De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Auteur: Sjaak de Stiefelaar Pagina 30 van 95

Elke dag een dagje ouder. Elke dag hoop ik een stukje wijzer te worden. En elke dag iets minder eigenwijs(zer).

Het wonderlijke rustpunt

Voor mij is en was het een wonderlijk moment. Ik was er. En ik vroeg mij af, ben ik er wel? Ben ik er wel geweest? Nu moet ik echt proberen alle woorden uit het woordenboek te gebruiken. Grabbelen in de grijze massa van woorddelen en gedachten. Hoe breng ik mijn verstilde verbazing tot uiting?

Het is een vreemde stelling. Het is een vreemde ervaring, het was een vreemde ervaring. Verwonderlijk. Jazeker, eigenlijk ben ik er nog stil van. Waarvan?

De oorverdovende stilte.

Natuurlijk, altijd permanent doorsneden door mijn eigen gesuis, maar de ruimte om mij heen, de verwonderlijk stille stilte. Niets, niets hoorde ik. En als ik er over nadenk, dan word ik opnieuw..stil. Verstild niks. Helemaal niks. Het is dus nog steeds mogelijk in ons land. Natuurlijk in een heel natuurlijke omgeving. Omgeven door wind, die bladstil met liefde heeft meegewerkt aan mijn moment van volkomen niets. Even alle sores weg. Geen geluid van motoren, vliegtuigen, treinen, auto’s en die vreselijke motoren. Geen mensen, geen gekrijs van vogels. Even was ik volkomen alleen met mijn hond en de verstilde ruimte aan de kant van het wad. Het was een absoluut hoogtepunt van het wonderlijke concert van een dagdeel in Noord-Holland. Soms zijn pauzes in een muziekstuk echt een verademing. Je kunt op adem komen. Aan de rand van het wad. Als ik er over nadenk dan ga ik zo weer. Absolute stilte. Adembenemend. Wonderlijk rustpunt.

Het levensconcert

 

De een vind het fantastisch. Het geeft een Zwiterslevengevoel, nou ja op een paar dissonantjes na dan. Want lees de krant en volg het nieuws.Ik kijk (vooral niet te vaak) ook naar de omgeving: de wereld barst uit de voegen van problemen.

Vluchtelingen. Moordende gevechten om door het prikkeldraad te komen.

Om van te gruwen.

Dat doen ze niet voor de lol.

De wereld: kijkt toe.

Wij leuteren maar wat af om de problemen zoveel mogelijk bij de andere over de schutting te gooien.

De schutting van Schengen is ook al zo lek als een mandje.

De kanaaltunnel is ook al niet waterdicht.

De waterkering van de randen van Italië laten teveel verdronken bootvluchtelingen zien.

Griekenland weet zich geen raad.

De ministers? Ze deden een plas en ze laten het vooral zoveel mogelijk buiten hun eigen grenzen.

Grenzeloos wat een ellende.

Wat een kakofonie aan “verdrinkingsgeluiden”.

Ach, we kijken er niet eens meer van op. Als het journaal het wil melden moeten de aantallen per maand omhoog gaan. Anders heeft het geen nieuwswaarde meer.

Een lijkje meer of minder, totdat? Het schokkende beeld van dat ene jongetje. In de armen van de arme “hulp”verlener.

Ik kijk er naar. Het zal je werk maar wezen.

Wezenloos. En wezenloos achtergelatenen.

Om je eigenlijk wezenloos voor te schamen.

 

Nie wieder.

Het zijn termen die mij in mijn jeugd me werden voorgehouden.

Maar de wereld staat opnieuw – en eigenlijk nog steeds- in brand.

En de wereld weet niet waar en hoe de brand te blussen. We steggelen zelfs over waar de brand zou zijn.

Nie wieder, ja, maar we leren kennelijk nooit van de geschiedenis.

 

In mijn levensconcert komen ook dissonanten voor. Het leven, een en al gebrokenheid. En soms ook zo geweldig mooi. In alle sores van de dag zijn er geweldige glimlachjes van boven. Als zonnestralen verwarmen ze ons menselijk hart. Door het vele meedeleven.

Laat de liefde brandend blijven. De wereld verkilt zo geweldig. En bij zoveel smart en pijn, zoveel dagelijkse geestelijke hersenspoeling van de vluchtelingenproblematiek, dan sla je gewoon op de vlucht. Soms. Om even afstand te houden. Om “jezelf” op orde te houden.

Wat een pijn. Wat een vals concert. Als ik die partituur mocht schrijven….Maar helaas , mijn generatie en mijn “bestuurlijke “machthebbers” , ze maken het er niet mooier op…

En ik? Ik voel me machteloos.

 

Wat kan ik doen? Ik vouw mijn handen. Toch niet het allerminste. Hoop ik.

 

Slootje

Een paar weekjes terug was ik terug in mijn geboortestreek. Streken van weleer werden ineens helder aan het geestelijk firmament van herinnering. Ze hoefden niet te worden opgehangen. Ze waren er.

Twee momenten, zo helder voor de geest als water in de beek.

Het eerste was toen ik 4 of 5 jaar oud was.

Een vriendinnetje ging verhuizen. Ik weet haar naam, maar als ik verklap dat ik haar stiekem noem in mij slaap dan begrijpt u wel, dat kan een mens niet maken.

Een van haar laatste wensen was om een keertje met de klas visjes te gaan vangen.

Zo gezegd, zo gedaan. Juffrouw de Jong ging met de kindertjes op stap. Kleine aapjes en draakjes van kleuters. Maar geen van allen had ADHD. Dat kwam in die tijd niet voor.

Lekker leunend tegen een balk langs de rand van de sloot….

Tjoep, daar ging de handel. Met zijn allen te water.

Grote schrik.

Dit is het slootje.Afbeelding

Dit is de plek.

Ik krijg het er weer warm van.

Judith is verhuisd.

Judith herinnert zich niets meer.

Mijn slootjes trauma?

Helder viswater.

Wijsheid

Vandaag moest ik er even bij stilstaan.’s Nachts dan natuurlijk. Maar dan is er geen computer bij de hand en ik ben ook niet zo bij de hand dat ik een laptop mee naar bed neem. Pen en papier liggen uitgeschakeld in het keurslijf van hun makers. Dan maar gewoon op de ervaring.

Deze week had ik weer een bijzondere ontmoeting en deze week las ik over een bijzondere ontmoeting. Dat lezende gedeelte bewaar ik maar voor het laatst en het levende gedeelte zal de opstap zijn naar de lezende ontmoeting.

“Hoe ouder ik word, hoe meer ik mij ontwikkel. Ik word steeds cynischer, ze doen maar, kan mij niet meer schelen. Ik doe waar ik zin in heb en ze bekijken het allemaal maar. Eigenlijk merk ik dat er maar een de aller aller beste is en dat ben ik. Soms denk ik dat als ik er niet ben, hoe kunnen de zaken dan eigenlijk nog gewoon doorgaan?   Ze kunnen ook niks. Moet ik dan zelf alles doen?”

Dat is de eerste en beslist niet de laatste.

De tussen aanhalingstekens geplaatste tekst. Is niet letterlijk maar figuurlijk wel letterlijk uitgesproken. En rakend aan het feitelijk gesproken woord kunt u van mij aannemen dat het het feitelijk bedoelde woord geraakt heeft.

Iemand in de leeftijdscategorie van 40-50.

Inderdaad. Het kan helemaal waar zijn zo gezegde: hoe ouder hoe wijzer. Maar hoe ouder ik word hoe meer ik hieraan ga twijfelen. Althans bij zo’n ontmoeting. Eigenlijk zakt de moed je spreekwoordelijk in de schoenen. En soms loop ik al zo moeilijk.

Weet je, bij zo’n “ontmoeting” wil ik dan ook niet langer stil staan. Gruwelijk om te bedenken dat je in alle toonaarden die in ons brein kunnen opkomen moet gaan bedenken hoe iemand die volstrekte negativiteit van het half lege glas niet kan ontdekken noch erkennen dat het nog voor de helft is gevuld?!! Waarom altijd maar kijken naar de “leegheid van de helft” terwijl er “de volheid van de helft” is? Ooit heb ik iets geleerd van” tel Uw zegeningen en vergeet er geen”. Ik ben de tel al lang kwijt geraakt, maar zegeningen? Ze waren er en zijn er te over.

Als ik het nu even teruglees dan gruw ik er eigenlijk een beetje veel van. Veelvuldig negatief denken is niet synoniem aan min vermenigvuldigen met min. Dat leidt in de rekenkunde nog steeds tot iets positiefs maar in de praktijk van het geestelijk leven leidt zoiets alleen maar tot de mestvaalt van menselijke redenatie. Het stinkt en werkt verstikkend.

Gelukkig. Er was nog een ontmoeting. Een ontmoeting als gevolg van een “voor de vuist weg redenatie”. President Obama raakte een keer eens even van zijn stuk. Recht voor de raap gaf hij even zijn opvatting weer van de uitvoering van de taak van een dienstbaar ambtenaar. Die volgens het boekje een wat lastig heerschap op zijn nummer had gezet. Laat dat nu net een vriendje van de Big Boss zijn. ’t Kan verkeren. En Obama sprak. Vernietigend. En Obama bad “oh, wat heb ik nu toch weer gezegd?” Want ja, berouw komt, ook voor presidenten, na de zonde. Maar hier getuigd dan toch dat soms blijkbaar ook, al dan niet ingegeven door de grote publieke verontwaardiging, het geheel een geheel andere wending kan aannemen. Samen zullen ze dan maar eens een biertje drinken. En zo zaten die week twee wit gekleurde mensen en twee donker gekleurde mensen aan een tafeltje met een biertje.

Ik moest wel lachen.

Een biertje is bruin. Met een witte schuimkraag.

Het is beter een biertje te drinken met je vijand dan een woordentwist aan te gaan. Soms steekt “wijsheid” de kop op.

 

 

 

Pagina 30 van 95

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén