Verdriet

Verdriet is

als een traan

Ze welt op

en verdroogt

wat blijft

is

het zout van de pijn.

Daar gaat het…

Daar gaat het…

Pft. Je zou eigenlijk graag alle ff’jes vervangen in 46 jaar en  3 maanden. Dan wordt pfffffft wel heel lang.  Maar? Nog even en dan stiefel ik over de drempel van de volgende dag. Nog even en dan kijk ik een heel  klein beetje terug. ’t Is goed geweest. Nou ja. Vooruit, niet meer in de achteruit. Een lief mens schreef mij vandaag: “Pensioen is niet het einde van een weg. Het is enkel een verandering van richting”.  Het maakt de gedachte zo draaglijk. Niet klaaglijk, daar hou ik niet van. Waar ik wel van houd, dat is , laat ik het maar mooi zeggen dat ik kan zeggen “’k zie het wel zitten eigenlijk”. Met Rutte:  ´ik heb er zin in”. Nou ja, niet met Rutte,  maar wel met zin. Wie had het kunnen bedenken. Ik bedacht mij het begin. Stonden er ’s morgens bij elkaar een stelletje “oude knarren” te praten over met pensioen gaan. Ik kon er geen beeld van krijgen. Dan druk ik mij netjes uit. Gisteren werd ik betiteld (wel vriendelijk overigens hoor) door een medemens in het stadskantoor van Oudewater als “oude man”.  Ik schrok mij bijna te pletter. Bijna zou ik die datum niet halen.

Ik overdacht zo van alles en nog wat. Raar om zo op de drempel te staan van iets geheel anders. Nooit gedacht dat ik een keer voor die drempel van de overgang zou komen te staan. Wellicht teveel opgenomen door de drang en de drukte van iedere dag. Maar ineens is het zover. Zover was het eigenlijk niet, nou ja, meer dan 46 jaar is eigenlijk ook wel weer een best eind, maar het eind, ja het definitieve einde,  is er voordat je het beseft voor jezelf. Natuurlijk, twee naaste collega’s waren weg voordat je het in de gaten had. En nu ben ik de volgende. En je weet voor je het weet zijn ze je vergeten. Nou, ik kauw dan wel even op de herinnering. Taai hoor.

De bloemen staan nog volop in bloei. Ik voel me nog in de bloei van mijn leven. Levendig stel ik mij voor welke richting ik zal inslaan. Het kompas kent meen ik 32 richtingen. Ergens zal ik wel een kant opgaan. In ieder geval is er “One way”. Daar gaat de laatste werkdag. Beetje afkoppelen van gegevens en enkelen een handje schudden. Een hapje en een drankje.

Thats it.

ik denk aan:tent,  fiets, wandelschoenen, tent sbb-terreintjes, paalkampeerterreintjes samen caravannen met een kip.

Broertje

Broertje. Eentje waarop ik niet zat te wachten.

Bij het gebrek aan visie lees ik Visie. En gisteren werd ik er stil van. Zo vaak lees ik Visie nu ook weer niet. Maar soms valt je oog, wel in de kas houden dat ding natuurlijk, wel eens ergens op. Meer in de relatieve stilte, lees Visie zou ik willen zeggen, dringt het stilletjes tot mij door dat ook ik een broertje heb. Ik heb aan dat broertje trouwens een broertje dood. En het liefst zou ik dat broertje vermoorden. Maar ja dat gaat niet . Nu  blijkt dat Ds. Niek Tramper ook zo’n broertje heeft. En er ook een broertje -dood aan heeft. Wij willen beiden dat broertje, inderdaad in stilte en desnoods met herrie (veronderstel ik) wel even aan zijn eind helpen. Hij heeft het broertje zelfs een naam gegeven. Zal wel typisch zijn voor de dominee. Die willen nu eenmaal dopen. Nou ben ik ook een beetje namengek (gevolg van mijn werk vermoed ik) maar  de conclusie van ds. Tramper is ook de mijne. Dit broertje hebben wij beiden niet gewild.

Ik werd er stil van. Ook zoiets, dat lukt natuurlijk niet door ons natuurlijke broertje waarmee we overdag en ’s nachts hebben te dealen. Ja hij en ik, we werden er ziek van. En zo zit  broertje Tinitus op de stoel met neefje Hyperacusis.  Hij, ds. Tramper, stelt dat hij nog altijd “hoop heeft dat zijn broertje op een dag zomaar verdwenen is” . Dat snap ik wel.

En dan is het niet stil meer hoor, want dan schreeuwt hij het van de daken. Geloof mij maar. Op dat geluid zit ik te wachten. Maar dat geloof heb ik inmiddels, eerlijk is eerlijk, opgegeven. Als er iemand is die broer en neef de kop om kan draaien? Ik houd me aanbevolen. En ik weet zeker: ds. Tramper ook.

Ik vind dat zowel het broertje als zijn neefje behoren tot de categorie ongewenste  kinderen.

Zeg nou zelf heb ik visie? Ja ik heb Visie.

De levensboomgaard

Al pratend over koetjes en kalfjes liepen wij door de boomgaard van een vriend van mij.

Ondertussen krabbelde hij met zijn vingers door de nieuwste aanwas. “Nee, geen vorstschade, althans niet noemenswaard, gehad. Ach, zo vervolgde hij, natuurlijk gaat er wel eens een beetje stuk tijdens een nachtvorstje. Maar deze keer ben ik er redelijk van verschoond”. Zo af en toe kneep hij wat kleine vruchtjes weg. “Waarom doe je dat eigenlijk? Dit zijn toch ook peertjes?” En ook bij de appelbomen werden er steeds kleine vruchtjes uitgehaald. Of een beetje rotte. Maar ook gezonde kleine appeltjes een peertjes werden op heel snel en effectieve wijze  geplukt.

“  Kijk “, zo zei hij, kijk, je moet de goede vruchten een beetje de ruimte geven dat zodat ze zich kunnen ontwikkelen. Dan wordt de oogst veel beter. De vruchten kunnen zich dan beter ontwikkelen. Krijg je beste peren. Krijg je mooiste appels. En ach, de kleintjes en ook gewoon goede, die er teveel aanzitten, tja die floep ik weg”. Ze vallen op de grond. En dienen later wel weer als bemesting voor de stam”.” Raap je ze dan op?” “ Nee joh, het gaat om de anderen die ruimte moeten krijgen.  Voor een mooie oogst.”

Enkele weken later zit ik thuis. Ik overdenk het leven. De vragen die gesteld werden in het fantastische programma “Waarom zijn wij hier op aarde” speelden  hun ongebreidelde spel in  mijn brein. Een aanvraag voor pensioen is net de deur uit. In de speeltuin van mijn leven komt een nieuwe wending. Maar zoals zo vaak geldt in een speeltuin, je kunt je soms flink bezeren. Hoeveel collega’s zijn er die eigenlijk gezond het pensioen hebben gehaald? Hoeveel….en ineens bedenk ik, hoeveel zijn er al niet meer? Hoeveel  mensen zijn er eigenlijk al uit mijn leven “geplukt?”  Ik was al heel jong. Henkie. Daarover heb ik het al eens gehad. Een jonge dochter van een heel goede bekende uit ons dorp? Weggeplukt uit het leven door een bliksemschicht. Een meisje uit de klas van mijn vader, voor mijn ogen doodgereden.  Mijn beppe, mijn opa, mijn schoonvader, mijn schoonmoeder, mijn vader en moeder en ja, als ik die lijst eens doorneem? Ik huiver. Haartjes van angst en verontwaardiging gaan ineens overeind staan. Kippevel gevoel. Of kakel ik nu in mijn geest? Op aarde?

Mijn gedachten zwierven terug. Waartoe zijn we hier op aarde. Aarde en de boomgaard liggen in elkaars verlengde.  Wonderlijk gedachte dat in de boomgaard van het leven sommige, ja eigenlijk veel, “kleintjes”  en  “groten”, zijn weggeplukt. Ook om ruimte te maken voor de andere vruchten? Zodat ze kunnen groeien voordat ook deze weer worden geplukt? Of is dit een te wonderlijke gedachte? In de doolhof van het leven. In de doolhof die ik maar noem de “levensboomgaard”.