De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Categorie: Harms Pagina 1 van 67

vijftig jaar getrouwd

Niveau


“’t Zal toch niet? Is dat Harms? Lokkich nijjier” mompelend in zichzelf schoot het linker oog van Schele Japie, de oude kastelein van de Gulle Gaper aan de Goddeloze Singel in de Friese Wouden naar rechts om goed te zien. “Warempel, als dat Harms niet is. Wat moet die ouwe stukjesschrijver nu weer in het barre Noorden?” Japie sprak zichzelf al moed toe. Meteen werden de bruine bonen vermalen. Die Harms, die lustte ze wel. En mompelend over zo’n bezoek op zo’n barre dag, voor Japie was het een welkome afwisseling. De sneeuw lag nog dik een centimeter of 20 boven de aardkloot. De dooie takken van de bomen priemden als ware pentekeningen tegen het firmament en dan, waarachtig waar, was daar die vent uit de Veluwse gronden in het heitelán.


“Dag Harms, wat fijn dat jij er bent man. Lokkich nijjier in protte sûnens en segen man. ’t Is hier zo verrekte stil, een bezoekje van jou is meer dan een borrel waard.”

Harms keek op naar zijn oude vriend. Hij schudde de pak sneeuw van zijn hoed, drapeerde de hoorapparaten maar in zijn geluidsholletjes en, nadat hij hoed en jas op de kapstok had gekieperd ontwaakte hij uit zijn bevroren staat.

“Ja Japie, ik vond, ik kan je niet helemaal alleen laten verPieteren. Dat begrijp je.” Even keek Japie hem met beide ogen aan. Die Harms toch, mooi meelevend. “Bakkie Harms?” Nou het was niet tegen dovemans oren gezegd. Harms moest er ook om grinniken. Hij, doof als een spreekwoordelijke kwartel, had die vraag al in zijn oren geknoopt. En een bak bruine bonensap van Japie, nee die sloeg hij nooit af.


“Maar Japie, zag ik het nu goed? Ja, horen doe ik het niet, maar stond jij nu in jezelf te oreren?” “Ach, Harms, een mens moet wat. Inderdaad, ik raak op leeftijd en het viel mij zelfs een tijdje geleden op dat ik soms, ik zeg wel nadrukkelijk soms hoor Harms, dat ik in mijzelf praat.”


Niet veel later stond de dampende bak bruinebonensap op de tafel. Beide mannen hadden zo hun eigen stek in deze gelagkamer en omdat er toch verder niemand was, konden de beide mannen gezellig keuvelen terwijl de dampen door het kleine kroegje een smaakvolle bijeenkomst garandeerden.

“Weet je Japie, je hoeft je daar niet voor te schamen hoor. Mijn moeder sprak bijvoorbeeld altijd met de hond als ze aan het koken was. En wis en zeker, dat beestje begreep het als de beste. Vooral als er wel eens een stukje kip of spek per ongeluk moedwillig op de grond kieperde. Ik zie het dier nog smachtensvol naar haar opkijken. En toen ik er iets van zei kreeg ik te horen dat er een of andere vroegere heilige ook altijd al met beesten sprak. ’t Was, aldus mijn moeder niet erg. En nu? Japie, ik geloof dat het geen teken is van dementie. Al willen ze tegenwoordig overal een etiket op plakken.”
“Weet je Harms, volgens mij moet de eerste mens ook met zijn beesten gesproken hebben, hij gaf ze allemaal namen!”
Verwondert keek Harms op naar de vrijgevochten en in zijn ogen,heidense, Friese kroegboer. Maar wel een fijne. Zo, dacht Harms, die kent de schriften. Het deed hem wonderbaarlijk goed.
“Zeg Japie, weet je, ik had vroeger ooit een waardige collega. Hij mopperde wel vaak dat de gesprekken tijdens het gezamenlijke koffiedrinken, van beduidend laag niveau waren. Hij vond het maar niks en om met zijn woorden te spreken “waardeloos”. Enfin, Japie, ik ben een kind van mijn moeder. En ik stond in mijn werkgedeelte en was in mijzelf aan het oreren. Best heel aangenaam en hoe meer ik mij op mijn gemak voel, hoe meer ik met mijzelf in gesprek ga. Enfin, hij kwam plotseling binnen en hoorde mij met mijzelf aan het delibereren.”
‘Hij vroeg mij of ik aan het dementeren was”.
“Nu Harms, dat is toch niet zo heel erg? Ieder mens spreekt toch zoals hij “gebekt” is?”
Even roerde Harms zijn voortreffelijke bak koffie. En het echt stuk Fries suikerbrood, het was zo overduidelijk aantrekkelijk, dat zelfs Harms, ondanks het verbod van alle doktoren en andere wijze mensen, zich niet aan dat verrukkelijke deel van moeder aarde kon onttrekken.
“Weet je Japie, zo begon Harms, weet je, over gebekt zijn gesproken. Die beste man, die zelf veelvuldig maar één woord in zijn mond had, waardeloos, die stond vervolgens mooi met “de bek vol tanden”. Vergeef mij dat ik het zo uitdruk, maar zo kwam het bij mij over als jij zegt “ieder mens spreek zoals hij of zij “gebekt” is.
“Hoe bedoel je dat nu weer Harms, ik kan je niet helemaal volgen. “
“Welnu Japie, toen hij vroeg of ik dement aan het worden was door met mijzelf te spreken heb ik geantwoord: welnu beste vriend, jij hebt een gebrek. Het gebrek van spreekmakkers op niveau: welnu, hier spreek ik met een mens van niveau. “
“Nou Japie, die stond letterlijk even met de “bek vol tanden”.
Grijnzend namen beide mannen nog maar eens een slok van het heerlijke bruinenbonesap. ” Op it nije jier, Harms.” Zeker Japie. Op it nije jier”.


Genoeglijk werd het samenzijn weer, bijna ouderwets , uh op niveau, dacht Harms.


Nunspeet, 6 januari 2026

Dat was het dan (2025)


“Kijk er eens aan. Harms! Welkom in de Friese contreien man.” Het gezicht van kastelein Schele Japie schoot van donderwolk naar zonnewolk. Beide mannen begroetten elkaar hartelijk. “Wat een verrassing, Harms, wat fijn. Komaan, meteen maar een bakkie bruinebonensap zo denk ik?” “ Ja Japie, een bakkie troost is zeker op zijn plaats.” Harms zuchtte.” Wat een wereld, Japie, wat een wereld. Nog steeds niks geleerd van de geschiedenis.” “ Wat bedoel je?” “ Wel, Japie, ze sjezen weer de hele wereld rond. Maken “afspraken” over vrede. Zelfs bij ‘Het mes op tafel” Japie wisten de super slimmeriken niets van Chamberlain. Niks geleerd van de geschiedenis. De wereldleiders of wat daar voor doorgaat, ook niks geleerd van hetgeen leidde tot wereldoorlog twee. Er zijn er bij die eigenlijk helemaal geen vrede willen. En de arme drommels die naar het front worden gestuurd, ja ja, die mogen alleen terug in een lijkenzak. Kisten zijn immers te duur.”
“Nou Harms, je bent best wel somber gestemd. Hoe heb je dat nou? “
“Ach Japie, de mensen zijn knots. Ze lopen achter schreeuwers aan, die ze uiteindelijk ter meerdere glorie van zichzelf, lopen te brullen dat ze de wereld zullen verbeteren. Oorlogen zullen stoppen etc. Nou, of je nou Ping of Pang of Pingpang heet of Poetin, Trump, Macron of weet ik wie, ze zijn allemaal uit op eigenbelang. En het liefst de Nobelprijs voor de Vrede. Ik ben er meer dan misselijk van. Alleen die koffie van jou, Japie werkelijk, die is super.
Komt die uit het noodpakket? “


“Wat Harms, neem mij niet bij de poot man. Ik ben opgegroeid direct na de oorlog en thuis hadden wij altijd alles extra op voorraad. Zo gek is het dus nu, dat wij daartoe opnieuw worden opgeroepen. En eerlijk waar, ’t was soms best wel huiveringwekkend, die tijd. En ja, het begint weer aardig die kant op te gaan. De Cubacrises. Die zit wat dat betreft nog best in mijn memorie.” Even keek Harms naar zijn beste kastelein. “Ja Japie, ’t is wat. En weet je? Ik wil niet te veel meer naar die tv-bak kijken. Je wordt er zeker zo aan het eind van het jaar knap ellendig van. Zelfs Japie, een herdenkingstocht voor een dooie wolf. ’t Moet echt niet gekker worden. En die dooie schaapjes? Die boer met zijn verdriet? Die stumpers die niet meer vrij naar hun schooltje durven fietsen? Nee, we gaan herdenken hoe die wolf werd omgebracht. Breek mij de spreekwoordelijk bek niet open. En maar jammeren en klagen op die vreselijke overheid. Nou ja, met veel politici heb ik het ook niet erg best zitten hoor. Wat dacht je van die arme Groningers? Ze blijven beven en hoe?, dat kun je wel invullen. Ach en wee, oh wat zielig, oh ik kom volgend jaar weer kijken hoor, maar ondertussen janken we om allerlei pietluttigheden, vechten elkaar de tent uit, maken elkaar af met woorden gaan lekker nog eens een kerkscheiding teweeg brengen, gaan een -echt Japie, een hele nieuwe en dure kerk neerzetten waar ik geboren ben want ik kan niet onder één dak met andere geloofsgenoten etc. Te triest voor woorden en daarom stop ik met het gejammer.
Er was gelukkig nog veel goed. En op een van de laatste zondagen hoorden ik een dominee zeggen dat zelfs Jezus een BSN nummer had. Dat was hoopvol, dat was troostvol. Kom Japie doe nog maar eens in en let op ik betaal mijn eigen vertering hoor. Kleine ondernemers hebben het begreep ik dit achterliggende jaar ook al zwaar gehad.” Japie knikte. Dankbaar voor zoveel empathie. “Harms, toch ben ik hartstikke blij dat je even in ons mooi heitelán bent aanbeland. Wapse zei pas nog “Harms die zie je ook niet meer. Maar wat zei jij nu? Heeft Jezus een BSN nummer? Negen cijfers?”
“Ja Japie, met die boodschap stuurde de eerwaarde heer ons naar huis. Best troostvol moet ik zeggen. Kun je het nieuwe jaar mee beginnen. Met Borsje uit Wierden kun je de borst nat maken. Die zouden ze bij ons best kunnen beroepen. Maar ja, ik zit niet in de commissie, vooruit maar. ’t Was de overdenking meer dan waard, zeker om op te gaan naar 2026.
Hij vertelde dat Jezus een BSN nummer heeft gekregen maar net even iets anders dan wij. Ik vond het wel knap gevonden.” “Oh, maar wat voor nummer was dat dan Harms?” Nou eigenlijk onze negen nummers (kijk het maar na) moet je voor letters invullen. En BSN is niet minder dan: B=betekenis, S= is samenhang (zoiets als stamboomonderzoek) en N= welke nut het was dat Hij er is gekomen.
“Ja maar Harms, negen nummers maar dan net anders?” “Ja Japie, en dat vond ik echt wel mooi gevonden hoor, om zo het oude jaar uit en het nieuwe in te gaan. Maar laten wij daar dan ook maar eens een mooi glas op heffen en dat is zeker niet profaan bedoelt Japie, maar die negen cijfers moet je alleen anders invullen. Met letters.” Japie zweeg. “Man man, je lijkt Simson wel met je moeilijke vragen.” “ Ach Japie, dan kun jij als Grutte Pier misschien nog wel eens een kinnebakslag uithalen.” Japie moest er van grinniken maar de vraag bleef tollen in zijn hoofd. “Negen nummers negen letters.. nee Harms, dat trek ik niet.”
“Wel Japie, hij, die Borsje vulde het wel in. En ik moest er ook best over nadenken. Tel maar na: m i d d e la a r.
“Japie, vriend doe mij jou rekening. Zodat ik die kan voldoen.”


Japie zuchtte “daar Harms moet ik wel even over nadenken”.


“We gaan, Harms, het jaar uit. De boodschap is eigenlijk best wel helder. Maar die moet bezinken, net als een echte BB’er. En dus Harms: neem er één voor dit jaar van mij dan, een hele echte BB’er en nee geen BBB ‘ er (die,Harms, dat weet jij vast wel die zijn uitgepoept…) “ Japie moest om zijn eigen gevatheid wel even grijzen.” Harms keek hem vergenoegd aan. “Ja man, da’s mooi gezegd. Geen geliberaliseerde drijfmest.”


“Ja Harms, dat zeg ik proost, uh, ik bedoel ‘troost”.


“We drijven nu het jaar 2025 uit.”

Nadat de glaasjes waren geleegd omarmden de beide vrienden elkaar en wensten elkaar gezondheid vrede en goedheid toe.


Nunspeet, 31 december 2025

Digitale beslommeringen over verbinding.


“Ha Wapse, kerel wat een prachtig weer vandaag. We kunnen zo nog eens heerlijk door die mooie Friese Wouden sjezen.”
Even lichtte Wapse zijn pet op. Warempel, Harms weer eens in de Wouden. Wonderlijk mannetje. Dagen, weken zie je hem niet en dan ineens als een opkomende keutel schiet hij voor je geestesoog. Even dacht Harms dat Wapse op zijn ouwe dag zwaar in zichzelf was gekeerd. Maar wijs als hij was, wachtte hij de verhalenridel van Wapse wel af.
De ademsappel van Wapse ging warempel als een ja k nikker uit vervlogen tijden op en neer. “Harms, man, dat ik jou tref. Maanden niet gezien, en ineens daar ben je weer.”
Ja Wapse, ’t is net als het weer. Onweer komt en onweer gaat, maar je kunt natuurlijk ook zeggen het zonnetje schijnt.”
“Zit jij nou te lachten Harms?” “ Ja man, ik was vandaag een beetje in de olie.,En niet veel later, nou ja, na een kwartier of zo was ik in de wolken. Weet je, ik had een beste rekening van ziggo. En daar had ik knap de pest over in. Zal het maar eerlijk zeggen, dat hele digitale geklier kost een vermogen zo langzamerhand en ik wil een beetje op de kosten letten. Enfin, ik ga de rekening maar eens downloaden. Ja Wapse, zelfs dat kan ik op mijn oude dag. Maar ‘ k was not amused. Zat me daar een partijtje geld tussen van telefoneren. Man man, ik zoeken en koekeloeren wat dat nou toch voor een telefoonnummer was. Wapse, geloof het of niet, maar ik was bang dat ik gehackt was. En je weet, ’s woensdag is gehakt dag. Ik had al dikke visioenen van foute zooi.”
“Ah Harms, jij kiekt natuurlijk op foute sites!” Stomverbaasd zat Harms te kijken naar Wapse. “Nou nou, jij durft Wapse, heb jij wel eens gehoord van dat spreekwoord “zo de waard…” Waar denk jij nou aan? Man man, dat had ik niet achter jou gezocht. Enfin, ik heb uiteindelijk een site opgezocht en ik kon daar het bewuste telefoonnummer in opzoeken. Eind van het liedje, na het lezen van diverse reviews of die site wel betrouwbaar was en zo, dat ik het nummer er maar eens inzette. Enfin, Harms moest natuurlijk al zijn gegevens en voor de betaling ook zijn bankpasgegevens er inzetten. Dan kon hij na betaling, na diverse waarschuwingen dat het misschien ook heel gevaarlijke informatie kon opleveren, een rapport verwachten van die club.
Maar Wapse, betalen, daar had dit mens geen zin in. En toen keek ik nog eens. De cijfers stonden wat vreemd vermeld. Man ik kreeg van de weeromstuit de slappe lach. Wapse ik ben gierend naar beneden gerend. Wat bleek?
Mijn eigen vaste telefoonnummer te zijn. Alleen met een vreemde spatie. Want het was ook geen 06 nummer maar de cijfers van de plaats stonden wat vreemd aangegeven.
Conclusie: ik ga niet meer met mijn eigen vaste lijn zoeken naar verbinding. Dat doe ik dan maar gewoon hier of met een 06.

Stil verdriet in den lande

Kijk mij daar toch eens aan. Schele Japie zet meteen grote ogen op. Een wonderlijk bebaard type op een fiets komt aangekart of de duvel hem op zijn hielen zit. Schele Japie staat naast zijn vaste stamgast Wapse, helemaal verbouwereerd. “Man wat een eer!” zo zijn de eerste woorden naar zijn nieuwe gast van deze morgen. Zowel Wapse als Japie komen bijna niet uit hun woorden. De nieuwe bezoeker had het wel door. Och, hem ontging niet zoveel. “Môgge, mannen. Als jij in huis hebt wat je altijd hebt, dan ben ik graag van de partij.” Harms, die was het, kieperde als een volleerd kopie van Baantjer zijn groene hoedje op de kapstok. Niet veel later zaten de drie mannen als vanouds aan een lekker bakje bruinenbonensap. ” Tjoh Japie,dat heb je niet verleerd. Heerlijk”. Deze woorden klonken Japie als muziek in de oren. Beide vrienden, Harms zag het, branden van nieuwsgierigheid. “Kerel wat ben jij lang weggeweest”, begon Wapse. “Man, ik heb je gemist”, zei Japie. Harms knikte. Best. Toch fijn als er op deze aardkloot mensen rondbanjeren die je “missen”. En in dit geval, dat mocht wel duidelijk zijn, niet als kiespijn.

“Vrienden, zo begon Harms, vrienden, in deze woelige tijden miste ik jullie vriendschap. De wereld en ook ons land brult van grootbekken, iets anders kan ik het niet noemen. Ik word zelf van onze eigen politici “bijna doodziek”. Wat een negativisme.Wat vreten ze elkaar bijna letterlijk op en het liefst naar de strot. Dat het “volk” anderen het “licht in de ogen niet gunt”, ach, dat was natuurlijk wel bekend. Maar de dames en heren, nou ja, vooruit dan, ze kunnen elkaar met woorden vreselijk kleineren, wegzetten, verachten en verachtelijke benaderen etc. Zij die het oprecht menen en soms vraag je je af of die er naast enkelen, waarvan ik wel overtuigd ben dat ze fatsoenlijk zijn en het echt menen (landsbelang) lijken in de minderheid. Sommige van die kleinste partijtjes hebben blijkbaar de grootste bek. Dierenactivelingen en klimaatverkrachters of verachters laten de boer en schapenburger gewoon barsten. Brullen, schreeuwen elkaar, voor rotte vis uitmaken, het lijkt hun handelsmerk. Maar oh wee als je iets zinvols te berde brengt. Voorbeeld? Ik noem één dier en die zwik slaat meteen op hol. Wolf.

In het weiland stond ze. Tranen biggelden als een rivier over haar snuitje. Het jonge dochtertje van boer Pietersen was diep verdrietig. Tien mooie schaapjes, gisteren nog voorzien van lekkere brokken, ach ze hoorde en zag ze. Nu? Aangevreten in het land. Mannen, ik stond erbij toen ik langs fietste. Een diep, diep, diep triest gezicht. “Waar, zo vroeg ze, waar zijn die wijsneuzen uit Den Haag”? Rechters, is dit onrecht rechtvaardig?

Ik stond erbij. Ik keek erna. Feitelijk kun je beter één wild beest afknallen dan een complete kudde te laten creperen van ellende. Maar beste vrienden, dat mag je niet meer zeggen. En zo kan ik nog wel “iets” noemen waar geen mededogen mee is… Maar een wolf? Meehuilen met de wolven in het bos en schade aanrichten, dat doen ze ook in de politieke arena.

’t Zal je kind maar zijn, die de schaapjes moest voeren. ’t Zal je kind maar zijn, die innerlijk ook verscheurd is door het wilde beestengeweld. ’t Zal je volk maar zijn die hoopvol uitkeek naar rechtvaardigheid.

De wolven zitten niet op de Veluwe alleen.

Ze lopen als wilde hyena’s in de politieke stallen rond.

Geef mij gerechtigheid, rechter. Knal (bij wijze van spreken hoor) deze wilde beesten af. Geef wildbeheer de opdracht tot nette regulering. En oh volk, geef ons een heel “nette en betrouwbare” regering.”

“Nou Harms, dat is wel een beste preek. Je hebt gelijk. Maar wij, als gelijkgezinden, moeten het maar doen met een bakkie troost van onze Japie.”

’t Werd stil. De gedachten zonken. Verzonken in hun stil verdriet beaamden de mannen: hooguit een wolfje hier en een wolfje daar, maar houdt tenminste elkaar heel en wel vast.

Nunspeet, 27/10/25

Pagina 1 van 67

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén