Beestachtig dilemma.

Daar kijk je naar. In stille verwondering. Onderdeel van de schepping!
Maar ook een duivels dilemma. Is dat nu een beest of?
’t Lijkt te gruwelijk voor woorden. Woorden schieten te kort. En erop schieten lukt al helemaal niet.
Neen, niet groot. Op het oog (niet erin hoor) een aardig dier totdat de digitale foto’s de huiveringwekkende werkelijkheid tot uiting laten komen.
Ik kijk.
Ik huiver. ’t Lijkt wel een “duvel”, was onze gezamenlijke reactie. Maar ook duvels mooi.
Ik bewonder de Heer der schepping. Wat fantastisch!onderdeel van een schepping waar bijna geen woorden voor zijn.

Leerdienst

De gemoedstoestand van dit heerschap was kennelijk tot grote diepte gedaald. Het stormde. Buiten en een beetje binnen.
Nu nog zweetvoeten en dan zit ik ook al niet meer okselfris in het huis des Heeren.
Zo stiefel ik mijn gang uit. Schreden zettend naar het godshuis in het midden van ons dorp.
’t Zal wel weer wat wezen. Mijn gemoed stak ik maar even weg onder de mouwen. Waar is het “blij vooruitzicht dat mij streelt?” “Leerdienst”. Niet echt uitnodigend. Nog even en dan wordt het een leesdienst. ’t Zit me wat tegen een hoek waaruit ik dacht te zijn ontkomen.
Je zou bijna jezelf vergelijken met dat hijgende hert, maar dit is misschien een woordspeling die zou leiden tot herrie in de tent. En ik zit niet in de tent. ’t Stormt.

Ja, ik weet dat onze predikheer er wel werk van maakt.
Ik weet dat ik veelal niet bedrogen uitkom.
Ik weet dat er op en aanmerkingen komen die mij opmerkelijk voorkomen.
Ik kan alleen niet voorkomen dat de “uitnodiging tot deelname aan het meemaken van een “leerdienst” “ nu niet iets is waarover de moderne media en communicatieadviseurs hun loftrompet zullen toeteren. Aan zo’n zin ook niet trouwens.
Ik kwam echter niet bedrogen uit. En ik wil – bescheiden en op mijn eigen eigenwijze die loftrompet toeteren.
Ik kan niet toeteren.
Maar al doende leert men. En ik ben niet voor niets in het “leerhuis” binnengetreden. Een echt opstekertje. Voor mannen en vrouwen.
Emancipatie is bijbels.
Is zelfs best wel krachtens de scheppingsorde.
Wat een verhaal. Wat een leermomenten. “Herrie in de tent. “ “Eén man en één vrouw en anders wordt het een rommeltje…”. Jazeker, het Hooglied. Wat komt er al niet voorbij. Man en vrouw gelijkwaardig, wauw. Wat een schitterende uitleg. Zo op een koude en winderige, stormachtige zondagavond.

Met mijn gemoed onder de arm stiefelde ik naar de plek van de leerdienst.
Met een loftrompet stier ik naar huis.
Heb je het gehoord?
Mooi he?

Ik toeter.
Het van de daken. Ik toeter het door het wereldwijde web. Weet je: je kan het nog terugluisteren ook. Op www.hervormd- harmelen.nl, avonddienst 13 oktober 2013.
Gaaf. Vertel het aan de mensen. Ook goed voor jong en oud. Solidariteit van en voor oud en jong.
Mijn gemoedstoestand. Opgetild uit de diepte.
Buiten, ja daar stormt het.
Leerdienst. Ik heb er weer best veel van opgestoken. Wat een opsteker. Wanneer is de volgende?
Het was dus eigenlijk een goeie ouwe dag…vandaag.

Het koor is een braam

Ach lieve tijd, begint het weer. Een tijdje geleden had ik duidelijk aan de koorleden uit de doeken gedaan dat een koor het beste kon worden vergeleken met een kroket. Nog na sudderend in de gebakken olie, of misschien wel een beetje in de olie, loop ik vandaag met mijn hoofd in de wolken.
Wat hebben we immers een mooi concert gegeven. Zeker, samen met het NCM, maar toch.
En dan komen alle gebakken peren, obstakels en hindernissen je ineens zomaar helder voor de geest.
De gebakken lucht van kroketten was eigenlijk ver van me verwijdert. We hebben ze immers best bruin gebakken daar in Woerden.
Maar kennelijk hebben ze in Woerden niet goed begrepen hoe mooi het was.
Weer helemaal niks in de Woerdense Courant. Nou ja, ’t is geen bulder-geschreeuw (wat ze tegenwoordig muziek noemen). Ze missen waarschijnlijk het “echte culturele gevoel.” ‘k Had er flink de dampen in, zoals ze dat in goed Nederlands zeggen. Tenminste op de Veluwe. Cultuurbarbarisme, dat soort gedachten spookten ineens door mijn hoofd. ‘t Zal wel komen omdat er iemand de laan is uitgestuurd. Of te wel: gemiste kans.
Hoe dan ook, die kroket smaakte me even niet. Word ik echter van “bovenaf” even op de vingers getikt.
Ik hurk neer. Een pracht van een braam. Het zonlicht bescheen het wondere vruchtje. En ineens zag ik het. Het koor is gewoon een braam. Eerst moet het rijpen. Maar dan is er een fantastische vrucht.

Het koor is een braam

De “glimlach” van God.

Zo lekker, dat smaakt naar meer. Ja, als je het ziet en proeft, dan pas heb je het eigenlijk door. Zo’n vrucht moet ook langdurig rijpen (oefenen en nog eens oefenen) en dan ineens: proef het, het smaakt naar meer! Als ze dat bij een krant niet door hebben, wij hier wel. En allen die er waren ook! Dat dan weer wel.
De braam is op die manier eigenlijk een beetje een “glimlach van God”.
Morgen stap ik monter naar de repetitie. Bramen eten….