De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Categorie: Harms Pagina 42 van 71

Belevenissen van Harms en Wapse.

Harms en Krijn van Oosteren.

“Dag Harms,”  Wapse kijkt naar Harms.  “He man, wat zie jij er groen uit!” Ja Wapse, man, ik ben zo blij als een klein kind. Wat een wereld. Tijdje terug kreeg ik een uitnodiging van een vriend van me. Misschien ken je hem? Krijn van Oosteren. Nou, die is niet van achteren man. Die man heeft een mooie jeep. Een hele echte en daar kun je machtig mooi mee rijden ook. Ik had eens een stukkie geschreven over het verschrikkelijke Groene Hart. Ik betoogde in zo’n stukkie dat het Groene Hart helemaal niet meer zo groen is als dat die politici dat durven voor te stellen. Neen, ’t is een Hart patiënt. Kompleet verstopt die handel. Enfin, laat ik er maar over ophouden, de wereld wil bedonderd worden en ik krijg de indruk dat ze er ook driftig gebruik van maken…”

Wapse met zijn liepen en schriezen

‘Nou, nou, Wapse, dat is me wel een verhaal van je hoor, over die liepen en schriezen’. ‘ Is’t niet goed dan? Hij ,verhipte, Hollander wou toch niet beweren…?”

‘Ho even, jongen, niet zo op je tenen getrapt. Ik krijg wel eens de indruk dat jullie je wat achterlijk voelen, als Friezen, ten opzichte van Hollanders. Dat is helemaal niet nodig. Bovendien, zit er bij mij echt vol Fries bloed in de aderen. Ik ben niet meteen een Hollander die het woord voert tegen liepeizoeken.” Wapse kijkt Harms eens aan. ’t Jonge, het onweer denderde meteen al door zijn aderen. Harms was ook weer zo’n Hollander, die zeker weer teeg’n was, zoals Harms dat placht te zeggen. Een beetje die eind ‘n’ in slikken en dan maar net doen of de wereld aan zijn voeten ligt. Maar Harms heeft natuurlijk gelijk, laat hem eerst maar eens vertellen wat ie er dan wel van vindt. ‘Harms,, sorry, ik weet eigenlijk helemaal niet hoe je er over denkt”. Wapse lurkt eens bewust langzaam aan zijn pijp, en daarmee zijn elementaire behoefte om meteen vurig van leer te trekken verplaatsend in zijn pijpje.

Wapse versus Harms

Het is stil in huis. Harms peinst. ‘ In wat voor een bijzondere wereld leef ik eigenlijk. Nog geen 50 jaar geleden wisten we helemaal niks van mobiele telefoons. Kleurentelevisie was er niet en mijn afkomst was weliswaar bekend, maar hoe het in elkaar stak?’  Harms wist het zeker op die leeftijd niet.

Wat rijgen de dagen, maanden, jaren zich eigenlijk hard aaneen. Mem zit op haar bankhoek. Puzzelen is een fenomenale bezigheid. Harms is niet zo’n puzzelaar. Dat had ie al teveel gedaan in zijn leven en de levenspuzzel is nog steeds niet opgelost. Neen, hij schud zijn wijze manen, draait het gehoor op zacht en verdiept zich in de oude stukken. Da’s waar ook. Hij moet binnenkort nog een verhaal vertellen. Dat heeft ie al eens eerder gedaan. Daar waren misschien wel honderdvijfenzeventig mannen en vrouwen. Hij was zich te pletter geschrokken. De vrouw was er ook  minder gelukkig mee geweest. Maar dat lag aan de inhoud van zijn verhaal. Harms moest er in zichzelf ook nog wel een beetje om  lachen.   Dat kon gebeuren natuurlijk. Er zich veel van aantrekken deed hij niet, maar stiekem had ie het er eigenlijk ook wel weer verrekte moeilijk mee gehad. Kritiek kon hij kennelijk niet best verdragen. Neen, hij had, waarschijnlijk net als alle andere menselijke wezens, veel meer behoefte aan een goed kompliment.

Harms en Wapse met de fiets.

‘ Ha Japie, jonge jonge wat een wind!”. Schele Japie, de kroegbaas van café de Gulle Gaper loenste eens naar de binnenkomer. Schele Japie zag het toch wel goed, dat moest Wapse wezen, maar verstaan deed hij hem bijna niet. De wind bulderde door de nauwe steeg en dan leek het wel of ie ook scheel aan z’n oren was.

‘Ben jij dat Wapse? Doen de deur effe dicht, ik kan je bijna niet verstaan!’ De deur werd toegedaan. Wapse wiste zich het zweet eens van zijn gezicht, schoof de pet in de jaszak en hing zijn hele outfit aan de kapstok. ‘ k Lust wel een bakkie troost, man. Goeie, wat een wind’. ‘Ben je met de fiets dan? Want dan had je wel wat weg te trappen”’ Kijk, schele Japie was niet gek. Je moest een beetje klantvriendelijk zijn. Meeleven met je mensen is het beste voor de omzetwensen. Trouwe bezoekers konden nog wel eens wat extra’s in het laatje brengen in deze moeilijke economische tijden. Van het kabinet had je niks te verwachten. Eerder extra aanslagen van de belastingen onder het mom van die Grieken die hun Ouzo-tjes op onze kosten konden blijven innemen. Neen, Japie vond die club in Den Haag maar niks. Hij moest het wel hebben van het gewone volk. Japie grinnikte in zichzelf. Henk en Ingrid, ja ja, maar die jongen die ze geïntroduceerd had kroop toch maar mooi over de rug van Henkie en Ingridtje naar de politieke top. Neen, gevaarlijk mannetje, dacht Japie. Die Harms en Wapse da’s een ander kaliber.

Pagina 42 van 71

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén