De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Categorie: Doordenkertjes Pagina 1 van 13

Red light district!?

                                      Nunspeet, 30 december 2020.

Wie fietst loopt de kans iemand te ontmoeten. Wie wandelt, trouwens ook. En je kunt het ook nog eens combineren. Soms ga je van de fiets af om even een “plaatje” te schieten. En ik weet heus wel dat ik niet het perfecte plaatje produceer. Maar soms zijn die luchten zo mooi….

dav

Zo ook eergisteren. Effe er af..effe..plaatje…schieten en? 

Een praatje maken met een wandelaar. “He, ja, man, mooi hier he om die luchten te fotograferen.”. Ik antwoorde dat ik dat deed omdat ik die lucht zo bijzonder vond. Rijp voor een schilderij. “He, ben jij dat van die (f)luisteraar?” 

Welnu, ik was van de fiets af. Anders was ik er vanaf gevallen. Wat zullen we nou aan de pet, hoed draag ik alleen bij het wandelen, hebben?

“Jazeker”. Mijn antwoord verborg misschien zelfs wel enige voorzichtigheid. “Ben jij soms de stiefelaar, schrijver van de (f)luisteraar? Hans.. meen ik?”

“Nou, nee niet bepaald. Dat is mijn oudere broer. Maar, hoe komt u nu aan (f)luisteraar?”

“Oh, ik heb dat pas gelezen en via Soppenhof kwam ik dat verhaal tegen over die (f)luisteraar.…”.

‘’En vond je het wel mooi?” Het spoot er eigenlijk oneerbiedig uit. Maar ja, een lezer van mijn stukkies? ’t Kon slechter, alleen nu maar de vraag of hij dat wel kon waarderen. Ach, heden, zoekend naar bevestiging of zo. Voer voor psychologen. 

Gelukkig vond hij het de moeite waard. En al keuvelend liepen wij voort door de Doornspijkse dreven. De Veldweg af, het Achterwegje in. Zijn jeugd, zijn kerkgang. Het rode lampje. Het rode lampje? De afgang? ‘ t Ja, het is maar hoe je het bekijkt. Maar een rood lampje deed ook bij mij een lampje branden. 

Brandend van verlangen om zijn verhaal te horen trok ik de woorden uit zijn mond. Want vroeger, tegenwoordige denk ik toch niet meer?, waren er lampjes aan de preekstoel. Een rood lampje. Ach heden, dat lampje. Als het uitging waren de (niet bezette, maar wel verhuurde) plaatsen vrij. En je zou zeggen dan is iedere wachtende vrij en gelijk om de bank in te klauteren en plaats te nemen. Alzo niet voor mijn medewandelaar. Die was even “te min” en kon mooi op een uitgetrokken plank zitten en de “ wachtende gasten” kregen een plekje in de “nette bank” . Mijn verhalenverteller mocht de plank onder de bank gebruiken, die anderen waren kennelijk heel wat beter….Ach ja, wat maken we soms een onderscheid in de kerk. 

Kerken na een uitgaand rood lampje in Doornspijk? En dan geen plaats krijgen in de “mooie” bank? ’t Laat zich raden. Al zal, en ik herinner mij de “wie biedt er geld veur plaats…” er toch niet meer bij zijn.

Nee, kerken deed hij nu in Elburg. Nou ja, als Corona dat toeliet. Want net als elders, kerken zit er in bijna heel 2020 niet meer in. Hij niet iun Elburg. Ik niet in Nunspeet. Wij liepen maar even door op de beroemde afstand van 1.5 meter. Kerken? Je kon ze bijna met een lampje zoeken. Max. 30. Als je je daaraan houdt tenminste.

Hij liep door. Ik pakte mijn fiets. Lampjes en kerken. In de kersttijd kom je heel wat lampjes tegen. Mooi, dat er licht wordt verspreid. 

In mijn werkzaam leven heb ik heel wat kerkboekenonderzoek gedaan. En ja, daar waren inderdaad  ook de (rode) lampjes. Lampjes die ook in de annalen van de eenvoudige kerkgeschiedenis best wel wat hebben losgemaakt. 

Je hoeft er zelfs niet voor naar het archief. Ook Coronaproof kun je onderzoeken hoe de werking van de lampjes, meestal rood, soms ook groen, in de godshuizen werd toegepast. Gewoon eens googelen en als je dan het licht nog niet hebt gezien? Vraag dan nog maar eens hoe het toch werkte met die rode lampjes. Bij sommige geschiedenissen krijg ik rode koontjes. Maar ik denk dat de lampjes aan de preekstoel er toch, mag ik hopen, niet meer zijn. Dat is voor mij als het Red Light district. Verboden toegang…

Net zoals het fenomeen “verhuurde plaatsen bij opbod (!)” niet meer in onze godshuizen de gewoonte is. 

Gewoonlijk ga ik niet in op allerlei misstanden. Maar als de misstanden uit de wereld zijn gegaan is dat wel iets om dankbaar voor te zijn. Dat de discipelen al “vochten” voor het mooiste plekje? Is bekend. Dat wij nog steeds onderscheid maakten tussen rijke en arme medepelgrims? Helaas, het zal nog steeds gebeuren. Maar ik denk dat de meeste kerken nu wel “het licht” hebben gezien. 

Dat hoop ik. 

Verdriet

Verdriet is

als een traan

Ze welt op

en verdroogt

wat blijft

is

het zout van de pijn.

Daar gaat het…

Daar gaat het…

Pft. Je zou eigenlijk graag alle ff’jes vervangen in 46 jaar en  3 maanden. Dan wordt pfffffft wel heel lang.  Maar? Nog even en dan stiefel ik over de drempel van de volgende dag. Nog even en dan kijk ik een heel  klein beetje terug. ’t Is goed geweest. Nou ja. Vooruit, niet meer in de achteruit. Een lief mens schreef mij vandaag: “Pensioen is niet het einde van een weg. Het is enkel een verandering van richting”.  Het maakt de gedachte zo draaglijk. Niet klaaglijk, daar hou ik niet van. Waar ik wel van houd, dat is , laat ik het maar mooi zeggen dat ik kan zeggen “’k zie het wel zitten eigenlijk”. Met Rutte:  ´ik heb er zin in”. Nou ja, niet met Rutte,  maar wel met zin. Wie had het kunnen bedenken. Ik bedacht mij het begin. Stonden er ’s morgens bij elkaar een stelletje “oude knarren” te praten over met pensioen gaan. Ik kon er geen beeld van krijgen. Dan druk ik mij netjes uit. Gisteren werd ik betiteld (wel vriendelijk overigens hoor) door een medemens in het stadskantoor van Oudewater als “oude man”.  Ik schrok mij bijna te pletter. Bijna zou ik die datum niet halen.

Ik overdacht zo van alles en nog wat. Raar om zo op de drempel te staan van iets geheel anders. Nooit gedacht dat ik een keer voor die drempel van de overgang zou komen te staan. Wellicht teveel opgenomen door de drang en de drukte van iedere dag. Maar ineens is het zover. Zover was het eigenlijk niet, nou ja, meer dan 46 jaar is eigenlijk ook wel weer een best eind, maar het eind, ja het definitieve einde,  is er voordat je het beseft voor jezelf. Natuurlijk, twee naaste collega’s waren weg voordat je het in de gaten had. En nu ben ik de volgende. En je weet voor je het weet zijn ze je vergeten. Nou, ik kauw dan wel even op de herinnering. Taai hoor.

De bloemen staan nog volop in bloei. Ik voel me nog in de bloei van mijn leven. Levendig stel ik mij voor welke richting ik zal inslaan. Het kompas kent meen ik 32 richtingen. Ergens zal ik wel een kant opgaan. In ieder geval is er “One way”. Daar gaat de laatste werkdag. Beetje afkoppelen van gegevens en enkelen een handje schudden. Een hapje en een drankje.

Thats it.

ik denk aan:tent,  fiets, wandelschoenen, tent sbb-terreintjes, paalkampeerterreintjes samen caravannen met een kip.

Broertje

Broertje. Eentje waarop ik niet zat te wachten.

Bij het gebrek aan visie lees ik Visie. En gisteren werd ik er stil van. Zo vaak lees ik Visie nu ook weer niet. Maar soms valt je oog, wel in de kas houden dat ding natuurlijk, wel eens ergens op. Meer in de relatieve stilte, lees Visie zou ik willen zeggen, dringt het stilletjes tot mij door dat ook ik een broertje heb. Ik heb aan dat broertje trouwens een broertje dood. En het liefst zou ik dat broertje vermoorden. Maar ja dat gaat niet . Nu  blijkt dat Ds. Niek Tramper ook zo’n broertje heeft. En er ook een broertje -dood aan heeft. Wij willen beiden dat broertje, inderdaad in stilte en desnoods met herrie (veronderstel ik) wel even aan zijn eind helpen. Hij heeft het broertje zelfs een naam gegeven. Zal wel typisch zijn voor de dominee. Die willen nu eenmaal dopen. Nou ben ik ook een beetje namengek (gevolg van mijn werk vermoed ik) maar  de conclusie van ds. Tramper is ook de mijne. Dit broertje hebben wij beiden niet gewild.

Ik werd er stil van. Ook zoiets, dat lukt natuurlijk niet door ons natuurlijke broertje waarmee we overdag en ’s nachts hebben te dealen. Ja hij en ik, we werden er ziek van. En zo zit  broertje Tinitus op de stoel met neefje Hyperacusis.  Hij, ds. Tramper, stelt dat hij nog altijd “hoop heeft dat zijn broertje op een dag zomaar verdwenen is” . Dat snap ik wel.

En dan is het niet stil meer hoor, want dan schreeuwt hij het van de daken. Geloof mij maar. Op dat geluid zit ik te wachten. Maar dat geloof heb ik inmiddels, eerlijk is eerlijk, opgegeven. Als er iemand is die broer en neef de kop om kan draaien? Ik houd me aanbevolen. En ik weet zeker: ds. Tramper ook.

Ik vind dat zowel het broertje als zijn neefje behoren tot de categorie ongewenste  kinderen.

Zeg nou zelf heb ik visie? Ja ik heb Visie.

Pagina 1 van 13

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén