Wapse en Schele Japie. Beiden mannen staan wat droevig te staan.

” Japie, wat is dat nu met Harms? ” Met Harms?”

“Ja joh, ik hoorde dat ie in een ambulance lag. En het enige..? “

“Wat, Harms in een ambulance? Nou geen wonder dat ik hem niet meer de laatste dagen had gezien. Wat mankeert die dan?”

“Weet je Wapse, zijn vrouw had gezegd “ hang die vuile was niet buiten, maar dit mag je van Harms vertellen “ wat zijn met name de ambulance broeders onvoorstelbaar professioneel en heel verschrikkelijk, hij vond dit het meest moeilijke woord en een tegenstrijdigheid in zichzelf, lieve mensen. Hij had nooit in die 74 jaar begrepen dat die ook nog op deze aardkorst rondliepen. Man hij was, hij kon blijkbaar amper wat uitbrengen. Volgens zijn vrouw was dat wat hij toch wel nadrukkelijk wilde melden. En daarna was het met spoed “vort”.

Beide mannen keken elkaar aan. Tjoh, die Harms. “Weet je Wapse, ik heb begrepen dat ie weer een beetje boven Jan is. Lekker laten sudderen die zal wel bijtrekken en misschien komt ie dan wel een bak troost halen. Krijgt ie gewoon van de zaak, maar Wapse, het deed mij wel wat hoor. Harms, hij had het blijkbaar flink voor de kiezen. Fijn dat hij thuis is gekomen. En nu hopen dat hij nel bij ons in de Guller Gaper zijn echte Friese bruinenbonensap komt lurken. En Wapse, van mijn part doet hij eindelijk ook weer eens een hele echte BB, van het huis. Verbaasd over zoveel woorden keek Wapse naar de ouwe kastelijn. Zag hij het nou goed? traantje wegpinken? Ach ach, hou ouwer hoe sentimenteler. “Ja Japie, dr heb ie geliek in man. Kom laten we er eentje nemen op Harms en ja man, doe het nu maar eens op mijn rekening.” Stomverbaasd haastte Japie zich naar de tap. “Pfft, die Wapse, ook al sentimenteel”, zo dacht hij, maar een lichte twinkeling in beide schele oogjes, een waarnemer had het kunnen zien.