“Wonderlijk Wapse, daar is warempel Harms.” “ Ach Japie, die man is gepensioneerd, die heeft tijd genoeg.”
De woorden stierven weg. De hitte legde beslag op de beide mannen. In de schaduw van het mooie cafétje aan de Goddeloze Singel was het gewoon stil. Zoals op veel plekken in het Friese Woudengebied.
Schele Japie verwonderde zich. Zelfs Wapse zat niet eens meer op zijn praatstoel. Enfin, een gerstenat zou de kleine Friese pientere boer misschien uit zijn gesomber kunnen laten ontwaken. Maar ook Schele Japie was met de hitte niet meer de snelste. Wapse keek verbaasd naar het geschuifel. Tjonge, die wordt gewoon oud…
Niet veel later stonden er twee glazen met een mooie schuimkraag amechtig te staren naar twee dorstige kelen. Maar de rust werd wreed verstoord. Nou ja, wreed. Harms kwam aan wapperen. “Mannen, ik wens jullie de zegen…” maar verder kwam Harms niet. Gestotter en gestuntel bracht hij voort. “Oef, eerst eerst, eerst effe checken….mien suker, mannen…”
Geschrokken keken Schele Japie en Wapse naar Harms. t Zal toch niet door de warmte komen..
Na een poosje, Harms was bijgetrokken, moest Harms vertellen wat hij weer voor bijzonders onder de pet had. Nou ja, pet, een wonderlijk mooi hoedje sierde de oude baas

Tot vreugde van de marktkoopman die hem de nodige centjes had onttrokken, maar Harms was er wel degelijk blij mee.
“Vertel”, zei Wapse. “Zeg het, zei Japie, wat heb jij op je lever?”
Even keek Harms schichtig om zich heen. Ach heden, moest hij nu alweer vertellen? Die ouwe vrienden, ze zaten gewoon te wachten op wat nieuwtjes.
Ineens realiseerde Harms wat hij ooit zijn vriend Ben Berendsen had verteld. Wonderlijk. Enfin, beide mannen konden gewoon wel wachten op dat verhaal.
“Doe maar een bakje bruinebonensap Japie”, zo begin Harms. “Man met dit weer? Ja joh, alleen gerstenat van water is goed voor mij, misschien een glas Rivella en anders een niet suikerhoudend waterachtig spulletje. Dus nu toch maar een bakkie. Dit is voor mij Japie, gewoon “een bakkie troost”.
Gedrieën trokken de mannen verder de schaduw in. Onbarmhartig was de weerman van RTL geweest, overdrijvend natuurlijk over de extreme hitte, maar Harms kon op zijn spreekwoordelijk klompen, die overigens geen woord uitbrachten, alleen maar verse zweetlucht, narekenen dat het verzinsel Code Rood in heel het land langzaam maar zeker tot zijn afstompende hersenen begon door te dringen. Ja, had zijn vrouw gezegd, boven de 24,5 graden C gaan de hersenen minder functioneren. ’t Zou wat. Harms hersenen, voor zover aanwezig, functioneerden na zijn pensionering slechts onder de 10 graden. Harms moest er zelf wel een beetje om lachen.
“Heb ik jullie wel eens verteld over mijn broeder Ben?” Nu keken Schele Japie en boertje Wapse of ze het hoorden donderen in Keulen. Ver weg in ieder geval. “Nou Harms, ik dacht dat ik veel van je wist in de loop der jaren, maar over ene Ben, nee, t zegt mij niks.” Terwijl Japie die woorden had uitgesproken had Harms geconstateerd dat alle aandacht van Wapse, gevoed door verschrikkelijke nieuwsgierigheid op hem werd gericht. De kleine baas kon zich amper inhouden, “nee Harms, vertel man…”
“Weetje Wapse? Het is veul te heet. Ik zal het je nog wel eens vertellen. Maar let op, broeder Ben? ….”
Vertwijfeld zat Wapse in de schaduw bij Schele Japie op het bankje voor de kroeg. “Krijg nou wat, flikkert die zijn koffie naar binnen, betaald contant zijn versnaperingen en dan sjeest die weg? Japie, was dat nou?”
Nunspeet, 25 juni 2026

