Memories

We krijgen zo in deze tijd van het leven nogal eens wat voorgeschoteld. Mensen die elkaar ontmoetten op vakantie bijvoorbeeld. Nu heb ik net mijn vakantie achter de rug. Nou ja, vakantie. De dagen regen zich aaneen. Nu doen ze dat dagelijks, dat weet ik wel, maar de regelmaat zat hierin dat er maar geen begin van een vakantie zat aan te komen. Hoe dat zo heeft kunnen gebeuren laat ik maar achterwege. De regen speelde ons ook de laatste tijd behoorlijk parten. Dan waren er ook nog eens allerlei activiteiten die de nodige aandacht vergden. Zondag de 14e hadden we nog een echte samenzang in de Woerdense Maranathakerk. We hadden onze wedstrijd in de dienst besloten met het Masithi. Maar ja, we zijn op leeftijd. Wellicht swingde het de kerk door, maar de stijve ledematen waren minder gewillig dan de muziek. Hoe dan ook, ook tijdens mijn toen al tijdelijke onderbreking van het historisch gesnuffel waren de dagen nat en killig. Uiteindelijk besloten we toch de stap te wagen en op woensdag vertrokken we naar Halle.

En zeker, nu ga ik putten uit de memories. Slechts weinigen waren uitverkoren om met ons deelgenoot te zijn van onze vakantie. De moeizame inpakwerkzaamheden werden voornamelijk belast door de werkzaamheden thuis. Maar we waren er toch maar op uit gegaan.

Halle. Natuurkampeerterrein van de fam. Waenink.  En werkelijk, het Achterhoekse landschap maakte op ons een overweldigende indruk. Geweldige ruime plek. Rust. Die wij in de hectiek van het Harmelense al helemaal niet meer (onder)kennen. Zelfs ik ga langzamer praten, al zullen er zijn die zeggen dat zulks ligt aan mijn leeftijd. We besloten maar te gaan staan bij een camper. Helemaal alleen op een mooi groot veld. Prachtige gebouwen. Fantastische bouwstijl.Het fantastische mooie houthok. Nooit heb ik veel op met bouwstijlen, maar die eenvoudige en praktische en echt op het landschap afgestemde bouwwerkjes, ze waren op de camping. De trots van vader en zoon. Kan niet missen.

Nadat we ons heerlijk in alle rust en eenvoud hadden gesetteld werden we enthousiast ontvangen door een paar mensen uit Goirle. De vrolijke Brabanderigheid, overgoten met de rust van de eenvoud, bleek een onverwacht Fries accent voor te toveren. De zandgronden, de haan op de achtergrond, de omlijsting door de eekhoorns en paddestoelen, de bouwstijlen, ik zou, als ik een emotioneel en gevoelig type zou zijn, compleet in vervoering raken. Dat ben ik niet.

 

Het kampvuur. In geweldige grote oude aardappelpotten. Wat een genot. Een heerlijke whisky. Volmaakt. Het natuurkampeerterrein Hessenoord is een echte aanrader. En zelfs bij het lengen van de dagen (wat een onzinnige uitdrukking eigenlijk, want een dag heeft gewoon maar 24 uur) zeker goed uit te houden bij een fantastisch kampvuur. Dagelijks een bezoekje van vader Waenink. Wat kon de man er van genieten om even met de gasten een gesprekje aan te gaan. En wij vonden het echt fijn.  Kom daar maar eens om bij SBB! Zelfs heb ik wat dode momenten en zo u wilt want monumenten gefotografeerd. Stillevens voor een verstilde geest.

Ik mijmer wat af. We hadden een heel fijn contact. Ido en Angeliek met de kinderen. Wat jammer dat het al weer voorbij is.

Ooit zal ik naar de KRO overstappen. De stap wagen. Waar zijn Ido en Angeliek? Ford. Ik krijg nog steeds een adres van ze….Wat een leven. Als pelgrims door het leven. Van de ene ontmoeting naar de ander. Maar mooi, dat onze wegen elkaar hebben gekruist . Bij het vallen van de bladeren en het ontplooien van de stoere paddestoelkoppen boven de grond, het woelen van een mol, de schreeuw van een Vlaamsegaai, de geur van vers gebrand kampvuur met marshmallow, ze staan  gebeiteld in mijn hersenpan (dit is de vuurpot)

als de worst in de boerenkool. Verrukkelijk. Dat zijn nog eens momenten ter memorering. Thans murmureer ik. Het is voorbij.

 

Sssstttt….

 

‘Japie, heb je voor mij een bakkie troost?’. De woorden van Harms hadden nog niet geklonken of schele Japie stond al gereed met koffie en een best stuk Friese kruidjes koek. Maar Japie verdween wel weer onmiddelijk achter de tap. Een mooi geel boekwerkje werd driftig gelezen. Zelfs Harms was onder de indruk van de stilte die bij Schele Japie waarneembaar was.

‘Wat lees je daar Japie?” Harms werd natuurlijk meteen gruwelijk nieuwsgierig. Normaal is dat zijn aard niet. Bescheiden en op de achtergrond.  Maar als Japie zit te lezen dan kan Harms het toch niet laten.

‘Horétha” stamelt Japie.  ‘Wat zeg ie?’ ‘‘Horétha’, da’s een boek.

‘Oh, een boek. En waar gaat dat boek dan over?’ Harms was nu in zijn element. Veel vragen zelf geen antwoorden hoeven te bedenken Japie laten zweten en zo toch te weten te komen over het een en het ander.

Japie raakt op de vertel toer. Teveel om op te noemen. Maar hij wist wel welke plaatjes er bij hoorden. “Let spend the night together” de eerste van de hele bubs. Harms begreep het al. Dat waren de jongetjes van de rollende steentjes. Hij had vroeger meer met die bietels van Leverpoel. Maar ja, tijden zijn zoals ze zijn. Je kunt niet alles hebben.

Q65, de Tremeloes, de Smalle Snuitjes, en whoe, ja ja, ja toen hij het lijstje zag zat Harms ineens heel,  heel ver weg met zijn gedachten.

Ssttt… De nostalgie van het verleden kwam hem als het ware zonder de muziek al in zijn hoofd. Het duurde dan ook niet lang of Harms zat op de barkruk te swingen alsof hij volop in zijn carriere van oud-zanger deel nam aan het grote volksvermaak uit de zestiger jaren. En Schele Japie wist niet waar ie kijken  moest., Nou wist je dat bij schele Japie zo wie zo niet, maar nu rolden zijn flaporen van voren naar achter.

‘Geef me d’r maar eens eentje, Japie en neem d’r zelluf ook maar eentje man” Harms was werkelijk in een dolle bui. Het boekwerk van Japie op zijn schoot. En Japie vloog naar de herriebakken om het plaatje met al die onvervalste deuntjes te laten schetteren door het Café van de Gulle Gaper.

 

Nahikkend van de lach en de dolle pret lazen ze de wonderlijke geschiedenis van een nog nooit eerder uitgeschreven stukje geschiedenis. ‘Japie, ken jij die schrijver eigenlijk?’

Japie knikte. ‘Dat, Harms, is een Janneman van Friese grond.”  Gekooid door deliefde verslingerd aan het werk, maar nooit te beroerd om eens te herkauwen wat geweest is. ‘

 

Harms keek op. He, daar heb je Wapse. Sssssttt, niks zeggen. En geef mij maar een bokbiertje van de tap man. Laten we Wapse eens mooi koekeloeren en kijken of hij die muziek nog herkend. ’t Is allemaal meesterlijk.

Horétha.