezicht. Ja, daar moest hij aan denken. Ooit had hij de aardigheid beter gezegd de narigheid moeten ondergaan in de grote groep catechisanten. En Harms had op eigen wijze een antwoord gegeven met een, volgens heer predikant “Rooms woord” tabberd waarna een klein kwartier Harms voor de groep voor van alles en nog wat (dat kon hij zich gelukkig niet herinneren) werd weggezet. Door die “heer” kreeg hij voluit op zijn tabberd. Beschamend was het. Wat een drift/schrift’geleerde’. Een huiver doortrok Harms. En zeker beschadigend. Wat had hij op dat moment voorgoed (?) de “pest in” gekregen van predikheren.


Ach, Harms schudde zijn hoofd. De grauwe herinneringen aan die tijd, kleine maar heel vervelende littekens op zijn ziel. Dat is het. Nu hij Chris, dat boekwerk, in handen had en hij door de bladen “heen scheurde alsof hij op een elektrisch aangedreven snelheidsligfiets door zijn leven vloog” schoten zomaar die pijnlijke herinneringen daar op het bankje in de Houtwiel, nabij de Goddeloze Singel, door zijn geest.

Goddeloos bijna. Bepaald niet geestig.

“Nee, kom aan man,” zo zei hij tegen zichzelf: “ik ga naar Schele Japie. Daar spoel ik die verhipte dolle geesten van herinneringen weg. Wat, ik, ach nee, ik doe geen domme dingen. En ik lig er ook niet meer zo bij als die stumper van een fietser zonder helm. Ik zal geen dingen doen waar ik spijt van krijg. Want het is toch een gezegde: wijsheid komt met de jaren?”


Nu Harms weer een beetje tot zichzelf was gekomen stapte hij fluks en zwierig op zijn fietsje. Op naar Schele Japie. De kastelein in het kleine cafétje de Gulle Gaper. Daar, waar eens het oude goddeloze tolhuis stond. Ja dat wist Harms nog wel. Alleen had de bewoner van nu, oud-boswachter Bijlsma, het allemaal weggepoetst. Weg van de gevel. Maar niet achter de gevel van Harms, dat wist hij, zelfs bij het klauteren van de leeftijdsladder, toch nog heel best. Al pratend in zichzelf zocht Harms voor vertrek het bewijs in zijn mobiele telefoon.

Niet veel later stond Harms bij de oude taveerne. Het domein van zijn vriend Schele Japie, omgetoverd in de mooie naam de Gulle Gaper. Alleen al de gedachte daaraan deed Harms smachten naar een beste pul gerstenat. Maar o, o, zijn tellertje en priktol aan de arm en telefoon waarschuwden alweer voor onverkwikkelijke momenten. “t Kan mij ook geen ene donder meer schelen , mompelde Harms. Ik zet het toch op een zu..”


Het was meteen een doorbroken stilte in de gelagkamer. Het gelag verstomde. Alle gasten keken naar die gast met hoed.

Eigenlijk vond Harms dat maar niks. Die nieuwsgierige aandacht. Maar meteen was het zijn vriend Wapse die, als volleerd spraakgraag Friesboertje maar meteen begon om Harms uit te horen. De anderen gasten verdwenen als schimmige geesten uit Harms blikveld.

“Zag ik jou niet Harms, met een boek?”

“Stil nou toch Wapse, laat Harms maar eerst eens even bekomen. Je ziet toch dat hij kennelijk geraakt is”Je ziet toch wel die verborgen tranen? ” Schele Japie was duidelijk. Scheel of niet, dat gezicht van Harms had boekdelen gesproken. Dat kon zelfs hij zo zien. Het moet gezegd, scheel of niet, die kastelein had oog voor vriend en gast.

Zou hij, Harms, spoken hebben gezien daar aan de Goddeloze Singel? Japie moest even diep nadenken. Zo had hij Harms zelden meegemaakt. Toch zal ik die Bijlsma (de oud boswachter ) en verhalenverteller pur sang over de vogelenzang en spokerijen in de Houtwiel, maar eens vragen over al dat gespook in de Houwiel, dacht Japie.


Even was Harms verbouwereerd. En vereerd. Dat Japie oog had voor de medemens. Kom daar maar eens om tegenwoordig. Maar hier, bij zijn beste drankmaatje, ja, daar was dat wel degelijk het geval.

“Ach Japie, ik mag weer bijna niks hebben man, maar een echte bak bruinebonensap, dat stel ik buitengewoon op prijs al vind je het niet erg dat ik het hier toch maar binnen opdrink.”


Weg was Japie. Heerlijk geurend werd het in de gelagkamer. Geen verschraald bier maar dampende koffie. Harms kwam er letterlijk van bij.


”Kamperen Harms?” Zo vroeg de oude kastelein. “Zeker Japie, zeker. Een mens heeft behoefte aan stilte, eenzaamheid, rust en ik moet dan soms helaas blijkbaar wat vaker dan de vrouw goed dunkt, maar even “herbronnen”. Zal ook het woordje “herboren” wel in doorklinken. En daar doe ik het voor. En voor jouw vriendschap man. Want soms is ’t leven”, even wachtte Harms waardoor de hapering en emotie bijna bij de anderen doordrong, “ach, eh niet simpel hè? Misschien moeten we er maar eens weer samen op uit. Een flinke wandeling. Samen door de stilte hier.”


Even keek Japie wat slinks naar zijn vriend. De hint had hij begrepen. Niet met de nieuwsgierige aapje Wapse dus. Soms heeft een mens behoefte aan één op één te wandelen.

Ja. Japie kende zijn pappenheimers. Harms zag het. En hij zag dat hij het hier goed zag en dat hij het in de kleine ruimte van het cafétje in de Friese Wouden maar mooi had getroffen met zijn maten.


“Maar Harms, wat is dat nou met dat boek? Hoe heet dat? “ Ach, Wapse zijn achterwerk stond bijna in brand. Harms had het wel gezien. “Wel mijn beste, ik zal het vertellen zoals die ene baas Simson aan zijn vrienden deed. Ik mag aannemen dat een man van deze kant van de bijbelbelt dit ook wel kent. Je krijgt van mij dan ook voor vandaag maar eens een vraag voorgelegd. Als je die kunt verklaren dan zijn de verteringen voor deze dag voor mijn rekening en anders die voor jou. Oké?


Even keek Wapse heel bedenkelijk. Die Harms, zou hij hem nu echt bij de poot nemen? Ach, hij schrandere kereltje, zou die ouwe geschriften duikelaar van de Veluwe nu voor de gek houden ? “Oké, Harms maar dan moet je eerst die vraag stellen, anders ga ik niet akkoord.” Welnu Wapse, de vraag is de volgende: “ Het lijkt op Mark maar hij ging eerder “out” zonder helm, maar wel als gevolg van cq door een plaat voor zijn -spreekwoordelijke – kop. Rara wie of wat is dat?”


Vertwijfeld zat Wapse naar de beide mannen in de, inmiddels volle gelagkamer, te kijken. Gelachen werd er niet meer. Aandacht was er volop. Beteuterd keek Wapse om zich heen. “Moet ik daar nu op antwoorden Harms?” Hoe en wat is dat dan, kun je me dan minstens een aanwijzing geven? “


“Hier mannen, van het huis, ja jij ook Harms, neem er nu maar gewoon eentje op. Een echte BB want ik weet niet hoe dit moet goedkomen. Wel weet ik dat ik zo de rekening bij Wapse kan neerleggen, sprak Japie.

Even speelde een lichte trek van lachen om Schele Japies mondhoek. Nee, dat had Japie ook wel door. Het aanbod van de kastelein van die ene borrel, ja dat vond Wapse uitstekend. Zolang iets gratis was, was Wapse voor. Maar nu? Die Wapse wist vast geen antwoord te geven Allen zagen het. Voorzichtig werden er al weddenschappen afgesloten. Wapse zuchtte diep.

‘Ik, ik weet het niet Harms, vooruit, ik betaal jullie vertering maar dan moet je me nu uit de droom helpen.”


“Wel Wapse, het antwoord ligt grotendeels opgesloten in dit boek Chris. En als je googelt kun je zien waar het te koop is.”


Niet veel later was Harms verdwenen. Naar de stilte en het zachte suizen van zijn tentdoek. Starend in de vlammen van een kleine peterolielamp nam Harms bedachtzaam afscheid van de dag vol wetenswaardigheden. Langzaam aan sloot het zonnepaneel aan het zwerk.

“Ja, het oog wil ook wat” zei Harms in zichzelf. En de inwendige mens niet minder, zo sprak zijn alter-ego.

Gepieker

Daar zat hij. Ergens diep van binnen borrelde het. Niet de gewone borrel van de Friese Berenburger. Nee, goudgeel gerstenat stond voor zijn neus. Treffend, piekerend, denkend. Harms.

(met dank aan Teunis Ploeg Elspeet)

Ach heden, wat een nacht lag achter hem. Kamperend aan de Goddeloze Singel. Ja dat had hij gedacht. Maar hij was er een mooi stukje naast terecht gekomen.

Harms was te moe om nog wat anders te zoeken. Dan maar op de fiets. En nu? Diep verzonken achter een goed glas gerstenat. Zoiets.

Had hij gedroomd? Over de wonderlijke geesten van de Goddeloze Singel om hem heen? De grijze slierten van de dikke ochtendmist die in zonnegloren waren verdwenen?

Nee, Schele Japie, de kastelein van de Gulle Gaper had het nog eens goed bekeken. Die liet Harms maar voor wat hij was. Evenals een stille drinker. Maar diep vanbinnen, dat wist Schele Japie niet, borrelde het bij Harms. Och heden, wat een gruwelijke nacht. Och heden, wat was Harms gevallen in eigen ambitie. “Vrouw, ik ga. Ik ga weg. Ik ga naar de Houtwielen. Doei.”

En na een vluchtige zoen was Harms ’s middags alsnog bijna hals overkop vertrokken. Eindelijk mocht hij even weg. Even het tentdoek ruiken. Even de stilte proeven, al had hij tegenwoordig een plekje op de aardkloot gereserveerd waar je de spreekwoordelijke stilte kon horen.


De eerste maanden daar was hij iedere morgen naar buiten gegaan. In zijn arm geknepen. Nee, hoorde hij dan niks? Echt niks? Maar ook de ochtendstilte in zijn nieuwe woonplaats raakt gewend. Maar niet ontwend aan het innerlijke vluchtgedrag? Nee, daaraan kon ook Harms niet, misschien wel “nog” niet, aan ontkomen. En nu mocht hij eindelijk een paar dagen weg. Op naar de Goddeloze Singel.

Hij had het ontdekt. En daar was een camping bij de Houtwielen. En daar moest en zou Harms wezen.


Het gerstenat sputterde niet tegen. Wel werd de baard werd bijna besprenkeld door het opborrelde koolzuur uit zijn glas . ’t Leek volmaakt. Maar Harms was niet blij. Hij had zich wel voor de spreekwoordelijke kop kunnen slaan. Hij stond op de verkeerde camping. Dat was pas een paar dagen later gebleken toen hij naar de gelagkamer van de Gulle Gaper wilde.

De Zilverenmaan had zijn bestemming moeten zijn. Nou ja, Harms schudde zijn grijs wordende manen. Rukte eens aan de sik. Harms vermande zich. Hij was toch een vent. Wat? Hij, de oen van de Veluwe, die zijn matras ook nog eens vergeten bleek, had zich mooi door die nacht op de kale grond weten te redden. En stortbuien of niet, voor nog geen vier euro had hij een “bedje” geregeld dat nog comfortabeler was dan zijn dure expat mat. Schele Japie zag die lichte grijns van genoegen die zich af om de mond van Harms afspeelde.


“Aan de pieker Harms?” Als uit een verdoving keek Harms op. Zijn twinkelende ogen maar nog met dofheid van een slapende doffer, loerden schielijk naar Schele Japie. Wat zou hij?


“ Ach Japie, het leven van een kampeerder kent vele wonderlijke weggetjes. Gisteren was ik bij de Goddeloze Singel.

Jacob Bijlsma, de oud boswachter, daar bij de Houtwiel, was er samen met zijn vrouw. Gelukkig was de boze geest in de Houtwiel -voorlopig- weggezonken. En Jacob? Die kon prachtig vertellen man. Over de kruidendrank die hij als een echte Panoramix voor zijn vrouw aan het produceren was. Niks voor de verkoop Japie, niks voor mij, maar alleen voor zijn eigen famke. Ontroerend man. Zo vol liefde. Zo waardevol. En voor de rest? Ik zal het je wel eens vertellen, maar nu niet. Ik had er vannacht bijna een eind aan gemaakt. En of ik het droomde? Ik ben er inmiddels achter. Maar ook dat vertel ik nog eens. Geef nog maar een glas van het goede soort, mijn beste. En vertel maar niks aan die Wapse. Die wijsneus wil alles weten. Nog één ding Japie, heb jij ook van deze soort in je keukenkastje?

Machtig lekker. Drinkt als water. Maar misschien zag ik wel spoken. Ik was gisteren nog op de Goddeloze singel en wis en waar, ‘ t is er prachtig. Maar met zwaar weer, storm en getier van de wind gaat de geest, in ieder geval de mijne, wel op de loop. Het komt misschien door de inhoud van dat flesje wijn. Die kun je bemachtigen bij camping Houtwiel.


Komaan man, neem er ook één, dan voldoen we aan het gezegde: ze dronken een glas, deden een plas en lieten de rest maar mooi in hun sas. Of zo iets.”


Nunspeet, 7/10/26

De merel en de wurm

Aan de boorden van de Goudsberg
tussen Lunteren en Ede
zat een merel luid te kwelen
met een wurm in haar bek.

Springend over het hekwerk
als een drachtige hinde
spoedde ik mij henen
op de weg naar Rhenen.

Het leven van een kampeerder
zei onze wijze beheerder
is nog niet zo gek.

Daarna kwam toen de rekening.
Als raskampeerder belde
ik van de weeromstuit mijn verzekering.

U, zo zei die beste man
bent echt een vrek.

Toen stond ik paf ,
zonder tanden in mijn bek.

Ach was ik maar een merel dan
dan hopte ik met volle snuit
nu met een (oor)wurm in
mijn eigen snuit.

Harms heeft een identiteitscrises


“Kijk Wapse, daar zit Harms. Hij zit de hele tijd verwondert te koekeloeren naar zijn telefoon. En soms grinnikt hij, dan weer slaat hij zich bijna voor zijn hoofd en dan heeft hij weer bijna tranen van het lachen. Het blijft een bijzonder type.”


Schele Japie kijkt er toch wel bedrukt bij.

“Weet je wat, ik zal hem maar eens een bak bruinebonensap brengen van het huis. Kikkert hij vast wel van op.”

Niet veel later stiefelt Schele Japie met een bak dampende koffie naar zijn vriend Harms. “Nou Japie, doe mij er ook maar eentje”. Wapse denkt, da’s mooi voordelig ook. De beide mannen stappen op Harms af.

Die zit nog helemaal verdiept in het beeld van zijn telefoon. De koffiegeur dringt amper tot hem door. Harms ruikt namelijk weinig tot niks, maar als dan ineens de damp in zijn neusgaten verdwijnt lijkt hij als uit een diepe slaap te ontwaken. Wapse en Schele Japie kijken verwondert toe. “Dank, Japie, prachtig Japie, heerlijk Japie”. De weinige woorden van Harms komen binnen.


“Wat heb jij toch? Man je lijkt van de wereld?”


“Ach mannen, ik heb google te pakken. Volgens mij zijn ze daar de weg kwijt. Maar denk eraan, ik ben blijkbaar wereldberoemd! Kijk maar eens. Mijn vrouw weet tegenwoordig in de digitale wereld erg goed te functioneren. Ik zelf ben daar een stumper in, maar soms? Weet je, als je het niet weet: vraag het vriend Google. En als je iets wil zien, dan maak je een foto en kiepert die in de zoekbalk. Kind kan de was doen. Harms kan de was doen. Maakt hij per ongeluk een selfie. Je wilt niet weten. Ik blijk een super intelligente knappe acteur te zijn. En geloof het of niet het staat er echt. Psst. opletten er staat wel bij in de kleine lettertjes dat AI fouten kunnen aangeven. Nou, ik denk dat Google echt het spoor bijster is, of ik heb altijd buiten de werkelijkheid geleefd. Kom Japie, om van de schrik te bekomen: doe maar een dubbele BB. En nemen jullie er dan ook maar een van mij. Want met een tobinkomen (let op met een B) moet ik als acteur dit kunnen dragen. Maar wie ik nu werkelijk ben?”


De beide vrienden keken elkaar eens diep in de ogen, al moest je bij Schele Japie natuurlijk flink de bocht om. Maar met een dubbele BB gaf het weinig moeite. Zo was dat wel. Verbaasd en verbouwereerd ontdekten ze dat hun Harms geen Harms was. De identiteitscrises die Harms blijkbaar had opgelopen was geheel verklaarbaar. Want kijk wat Google tevoorschijn toverde: een nachtvlinder. Geen acteur. Google was zich letterlijk te pletter geschrokken. Personen, nee dat ging niet meer. Al had hij dit nog wel met zijn vrouw gedeeld. Verbaasd was hij, verbouwereerd was zij. Want echt, de foto van Harms was een heel beroemd acteur. Maar ook was Harms verbaasd toen hij dit wilde delen. Supersnel had google de fout verwijderd. Harms zat er verbijsterd naar te kijken. Nee, zijn identiteit was meteen weer verloren gegaan.
“Kom mannen, ik weet niet meer wie ik ben. Japie, nog een dubbele, ik drink mijn verdriet nu wel weg. Zoals een oud-collega soms zelfs met regelmaat mompelde: “waardeloos”. Enfin, mannen, ik kom vast nog een keertje langs. De Goddeloze Singel, een plek om terug te keren. De Friese Wouden, ach wanneer zal ik daar mijn tent eens opslaan?”
“Nou Harms, kom dan maar snel eens met je linnen onderdakje. Jij bent altijd welkom”.
Niet veel later verdween Harms in de coulissen landschapsrijke Friese Wouden. Een traantje wegpinkend schuifelde hij voort.

Nunspeet, 20/08/26

Pagina 1 van 98

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén