De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

De kennismaking

De kraag hoog opgestoken. Nek in de schouders. Zijn donkerblauw ribfluwelen pet diep voor de ogen getrokken.
Gefascineerd door deze verschijning keek ik hem aan. Zo’n midden veertig. Beetje grijzend. Beetje kalend, vermoed ik. Een grijze tot witte baard.
Beetje sjokkend. Geen al te vlotte wandelaar.

“Dag”, zei ik. “Dag” zei hij. Meer niet. “Dag”. Een beetje krom en een beetje schuw ook. Zijn blik bood geen herkenning.
Zijn ogen stonden los van zijn innerlijk. Leeg en toch niet helemaal leeg. Leeg en toch starend in de verre verte naar… Ja waar naar eigenlijk? Naar het niets?

Later kwam ik hem weer tegen. Bij hem thuis. Zijn vrouw was van een ander soort. Levendig. Gebarend. Twinkelende ogen, bruisend van activiteit. Net zoals de kamer. Vol met allerlei groenmateriaal. Kistje mos op de kamervloer, triplex om te bewerken tegen de tafel. Enkele dozen met gedroogde skeletbladeren, kransen voor guirlandes op de tafel en enkele zakken met groendecoratie.
Zelf zat hij op de bank. De kamer leek wel een werkplaats voor een bloemisterij. Voor hem lag een stapel wilgentenen.

“Komt erin” zei hij. Zijn stem klonk aanmerkelijk luchtiger dan bij de eerste ontmoeting.
“Let niet op de rommel, hoor, ik ben net terug van de veiling. Alles moet nog naar boven, naar mijn werkkamer”. Zoals zijn vrouw klonk, neen daaraan ontbrak geen levenslust. Let niet op de rommel hoor….Ach, wat zou het. Ieder zijn vak. Haar vak dan.

“Je zult je atelier bedoelen”, zei hij. Toch iets actiever dan verwacht. Iets van trots klonk door zijn stem. Maar zijn ogen leken nog steeds half vol van levenslust. Of halfleeg, bedacht ik mij. Iets dromeriger dan gemiddeld, maar toch legig.

Ondertussen wriemelde hij met een wilgenteen. Boog hem links, naar rechts, zwiepte, draaide en boog diep door. “Breekt niet”, zei hij. “Zie je wel, taai en buigbaar” en, levendiger, “maar barsten? Neen. Deze zijn vers en voor de vrouw in haar atelier”. Hij schoof de teen met de andere stapel naar zijn vrouw. Langzaam en bedaard. “Bruikbaar” mompelde hij. “Ik heb er zo wel genoeg hoor, schat. Voor vanavond kan ik er best mee verder komen”. Zijn vrouw ging onverstoord door met frunniken en krammen plaatsen. Nog even werd er snel een nieuw doorzichtig cellofaan over het werkstuk gedrapeerd en handvastig vastgemaakt. Vlot en snel. Wetend wat ze doet. Maar hij? Langzaam en toch wat onverschillig om de drukte om hem heen.

Weer pakte hij, uit een andere bos, een teen. Hij schudde met zijn hoofd. Ook deze steen zwiepte hij, draaide en boog hij. De teen knapte. “Zie je wel, zie je wel” herhaalde hij zich, “dat is het nu. Als je maar lang genoeg buigt en wrikt, dan barst de zaak. Afknapper”. “Kijk vrouw” en ongeremd keek hij met open ogen naar haar, “dan knap je af”. Naar mij toe buigend, alsof ik van het hele tafereel alles al begreep vervolgde hij: “en dan gooi je ze aan de kant”. Geknakt, je kunt er niks meer mee”.
Wat een verbittering klonk uit zijn stem. Wat een leed!

“je kunt er niks meer mee”. De nadruk op NIKS ontging mij niet. De flikkering van boosheid uit zijn ogen was beland bij niemandsland. De schouders werden opgetrokken. Hij schudde langzaam het hoofd. In gedachten zag ik hem mompelen, niks, niks, niks…

“Weet je”, vertrouwde hij me toe, “dat is nu het kroonjuweel van de schepping. Afgedankt als je afgeknapt bent. Zo is een mens als hij een burn out heeft ondergaan. Als een wilgenteen, zonder verse sappen”.

Met grote verontwaardiging vonkte zijn vrouw naar hem toe: “Neen, niks afgedaan. Een oude twijg is nog heel nuttig, kijk”. Ze pakte de gebroken twijg, kerfde snel een stukje bij de breuk weg en zei:”als je deze nu een dag of vier in heet water legt, kan ik alles met die twijg doen zoals met een nieuwe verse twijg. Je moet alleen meer en beter verantwoord omgaan met deze twijgen. Dan kunnen ze nog heel veel nut hebben. Net zoals figuren die door hun vele werken, buigen, zwiepen en werken “geknakt” gaan. Niet  opgeven. In de hand van de maker is er nog heel veel mee te doen”.
Zwijgend keek hij naar haar vaardige handen.
In zijn ogen blikte dankbaarheid.
In zijn ogen gloorde hoop.

Ik rekende af. Ontdaan van geld. Voldaan met een cadeau. Verrijkt door de levensles. Zelfs de afgeknapte twijg is bruikbaar in de handen van de Meester(es).

Vorige

Een bijzondere fietstocht. Het levenspad.

Volgende

Ontmoetingen, het mag wat kosten!

  1. Wat heb jij een observatie vermogen!! Ik bewonder je schrijftalent steeds meer en meer.
    Ik kan me ergens wel een beetje met deze man vereenzelvigen en zijn (lichte) verbittering voorstellen.
    Hoeveel kan je hebben als mens?
    Soms voel je je echt een gebroken mens; je kunt teveel voor je kiezen krijgen in 1 keer.

    Gerrit.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén