Doe effe normaal man.

Een kennis van me schreef een heerlijk artikeltje over het “doe effe normaal man” gebeuren. Top vijf van zijn ergernis is volgens mij het gegeven dat hij als bijna bejaarde man nogal eens- onterecht natuurlijk- wordt aangesproken met “je, jij en jou”. ’t Is inderdaad soms van deze tijd. Dat tenen daarmee soms te ver zijn uitgeschoten onder de voeten van de ander is dan ook niet te voorkomen. Voorkomend is onze lieve jeugd niet- altijd. Maar ik vlij mij met de gedachte dat ze mij op het voetstuk der jeugdigen plaatsen als ik wordt aangesproken met “je”.

Kortom, hoe staan we in het leven? Dat we bijna niet meer normale omgangsvormen hebben, hebben we deels aan ons zelf te wijten. Ergerlijke waarheden zijn dit als we ons zelf die spiegel voorhouden. Schreeuwlelijken krijgen een platform op kosten van de belasting betaler! Dat is denk ik iets waarvan ik nu zeg: doe effe normaal man! De grootste schreeuwer uit het Noorden des lands heeft zo eens een de week de mogelijkheid om zijn top 5 van ergernissen luidkeels te verkondigen op het net. En krijgt daar vermoedelijk meer dan dik voor betaald. En inderdaad heeft hij rake typeringen, zeker ook als het gaat om het verkeerde taalgebruik door andere media. Voorlezers, verkondigers op het scherm, leden van het kabinet, kortom, wie in het vizier verschijnt van de schreeuwer uit het noorden,  krijgt er van langs.  Zo beland hij bij mij op de top van ergernissen. Doe eens normaal ( met die) man. Mijn ergernis is dat ik er nog naar kijk ook. En zo geef ik hem zijn platform.

Ik ga normaal doen. Als die weer op tv verschijnt dan? Draai ik de knop om.

Impressie van een zangavond.

Terwijl de Grote Baas het dimlicht in werking heeft gesteld, spoed ik mij naar het godshuis in het centrum van ons dorpje Harmelen.

Na een hartelijk welkom van zangers en zangeressen neem ik plaats voor het front der bassentroep. Inmiddels streelt een fluweelzacht maanlicht over de lege kerkbanken en zet de zachte gloed van tederheid zich vast in mijn geheugen.

Een geheugen dat ineens als een razende aan het werk gaat. De gedachten schieten immers ineens naar die allereerste keer in het voormalige HI-gebouw. Met een flinke spiegel, waar we onszelf konden zien staan. Dat waren mooie tijden. Wij zagen onszelf staan. En dat is goed voor de houding die je moet aannemen tijdens het zingen. Na een woord van welkom een gebed ter bemoediging en inspiratie konden we op onze stutten plaats nemen. Ietsje de beentjes uit elkaar. De verhoudingen zodanig dat er sprake is van 1/3 versus 2/3. Hoofd rechtop de romp. De schouders hoog, de schouders laag, nekje laten rondzwiepen en dan begint het feest van zuchten en puffen. Welk een weldaad voor de buikspieren en middenrif. De oefening van deze avond deed daadwerkelijk onze stembanden fluweelzacht tot ontwikkeling komen. Zingen met de buik! Oh, wat mis ik de spiegel!!

De inspirerende leiding van de leider van het geheel, onze Roel, is altijd weer bij de inzing oefeningen voldoende om mij tot gapens toe te ontspannen. Dus of hij doet het goed,  of ik doe het goed. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid doen we het dus beiden goed. De oefeningen zijn dan ook zodanig opgesteld dat we meteen het geleerde  in de praktijk kunnen brengen. We beklommen de hoogte van de bergen, met een fijne soliste uit ons eigen koor,  om daarna als echte bassen af te dalen in de diepten van het hele mooie “Could ye not watch with Me one brief hour?” Terwijl de diepte van het “Jesu, Lord Jesu” in pianissimo ons diep kan raken,  ervaar ik de trilling van de deze woorden die in het fantastisch werkstuk van John Stainer zijn verwoord. Knap dat wij twee solisten, een bas en tenor, bereid vonden vanavond hun gaven vrij te geven. We werden er stil van, zelfs de dames….Partij voor partij krijgt de aandacht. Op de ledenvergadering zal ik wel aankondigen dat de bassen altijd te weinig aandacht krijgen of wij “pikken de essentie van onze partij snel op”. Ik houd het op het laatste…

Even een rustpuntje tijdens de pauze.

Zingen is hard werken. Zweet gutst soms letterlijk bij mijn nekharen over mijn rug. Van de mooie muziek kunnen het echter ook mijn ontroeringsmomenten zijn die mij tot rillingen verleiden. Ik weet het niet. Vandaag wat minder “Nederlandstalige”. Maar wat heb ik genoten. Als afsluiting nog even een Schubert van stal trekken. Alles kan er nog even uit. Wat een ontlading! Wat een geluid! Adagio maestoso is de setting van het Sanctus van Franz Schubert. Het was majestueus. Daarna als slot van deze avond terug in het vocale geweld . Mijn ziel keert zich stil tot God. Een bewerking naar Psalm 62. Wat een heerlijk evenwicht.

Ik kijk nu opnieuw in de spiegel. In deze week van rust en voorbereiding, terwijl de wereld om ons heen buldert van ongenoegens, geldzorgen,  crises, geweld, miljoenennota’s die alweer op straat liggen voordat ze officieel hoorden te worden vrijgegeven, eindigen wij met: “Zonder klagen, zonder vragen, wacht ik in stilte op de Heer, immers Hij zal mij bewaren, voor de angst en de gevaren, redt mijn leven keer op keer.”

In stilte fiets ik naar huis. Fijne studieavond. Het zonlicht is nu helemaal verandert in maneschijn. Mijn fiets stal ik in de schuur, mijn ziel keert zich stil. Stil tot God. Stil.

Vroegùr.

Kijk, dit moet je als een echte Hagenees uitspreken. Klinkt daarmee meteen heel anders dan op zijn Veluws. Vroggur. Neen, dat eerste ligt beter in het gehoor. Hang naar nostalgie. Voor mijn part heimwee. Terugdenkend aan de tijd van ambtenaar met beleid. Nu, dit beleid is niet meer. Hulpje voor geslachtsonderzoekers, bouwdossiersvorsers en soms  hulpje voor een hier of daar verdwaalde “historicus”. Waar slaat dit op? Huiverend  en snakkend naar de geur van nostalgie. Smeltend op de tong van je geurgeheugen? Wat zit er toch onder de schedel van een mens, dat ie zo kan speuren in zijn grijze delen? Mijn eerste bloedende nagels van het werken voor een lapje stof voel ik bijna nog. Vroeger. Ja, zo moest je wat doen om aan een onderkomen te komen. Bloedende nagels, die ineens voor je geest opdoemen bij het denken aan de eerste tent, een Walker. Produkt van gezwoeg, pijn en doordrenkt met trots. Dat was ik. Zelf verdiend onderkomen.CCE00000 Vervolgens doemen uit de bron van geheugen nog vele andere lapjesstof. Een een vouwwagen André Jamèt, een de Waard Junior, een Tourmalijn van Zwerkei, CCE00001-1-20110911-221413opnieuw een De waard, Eidereend, een Bunzing een Otter, beiden van Randstad en al die andere kleine tentjes van Walk a Way tot en met een echt legercamoeflagetentje.Foto0113 Enkelen zijn gesneuveld in het kampeerbestaan, sommigen zijn verkocht, maar mijn zolder kent nog steeds enkele mooie exemplaren. Dan zijn er die momenten van geloofsafval. En hoewel dat op velerlei gebied voorkomt en blijkbaar ook op velerlei gebied niet valt te voorkomen komt het voor dat een tentman verandert in een sleurhutbakaanbidder. Welnu, de Eriba Touring deed, voor even, zijn verwoestende geestelijke arbeid. Verkocht. Mijn vrouw. Neen, niet mijn vrouw verkocht, maar mijn vrouw was verkocht of zo men wil verknocht aan een caravansleurhutbakje. Maar ja, de Subaru, dat kleine rooie bakkie, deed ons bijna de das om. In ieder geval financieel. Aan de grond. Afgekeurd en dan ga je verder op zoek. Nu is de Kangoo een redelijk alternatief maar net zoals die “ partij- naam”  al aangeeft, zijn dat geen inhoudsvolle zaken. Hoewel we ermee kunnen kamperen en het ook gedaan hebben, is het niet “inhoudsvol” genoeg. Op een of andere manier wordt de leefbaarheid teveel beperkt. Als die andere partij met die naam, noemen is teveel eer, aan de macht zou komen krijg ik zomaar een visioen van “ook sterke beperktheid”, maar dat terzijde. ’t Is dus niks voor het huis en voor de leefbaarheid.  En zo kom je dan soms ineens weer terug bij af. Iets voor het huis, met leefbaarheid, flexibiliteit, wendbaarheid, verdraagzaamheid, trekbaarheid en net voldoende ruimte om te pitten met een beetje doekwerk van boven en er aanvast. Neen van al die andere gevaarte’s ga ik nu geen foto’s oplepelen. Het wordt een hele verzameling. Maar…… Grabbelend in de analen van de Poolse wetenschap en vertaalkunst daal ik verder af. Dwaal af van vroeger. Dwaal af van tenten. Het zijn kennelijk de krenten uit de pap van semiecaravan sec ex-tentkampeerders, waardoor de we uitkwamen bij een Predom Winner 126 E. Nou ja, de naam alleen al doet een mens in al zijn kampeeraderen sidderen. Pre is “voor”  en Dom is bepaald niet achterlijk , maar het huis, dus alles voor het huis. Afkomstig uit de stal van huishoudelijke artikelen in Polen is dit kennelijk de verklaring van de naam. Nou, de naam Winner heb ik ook niet bedacht. Zo winnerstype ben ik eigenlijk niet, eerder zou dan gedacht kunnen worden aan de “verslagene” maar goed, mij ID-kaart van deze sleurbak voor het huis, het heeft echt alles in zich, om mee te kunnen trekken, geeft aan dat dit het type is. Is dus voor mijn vrouw. Met ere gewonnen. En stiekem ben ik er ook best wel echt gek van. Weer een gadget. IMG_0978 Maar meteen weer meer zorgen. Een onderstalling is nog nodig. En mijn vriend was het hele weekend niet bereikbaar. Zelf wilde ik eigenlijk naar Texel. Uitgesteld door deze ontwikkeling en wellicht in deze maand van verjaren van de oudste alsnog, hoop ik daar mijn rust te vieren. Mijn vriend was op Texel een zoon uitzwaaien. Zo gaat het in dit leven. Wij stiefelen van onderkomen tot onderkomen en nu maar hopen dat er wat valt te voorzien in een onderkomen.