De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Auteur: Sjaak de Stiefelaar Pagina 26 van 95

Elke dag een dagje ouder. Elke dag hoop ik een stukje wijzer te worden. En elke dag iets minder eigenwijs(zer).

Ruwe stormen

Als we tijdens de ruwe stormen in ons leven het anker van het geloof laten rusten in de hoop op de wind van Zijn liefde in onze levenszeilen, dan hoeven we ook zelf niet eens meer ons best te doen om overeind te blijven. Wel moeten we misschien zo af en toe de zeilen eens even bijzetten. Ondanks dat,  geeft dat toch een rustig gevoel.

Het kan natuurlijk wel knap stormen als  de  Geest in onze zeilen blaast.

Geloof hoop en liefde, maar Zijn liefde staat boven alles.

De smidse of de kerk.

 

Het was een jaartje of een twee geleden. Ja, commentaar was er ook. Het koor is een kroket.

Zo zout had men het kennelijk nog niet eerder gegeten. En lekker eten, zelfs een kroket,  is altijd leuk. Vandaag kom ik uit op de smidse. Beter gezegd een smederij. Hoe kom  je erop zou je zeggen. Ach we filosofeerden wat af. En ineens was het gezegd. Wat boel je dan? De kerk is een  smederij.

Kijk, de smederij was een plekje waar ik vroeger heel wat heb afgespeeld. En er speelde zich ook heel wat af. De ijzers die in het vuur werden gelegd. De ijzers die daarna onder de paarden werden geslagen. Ik ruik het nog.

De smidse. Een smerige plek en oppassen was noodzakelijk. Vuur, zware  ijzers, zware hamers,  een aambeeld. En vuur. Dat vuurtje moest blijven branden. De vonken spatten er vaak vanaf. Als het vuur dreigde te doven was het noodzakelijk om de blaasbalg te hanteren. Branden. Als de “hel” met dat vuur. En dan het ijzer erin. Want je moet het ijzer smeden als het heet is. Dan vloog de zware hamer op het door een tang vastgehouden stuk ijzer. De hamer dreunde, de vonken vlogen eraf. En dan werd door het gedreun van de hamer het ijzer gesmeed. Mooie vormen voor een sierhek, eenvoudige  of meer precieze voor bijvoorbeeld het hoefijzer.

De smidse was een mooie plek. Altijd reuring, altijd oppassen voor vuur en vallend ijzer, je kon je er super stoten aan allerlei rommel. En ziedaar een gloeiend stuk ijzer schoot uit de tang en voordat je het door had werd je bijna in de tang genomen door het gevaar.

Kom dan nu  eens in de keuken van de kerk. De smederij van de consistorie. Goede gesprekken, mooie gesprekken. Soms moeilijke gesprekken. Soms  vliegen de vonken  eraf. Vaak kon je je geweldig stoten aan die smederij. Wat een rampplek, en voordat je het in de gaten had zag je alleen maar de gevaren en het vernietigende vuur, de stoten van de zware…hamer. De smeden die er rondbanjeren, rouwe klanten?!  Welkom in de smidse van de Heer!

Op het aambeeld van het geloof of het aambeeld van het ongeloof moet er soms met een zware hamer worden gesmeed. Soms ja, vielen er spatten van vuur af. Soms was het gevaarlijk. En oh zeker, in die smidse kun je je zomaar stoten. Aan van alles en nog wat. Je kunt je geweldig stoten aan rechts. En aan links. Ook op het aambeeld van geloof, hoop en liefde kunnen er ongelukken gebeuren. Je kunt je stoten, je kunt je branden, maar een ding blijft: blijf, om gevormd te worden.  Blijf in de werkplaats, daar gebeurt het. Daar worden schitterende “ongevormde klompen mens” gevormd tot mooie, fijne, diepgelovige wezens.  Zoals de Smid ze bedoeld heeft. Maar dan vallen er ook best wel eens harde woorden. Dan is de pijn van het “op de vingers getikt worden ” het proces van vorming”  net zoals dat mooie stuk ijzer uit de smederij. Laat de vonken er maar van af spatten. Dat de Geest maar als “blaasbalg” het vuur brandend mag houden. Dan kan het er heel heet aan toegaan. Dan kunnen de vonken er van alle kanten vanaf spatten.

Maar dan komt een mens tot zijn en haar recht. Zware hamers voor het zware werk, fijn materiaal voor het precieze. Hoe dan ook, de smederij van het geloof heeft vele variaties. Maar ook veel heel mooie sierwerken.

Op het aambeeld van het leven-misschien wel met name in de smederij- kunnen zware klappen vallen. Maar het “eindproduct” kan zijn tot Zijn glorie. Heerlijk toch? Laat het koor een kroket zijn, de kerk is een smederij.

Even terug naar de smederij en zo mogelijk met kroketten! Ook in de smederij worden immers kroketten gegeten.

Maar een ding is zeker: het vuur moet blijven branden. Pas dan kan je gevormd worden.

Geven

Geef niet op elkaar af
Maar geef elkaar de ruimte.

Rechten en plichten. Nieuws onder de zon?

 

Een mens zou kunnen overwegen over te gaan tot het recht van dichten. Maar dan raak ik wellicht op drift.

Actueel is de zwanendrifterij. De gruwelijkheden werden de laatste tijd deftig of driftig  in beeld gebracht door de tv makers. En een gedicht was er niet bij. Het recht op vrije nieuwsgaring in de democratie werd dan ook wel ingezet. Geen hoogdravende literair onderbouwde programma’s, maar de gruwelijkheid van het zwanendriften. Een plaatselijke dierenarts was zeer actief in het benaderen van de daders. Daders die tekeer gingen als een bosje vlooien! En de beelden riepen alom afschuw op. Maar we weten het, magere vlooien bijten het hardst. Dat maakten deze beelden wel duidelijk.

De plicht die de dierenarts voor zich zag stond in schril contrast met de activiteiten van ’s lands dienaren die de wet moesten uitvoeren. Diverse aangiftes, beeldmateriaal, bedreigingen, eierengooien en dat gelardeerd met forse scheldkanonnades, brachten de moderne mens in het geweer. En ja, schoten knalden, en zwanen stierven.

 

Thans staat het zwikkie zwanendrifters voor de rechter.

De  vraag doet zich voor of de zwanendrifters in hun recht stonden. De dierenarts in haar recht staat. Of de rechtsstaat wel aan haar plicht voldeed door haar te beschermen en terecht werd uitgegaan van het verstrekken een vergunning tot het driften van zwanen? Daarover zal het recht zegevieren.

 

Een ding moet me wel van het hart.

In vroeger tijden werd het recht van “ Zwanendrift” toegekend. Dit recht behoorde toe aan de heer van Heeswijk. Ik vermoed dat er ook wel meerdere heren waren die dit recht hadden, maar zover strekt mijn onderzoek niet. De heer van Heeswijk had dit recht kennelijk wel en dit strekte blijkbaar zich uit tot de grachten van Montfoort. Uit het heerlijkheidsarchief van Heeswijk over de jaren 1684-1704 en 1708-1723 komen stukken voor die dit recht behandelen. Was het toen ook koek en ei?

Nou, het blijkt dat ook toen al flink mot in de mottebalen was te vinden. Er werd gesmeten met rotte eieren.

De stukken handelen over de verzorging van de zwanen, het schieten van vogels en het roven van eieren en jongen in de grachten. Vooral de kastelein en zijn kinderen waren kennelijk verdacht, zoals blijkt uit het verzoekschrift van de maarschalk van stad en lande van Montfoort, aan de Staten van Utrecht om een verbod uit te vaardigen betreffende het varen in de Montfoortse grachten, het schieten van zwanen en andere watervogels en het roven van de eieren. Dit verbod zou met name gelden voor de kastelein en zijn kinderen. ’t Speelde zich al af in 1658.

Kortom: er is geen nieuws onder de zon. [i]

 

[i] Zie o.a. De Lopikerwaard I, Dorpen en kerspel tot 1814 door W.F.J. den Uijl.

Pagina 26 van 95

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén