De zoen.

De zon scheen heerlijk over de velden. Wat een fantastische dag zou dit weer worden. Wapse genoot van de landelijke luchtjes boven de Friese wouden. Mooi land. Best land. Wapse was heel ingenomen met deze fantastische wereld die zich ontvouwde langs de singels en de velden. ‘Hé, wat is dat daar?’  Wapse mompelde in zichzelf. Hij kon er wel om lachen. Ach ja, op je ouwe dag ga je wel een beetje in jezelf mompelen. Maar wat had hij nu gezien? Daar reed warempel een of andere rare knakker met een petje op zijn bol, maar ’t leek wel of hij er bij lag.

Warempel, nu zag Wapse het al wat beter. Hij graaide zijn kijkertje, die hij altijd bij zich had als hij in het veld was, eens en tuurde met zijn pientere blik naar dat vreemde gevaarte. Waarachtig, dat lijkt Harms, neen dat is Harms…. ‘Hé Harms jongen”  hij schreeuwde het bijna uit. Maar Harms keek op noch  om. Toen moest ook Wapse maar aan het ouderwetse handwerk. Hij bracht zijn vingers naar zijn mond en een scherpe fluitje schoot over de velden.  Ja, Harms keek op. Harms zag hem.  Het duurde dan ook niet lang of met gierende remmen kwam de ouwe Harms tot stilstand.

Niet veel later zaten de beide vrienden op een bankje in de zon. In de verte duikelde een mooie kiefte en ook de roep van de grutto werd door de beide vrienden gehoord. ’t Jonge,. man da’s toch zo machtig mooi. Zie je die twee kieviten, Harms. Die zijn mekaar de kop gek aan ’t maken. ’t  Lijkt wel of ze elkaar kussen, maar dat komt er niet van. Zouden vogels eigenlijk zoenen? ‘ Harms was is gedachten verzonken. Neen, dat geloofde hij niet. Zoenen. ‘Wat zei je, eigenlijk of ik kan zoenen?’

‘Hou, Harms, man niet te direct. Dat vroeg ik niet maar kun je dat eigenlijk?’ ‘Natuurlijk kan ik dat. Ik heb les gekregen.’

‘Wat, heb jij les gekregen in zoenen?’  Wapse keek of dat hij water zag branden. Dat had onze Harms ook wel door, dus die deed er meteen een schepje boven op,. ‘Ja jongen, les gekregen. Van een vriendje van me.’ ‘ Wat zullen we nu aan de pet hebben? ‘ Wapse krabde meteen eens achter zijn oren. Verschoof zijn pet en keek vol verbazing naar zijn vriend Harms. ‘ Man, je bent toch niet….? ‘ Harms schuddebuikte nu van het lachen. ‘Neen, natuurlijk niet man. Ik ben al jaren met mijn bessie getrouwd, je denkt toch niet echt dat ik van de klets ben?’

‘Maar jij kreeg les in zoenen begrijp ik,  van een vriendje? Dat zei je. En een en een is twee. ‘ Ja, dat wist Harms ook wel. ‘  Natuurlijk, Wapse, net als drie en vier zeven maakt!’  Die zat. Dat kon Harms zien. Daar had ie zijn vriend mooi mee tuk gehad.

‘Komaan man. We zitten op een droogje. Pak jij nu je fahrrad maar, ik mijn mooie ligger en dan karren we naar schele Japie. Wie weet, heeft ie voor vandaag wat lekkers onder de kurk. Ik heb gewoon zin een goed bakkie troost, want ik krijg nog pijn in mijn kop als ik dit verhaal vertellen moet.’

Zwijgend fietsten ze naar schele Japie. ‘Mooi hé, daar weer een stel kieften. En zie je daar ?  Een vosje. Man, wat is het leven van de natuur toch machtig mooi. ‘ Bij schele Japie aangekomen zat ook Krijn. Warempel man, dat jij hier verzeild raakt? Wapse stelde zich voor, Krijn stelde zich voor en schele Japie kwam al aandraven met een heerlijke bak koffie. Wordt vervolgd.

One Response

Leave a Reply