Kerst, beestenboel

Hei! Koop! Bijna een nieuwe slogan voor het kerstevangelie. Deze koopman was echter een uitventer. De venter van het evangeliewoord. Beestenbende, maar zeer leerzaam.
Wonderlijk dat er zoveel aandacht was en gelukkig ook in vroeger tijden voor het evangeliewoord met dieren. Voederbak? Jawel, maar stal? De associatie met een grote veestal, inloopstal of ophokgebeuren was gelukkig ver te zoeken. Geen zoetsappige kulverhalen over een klein kindje in een kribje, maar ontdaan door alle franje ontroerd door de bijzondere invalshoek van de preek. Zo’n uitventer van het evangeliewoord valt best te beluisteren. Zelfs achter een laptop.
Moe van al het getob en gezorg even “ontzorgd” worden. Niks geen stal. Wat? Kijk, dat is nu de mooie kant van een “nieuwe kerstpreek”. Gewoon een hol onder de grond. Oh ja, en de redding kwam van bovenaf. Van Bovenaf.
Nou ja hol, het is misschien iets te weinig eer voor een “grot” in de heuvels? Hoe dan ook, dat kleine stalletje is uit mijn firmament van grijze delen opgeslokt door de warme gloed van “nieuwe invalshoeken”. Een grot is veel waarschijnlijker.
Ook goed voor de commercie, denk ik maar zo. Kijken wanneer deze preek voldoende in de commerciële wereld is uitgerold om er een kerstgrot van te maken. Volgend jaar verwacht ik de invalshoek van “vluchteling en mirre, wierook (waar is dat bij de protestanten eigenlijk gebleven?) en geschenken”. Ook aan die gedachte kan ik mij nu al verkneukelen. Flink wat beestjes er bij en alle diertjes in Harmelen kunnen het luidkeels op een balken zetten.
Engelenzang mag dan ook niet ontbreken. Misschien moet er maar eens een koor met (b)engeltjes bij.

Naaktloperij

De penpunt zweeft

boven een naakt stuk papier.

Hier en daar zwerft een woord

doorboort de grauwe mistige morgen van

zijn grijze hersenen.

Dicht gaan zijn ogen.

Weg vloeit

de  inkt in de pen,  kruipt op

in de  neusgaten van herinnering.

Snotterend van verdriet

glijdt de pen over de rand van het papier.

Het is zoals de vrome man al eerder zei

als een leeuw die lacht en dicht

doe ik dit verhaal maar dicht.

 

Ik kijk naar de gezichten.

Leo Vroman  heeft het juist verwoord.

Het schrijven van gedichten is in feite

“Naaktlopen met je hersenen.”

Wat overblijft is een blote kont gevoel.

De anonieme brief

De anonieme brief.                                                                                                             15 december 2015.

“Ha, die brief”. Een eyeopener, die ik kan aanraden. Les krijgen om een duidelijke brief te schrijven. Of Anouchka ook reageerde met “ha, die brief” laat zich raden.

Nu, vandaag de dag, brullen en reageren politici en journailletypetjes wel weer “Ha die brief”. Ik stop even. Laat het bezinken. Een anonieme brief. Neen, dan reageer ik niet van “Ha die brief”. Schrijf die brief maar even aan een ander. Je zult hem krijgen. Wat moet je ermee? In mijn tijd heb ik ze ook gehad. Ook gezien. In bestuurlijke en ambtelijke tijden. Maar ik reageerde niet “ Ha, een brief”.

Je zit er mee. In je maag, wel te verstaan. Meestal is het onderwerp eentje waar je een ander mee beschadigd. Kennis van iets krijgen waar je niet op zit te wachten. Ter beschadiging- meestal toch- van een ander. Daar zit je niet op te wachten. Kennis, die leidt tot het kijken naar “die ander” maar dan anders. Opgescheept worden met kennis tot beschadiging van die ander.

Ik weet het niet. Een eyeopener? De boom van kennis van goed en kwaad staat maar mooi even voor mijn snuit te schudden alsof er een storm is van windkracht 9 of 10.  Zo zal Anouchka ook wel hebben gedacht. Wat moet je ermee? Een jurist stelt dat je voor ruim vier jaar de bak in kan gaan. Kennis. Gewelddadige genius moet je zijn om zo’n brief te krabbelen. Een krabbeltje die jouw ondergang kan worden, maar ook anderen. Jouw brief die lij/eidt tot het aftreden van een minister en een staatssecretaris.  Het zal maar eens naar buiten komen wie “anonymus” was. De schrijver.. met knagend geweten of met gevoel van “die zal ik nu echt eens pootje lichten?” Het zal je collega zijn die “uit de schoolt klapt”. Klok en luiden. Bel en bing- bang. Maar ik ben bang dat er toch ergens een belletje gaat rinkelen. Wie kon er van weten? Kunnen ze ook anonymus achterhalen?

En nu, zittend als ambtenaar ter secretarie, krijg je een brief in de vingers waar niemand zijn vingers aan wil branden. Brand , rook en vuur. Elementen die niet bijdragen tot een gevoel van “eureka” en “ha,  een brief”. Gauw wordt dan de brief “doorgestuurd” naar Anouchka. Nou daar zit ze mooi mee. Ze brandt nu haar vingers, maakt zich misschien wel –onbewust- schuldig aan een ambtsmisdrijf en? Madam wordt opgeofferd als een pion in het schaakspel van de “ Grote meneren”  op het gebied van veiligheid voor de staat en vooral voor de staat van de heren met ambitie.

Echt, laat Anouchka maar een cursus volgen van “Ha, die brief” en dan zal ze meteen dat ene rottige briefje wel in de papiervernietiger stampen. Zegt die machine hartgrondig: ha, een brief…

En de heren deden een plas. En de kamerleden brulden alsof het wat was, maar die lui van de VVD laten het zoals het was..

Het wordt er niet beter op.

Je bent journalist. En je hebt er weet van gehad. Wie het gedaan heeft. Je bent schrijver van dat klokkenluidersbriefje. Jij hebt dat aangericht. Jij bent voorzitter van een clubje die ze uiteindelijk opofferen op het schaakbord van “machtspolitiek”. Jij hebt de vernietiger gehanteerd. Jij bent Teeven en denkt dat je alles fantastisch voor volk en vaderland hebt gedaan. Maar als je normaal reageert  moet er ergens toch nog een beetje geweten zijn dat knaagt?! Je bent tweede kamerlid en schrijft mee om een minister en een staatssecretaris naar de groene bankjes door te schuiven. Klokkeluidersbriefje of niet.. Je bent minister-president en probeer maar weer weg te lachen, wat uiteindelijk een verkrachting van recht en gerechtigheid is. Het hele zootje  staat Op Stelten.  Allemaal, anoniem of niet, beschuldigd en beschadigd de kerst in door de anonieme brief en de gruwlelijke deal met de onderwereld. Besmet door schuld en omringd door duisternis.

Ik schrijf. En eigenlijk zou ik een brief moeten schrijven naar de Tweede Kamerleden. Ik ben ontstelt. Waar is jullie norm? Het volk dat in duisternis wandelt wordt geleid door een stel blindgangers. Dat is waar het volk”  voor heeft  gekozen. De één koos voor Rutten tegen Samsom en de ander voor Samsom tegen Rutten. Ze zitten er beiden en houden elkaar de hand boven het hoofd. Nog wel. Hoelang?  Gelukkig heb ik in dit geval mij daar niet schuldig aan gemaakt. Ik verklap een geheim. Ik koos voor iemand die onderzoek doet naar de misstanden in de commissie stiekem. Ook al mis…

Gelukkig dat we kerst kunnen vieren. Daar kunnen we beter een brief over schrijven. En dan kunnen we misschien allemaal opgelucht zeggen: Ha, een hemelse brief. Er is een licht ontstoken! Die brief is niet anoniem. Die brief hoeft niet door de papiervernietiger. Die brief laat een licht opgaan in een duister en Wildersachtig bestaan.

Dat is pas een eye-opener.