Daar gaat ie weer

Pfft. Een klein beetje Verstappen gevoel. Effe lekker jakkeren met de greenspeed.

Even langs de Catterboekerplas.greenspeedfoto's2 Inmiddels is de week rond en staat het totaal nu op ruim 130 kilometers. Op mijn Sinner was het allemaal te doen. Zeker als je daar al weer een flink aantal kilometers mee hebt gereden. En toch. Toch spelen bepaalde spiergroepjes hun eigen melodie bij het bestijgen van dit prachtige scheurijzertje.Bochten? Fantastisch om te doen. Maar goed, de spieren he?  Of is het de warmte? Maar gek blijft het. Wennen moet je bijna niet en toch weer wel. Want ergens gebeurt er iets met de beenspieren die je kennelijk toch op een andere manier aanspreekt. Of dit iemand aanspreekt? Ach, de trikers zullen het wellicht herkennen. Maar? ’t Gaat steeds beter, en? ’t Gaat steeds sneller, zeg maar makkelijker. Ook de aanvangssnelheid begint me te bevallen. In het begin voelde ik wat stuuruitslag, maar ook dit lijkt allemaal minder te worden. Ook stukken met losse handen gaat steeds beter, zonder meteen van de weg te zwieren. Inmiddels heb ik ook maar eens off road mijn activiteiten uitgeprobeerd. Ook daarover is deze triker te vre den.greenspeedfoto's1

Scheurijzer

Wonderlijk is het leven van een ligfietser. We fietsen wat af op de reis door ons leven. En dan ook nog eens aangenaam lekker lui liggend lezend op je telefoon. Oei, dat laatste doe ik dus niet. Maar veel bukkers onder de mensenmassa menen dat het digitale wondertje van de 21e eeuw niet meer uit het verkeer kan worden weggelegd. Ik wilde dat ze allemaal dat stukkie in de berm zouden kieperen. Nou, klagen hoort hier niet meer bij. Het door mij aangeschafte wonderlijke exemplaar dat wij greenspeed GT3 noemen leidt mij op de weg van de groene scheurder. Gaat het hard? Ach, die vraag vliegt gewoon langs je heen. De beleving is er wel. En daar draait het, behalve om je trapas, om. Maar zeker wist ik het niet. Belevingservaring is een ervaring die je beleeft. Beleefd gezegd: je wordt helemaal hoteldebotel van een trike.greenspeed

Ging het nu hard? Ach, eigenlijk weet ik dat niet. Wist ik het niet. Inmiddels is het scheurijzer voorzien van een digitaal klokje, metertje, calorietellertje en gemiddelden. Kijk, dan moet je alleen kijken wat je getrapt hebt. En niet naar het gemiddeld kijken, want dan voel je je betrapt. Het ging minder hard dan verwacht. Minder snel dan voor je gevoel op het spel stond. Geeft het? Helemaal niks, want de beleving was een ervaring op zich.  Ik werd gewaarschuwd: voor je het weet vlieg je de bocht uit. Die ervaring heb ik (nog) niet opgedaan, maar het is heel eenvoudig voorstelbaar.

Ik las op een site: ” Een bijzonder aspect is de trance-achtige staat die tijdens het fietsen op een trike bereikt kan worden, te herkennen aan de beate glimlach gekend als ‘trike-grin’. En: “Je krijgt een merkwaardige frisheid van geest op na een dag trikerijden.”

Ik moet er echt even van trike-grinne(n) neken.

Blokzijl of Halbe-zijl. ’t Volk staat voor ’t Blok.

Rutte zet alle zijlen bij. Als dat maar geen Blok aan zijn been wordt. Want de nieuwe moet een soort Halbe of Halve Zijlstra zijn. Ik dacht nu juist van niet. Geen halve Zijlstra en ook geen hele s.v.p. Zet het zaakje maar voor het Blok want we hebben in het buitenland heel wat recht te zetten.

Ruig

Het is buiten een beetje ruig. Ruig weer. Ruig en guur windje. Vanmiddag liep ik even te struinen door  de koude dreven over de Groenendaal. En wat ik al jaren niet meer had gemerkt werd mij ineens helder.

Het was die fantastisch mooie winter in 1963. Een toertocht over het Veluwerandmeer op mijn verjaardag 23 februari.  Snerpende kou? Als jong ventje merkte je er niks van. De schaatsen waren geslepen en geslepen als ik was stak ik mijn koppie achter de brede kont van een voorganger. Lekker uit de wind. Het zonnetje scheen heerlijk. Het ritje op de schaats ging heerlijk en het was druk op en aan de randen van het meer. Er werden toertochten gehouden. De kou van een dikke 5 graden onder nul? ’t Deerde dit ventje niet. Ik voelde mij een kleine  Paping.  Wuivend riet. Ik zie het nog voor mij. Hardlopers in korte broek. Ook toen had je al buitenissige medewereldburgers. Ook auto’s reden gewoon over het ijs. Grote groepen schaatsers. Wat had  ik toch een fantastisch lijf en leven. Straks snert met varkensstaartje en een lekker kom warme chocomelk. Nu heerlijk schaatsen in de zon. In  de “kont”  en uit de wind waren mij deel. Tenminste, als mijn voorganger niet een wind zou laten.

Terwijl ik zo door de snijdende kou van de dag van vandaag verder stap moest ik daaraan denken. ’t Was achteraf knap ruig. Immers, thuis gekomen zei mijn moeder,” jongen, wat heb jij toch gedaan? “ Lappen vel hingen aan mijn rechteroor.

Nu, ineens in de snijdende wind,  werd ik er weer aan herinnerd. Mijn rechteroor stak als een bij in het wilde westen. Die bevroren oorlap herinnerde mij aan mijn beste toertocht ooit. Mijn gevoerde pet met lekkere bondkraag trok ik maar strak om mijn bol. Voordat ik uit mijn bol zou gaan.

De schaatsen laat ik nu staan op mijn “oude” dag. Zo ruig ga ik het niet meer maken.  Maar een wandeling in de kou kan je van vreugde doen sidderen. Het leven is fantastisch. Is ruig tot op je eigen oren.