De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Auteur: Sjaak de Stiefelaar Pagina 1 van 94

Elke dag een dagje ouder. Elke dag hoop ik een stukje wijzer te worden. En elke dag iets minder eigenwijs(zer).

Dat was het dan (2025)


“Kijk er eens aan. Harms! Welkom in de Friese contreien man.” Het gezicht van kastelein Schele Japie was ineens van donderwolk naar zonnewolk. Beide mannen begroetten elkaar hartelijk. “Wat een verrassing, Harms, wat fijn. Komaan, meteen maar een bakkie bruinebonensap zo denk ik?” “ Ja Japie, een bakkie troost is zeker op zijn plaats.” Harms zuchtte.” Wat een wereld, Japie, wat een wereld. Nog steeds niks geleerd van de geschiedenis.” “ Wat bedoel je?” “ Wel, Japie, ze sjezen weer de hele wereld rond. Maken “afspraken” over vrede. Zelfs bij ‘Het mes op tafel” Japie wisten de super slimmeriken niets van Chamberlain. Niks geleerd van de geschiedenis. De wereldleiders of wat daar voor doorgaat, ook niks geleerd van hetgeen leidde tot wereldoorlog twee. Er zijn er bij die eigenlijk helemaal geen vrede willen. En de arme drommels die naar het front worden gestuurd, ja ja, die mogen alleen terug in een lijkenzak. Kisten zijn immers te duur.”
“Nou Harms, je bent best wel somber gestemd. Hoe heb je dat nou? “
“Ach Japie, de mensen zijn knots. Ze lopen achter schreeuwers aan, die ze uiteindelijk ter meerdere glorie van zichzelf, lopen te brullen dat ze de wereld zullen verbeteren. Oorlogen zullen stoppen etc. Nou, of je nou Ping of Pang of Pingpang heet of Poetin, Trump, Macron of weet ik wie, ze zijn allemaal uit op eigenbelang. En het liefst de Nobelprijs voor de Vrede. Ik ben er meer dan misselijk van. Alleen die koffie van jou, Japie werkelijk, die is super.
Komt die uit het noodpakket? “


“Wat Harms, neem mij niet bij de poot man. Ik ben opgegroeid direct na de oorlog en thuis hadden wij altijd alles extra op voorraad. Zo gek is het dus nu, dat wij daartoe opnieuw worden opgeroepen. En eerlijk waar, ’t was soms best wel huiveringwekkend, die tijd. En ja, het begint weer aardig die kant op te gaan. De Cubacrises. Die zit wat dat betreft nog best in mijn memorie.” Even keek Harms naar zijn beste kastelein. “Ja Japie, ’t is wat. En weet je? Ik wil niet te veel meer naar die tv-bak kijken. Je wordt er zeker zo aan het eind van het jaar knap ellendig van. Zelfs Japie, een herdenkingstocht voor een dooie wolf. ’t Moet echt niet gekker worden. En die dooie schaapjes? Die boer met zijn verdriet? Die stumpers die niet meer vrij naar hun schooltje durven fietsen? Nee, we gaan herdenken hoe die wolf werd omgebracht. Breek mij de spreekwoordelijk bek niet open. En maar jammeren en klagen op die vreselijke overheid. Nou ja, met veel politici heb ik het ook niet erg best zitten hoor. Wat dacht je van die arme Groningers? Ze blijven beven en hoe?, dat kun je wel invullen. Ach en wee, oh wat zielig, oh ik kom volgend jaar weer kijken hoor, maar ondertussen janken we om allerlei pietluttigheden, vechten elkaar de tent uit, maken elkaar af met woorden gaan lekker nog eens een kerkscheiding teweeg brengen, gaan een -echt Japie, een hele nieuwe en dure kerk neerzetten waar ik geboren ben want ik kan niet onder één dak met andere geloofsgenoten etc. Te triest voor woorden en daarom stop ik met het gejammer.
Er was gelukkig nog veel goed. En op een van de laatste zondagen hoorden ik een dominee zeggen dat zelfs Jezus een BSN nummer had. Dat was hoopvol, dat was troostvol. Kom Japie doe nog maar eens in en let op ik betaal mijn eigen vertering hoor. Kleine ondernemers hebben het begreep ik dit achterliggende jaar ook al zwaar gehad.” Japie knikte. Dankbaar voor zoveel empathie. “Harms, toch ben ik hartstikke blij dat je even in ons mooi heitelán bent aanbeland. Wapse zei pas nog “Harms die zie je ook niet meer. Maar wat zei jij nu? Heeft Jezus een BSN nummer? Negen cijfers?”
“Ja Japie, met die boodschap stuurde de eerwaarde heer ons naar huis. Best troostvol moet ik zeggen. Kun je het nieuwe jaar mee beginnen. Met Borsje uit Wierden kun je de borst nat maken. Die zouden ze bij ons best kunnen beroepen. Maar ja, ik zit niet in de commissie, Vooruit maar. ’t Was de overdenking meer dan waard, zeker om op te gaan naar 2026.
Hij vertelde dat Jezus een BSN nummer heeft gekregen maar net even iets anders dan wij. Ik vond het wel knap gevonden.” “Oh, maar wat voor nummer was dat dan Harms?” Nou eigenlijk onze negen nummers (kijk het maar na) moet je voor letters invullen. En BSN is niet minder dan: B=betekenis, S= is samenhang (zoiets als stamboomonderzoek) en N= welke nut het was dat Hij er is gekomen.
“Ja maar Harms, negen nummers maar dan net anders?” “Ja Japie, en dat vond ik echt wel mooi gevonden hoor, om zo het oude jaar uit en het nieuwe in te gaan. Maar laten wij daar dan ook maar eens een mooi glas op heffen en dat is zeker niet profaan bedoelt Japie, maar die negen cijfers moet je alleen anders invullen. Met letters.” Japie zweeg. “Man man, je lijkt Simson wel met je moeilijke vragen.” “ Ach Japie, dan kun jij als Grutte Pier misschien nog wel eens een kinnebakslag uithalen.” Japie moest er van grinniken maar de vraag bleef tollen in zijn hoofd. “Negen nummers negen letters.. nee Harms, dat trek ik niet.”
“Wel Japie, hij, die Borsje vulde het wel in. En ik moest er ook best over nadenken. Tel maar na: m i d d e la a r.
“Japie, vriend doe mij jou rekening. Zodat ik die kan voldoen.”
Japie zuchtte “daar Harms moet ik wel even over nadenken”.
We gaan, Harms, het jaar uit. De boodschap is eigenlijk best wel helder. Maar die moet bezinken, net als een echte BB’er. En dus Harms: neem er één voor dit jaar van mij dan, een hele echte BB’er en nee geen BBB ‘ er (die,Harms, dat weet jij vast wel die zijn uitgepoept…) “ Japie moest om zijn eigen gevatheid wel even grijzen. Harms keek hem vergenoegd aan. Ja man, da’s mooi gezegd. Geen geliberaliseerde drijfmest.
“Ja Harms, das zeg ik proost, uh ik bedoel ‘troost”.


We drijven nu het jaar 2025 uit.

Nadat de glaasjes waren geleegd omarmden de beide vrienden elkaar en wensten elkaar gezondheid vrede en goedheid toe.


Nunspeet, 31 december 2025

Digitale beslommeringen over verbinding.


“Ha Wapse, kerel wat een prachtig weer vandaag. We kunnen zo nog eens heerlijk door die mooie Friese Wouden sjezen.”
Even lichtte Wapse zijn pet op. Warempel, Harms weer eens in de Wouden. Wonderlijk mannetje. Dagen, weken zie je hem niet en dan ineens als een opkomende keutel schiet hij voor je geestesoog. Even dacht Harms dat Wapse op zijn ouwe dag zwaar in zichzelf was gekeerd. Maar wijs als hij was, wachtte hij de verhalenridel van Wapse wel af.
De ademsappel van Wapse ging warempel als een ja k nikker uit vervlogen tijden op en neer. “Harms, man, dat ik jou tref. Maanden niet gezien, en ineens daar ben je weer.”
Ja Wapse, ’t is net als het weer. Onweer komt en onweer gaat, maar je kunt natuurlijk ook zeggen het zonnetje schijnt.”
“Zit jij nou te lachten Harms?” “ Ja man, ik was vandaag een beetje in de olie.,En niet veel later, nou ja, na een kwartier of zo was ik in de wolken. Weet je, ik had een beste rekening van ziggo. En daar had ik knap de pest over in. Zal het maar eerlijk zeggen, dat hele digitale geklier kost een vermogen zo langzamerhand en ik wil een beetje op de kosten letten. Enfin, ik ga de rekening maar eens downloaden. Ja Wapse, zelfs dat kan ik op mijn oude dag. Maar ‘ k was not amused. Zat me daar een partijtje geld tussen van telefoneren. Man man, ik zoeken en koekeloeren wat dat nou toch voor een telefoonnummer was. Wapse, geloof het of niet, maar ik was bang dat ik gehackt was. En je weet, ’s woensdag is gehakt dag. Ik had al dikke visioenen van foute zooi.”
“Ah Harms, jij kiekt natuurlijk op foute sites!” Stomverbaasd zat Harms te kijken naar Wapse. “Nou nou, jij durft Wapse, heb jij wel eens gehoord van dat spreekwoord “zo de waard…” Waar denk jij nou aan? Man man, dat had ik niet achter jou gezocht. Enfin, ik heb uiteindelijk een site opgezocht en ik kon daar het bewuste telefoonnummer in opzoeken. Eind van het liedje, na het lezen van diverse reviews of die site wel betrouwbaar was en zo, dat ik het nummer er maar eens inzette. Enfin, Harms moest natuurlijk al zijn gegevens en voor de betaling ook zijn bankpasgegevens er inzetten. Dan kon hij na betaling, na diverse waarschuwingen dat het misschien ook heel gevaarlijke informatie kon opleveren, een rapport verwachten van die club.
Maar Wapse, betalen, daar had dit mens geen zin in. En toen keek ik nog eens. De cijfers stonden wat vreemd vermeld. Man ik kreeg van de weeromstuit de slappe lach. Wapse ik ben gierend naar beneden gerend. Wat bleek?
Mijn eigen vaste telefoonnummer te zijn. Alleen met een vreemde spatie. Want het was ook geen 06 nummer maar de cijfers van de plaats stonden wat vreemd aangegeven.
Conclusie: ik ga niet meer met mijn eigen vaste lijn zoeken naar verbinding. Dat doe ik dan maar gewoon hier of met een 06.

Stil verdriet in den lande

Kijk mij daar toch eens aan. Schele Japie zet meteen grote ogen op. Een wonderlijk bebaard type op een fiets komt aangekart of de duvel hem op zijn hielen zit. Schele Japie staat naast zijn vaste stamgast Wapse, helemaal verbouwereerd. “Man wat een eer!” zo zijn de eerste woorden naar zijn nieuwe gast van deze morgen. Zowel Wapse als Japie komen bijna niet uit hun woorden. De nieuwe bezoeker had het wel door. Och, hem ontging niet zoveel. “Môgge, mannen. Als jij in huis hebt wat je altijd hebt, dan ben ik graag van de partij.” Harms, die was het, kieperde als een volleerd kopie van Baantjer zijn groene hoedje op de kapstok. Niet veel later zaten de drie mannen als vanouds aan een lekker bakje bruinenbonensap. ” Tjoh Japie,dat heb je niet verleerd. Heerlijk”. Deze woorden klonken Japie als muziek in de oren. Beide vrienden, Harms zag het, branden van nieuwsgierigheid. “Kerel wat ben jij lang weggeweest”, begon Wapse. “Man, ik heb je gemist”, zei Japie. Harms knikte. Best. Toch fijn als er op deze aardkloot mensen rondbanjeren die je “missen”. En in dit geval, dat mocht wel duidelijk zijn, niet als kiespijn.

“Vrienden, zo begon Harms, vrienden, in deze woelige tijden miste ik jullie vriendschap. De wereld en ook ons land brult van grootbekken, iets anders kan ik het niet noemen. Ik word zelf van onze eigen politici “bijna doodziek”. Wat een negativisme.Wat vreten ze elkaar bijna letterlijk op en het liefst naar de strot. Dat het “volk” anderen het “licht in de ogen niet gunt”, ach, dat was natuurlijk wel bekend. Maar de dames en heren, nou ja, vooruit dan, ze kunnen elkaar met woorden vreselijk kleineren, wegzetten, verachten en verachtelijke benaderen etc. Zij die het oprecht menen en soms vraag je je af of die er naast enkelen, waarvan ik wel overtuigd ben dat ze fatsoenlijk zijn en het echt menen (landsbelang) lijken in de minderheid. Sommige van die kleinste partijtjes hebben blijkbaar de grootste bek. Dierenactivelingen en klimaatverkrachters of verachters laten de boer en schapenburger gewoon barsten. Brullen, schreeuwen elkaar, voor rotte vis uitmaken, het lijkt hun handelsmerk. Maar oh wee als je iets zinvols te berde brengt. Voorbeeld? Ik noem één dier en die zwik slaat meteen op hol. Wolf.

In het weiland stond ze. Tranen biggelden als een rivier over haar snuitje. Het jonge dochtertje van boer Pietersen was diep verdrietig. Tien mooie schaapjes, gisteren nog voorzien van lekkere brokken, ach ze hoorde en zag ze. Nu? Aangevreten in het land. Mannen, ik stond erbij toen ik langs fietste. Een diep, diep, diep triest gezicht. “Waar, zo vroeg ze, waar zijn die wijsneuzen uit Den Haag”? Rechters, is dit onrecht rechtvaardig?

Ik stond erbij. Ik keek erna. Feitelijk kun je beter één wild beest afknallen dan een complete kudde te laten creperen van ellende. Maar beste vrienden, dat mag je niet meer zeggen. En zo kan ik nog wel “iets” noemen waar geen mededogen mee is… Maar een wolf? Meehuilen met de wolven in het bos en schade aanrichten, dat doen ze ook in de politieke arena.

’t Zal je kind maar zijn, die de schaapjes moest voeren. ’t Zal je kind maar zijn, die innerlijk ook verscheurd is door het wilde beestengeweld. ’t Zal je volk maar zijn die hoopvol uitkeek naar rechtvaardigheid.

De wolven zitten niet op de Veluwe alleen.

Ze lopen als wilde hyena’s in de politieke stallen rond.

Geef mij gerechtigheid, rechter. Knal (bij wijze van spreken hoor) deze wilde beesten af. Geef wildbeheer de opdracht tot nette regulering. En oh volk, geef ons een heel “nette en betrouwbare” regering.”

“Nou Harms, dat is wel een beste preek. Je hebt gelijk. Maar wij, als gelijkgezinden, moeten het maar doen met een bakkie troost van onze Japie.”

’t Werd stil. De gedachten zonken. Verzonken in hun stil verdriet beaamden de mannen: hooguit een wolfje hier en een wolfje daar, maar houdt tenminste elkaar heel en wel vast.

Nunspeet, 27/10/25

De herder en de wolf


“Ach wat is dat nu toch? De kastelein van het kleine cafétje De Gulle Gaper aan de Goddeloze Singel in de Friese Wouden keek verbaasd naar zijn vaste stamgast Wapse. “Wat heb jij? Spoken gezien?”
Even was de wijsneuzige oude stamgast Wapse verbaasd. “Japie, wat heb jij? Ja, dat vraag ik jou toch?”
“Man, Japie, ik heb geloof het of niet, ik heb Harms gezien!”
Als Japie zijn ogen de kost had kunnen geven dan had hij vast de opwindende staat van Wapse al ontdekt. Maar zoals gewoonlijk, aan Japie kon je nooit merken of hij iets “door” had. “Nou, Wapse, vriend als dat zo is, dan zal ik de pruttelbak maar snel klaar maken. Harms, die ouwe snuffelaar, lust vast en zeker een bakkie. Als jij hem gezien hebt slaat hij vast een bezoek aan ons knusse cafétje niet over.”
De damp van de versgemalen koffie trok door de behaaglijke ruimte van dit oeroude cafeetje. En inderdaad, niet veel later zwierde de deur van de kleine gelagkamer al open. In vol ornaat met hoed en hoorapparaten in beide uitspansels van zijn verweerde kopwerk, zwierde Harms naar binnen.
“Daar doe je nu echt goed aan Harms. Zomaar weg van de woeste Veluwse gronden. Zomaar weer in het heitelàn, ach mijn beste, wat fijn dat je er bent“. “Ja man, vulde Wapse aan, machtig mooi man.”
Even trad het suizen van een zachte stilte door de gelagkamer. Daar zaten de oude vrienden genoeglijk te lurken aan de voortreffelijke bruinebonensap van Schele Japie.


“Hoe vaar jij? “ De nieuwsgierige Wapse wilde maar het liefst meteen ter zake komen.


Harms zuchtte. “Ach ’t is een heel verhaal. Maar jullie weten de Veluwe, de verwoestende wolf onder de schapen. Je zult daar maar een gemeente hebben mannen, de meute schapen, zo heet dat toch, of beter de kudde, ’t lijkt wel of ze wekelijks worden uitgedund. Wolven, hoe noem je dat roedels? hebben vrienden van bepaald politiek kaliber, die hebben het voor het zeggen. Tenminste, dat lijkt mij zo. Wolven en schapen en zeker schapen zonder herder, mannen da’s een hele, hele slechte kombinatie. Als je goed oplet zie je steeds minder schapen. En overal groeit het onkruid ook nog eens op, door….? “ De beide vrienden van Wapse keken of ze het in Keulen…”Ja mannen, door gebrek aan een herder. Vanmorgen nog weer gezien, overal schiet het onkruid op. En ik vind: ’t Is net de kerk. Als je goed kijkt, zie je steeds minder schapen. Een wolf zonder herder is als een gemeente zonder voorganger. ’t Moet niet te lang duren.”


“Man, wat bazel je toch? Wapse keek naar Harms. Wat heb jij toch Harms? “


Harms zweeg. Als man van weinig woorden knikte hij maar eens naar Schele Japie. “Doe maar een bakkie troost, Japie. Want wij zijn al heel lang herder loos. En je kunt roepen wat je wil, maar als die lang wegblijft (die herder dus) dan zie je dat de kudde afkalft. ’t Is triest mannen, maar zo gaat dat op de woeste Veluwse gronden.” Jij bedoelt, de bijbelbelt? “ Wapse wist niet hoe hij kijken moest. “Ach Harms, man, ik begrijp het wel.” “ Dank je, Japie. Fijn dat er begrip is.” Ja Harms, herderloos door de wereld, het leidt ongetwijfeld tot een prooi voor wolven. Ik heb het gelezen. ’t Gaat ook mij aan het hart hoor Harms, vaak moest ik aan je denken.” “Ah, zo zit dat dus Harms. Jullie zijn herderloos. Maar denk erom Harms, dat is nog niet “hopenloos”. Even keek Harms op. Beste vrienden toch, daar in het noorden. Maar ja, hij was wel mooi herderloos. Zijn gemeente is dat ook. Het kon nog wel eens duren. Tenzij die herder natuurlijk geroepen mocht zijn. Even verzonk Harms in diep gepeins. Nee, Hans en Grietje, daar geloofde Harms niet in. Maar de boze wolf? Zonder herder? Je zou er toch wel angstig van worden.


“Weet je mannen, één troost kan ik geven.”
Wapse en Harms keken nu verwachtingsvol naar Schele Japie.
“Kijk, Harms, echte herders laten de schapen niet in de steek. Er is dus hoop en nu: een bakkie troost!”

“Je hebt misschien wel gelijk, Wapse, Harms leek mij behoorlijk ontdaan. Wij in Friesland willen er een hek omzetten. Maar ja, een omheining zonder herder? “


Niet veel later zat Harms op zijn fiets. Weg moest ie. Wat een fijne vrienden, dacht hij, en of het door de wind kwam, nee dat wist Harms niet, maar een traan werd weggepinkt.


De beide mannen zwegen. Harms was alweer met de noorderzon vertrokken. De koffiepot pruttelde. Schele Japie schonk nog maar eens in. “Op Harms, Wapse! “Proost eh troost Japie”.
Een glimlach over beide verweerde Friese koppen kon een waarnemer waar nemen.

Nunspeet, 25/10/2025

Pagina 1 van 94

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén