De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Tag: Harms Pagina 1 van 3

Harms en de Fluisteraar

“Nou nou, Harms, wat mankeert eraan?”
Even keek Harms schichtig van zich af. Zijn gedachten waren bij zijn vrienden Wapse en Schele Japie. Maar zoals gewoonlijk, Harms kon zwiepen van de hak op de tak. Maar dat hij zijn allerbeste vriend de Fluisteraar tegenkwam, neen, dat had hij niet kunnen denken. “Ach weet je Fluisteraar, je spreekt vaak in jezelf. En ja, dan heb je veel om over te denken. Te piekeren ook wel. Was me er eentje onlangs jarig. En Ja, Fluisteraar, of je het weet of niet, Harms moest en zou zijn steentje bijdragen. Zelf ooit ter wereld gekomen, heeft er wel degelijk weet van. En zo, Fluisteraar, verdiepte ik mij in de ”mens”. Een oud buurman van mij heeft ooit eens gezegd, ze worden met een schreeuw verwekt, ze komen met een schreeuw ter wereld en als ze uit deze wonderlijke woestijn van het leven vertrekken staan er soms ook mensen te schreeuwen. “


“Gut Harms, jij maakt het wel erg bont hoor.” “Ik weet het mijn beste. Maar er zit vast en zeker een kern van waarheid in. Toen een mij bekende medegenoot van de academie des levens het lot onderging om zogezegd te verjaren heb ik hem dan ook maar een berichtje gestuurd. De mensheid is er overigens tegenwoordig knap karig mee, maar goed, dat terzijde.
Zelf probeer ik mij een verjaardag gewoon voor te stellen. Heb het uiteraard ook ondergaan, maar ik betitel zo’n dag toch als één van de ‘wonderbaarlijke baarmoederlijke uitdrijving’ . Toch niet zo overdreven, vind je? “ “ Nee, Fluisteraar, ik kan zoiets eigenlijk ook wel een klein beetje indenken. Ik heb zelf al heel wat keertjes zo’n proces mogen aanschouwen, dus ik begrijp dat jij dit wel zo kunt omschrijven.” “ Hoe gaat dan zoiets verder?” Even moest Harms tot inkeer komen. Hoe zeg je de dingen zonder te zeggen wat je eigenlijk niet zeggen kunt of wilt? Harms gezicht kreeg een ondeugend trekje. Had ie meer last van, vond Fluisteraar, maar ja ook zoiets kun je natuurlijk niet zeggen. “ Ach, die beste vriend van mij confronteerde ik ermee, zo vervolgde Harms. Nou ja, dat klinkt bedreigend, maar nee, je moet bedenken dat zo’n geboorte van zo’n lief ventje, en inmiddels, dat kan ik wel verklappen, een heel aardig medemenselijk medemens, gaat zoals eerder voornoemd gepaard met soms het nodige zucht en steunwerk, daarna de letterlijke verlossing en dan “OH, ’t is een jongetje” of “Oh. Joh, ’t is een meisje!”. Kreten van bewondering van dankbaarheid of wat dan ook, ze gieren door zo’n kamertje. Vreugde kreten, de kleine moet en zal het op een brullen zetten, dat moet voor de longetjes, enfin, zo gaat dat met een klein mensenkind. En dan maar hopen en bidden dat het wurm zich ontpopt tot vredestichter, wijsmens en geen dictatortje. Zelfs die waren waarschijnlijk als kleine jochies misschien wel hartstikke leuk. Bij sommigen, Fluisteraar, kan ik mij dat eerlijk gezegd amper voorstellen want zelfs kleine jochies kunnen zich ontpoppen als grote smeerlappen. Een paar namen liggen nu voor op mijn tong. En het is te veel eer om nu mijn tong af te bijten, maar je begrijpt vast wel op deze gedenkwaardige dag in februari 2026 dat mijn gedachten teruggaan naar een dikke 4 jaar terug. Hoe dan ook de geboorte van zo’n kleintje: je staat erbij, je kijkt ernaar. Fluisteraar, je weet niet wat je ziet maar ’t ontwikkelt zich in de loop van het leven.”
Harms zweeg. De kraaienpootjes rond zijn opgeknipte snorhaartjes krulden. 

Ook Fluisteraar zweeg.
Na die diepe stilte vervolgde Harms: “Verwonderd kijk ik zo naar deze wereld. Heel veel jongetjes en meisjes van mijn leeftijd zijn al “niet meer onder ons”. Ze zaten bij mij in de klas. En ik? Ik mocht toch een feestje vieren. Weer een jaartje. Weer (eigen)wijzer.”
Het is net mijn innerlijke ik. “Kom Japie, vandaag dan voor ons maar een echte borrel. Op ’t leven zou ik zo zeggen en vanwege die bijzondere dag in mijn leven voor jou, en Wapse, voor mijn rekening. ’t Leven wordt inderdaad dus elk jaar duurder”.


Schielijk verdween Schele Japie achter de tap. Wapse, Japie en Harms, innerlijk genietend van dit wonderlijke sapje van de Friese gronden keuvelden nog gezellig in de gelagkamer van de Gulle Gaper in de Friese Wouden. Inwendig verkneukelde Fluisteraar zich.
“Zo, zei, Harms in zichzelf gekeerd, dat was me er eentje op ’t leven”…
23/02/26

Niveau


“’t Zal toch niet? Is dat Harms? Lokkich nijjier” mompelend in zichzelf schoot het linker oog van Schele Japie, de oude kastelein van de Gulle Gaper aan de Goddeloze Singel in de Friese Wouden naar rechts om goed te zien. “Warempel, als dat Harms niet is. Wat moet die ouwe stukjesschrijver nu weer in het barre Noorden?” Japie sprak zichzelf al moed toe. Meteen werden de bruine bonen vermalen. Die Harms, die lustte ze wel. En mompelend over zo’n bezoek op zo’n barre dag, voor Japie was het een welkome afwisseling. De sneeuw lag nog dik een centimeter of 20 boven de aardkloot. De dooie takken van de bomen priemden als ware pentekeningen tegen het firmament en dan, waarachtig waar, was daar die vent uit de Veluwse gronden in het heitelán.


“Dag Harms, wat fijn dat jij er bent man. Lokkich nijjier in protte sûnens en segen man. ’t Is hier zo verrekte stil, een bezoekje van jou is meer dan een borrel waard.”

Harms keek op naar zijn oude vriend. Hij schudde de pak sneeuw van zijn hoed, drapeerde de hoorapparaten maar in zijn geluidsholletjes en, nadat hij hoed en jas op de kapstok had gekieperd ontwaakte hij uit zijn bevroren staat.

“Ja Japie, ik vond, ik kan je niet helemaal alleen laten verPieteren. Dat begrijp je.” Even keek Japie hem met beide ogen aan. Die Harms toch, mooi meelevend. “Bakkie Harms?” Nou het was niet tegen dovemans oren gezegd. Harms moest er ook om grinniken. Hij, doof als een spreekwoordelijke kwartel, had die vraag al in zijn oren geknoopt. En een bak bruine bonensap van Japie, nee die sloeg hij nooit af.


“Maar Japie, zag ik het nu goed? Ja, horen doe ik het niet, maar stond jij nu in jezelf te oreren?” “Ach, Harms, een mens moet wat. Inderdaad, ik raak op leeftijd en het viel mij zelfs een tijdje geleden op dat ik soms, ik zeg wel nadrukkelijk soms hoor Harms, dat ik in mijzelf praat.”


Niet veel later stond de dampende bak bruinebonensap op de tafel. Beide mannen hadden zo hun eigen stek in deze gelagkamer en omdat er toch verder niemand was, konden de beide mannen gezellig keuvelen terwijl de dampen door het kleine kroegje een smaakvolle bijeenkomst garandeerden.

“Weet je Japie, je hoeft je daar niet voor te schamen hoor. Mijn moeder sprak bijvoorbeeld altijd met de hond als ze aan het koken was. En wis en zeker, dat beestje begreep het als de beste. Vooral als er wel eens een stukje kip of spek per ongeluk moedwillig op de grond kieperde. Ik zie het dier nog smachtensvol naar haar opkijken. En toen ik er iets van zei kreeg ik te horen dat er een of andere vroegere heilige ook altijd al met beesten sprak. ’t Was, aldus mijn moeder niet erg. En nu? Japie, ik geloof dat het geen teken is van dementie. Al willen ze tegenwoordig overal een etiket op plakken.”
“Weet je Harms, volgens mij moet de eerste mens ook met zijn beesten gesproken hebben, hij gaf ze allemaal namen!”
Verwondert keek Harms op naar de vrijgevochten en in zijn ogen,heidense, Friese kroegboer. Maar wel een fijne. Zo, dacht Harms, die kent de schriften. Het deed hem wonderbaarlijk goed.
“Zeg Japie, weet je, ik had vroeger ooit een waardige collega. Hij mopperde wel vaak dat de gesprekken tijdens het gezamenlijke koffiedrinken, van beduidend laag niveau waren. Hij vond het maar niks en om met zijn woorden te spreken “waardeloos”. Enfin, Japie, ik ben een kind van mijn moeder. En ik stond in mijn werkgedeelte en was in mijzelf aan het oreren. Best heel aangenaam en hoe meer ik mij op mijn gemak voel, hoe meer ik met mijzelf in gesprek ga. Enfin, hij kwam plotseling binnen en hoorde mij met mijzelf aan het delibereren.”
‘Hij vroeg mij of ik aan het dementeren was”.
“Nu Harms, dat is toch niet zo heel erg? Ieder mens spreekt toch zoals hij “gebekt” is?”
Even roerde Harms zijn voortreffelijke bak koffie. En het echt stuk Fries suikerbrood, het was zo overduidelijk aantrekkelijk, dat zelfs Harms, ondanks het verbod van alle doktoren en andere wijze mensen, zich niet aan dat verrukkelijke deel van moeder aarde kon onttrekken.
“Weet je Japie, zo begon Harms, weet je, over gebekt zijn gesproken. Die beste man, die zelf veelvuldig maar één woord in zijn mond had, waardeloos, die stond vervolgens mooi met “de bek vol tanden”. Vergeef mij dat ik het zo uitdruk, maar zo kwam het bij mij over als jij zegt “ieder mens spreek zoals hij of zij “gebekt” is.
“Hoe bedoel je dat nu weer Harms, ik kan je niet helemaal volgen. “
“Welnu Japie, toen hij vroeg of ik dement aan het worden was door met mijzelf te spreken heb ik geantwoord: welnu beste vriend, jij hebt een gebrek. Het gebrek van spreekmakkers op niveau: welnu, hier spreek ik met een mens van niveau. “
“Nou Japie, die stond letterlijk even met de “bek vol tanden”.
Grijnzend namen beide mannen nog maar eens een slok van het heerlijke bruinenbonesap. ” Op it nije jier, Harms.” Zeker Japie. Op it nije jier”.


Genoeglijk werd het samenzijn weer, bijna ouderwets , uh op niveau, dacht Harms.


Nunspeet, 6 januari 2026

Harms de cartonist?

“Heb jij dan wel eens cartoons getekend?” De vraag zwierf door het atelier. Even werd het werkelijk stil. De dames keken Harms vol verwachting aan. “Zeker, en ik meen zelfs dat ik er de krant mee heb gehaald. Zou wel moeten zoeken hoor. Misschien heb ik nog wel ergens ook een cartoontekening liggen. Eentje die “de krant dus haalde”. “Nou Harms, dat moet je dan maar eens aan ons laten zien”. Beetje beteuterd door zoveel belangstelling voor wat wonderlijke schetsjes was Harms wel. “Weet je, zo begon Harms al aan de terugtrekkende beweging, weet je, het stelt allemaal niet zoveel voor. Het is misschien wel twintig jaar geleden. En ach, een beetje klieren met een stukje houtskool, dat was het. “ “Ja maar Harms, dat kun je nu allemaal wel beweren, maar wij willen het nu ook zien!.” Harms zat er beteuterd bij en probeerde het onderwerp van gesprek maar snel over een andere boeg te gooien. Als kleine katachtige terriërs, hoe verzin je zoiets, maar goed, zo zat Harms te grienen. “Beste koffie, Sirat. Goed voor de inwendige mens. En dat voor nog steeds dezelfde prijs? De koffie wordt steeds duurder. “ “ Nee, Harms, niet zaniken, niet proberen je ei verder te leggen. Kom op met die cartoontekening.”

Even zakte hem de moed in de spreekwoordelijke schoenen. Nee, niet zo schilderachtig als van die ex-ministers’kwast’ in Zeeland. Zulke dure schoenen kon Harms zich niet veroorloven. En, bedacht Harms, ik wil toch ook niet naast mijn schoenen lopen. Maar ja, vooruit, de pas erin want wat moet je met opdringende dames? Enfin, Harms nam een kloek besluit. “Omdat jullie aandringen zal ik eenmalig dat cartoontje de wereld in slingeren.”

Avonden aan één stuk was Harms nu in de weer. Wie nu een keer A heeft gezegd moet zijn ABC wel vervolgen. ’t Moest toch wat, wanneer was het? Ergens in carnavalstijd. Ja, hij wist het zeker. Hij had de beste burgervader als “kwakbol” , want daar hadden ze in zijn woonplaats Harmelen wat mee, getekend als de spreekwoordelijke kikker. In Harmelen waren ze er verkikkerd op. Dus maar eens zoeken of hij niet ergens die kikker boven water kon krijgen. In Harmelen was zoiets altijd een feest. Eureka, het archief. Natuurlijk, het kranten archief van het RHC Rijnstreek was een wonderlijk fenomeen. Februari 2002. Al in zijn dagen. En maar eens zoeken. Joepie, Harms keek verheugd. Warempel man, pontificaal in het midden van de foto zijn “kroonwerkje( nou ja…”)

En ze kwaken er nu maar verder lustig op los. Misschien, bedacht Harms, ook wel bij de carnavalsvereniging de Kwakbollen. Dan had hij daar ook iets aan bij gedragen. Peinzend besefte Harms dat zijn karnavalsvrienden van vroeger in zijn Veluwse plekje op de aardkloot niet meer vertegenwoordigd zijn. Alaaf.

Nunspeet,30/11/2024

Misschien schilderachtig

“Jonge Japie, wat kan het leven ingewikkeld zijn. Gisteren zag ik Harms fietsen. Zelfs met dit beestenweer is hij op zijn karretje weer in de weer. Ik vroeg hem hoe het ging. Nou Japie, hij had vegen van verf op zijn gezicht, de baard wordt met de dag grijzer en volgens mij wordt hij ook eigen wijzer”. Japie keek eens naar zijn vaste stamgast Wapse. Het kleine pientere boertje uit de Friese wouden zat duidelijk weer op het level “ nieuwsgierige Wapse3 ”. Japie zag het wel. Heb je nog gevraagd hoe het met hem ging? “ Japie had altijd open vragen voor zijn gasten en Wapse was vaak een bron van vermaak. “ Ach Japie, veel wilde hij niet zeggen. Hij zat ergens op een schilderachtige geestelijke gesteldheid. Hij had het over bomen, kleine bruggetjes, pastel, olieverf. Zo mompelde hij wat af. Ook vertelde dat hij tegenwoordig met vriendelijke mensen van velerlei soort aan het schilderen was geslagen. Beetje veel dames, maar volgens hem viel het gekwebbel buitengewoon mee, dan een vluchteling, ook een soort Picasso die super snel zijn werken kon af boetseren, ja zo zei hij het, af boetseren. Nou, dat snapte ik niet. Maar die man, die bleek meer een paletkunstenaar te zijn. Deed volgens Harms, zoveel en zo snel met het “mes” . Toen ik hem vroeg of de vork er dan ook bij was, had je Harms moeten zien kijken. Die dacht natuurlijk, zo is hij wel, dat ik hem bij de “poot” nam, maar Japie, jij weet: ik ben alleen maar oprecht belangstellend. Enfin, ’t schoot Harms blijkbaar beetje verkeerd. Net of ik niet weet hoe de vork in de steel zit. Maar goed, hij bromde iets van “ de groeten Wapse, ik moet mij concentreren op mijn stukken. Niet dat het veel voorstelt, maar , zo zei hij “ik knutsel maar wat af”. Heb hem gevraagd of ik wat van die schilderstukjes mocht zien. Nou, als een speer. Die ouwe Harms had werkelijk nog wat sjeu in de beentjes. Man hij was weg voordat ik het in de gaten had.” Even zweeg Wapse. Keek naar zijn vriend Japie, “ Weet je Japie, doe mij maar een burgertje van de beren. Harms is best een aardig jong, maar of ie echt vaardig is met kwast en mes? Ik geloof er niks van.” “k Zal het hem eens vragen Wapse, en hier is een burgertje van het huis. Als we Harms tegenkomen zullen we er toch maar niet meteen over beginnen”.

De beide mannen verzonken boven hun Beerenburgertje in diep gepeins.

“ Nou Wapse, dat Harms een kwast is, dat is mij duidelijk. Dat hij de kwast hanteert? Het verbaast mij in hoge mate.” Wapse schudde het hoofd. “ Neen Japie, mij niet, hij loopt eigenlijk al jaren met een potlootje en krijtjes in zijn handen. Heeft het echter nooit gezegd. Ooit heeft hij zelfs een cursus cartoon tekenen gedaan heb ik wel eens begrepen. Maar vorig jaar toen zat ie ineens in de “koppen” en nu probeert hij het Verweggistan van het schilderen onder de knie te krijgen. Blijkbaar in de olie. Maar als ik de laatste berichten moet geloven zal Harms niet “in de olie” gevonden worden. Je weet het nooit met hem, maar dat hij het echt eens op een zuipen zet? ‘k Waag het te betwijfelen. Hij mag “niks” meer hebben van de dokter, zei die. En hij was altijd al “niet scheutig” met dat gebeuren. Weet je Japie, op mijn kosten? Doe mij maar een BB’tje man. Ik kan op één been niet langs de Goddeloze Singel naar mijn Waldhûske. En ik ga die site van Harms maar eens bekijken of daar wat staat over schilderen, plamuren, tekenen, potlood of krijtstreepjes trekken. Je weet maar nooit.”

Wapse rekende zijn vertering af. Altijd op de cent nauwkeurig. Daar kon zelden een ”fooi” af. Maar ja, dat kende Japie wel. Hij had toch liever de iets gullere Harms op bezoek. Maar die zat blijkbaar in de olie. Japie schudde zijn wijze hoofd. “Ach,” zo mompelde hij, “ die bevlieging zal ook wel weer overgaan en dan pakt Harms zijn geliefde fiets en gaat hij weer kamperen. Tenminste: als zijn lijf het toelaat en Harms toestemming heeft van zijn hele echte eigen baas.”

Nunspeet, 19 november 2024.

Pagina 1 van 3

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén