De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Categorie: Doordenkertjes Pagina 1 van 13

Wonderlijke uitspraken?

Heerlijk.  Die bijzondere uitspraken, gelardeerd met vreemde woorden of soms in simpel Nederlands. 

De “afvallende bal “wordt opgepikt door… Nou, die bal is echt niet bij de weight watchers langs geweest voor een goed dieet. Hoe ziet die bal er uit?

Even later brult een of andere malloot door de microfoon: De “hangende bal” is opgepikt door speler….

Hoe in vredesnaam die bal in de lucht blijft hangen is een vraag die in de lucht blijft hangen.

Als je trouwens ergens lucht van krijgt zit er over het algemeen wel een luchtje aan. 

Misschien is het wel een gemanipuleerde bal. Kijk, een broodje bal is, persoonlijk gesproken, toch wat lekkerder. Tenzij het een bitterbal is, maar de gemanipuleerde is vermoedelijk in de marineer terecht gekomen. Of zo’n bitterbal ook te eten is weet ik niet. Die kon je nog weleens rauw op je maag vallen. Terwijl ik mijn shirt omhoog trek kan ik die bal nergens vinden. Maar goed, men zegt dat liefde door de maag gaat.

Voetbal blijft oorlog. Ergens begreep ik dat Rinus Michels dat eens heeft verteld. Maar ja, als je een kanonskogel van een schot op je afgevuurd krijgt, kun je als keeper best wel aan de grond genageld staan. Er is geen nagel aan te pas gekomen, laat staan een hamer, maar na afloop van zo’ wedstrijd ben je misschien wel de man met de hamer tegengekomen.

Ooit schreeuwde ene van Gelder, niet die kunstenmaker in de ringen, maar eentje die alles echt bijna altijd beter weet, “hij zit, hij zit”. Met gierende uithalen, overslaande stem kompleet van het padje, zeg maar.

Nou, ik kijken natuurlijk. Nergens heb ik een stoeltje gezien waarop die bal heeft plaatsgenomen. Zij zien veel meer dan ik kan waarnemen. Overigens zat hij op een kommentaarpositie. Het pad was er ook niet.

Mooi is wel dat “ de bal in de touwen hangt”. Dat vind ik wel knap. Snelle waarneming, want meestal kiepert dat ronde gevalletje op de grond voordat de keeper er erg in heeft. Maar oké, deze kan, hij hangt in de touwen.

In dezelfde categorie, maar dan net even anders, “schiet hij uit zijn slof”. meestal, ook hier geldt dat wel, heeft de betrokken persoon geen sloffen aan. Hooguit een held op sloffen of op pantoffels. Pantoffelheld noem ik dat. Toch kan zoiets wel bijna dodelijk zijn. Woorden kunnen veel meer verwonden dan menig kogel. De effecten van een goed gericht verbaal schot kunnen lang naijlen.

Er zijn nog meer van die bijzondere uitspraken. Ik zal ze eens verzamelen.

Schaduw

Merkwaardig. Zeker, Schaduw, het is merkwaardig. Herinneringen kunnen ineens sterk gaan leven. Door ineens iets “te zien”. Ja, zelfs is het zo merkwaardig dat je beelden uit het verleden kunt oproepen. En dan doe ik mij echt niet als een zweverige waarzegger, paragnost of weet ik wat voor “geestenbedrijversfenomeen” voor. Maar gewoon, het blijft wel iets merkwaardigs. En sommigen krijgen alleen bij dat laatste woord (het is dus het ultieme bewijs van het voorgaande) een ietwat gefronst koppie. Mompelend in jezelf “merkwaardig”, de “r” laten rollen op de tong en dan de herinnering aan een klein bijzonder fenomenaal mannetje van de Franse recherche is uw deel.

Bij het wandelen door mijn geboortestreek kreeg ik dat “merkwaardig” even niet meer uit mijn “geest”. Kijk. Dan zou je schrikken. Alleen: ik zag een schaduw. En “schaduw” en “merkwaardig” blijken merkwaardig veel overeenkomsten te hebben.

dav

Iets verderop, tijdens die gedenkwaardige wandeltocht, voor mij althans, werd ik nog iets gewaar. Klein maar dapper. Ruig en woest. Verdikkie, twee van die kleine hengstjes

dav

die mijn geheugen als het ware van het verre verleden als klein jochie van 10 ineens in de rauwe werkelijkheid van het nu plaatsten. Daar, in exact dat stukje weide, heb ik op “exact” diezelfde pony’s voor het eerst “paard” gereden. Merkwaardig, wat een gelijkenis. En dat na 60 jaar…Het woord spoelde door mijn geest. En verroest als het niet waar is, hetzelfde prikkeldraad dat is er nog. Net zo verroest…

dav

Raar, dat je na zoveel tijd bijna fysiek de pijn nog kunt voelen toen de beestjes meenden mij van hun rug te moeten kieperen in? Juist ja, dat verhipte prikkeldraad. Merkwaardig om te zeggen, bijna voel ik inderdaad die fysieke pijn. De herinnering blijft kennelijk actueel. Een rechercheur `a la de Schaduw zou mij met zo’n fenomenaal geheugen als een merkwaardige getuige wel kunnen gebruiken.

Ik zie de poot afdruk. Ik ruik de beesten. Echt. Ik zie het bloed over mijn handen druppelen (bijna dan) en sta verstild te kijken naar mijn schaduw.

Merk aardig.

Red light district!?

                                      Nunspeet, 30 december 2020.

Wie fietst loopt de kans iemand te ontmoeten. Wie wandelt, trouwens ook. En je kunt het ook nog eens combineren. Soms ga je van de fiets af om even een “plaatje” te schieten. En ik weet heus wel dat ik niet het perfecte plaatje produceer. Maar soms zijn die luchten zo mooi….

dav

Zo ook eergisteren. Effe er af..effe..plaatje…schieten en? 

Een praatje maken met een wandelaar. “He, ja, man, mooi hier he om die luchten te fotograferen.”. Ik antwoorde dat ik dat deed omdat ik die lucht zo bijzonder vond. Rijp voor een schilderij. “He, ben jij dat van die (f)luisteraar?” 

Welnu, ik was van de fiets af. Anders was ik er vanaf gevallen. Wat zullen we nou aan de pet, hoed draag ik alleen bij het wandelen, hebben?

“Jazeker”. Mijn antwoord verborg misschien zelfs wel enige voorzichtigheid. “Ben jij soms de stiefelaar, schrijver van de (f)luisteraar? Hans.. meen ik?”

“Nou, nee niet bepaald. Dat is mijn oudere broer. Maar, hoe komt u nu aan (f)luisteraar?”

“Oh, ik heb dat pas gelezen en via Soppenhof kwam ik dat verhaal tegen over die (f)luisteraar.…”.

‘’En vond je het wel mooi?” Het spoot er eigenlijk oneerbiedig uit. Maar ja, een lezer van mijn stukkies? ’t Kon slechter, alleen nu maar de vraag of hij dat wel kon waarderen. Ach, heden, zoekend naar bevestiging of zo. Voer voor psychologen. 

Gelukkig vond hij het de moeite waard. En al keuvelend liepen wij voort door de Doornspijkse dreven. De Veldweg af, het Achterwegje in. Zijn jeugd, zijn kerkgang. Het rode lampje. Het rode lampje? De afgang? ‘ t Ja, het is maar hoe je het bekijkt. Maar een rood lampje deed ook bij mij een lampje branden. 

Brandend van verlangen om zijn verhaal te horen trok ik de woorden uit zijn mond. Want vroeger, tegenwoordige denk ik toch niet meer?, waren er lampjes aan de preekstoel. Een rood lampje. Ach heden, dat lampje. Als het uitging waren de (niet bezette, maar wel verhuurde) plaatsen vrij. En je zou zeggen dan is iedere wachtende vrij en gelijk om de bank in te klauteren en plaats te nemen. Alzo niet voor mijn medewandelaar. Die was even “te min” en kon mooi op een uitgetrokken plank zitten en de “ wachtende gasten” kregen een plekje in de “nette bank” . Mijn verhalenverteller mocht de plank onder de bank gebruiken, die anderen waren kennelijk heel wat beter….Ach ja, wat maken we soms een onderscheid in de kerk. 

Kerken na een uitgaand rood lampje in Doornspijk? En dan geen plaats krijgen in de “mooie” bank? ’t Laat zich raden. Al zal, en ik herinner mij de “wie biedt er geld veur plaats…” er toch niet meer bij zijn.

Nee, kerken deed hij nu in Elburg. Nou ja, als Corona dat toeliet. Want net als elders, kerken zit er in bijna heel 2020 niet meer in. Hij niet iun Elburg. Ik niet in Nunspeet. Wij liepen maar even door op de beroemde afstand van 1.5 meter. Kerken? Je kon ze bijna met een lampje zoeken. Max. 30. Als je je daaraan houdt tenminste.

Hij liep door. Ik pakte mijn fiets. Lampjes en kerken. In de kersttijd kom je heel wat lampjes tegen. Mooi, dat er licht wordt verspreid. 

In mijn werkzaam leven heb ik heel wat kerkboekenonderzoek gedaan. En ja, daar waren inderdaad  ook de (rode) lampjes. Lampjes die ook in de annalen van de eenvoudige kerkgeschiedenis best wel wat hebben losgemaakt. 

Je hoeft er zelfs niet voor naar het archief. Ook Coronaproof kun je onderzoeken hoe de werking van de lampjes, meestal rood, soms ook groen, in de godshuizen werd toegepast. Gewoon eens googelen en als je dan het licht nog niet hebt gezien? Vraag dan nog maar eens hoe het toch werkte met die rode lampjes. Bij sommige geschiedenissen krijg ik rode koontjes. Maar ik denk dat de lampjes aan de preekstoel er toch, mag ik hopen, niet meer zijn. Dat is voor mij als het Red Light district. Verboden toegang…

Net zoals het fenomeen “verhuurde plaatsen bij opbod (!)” niet meer in onze godshuizen de gewoonte is. 

Gewoonlijk ga ik niet in op allerlei misstanden. Maar als de misstanden uit de wereld zijn gegaan is dat wel iets om dankbaar voor te zijn. Dat de discipelen al “vochten” voor het mooiste plekje? Is bekend. Dat wij nog steeds onderscheid maakten tussen rijke en arme medepelgrims? Helaas, het zal nog steeds gebeuren. Maar ik denk dat de meeste kerken nu wel “het licht” hebben gezien. 

Dat hoop ik. 

Verdriet

Verdriet is

als een traan

Ze welt op

en verdroogt

wat blijft

is

het zout van de pijn.

Pagina 1 van 13

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén