Pieter Hoeksma

De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Categorie: het vrije woord Page 1 of 42

“Niet te schielijk”

Langzaam maar zeker doordrongen de tinten van vele ingrediënten zijn smaakpupillen. Wat een afdronk. Starend in het flakkerende vuurtje van de kachel doortrok de afdronk een geweldige sensatie door zijn lijf. Wat een verrukking. Maar ook sloeg bij hem de melancholische snaar aan het tokkelen. Wat was dat nou toch? 

Ineens verscheen dat krombenige mannetje, Lagers.  Hoepels maken, karren met mooie houten wielen. Klokslag half twaalf kwam hij daar aangelopen. Beetje krom met een snelheid van 3 km per uur. Vaste tred. Op naar café het Watertje, iets voorbij zijn eigen huis. De man keek niet op. De man keek niet om. Nee, vastberaden liep hij daar naar zijn uitspanning van de dag. Café “Het Watertje”. De ontsnapping uit het grauwe bestaan van wagenwaker. Of gewoon uit gewoonte? Even onder de mensen?

Hij schudde zijn hoofd. Dat kon hij hem niet meer vragen. Weggezet als een “notoire zuiperd”. Dat werd hij in de volksmond wel. Want in de mond van zuigelingen en dwazen werden ook wel eens minder goede zaken weg geroddeld.

Terwijl hij nipte aan zijn glas onversneden malt whisky, bedacht hij dat dat met dat “zuipen” wel mee zou vallen.

De caféhouder Van de Water was er niet eentje die zo maar zijn clientèle in het diepe moeras van zuipen ten onder zou laten gaan.  Die liet zijn mensen niet zuipen en al zeker niet “verzuipen”. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om. Die moeten allemaal “omzet” draaien tot “ontzet” van velen. Sloten drank kunnen tegenwoordig, bedacht hij, zelfs bij de “voetbal” niet worden aangevoerd. Een kleine 500 liter bier op een middag? ’t Was weg voordat je het wist. En hij had het uit betrouwbare bron. Zuipen totdat ze er bijkans van neervielen, bij het darten in een kantine. Ja, dat had hij van zijn zwager goed begrepen. Geen wonder dat je dan de roos niet meer raakt, maar dat was aan het volk niet besteed. De barkeeper, ja die scoorde bovengemiddeld.

Lagers kwam binnen. In de hoek van het café stond een Poolsbiljart. “Doe mij maar het gewone recept, Van de Water, een olifantje op één poot”. Lagers nam zijn vaste plekje in.

Rustig en bedaard schonk de kastelein het gevraagde in. Een klein glas, met één poot, tot de rand gevuld. Zonder morsen werd het op de stamtafel neergezet. 

Tegen twaalf uur, als het twaalfuurtje net achter de kiezen en de pruim was weggewerkt, werd door Van de Water  gezegd: “niet te schielijk mannen, effe een kwartiertje rust”.

Ja, hij zuchtte eens. Waren er nog maar zulke caféhouders. Dan waren er vast ook niet zoveel problemen met de jeugd van tegenwoordig. Ach heden, hij kreeg het er bijna te kwaad van. Die whisky begon werkelijk ook al op zijn gemoed te werken. Het was ook een dubbele, verdikkie, dat had hij zich niet gerealiseerd. Te diep had hij niet in het glas gekeken, alleen maar van boven bij het inschenken. ’t Mocht wat. Na maanden van geheel onthouden, zomaar voor de kerst een beste fles aangeschaft. ’t Mocht wat kosten. Bij Galle en de maagklachtenfabrikant kreeg hij een beste korting. Zou hij nu al, na een paar slokjes, te diep in dat glas hebben gekeken?

Na het zogenoemde “stiefkwartiertje” zei de kastelein: “Het kan wel weer mannen”.  Ook Lagers keek op boven zijn lege glaasje: “ Ach, van de Water, doe er dan nog maar eentje. Op  één been kunnen we toch niet lopen”.  En zo werden de glaasjes gevuld, de mannen keuvelden over de prijs van een stuk hout, de koetjes en de kalfjes. 

Na dat kwartiertje mompelde Lagers: “Mensen, goeie dag verder. Ik ga maar weer eens”.

Zo schuifelde Lagers weer richting zijn werkplaats. Hij zag hem gaan. Vast ter been, niks zwabberigs aan.  Met de snelheid van het leven. 

Diep starend in de vlammen van zijn kachel,  bekroop hem het gevoel dat ook hij zich moest houden aan de wijze woorden van een beslist niet lastige cafébaas.

“Niet te schielijk, man”.

Ja, die houder van het glaswerk was een hele beste.

En die wijze woorden moest hij vandaag maar eens gaan toepassen.

Niet meer kijken in het glas als hij inschonk. Maar kijken hoeveel hij inschonk. Want voordat je het weet ben je bijna beschonken. Niet te schielijk. 

Niet met drinken, niet met schenken. De wereld gaat er vast op vooruit.

Dat wel.

De vlammen doofden.

../../../Library/Containers/com.apple.mail/Data/Library/Mail%20Downloads/FCA19542-973E-4C13-9E85-08B1487AA76B/IMG_20191224_095320.jpg
dav

De whisky gloeit na. 

Dankbaar sluit hij het hoofdstuk.

Met een echte Schot.

Oorlogsherinnering

Verscholen in de bossen van Nunspeet/Vierhouten ligt het verscholen dorp. Weggestopt door de wreedheden van het verleden. Een blijvende herinnering is vastgelegd. Laat het blijvend gedenken voorop staan. Het lijden vertelt. Het lijden geleden. Zo was het in het verleden. Maar helaas geen verleden tijd. Monumentaal gegrift in woeste grond. Het verleden van ondoorgrondelijk menselijk leed. het blijft:

Een onderduikersonderkomen.

Oorlogsmonument:

Mens ontering

Mens ontbering

Tekenen uit deze tijd

Nooit vergeten

Zij moesten weten

Dat zij zijn in onze tijd zijn

Teruggekeerd in

Mens e tijd

Men leert niet snel.

Nu

wel bevrijd

Maar altijd vol aan

herinneringen.

Het leven gaat het leven door

Maar altijd blijft

dit eeuwig spoor.

Daar wordt een mens stil van

Onderduikershut

De eerste veldslag?

De eerste veldslag of wederopstanding van een verlosser?

Een selfie op het aambeeld van zelfgenoegzaamheid lag deze achterliggende periode een naakte man. Zelf gepost. Vanmorgen kreeg ik tijdens de wandeling een fabeltjes krant digitaal toegestuurd. “Baudet redt!”

Ach, ik had misschien beter moeten kiezen voor de partij “Jezus redt”. Een gemiste kans.

Nou heb ik volstrekt al niets met naakte mannen. Laat dat duidelijk zijn. Nee, dat kan mij volstrekt niet bekoren.  Maar dit soort ambities zo ten toon spreiden lijkt mij ook vragen om problemen. Voor mij is dat de naakte waarheid.

Ik denk hierbij aan de poster van een partij met een poedelblote vrouw. En eerlijk is eerlijk, ik zou die poster best willen hebben. Die is nog steeds een boel centen-en misschien ook wel het bekijken- waard. Al bedenk ik hierbij wel dat die partij nu een “stille dood” is gestorven. Opgegaan in Groen Links.  Een partij die voor de afschaffing was (?) van de monarchie, het leger, de Binnenlandse Veiligheidsdienst en bv. ook de mobiele eenheid als ik het mij goed herinner. De Binnenlandse Veiligheidsdienst, die, zij het in wat andere vorm,  geweldig heeft geopereerd na de Utrechtse aanslag. Wat hebben die mannen en vrouwen fantastisch snel en adequaat gehandeld! Hulde voor die ambtelijke inzet.

Amper bijgekomen van de  veldslag die blijkbaar was gewonnen, nam ik de geschiedenisles van de verkiezingen tot mij. Ja, daar zou je hoofdpijn van krijgen. Maar mijn partij heeft gewonnen. Kijk, dat geeft de burger moed.

Vele kiezers hebben zich aan de aanbidding van de naakte showmaster gewijd. Aanbeden door duizenden. En zijn maatje meende vlak voor de verkiezingen “munt te slaan” uit die afschuwelijke gebeurtenis in Utrecht. Dat ze dat “potdorie nu ook nog effe flikken” of woorden van gelijke strekking. Schandalig, want daarmee zouden de huidige machthebbers “weer goed wegkomen”. Het is in en in triest als dit soort woorden gebruikt worden. Nog triester is het,  dat schaamte ver te zoeken bleek. Gespreide vleugels van Minerva? Volgens de krant werd met de uitspraak van de grootspreker bedoeld: “Het inzicht komt pas als de consequenties echt duidelijk worden. “

Ja, dat zou zo maar eens kunnen.

Als je de lijsten zo eens doorneemt moet ik denken aan wat Abraham overkwam. Al zijn het er maar 10, Heer. “Ik zal haar niet verwoesten”.  “Jezus leeft “had er gelukkig nog heel wat meer dan 10. Maar ook nu blijkt er wel een verwoesting gaande te zijn in ons land met deze verkiezingen. Ben ik nu eigenlijk, zo vroeg ik mij al wandelend af, een azijn”p” dat ik zo negatief ben?

Ik kijk om mij heen. B. had inderdaad wel punten die tot nadenken leiden. En ook terechte punten van kritiek. Natuurlijk hebben de “machthebbers” zich, door ondoordachte methodes als een “volksraadpleging” referenda, het met alle macht doordrukken van de elektrische auto, zonnepanelen, windmolenparken, landschapsverwoesting  etc. van het “gewone volk”verwijderd.

de gewone man kan zich dit soort luxe niet permitteren. Noem het van mijn part dat zij zich “stinkende” hebben gemaakt. En logisch dat zoiets reactie oproept. Het Baälsgodsbeeldje van het referendum keerde zich knetterhard tegen de gevestigde orde. Ook hier geldt dat de bestuurders vaak veel teveel in zichzelf gekeerd waren. Natuurlijk heeft die club daar een punt. En best meerdere. En zeker, deze groep mensen hebben heel knap hun plekje binnen de bestuurderselite weten in te nemen.  Maar besturen is nog steeds iets heel anders dan “brullen dat iedereen het fout doet, ”kartelvorming  etc”. Helaas mensen, wacht maar af tot deze wijze mensen, die buitengewoon goed kunnen kraaien dat we het hier zo verschrikkelijk slecht hebben, het voor het zeggen krijgen. Voor besturen gelden andere kwaliteiten.

Jammer dat boer Koekoek ( van de partij voor vrijheid en recht)  er niet meer is. Hij zou zeggen: “Ik heb het altied al gezegd”.

Er gaat veel fout in dit land. Daar hebben ze van Fvd dus ook wel weer gelijk in. Bijvoorbeeld: Het barst van de bordjes in onze natuur.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is borden.jpeg

De geldschieters geven werk aan de bordjes- ontwerpers, de bordjes-makers, de bordjes -plaatsers. De schoonheid van de natuur krijg je echter bijna door de bordjescultuur niet meer te zien. Het is feitelijk bij de beesten af. Kijk, daar erger ik mij aan. Maar daar hoor ik niemand over. Ook heb dus kritiek op de bestuurderscultuur. Ooit heb ik een verantwoordelijk wethouder daarop aangesproken. Over een afstand van een kleine kilometer meer dan 80 borden en bordjes. Kritiek?

“Hierbij behoor ik mijn hand ook in eigen boezem te steken. Met de Paplepel is mij ingegeven dat gebed voor allen die boven ons gesteld zijn noodzakelijk is. Helaas, dat doe ik veel te weinig. Maar ooit, toen ik begon als ambtenaar, was en ben ik onder de indruk gekomen van de intensheid waarmee een vader van een oud-collega (Pap)voor hen die dienstbaar zijn aan ons land, bad voor wijsheid. En dat was geen uilepies kan ik u verzekeren. Voorbeeldig.

Zo peins en pieker ik op mijn wandeltocht door de restcultuur van wat eens de woeste Veluwe was. De Veluwe met zijn vossen, edelherten

en wilde zwijnen.

Pas maar op als de boer zijn passie preekt. Wolven liggen op de loer. Ook weer op de Veluwe. Nog even en ik stap fluks in een wolvendrol. Maar alles is beter dan dat ik stap in de drol van B. Als die wordt vertaald uit het Frans, dan kom je uit op “Ezel”. Zo dom wil ik niet zijn. Ja, verlosser? Hij zal zich als mp eens voorstellen in Frankrijk!

Verkiezingsuitslag? ’t Is bij de beesten? Af.  

Fantasie

Verbeeldingskracht, vermogen om zich in situaties in te leven of verhalen te bedenken, volgens Wikepedia. En uit de beschrijving van de Dikke van Dale laat aan verbeeldingskracht ook geen twijfel bestaan.

Wonderlijk. In dit woord “fantasie” zit verborgen “fantastisch”. Misschien is het wel fantastisch. Rijk aan verbeeldingskracht. Maar verbeeld ik het mij? Er werd mij –min of meer- (dus voor mijn gevoel “meer”) verweten dat ik fantasie in mijn werkelijkheid had gestopt. Gek, dat je je  dan eigenlijk  een beetje verongelijkt voelt. Tenminste, ik voelde het als verwijt. Maar is dit mijn verbeeldingskracht?

Zit ik dan om woorden verlegen? Kan ik het ook niet af met “en toen was het zo”. En “ik deed dat”. En: “zo was het” . Terwijl ik het liever als volgt zou omschrijven: terwijl de gierende storm om mij heen de wolken deed schudden op de grondvesten, zat ik stilletjes in mijn jas weggedoken achter mijn camouflagenet. Daar, daar kwamen ineens de aalscholvers aangevlogen. Prachtige wiekend met hun gevederde vleugels, klapperend met hun keelzak en spiedend om zich heen. Je kunt zeggen: ja, ik keek naar een zwik aalscholvers. Of: ik keek naar aalscholvers, of: er waren aalscholvers. Al die beschrijvingen kloppen. Maar klopt het, als ik zeg: de eerste is toch even iets spannender?

Nog een voorbeeld. Vorige week ontmoette ik een paar oude klasgenoten. Klaar. Maar je kunt dit ook zo zien, waarbij de fantasie zich op dat moment direct trekt in het leven van de medemens. Een mens, oh, zijn vader en moeder hadden kennelijk seks gehad. En die ouders van de vader en van de moeder ook. Wauw, als je bedenkt waar ze seks hebben gehad kan het verhaal wellicht nog smeuïger worden. De situatie zou je dan kunnen verlevendigen. En zeg nou zelf, het klopt toch? Anders waren die beide mensen er niet geweest. Normaal is dat de vader en de moeder met elkaar hebben gevreeën. Nou ja, zonder kwalificatie: ze hadden seks. Is dat fantasie? Ga even na, twee vaders, twee moeders hebben seks, maar die twee vaders en die twee moeders hadden ook vaders en moeders, die hadden ook seks. Ik kwam er twee tegen. En in de fantasie van de werkelijkheid kon je zo even heel snel uitkomen op wel 256 mensen die seks hebben gehad.

Fantasie? Nee, zuivere waarheid. Fantastisch toch? Er kan echter tegenwoordig wel een beperking op dit verhaal worden aangebracht. Dat is geen fantasie en gaat als volgt:  Er was een dokter, met een spuitje en toen kwam het spuitje en enkele maanden later kwam er een spruitje….Maar ja, dit is toch fantastisch dat die verbeeldingskracht werkelijkheid kon worden? Dat hadden ze 50 jaar geleden nog mooi niet kunnen bedenken.

 

Fantasie? Fantastisch.

Page 1 of 42

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén