Pieter Hoeksma

De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Onderwijs aan de Marokkanen. Oefening voor inburgering.

Tijdens mijn virtueel bezoek aan de Marokkaanse Ibnou Zohr Universiteit te Agadir stelde de heer Ad al Fabeth mij de vraag of ik een mooie Nederlandse tekst zou kunnen aanbieden aan onze Marokkaanse studenten Nederlands, voor vertaling.

Tja, daar zat ik dan. Wat kan ik nou bieden? Hoewel ik iets heb met onderwijs en met de taal, is het voor een stel Marokkaanse studenten niet eenvoudig om nu eens een tekst te geven die kan leiden tot verheffing van onze volkskunst.

Ik begon daarom maar als volgt: Beste medemensen. Dat zijn me nog al wensen die u stelt. Een ferm stukje taalgebruik om te vertalen. Probeer me maar gewoon te volgen.

We kennen in het Nederlands verschillende uitdrukkingen en kunnen ook spreekwoorden en gezegdes larderen  in ons spraakgebruik. Daarop is dit verhaal gestoeld. En als u dit kunt,  kunt u zeker in ons mooie platteland verkeren. U zult geslaagd zijn voor het examen Nederlands en persoonlijk zal ik bevorderen dat een inburgeringscursus voor u niet meer noodzakelijk is. Want: “Wat  Kan kan, kan Kan alleen” . Die uitdrukking heb ik niet van mezelf, kunt u begrijpen. Maar wat Kan kan , kan niet meer en is geworden: wat Kan kon, kon Kan alleen. Want –hoewel alles in kannen en kruiken is, is Kan niet meer onder ons. Dus dat zal vast niet meer kunnen. Kunt u dit nu naadloos overkieperen vanuit uw Marokkaans naar een correct gespelde Nederlandse tekst dan kunt u meer dan veel Nederlanders kunnen.  Kunnen en willen zijn n.l. woorden die in het Nederlands veelvuldig worden toegepast. Toepasselijk is echter dat op het platteland en in stedelijke streken de woorden kunnen en kennen regelmatig door elkaar worden gebruikt. Dit is strijdig met de oorspronkelijke beginselen die aan het Nederlands ten grondslag liggen. Vaak merk ik op dat ik die niet ken en dat het ook niet kan. Om dat uit te leggen moet ik regelmatig lachen.  Kent u dat? Spreekwoordelijk slaan dan velen de plank mis. Maar ook uitdrukkingen die worden gebezigd in het ene deel van ons platteland zijn geen gemeengoed. ’t Is gemeen, maar goed, dat moet soms ook bijdragen tot het verkrijgen van de lachers op je hand. Onlangs vroeg ik aan een nabij lid van de familie “Is ze een beetje goed te pas?”. Neen, een pasklaar antwoord ontbrak. Sterker, sommigen staan met zo’n vraag meteen met de mond vol tanden. Te pas en te onpas kun je dan spreekwoordelijk ineens “voor aap” staan. Maar op de Veluwe zal deze uitdrukking begrepen worden. In de omgeving van het Utrechtse wordt een mooie uitdrukking  aangehoord met vraagtekens.”

De Marokkaanse studenten keken me nu aan of ze het water zagen branden.  “Afsluitend, zo stelde ik, “kunt u overgaan tot het overzetten van voornoemde tekst. Als u dat kunt ,kent u Nederlands.” Het zweet stond op mijn rug. Pittig stukje tekst.

Ik werd wakker. Met een ruk zit ik recht op in mijn bed. Knal met mijn hoofd tegen de boekenplank. Als een schele Chinees zit ik overeind en bedenk: Ze kunnen me wat. Als ze zoveel kennen,  kunnen ze best in Nederland werken.

HET KOPPIE ERBIJ HOUDEN

De vroege vogel, ds. Meijvogel, hield gisteravond een aardige meditatie. Je moet het “hoofd” erbij wel houden, maar moeilijk volgbaar was het niet. Hij gaf een voorbeeld waarbij hij nu niet bepaald voorbeeldig het “koppie” erbij hield. Op weg om te gaan vissen,  neen niet naar zijn professie als visser van mensen, maar op echte vissen, reed hij volkomen verkeerd. Hij had zijn hoofd er niet bij! Jammer voor ds. Meijvogel. En ja, dan rijd je mooi verkeerd. Leuke anekdote, n.a.v. Ef. 4 : 15/16. Lekker eens lezen hoor. Vissen op de Noordzee. Ach, ook deze dominee heeft natuurlijk recht op zijn hobby.  En dan wil je stiekem nog mee ook…Zolang echter de dominee geen Tom Tom aan heeft, ja dan…..

Geestig eigenlijk. Je kunt nu ook een geestelijke vergelijking gaan trekken. Als een predikant zijn Tom Tom vergeet, dan “vaart hij een verkeerde koers”.  Mijn TomTom zegt, als ik verkeerd rij: “keer nu om!”  Kijk, deze beste dominee, geen kwaad woord hoor over zijn meditatief moment, en we swingden de kerk door, kan zijn vergelijking dus verder uitbreiden met zijn geestelijke TomTom. Ook Die spreekt.

Wonder wereldje in de archieven.

Over: taal en tijdkunde.

Bij het doorworstelen van de diverse bronnen en materialen die worden aangeboden aan een archief, kunnen we soms de mooiste literaire werkjes tegenkomen.

Een algemene keur of politie-verordening voor het Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard herbergt soms ongedacht mooie stilistische wetensaardigheden.

Dat zou je natuurlijk niet zeggen. Een verordening is nu eenmaal geen wildmakende literatuur!

Aan BOA’s werd nog niet gedacht. Allen met een functie binnen het waterschap die bij een schouw aanwezig zijn, de dijkgraaf of de hoogheemraden en de beëdigde beambten van het schap, waren bevoegd te allen tijde overtredingen van de keur te constateren.

Nog meer wondertjes van genot kun je tegenkomen in een keur. Want wie weet nu wat de St. Odolphischouw is. En de St. Bavoschouw?

Zelf ben ik ruim van voor 1963. En opgevoed op oerdegelijk protestantse zandgronden.

Zou je daar in de Krimpenerwaard mooi niet mee uit de voeten kunnen. Je zal maar effe worden aangesproken door zo’n heerschap van een heemraad. Of dijkgraaf. En dan kun je nog zo socialistisch van inslag zijn, en niks moeten weten van graven, vorsten en vorstinnen, die dijkgraaf kan je wel maar mooi houden. Aan de St. Odolphischouw. Op straffe van een boete…. Mooi niet keurig gehouden aan de keur…Afkeurenswaardig zogezegd. En dan kraait niemand binnen de bestuurlijke keten om het feit dat jij helemaal niet Rooms bent opgevoed. En niet gelooft in Sinterklaaas noch Odolphi noch St. Bavo….

Literaire werkjes…???

Want in artikel 4 van de keur worden de zaken mooi voorgeschreven. In deze tijd zou je werkelijk bijna voor de vierschaar worden gehaald als je als ambtenaar dergelijke woordspelingen bezigt. Neen, anno 1963 gingen ze in hun blootje de dijk….Ho even. We gaan hier toch geen wulpse voorstelling van zaken verkondigen? Maar vreemd vond ik het wel. Terwijl een nog oudere collega blikt noch verbloost…

Er staat: “bij het voeren der St.Odolphi-en St.Bavoschouwen moet door de eigenaren der dijken…gezorgd zijn voor: “voor het bloten van de dijken”.

Al sloeg je me eraf. Ik snap er niets meer van. Wondere wereld in de archieven.

Kijk, ik weet wel wanneer Odolphi verschijnt. En St. Bavo. Zover ben ik inmiddels al ingevoerd in de gewrochten van de oude archieven. Ik ben wel benieuwd of men deze termen eigenlijk nog bezigt.

Blootshoofds door mijn gebrek aan kennis zei mijn kennis: “gebrek aan kennis Pieter?”

“Jij loopt toch ook wel eens blootshoofds? Dus da’s niets om je druk te maken”. Klopt ook wel, want de verklaring staat er ook: “dat is, het afslaan van gras, ruigten en vuilnis, ten einde de gebreken behoorlijk te kunnen opnemen”. Doet de kapper ook als je je kaal laat scheren, toch? Ja, je kunt je wel virtueel voor je blote kop slaan. Niks smerigs aan. Gewoon je gezonde verstand gebruiken!

En Odolphi? En St. Bavo? Hun tijd is bijna verstreken. Ze komen straks echt niet meer terug. Maar ik ben benieuwd of er nog mensen zijn die weten wanneer “wanneer “was.

Bij het goede antwoord zal ik het laten weten, en neem dan eerbiedig mijn hoofddeksel af. En ik toon mijn blote..hoofd.

Dood of levend?Eén letter

“Ha, meneer Braakema”. Meneer Braaksma kijkt verstoord. “ Wat zegt U? Mijn naam is Braaksma, zonder die stomme “e” en in dit geval met een scherpe “es”.

Merkwaardig. Ineens schiet me weer en verhaal over de oudheid door het brein.

Eén letter verschil. En natuurlijk, herken ik de irritatie van een letter verschil. Het overkomt mij ook. En mensen zijn nu eenmaal op hun goede naam gesteld.

Maar dat is het verhaal niet. Het gaat om die ene letter. Een goed gespelde letter in dit geval.

We gaan even terug in de tijd.

Vandaag, 13 augustus 2010, maar dan terug naar 13 augustus 1927. Natuurlijk is dat terug in de tijd. Een tijd waarin we nog geen sms’jes konden versturen. Nog geen e-mails. En ik zal echt moeten googelen of er al een telefoon was in die tijd. In 1876 werd octrooi aangevraagd voor de telefoon. En zeker is dat we omstreeks 1927 weliswaar konden beschikken over een telefoon maar ontegenzeggelijk is ook waar dat bijna niemand over de telefoon kon beschikken.

Ook dit verhaal is gebaseerd op dat gegeven. Wel was er al een telegraafdienst.

Aalsmeer was een klein gebeuren. In 1927 waren de buren al dagen met elkaar in de weer. Het werd feest bij de familie P. Vijfentwintig jaren man en vrouw. Een feestje waard. En de buren wilden ook maar wat graag komen. De voorbereidingen waren dan ook in volle gang. Kinderen hadden ze ook, o.a. een zoon Gerrit. Alleen lag deze Gerrit in een van de Amsterdamse ziekenhuizen. Maar zaterdag, ja, dan zou onze Gerrit thuis komen en kon het feest pas echt losbarsten.

Edoch, onze Gerrit had bijna geen weet van al de ontwikkelingen die aanstaande waren. Feest of niet, de gemeenschap in Aalsmeer maakte zich op. Gerrit zou thuiskomen en dan kon er echt een vijfentwintigjarig huwelijksfeest worden gefeest.

Dan gebeurt het. Een telegram van de telegraafdienst. Wie beschrijft de smart van het gezin P., toen daar ’s morgens vroeg een telegram werd bezorgd met de mededeling dat Gerrit was ontslapen. Als een lopend vuurtje werd deze tijding in de gemeenschap verspreid. Een deken van rouw en rauw verdriet overviel het toekomstige bruidspaar en de gemeenschap van Aalsmeer.

Wat een wanhoop over het verscheiden van zoon Gerrit. Enige familieleden, met de vader van de overledene, togen naar het ziekenhuis in Amsterdam. Maar lang bleef de onzekerheid niet. De dode Gerrit bleek springlevend! Verwonderd keek Gerrit naar  de droeve en bleek afgetrokken gezichten en overweldigd door de velen die hem kwamen afhalen stamelde hij “Was dat?”

Dat was de vergissing. Eén letter in het telegram. Droefheid sloeg om in grote vreugde. En het nieuws snelde vooruit naar Aalsmeer. Snel wist al iedereen dat één letter het verschil was tussen dood en leven. Neen, Gerrit was niet ontslapen maar ontslagen uit het ziekenhuis. Hoewel de familie enkele uren van ontzettende zorg had doorgemaakt, mag worden veronderstelt dat er vele uren van feest werden gevierd.

Eén letter. Dood. Of levend. Leve de telegrafie. Leve de SMS, maar vergissen is mensenwerk.

Pagina 60 van 96

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén