Pieter Hoeksma

De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

grabbelton

Onbegrijpelijk. Natuurlijk begrijp ik wel dat zo’n aanhef vraagt om een reactie. Misschien dat het dan ook wel begrepen wordt. Begrijpelijk dus dat de wenbrauwen worden gefronsd bij zo’n onbegrijpelijk gebeuren. Het gebeurt ook maar zelden dat zo’n gedachte zich laat vertalen in begrijpelijke taal. Begrijpt u het nog wel? Zo niet, dan begrijp ik dat volkomen. Want het onbegrijpelijke begrijpen is voor de ongeëvolueerde mens onbegrijpelijk ingewikkeld. Gaat gewoon niet. Ook heel bijbels. Wat is dat nu weer voor een opmerking? Ik begrijp het wel. Als zo’n reactie u spontaan over de lippen rolt zal ik niet met onbegrepen wellust bulderen van het lachen. Terwijl ik eenzaam liep over ’s Heeren wegen in Harmelen vond ik het best begrijpelijk dat er allerlei onbegrijpelijke gedachten door mijn hoofd spoelden. Of dat nu kunt door de menselijke evolutie of het onbegrepen “man” zijn van dit mens, is voor mij nog een onbegrijpelijk iets. Toch heb ik er begrip voor als u het wilt begrijpen en nog liever waarschijnlijk, mijn gedachtengang bij de lurven grijpen, en mij eens met twee pootjes op de grond te zetten. Nou, in dit geval heb ik begrip voor zo’n reactie, begrijpt u? Ik begrijp tenminste heel goed dat de man- een onbegrepen wezen las ik eens ergens- begrepen wil worden. Ik doe dan ook mijn uiterste best om dit in begrijpelijk Nederlands neer te pennen. Enfin, van pennen komt tegenwoordig maar weinig terecht, maar een goed lezer begrijpt dit vast wel.
Hoe dan ook, ik stelde dat het bijbels was. Voor hen die met “Het Woord” zijn opgevoed moet dit ook nog wel begrijpelijk zijn, immers in Het Woord staat: “Begrijpt gij wat gij leest?” Kijk, dat bedoel ik nu. Ook die reiziger was onderweg. Ook die las iets maar snapte er niets tot weinig van. En toen, oh zo onbegrijpelijk, kwam er iemand zomaar pardoes bij hem aansluiten tijdens zijn pelgrimage. Ik heb het vaak gelezen en vind dat hele gebeuren onbegrijpelijk. Ik stel mij zo voor dat ik eens ergens reis, wandel, fiets en velerlei gedachten spoelen door mijn hoofd en dan komt er –zomaar- uit het “niets” iemand bij je en die vraagt;”Begrijp jij het?” wat je ziet, denkt, leest of in welke hoedanigheid ik mij op dat moment ook bevind. Onbegrijpelijk dat zoiets toen gebeurde. Onbegrijpelijk dat ik dat nu nooit heb meegemaakt. U wel?
Velen begrijpen ineens waar het over gaat en ander begrijpen er vermoedelijk geen ene sikkepit van. Hoewel ik de sikkeneurigheid vandaag niet wil opbrengen om verder na te denken over de pit van sikke,  heb ik even overwogen om nu de “online-bijbel” te raadplegen. Begrijpt u dat?
Ik begrijp er eerlijk gezegd niets van. Wel hierom. Een bijbel heb je normaal gesproken toch niet zo maar aan een lijntje…Als ie “online” zou zijn zou je kunnen overwegen met je gsemmetje te bellen. Kijken of het “ONLINE-woord” mogelijkheden tot contact biedt! Wauw, dat zou mooi zijn, maar helaas, zo werkt het nu ineens weer niet terwijl ik vroeger al geleerd heb dat “Het woord”, “De bijbel” “Gods Woord” is en gehoord moet worden.  Heel begrijpelijk dus de reactie om te luisteren naar het woord, zeker als tegenwoordig de bijbel online te benaderen valt. ..
Begrijpelijk? Ik snap het nog wel, maar U?
De keerzijde van dit verhaal is natuurlijk dat het heel onbegrijpelijk is dat de bibel online niet “gehoord” kan worden. Al moet je met de huidige technieken eigenlijk ook niet meer gek staan te kijken dat het wel mogelijk is. Dus ik ga kijken.
Kijk mee. Nu ga ik er toch wat van begrijpen. En in heel begrijpelijke taal ga ik nu uitleggen dat de bibel online ook gehoord kan worden! Want hoe onbegrijpelijk voor een niet- techneut als ik: je kunt stukken “laten voorlezen” downloaden afspelen etc…
Nu heb ik dus niet zo’n gsm-utje die draadloos, onbegrijpelijk voor mij maar wie het vat die vatte het, bijwijze van spreken tijdens een lekker wandeltochtje, kan internetten. Maar er zijn er in mijn familie al zeker enkelen die het wel kunnen. Kun je mooi de bijbel-online raadplegen en vast nog wel laten voorlezen ook!
Dat zal Paulus vast niet hebben bedoeld met “boze geesten door de lucht”. Tenminste, daar ga ik begrijpelijker wijs van uit.
Nog even terug naar die kamerling. Voor de bijbels wel -onderlegden. De andere moeten hun bijbel er maar eens op naslaan en als ze die niet hebben de bijbel online-raadplegen, want die zullen vast al wel internet hebben…. Echt, je komt er gewoon niet onderuit! Je had het kunnen weten….wat een verantwoordelijkheid eigenlijk, onbegrijpelijk. Maar dat terzijde.
Die kamerling begreep er geen snars van. Dat begrijp ik nog wel. Maar terwijl ik zo liep te wandelen viel mij op dat ik soms ook nog aardig in “het woord” dien te spitten om er iets van te begrijpen. Wat een schepping. Om mij heen, begrijpelijk als je alleen met je hond loopt te wandelen, raast de mensheid zijn verdriet weg over de snelweg. Snel weg maar wel zo’n 50 auto’s per minuut die langs mij razen. Mensen, duizenden mensen, gekooid in blik. Terwijl het buiten, afgezien van de geweldige herrie die die razende Hollanders produceren in een klein halfuurtje, zo fantastisch is. De sterren die langs de hemel staan. En heel gek eigenlijk, de mens. Want die moet zich permanent voortdurend blijven voortbewegen in blik. Terwijl ik zo om mij heen kijk en de lichten ook langs het hemelrond zie, lijkt het wel of er in de buurt van Amsterdam  steeds heel langzaam lichtkogels worden afgevuurd. Met een boog komen ze over me heen. Boze geesten in de lucht? Je zou het bijna denken. Een heel begrijpelijke reactie eigenlijk zo net na nieuwjaarsnacht. Maar het blijken “lichtkogels met mensen” te zijn. Onbegrijpelijk? Kun je net denken. Het zijn in blik gestopte mensen die overvliegen. Vliegtuigen. Wat maken we met elkaar er eigenlijk een puinhoop van. De snelweg barst van het licht want we scheuren in blik maar door de duisternis voort…..De vliegtuigen “barsten” van het licht want die ploegen ook door de “duisternis” voort… altijd maar voort……En verhip ja hoor, onbegrijpelijk, maar ze moeten ook nog eens een pot herrie veroorzaken.
Zo grabbel ik maar een beetje in mijn grijze delen. Onbegrijpelijk. Ik kan er eigenlijk niet over uit. Maar als ik niet stop zou ik het zelf niet begrijpen. Ook dit is heel begrijpelijk.
Ik wacht op iemand die mij ook eens de vraag stelt: begrijp jij “wat je leest” , wat je zo “om je heen ziet gebeuren?” Want eerlijk is eerlijk soms begrijp ik er niets van.
Dat begrijpt u.
Ik begrijp dan ook gedeeltelijk het Tibetaanse spreekwoord. Als ik al die scheurende, jagende, haastende mensen om mij heen en over mij heen bekijk.
“Wie niet van comfort houdt, kan duizenden dingen doen. (dus comfortabel scheuren in blik) Wie niet van ontberingen houdt, kan niet één ding doen”.
Ik troost mij. Onbegrijpelijk misschien. Maar begrijp mij goed, mijn schoenen zijn zó groot dat de hele wereld er onder past! Da’s heus niet zo onbegrijpelijk als het lijkt. Kijk maar, dan begrijpt u het ook.

Ik doe de grabbelton van mijn gedachten dicht.
Ik slaak een zucht.
Van verlichting. Die geen energie van onze “aardkloot” vergt.
Begrijpelijk.

krakend geweld in 2009

Nou nou, ik heb de stoute schoenen aangetrokken. Dat weet ik inmiddels. Absolute rust is nu wat me is voorgeschreven. En drinken. “Meneer H. zet het op een drinken!” Leuk advies? Kun je net denken. Gevoel dat ik met 200 km per uur van mijn fiets ben gekwakt. Op dit moment doet alles pijn. En m’n zolen mocht, neen moest ik aan de wilgen hangen! Nou als dat maar goed gaat. Maar een behandeling aan je wervelkolom is verdorie toch wel heel erg heftig. Het behandelschema ook. De eerste tien weken meen ik 2 keer per week. Enfin, we doen het voor het goede doel. Wie oren heeft om te horen die hore!

Tegen de tijd dat het carnaval in Harmelen losbarst zal ik dan misschien weer kunnen genieten? Ssst, niet verder vertellen, maar ik ben verder dan dat ik ooit had kunnen vermoeden. Wat een sh…zooi. Maar wel heel bijzonder was mijn ervaring dat behandelend arts c.q. intake-ster, hoe noem je zoiets, mij vanavond persoonlijk heeft gebeld en gevraagd naar mijn welstand. Mijn verstand staat stil, ik kruip er straks weer in en doe mijn gebeden. Een pelgrimstocht naar een klooster is misschien zo gek nog niet. Enfin, van de pijntjes zal ik niet verder schrijven. Mochten de ontwikkelingen zich ontwikkelen in een gezond lijf, dan zeker.

Stoute dingen

Vandaag heb ik mij voorgenomen stoute dingen te doen. Ik heb ooit eens een verhaaltje geschreven. Het moet maar op het blog. Ooit wilde ik meedoen aan een schrijfwedstrijd. Maar om nu de paarlen voor de zwijnen te gooien gaat me te ver. Verweg gaan mijn gedachten. Terug in 1925. Ooit moest ik daar eens wat voor uitzoeken en stuitte toen op een verhaal. Met de nodige wijzigingen, meen ik dat het wel rijp is voor de schrijfcritikasters. Dus let maar op wat er gaat gebeuren.Overigens op mijn normale weblog: http://www.pieterhoeksma.nl . Rechts in het rijtje staat onder pagina’s waar ge moet zijn.

’t Ouwe jaar

Onder de categorie ” verhalen uit de oudheid” moet dit verhaaltje maar worden opgeslagen. Dat waren zo maar de eerste gedachten die aan mijn brein ontsproten. Nu we bijna in het “oude jaar 2008” kunnen schrijven, omdat we op de valreep zitten zeg maar, meen ik dat wel gepast.

Of het verhaal helemaal past in “oude verhalen” moet blijken als ik al schrijvende weg mijn weg door mijn gedachtenspinsel heb kunnen ontvouwen. Want hoe je het ook went of keert, vandaag zit ik met mijn gedachten toch wel heel heel erg in het verleden. En het heeft eigenlijk niet eens wat met mijn werk te maken. Behalve als ik zou werken in het “heitelân”. Ik zal het voor de leesbaarheid vandaag niety in het Fries doen, maar gewoon in plat Nederlands. Voor een ieder die het leest wordt het dan wel een beetje meer begrijpelijk. Kijk, mijn voorgeslacht. Da’s echt heel bijzonder. Allicht, als je bedenkt dat daar wel het een en ander zich heeft afgespeeld. Ze hebben zich voortgeplant en het wonder is er ook werkelijk gekomen: dat zit nu driftig achter een computerscherm te typen over de typetjes die zich als “mijn voorgeslacht” hebben laten betitelen. Vandaag begin ik dan ook niet in Harmelen, immers dat is heden het eindstation, neen, Frentsjer. In Frentsjer, en als ik dus goed ben geïformeerd moet dat tegenwoordig Franeker heten, is de c.q was de geboorteplaats van een onzer voorvaderen. Ds. Atzo Nicolai is daar omtrent het jaar onzes Heeren 1640 ter wereld gekomen. Genoemde ds. is dominee geweest in Nes en Wierum. Hij “stond” daar van 1664 tot 1670. Zes jaren werken op de koude akkers van het Friese landschap. En dan gaat onze dominee op tournee. Droegeham en Harkema. Tegenwoordig Harkema en Drogeham!. Jawel, bij de Hoeksma’s kunnen thans de koppies omhoog gestoken worden. Ten eerste een dominee als een der oervaders. En Drogeham wordt in dit rijtje genoemd. Op de grens van het Friese en het Groningerland heeft onze oervader om het zo te zeggen, en ik zal nog eens nagaan in welke “term” hij moet worden aangeduid, gewerkt van 1670 tot 1701. Op 7 augustus 1701 zat zijn aardse dienst erop. Ongetwijfeld heeft deze baas heel wat preken afgeleverd. Voor het heidensvoetvolk der Friezen en wellicht de Grunnigers. Ik ga er maar vanuit: gezaaid. En God geeft de wasdom (hoop ik dan maar).

Maar niet alleen geestelijk heeft onze predikant zijn zaaiwerk verricht. Op 4 maart 1662, dus redelijk jong zou ik zeggen, trouwt deze broeder met Gelske Tysses, afkomstig van Leeuwarden, maar helaas net in Drogeham aangekomen sterft zijn vrouw aldaar op 19 april 1671. (Hum, een van mijn broers is ook op 19 april, zij het een paar eeuwen later,geboren).     Tetje Gooitzens is dan de tweede vrouw die hij trouwt. Zij sterft uiteindelijk ook, n.l. 14 juni 1700 en is begraven in de Hamster kerk. Of het klopt weet ik niet maar mijn bron geeft aan dat aldaar nog een grafsteen zou wezen. Het eerste huwelijk is gezegend met “fjouwer bern”. Als ik dat vertaal met mijn geweldige kennis van de Friese taal kom ik uit op vier. Ik laat mij op dit punt graag corrigeren. Verder vooral niet doen (slecht voor mijn imago).

Goed. Begraven, en vlak voor zijn dood een testament (nota bene ook fjouwer dagen foar syn dea) laten wel zien dat onze Atzo niet op een houtje behoefde te bijten. Daar viel wel het nodige te verdelen en ik troost mij met de gedachte dat velen daar ook de vruchten van hebben mogen plukken. Hoe het toen met de successie rechten was gesteld weet ik eerlijk gezegd niet, want anders zal vadertje staat er ook niet bekaaid zijn afgekomen. Hoe dan ook, uit het eerste huwelijk met vier kinderen (en twee jong gestorven kinderen) was de familie incompleet. Het tweede huwelijk kan dan ook als vruchtbaar worden gekenschetst, want daar waren er negen, waarvan er ook twee jong gestorven zijn. Terzijde kan ik opmerken dat als de gezinnen zo groot zijn er over velen moet worden verdeeld.   De erfgenamen kunnen soms kennelijk hier en daar ook wel eens wat onaangenaam voor elkaar worden en als ik alles goed begrepen heb, speelde zich dat in dit geslacht toch ook hier en daar wel even af.  UIt het tweede huwelijk zetten we onze tocht vanuit het verleden even voort. Numero vijf van het tweede huwelijk, of te wel het 13e kind van onze dominee, zette zich schrap. Roel Atzes Nicolai is zijn naam. In Drogeham geboren. Op 24 juni 1691. Mijn bronnen geven aan dat deze Pieter een “begoedige boer” moet zijn geweest op stim 21. In het personele kohier met een bedrag van 260 gûne. Hij sterft op 18 januari 1765. Daarna komt de weduwe van hem, Haantzen Mekkes, op deze lijst in 1774 voor op 800 gûne.  Acht kinders uit dit huwelijk. NUmero 3 heet Atzo Roels Nicolai. Eerst meester timmerman, later boer te Burgum.Getrouwd met Tietje Symens Algra. Het derde kind uit dit huwelijk is Haantje Atzes Nicolai.

Deze Haantje kennen de broers als geen ander. Die hebben we al eerder in onze geschriften gezien. Deze Haantje trouwt n.l. met Jacob Pieters Hoeksma, boer en raadslid in Drogeham. Deze Jacob, zoon van Pieter Nannes, boer, koopman, diaken en getrouwd met onze Taetske Jacobs. Tja, dan beland je eigenlijk al heel snel, ik zit er nu toch, bij onze voorvaderen die we van naam zo al wel hier en daar hebben genoemd. Het eerste kind van die laatste twee is n.l. onze Pieter Jacobs Hoeksma. En wat lees ik?

Eerst te Eastermar, ook al zo’n fijn en mooi plekje onder de Friese zon, en daarna te Drogeham was deze heer: “drankstoker”. Het laatste kind van genoemde eerste twee is dan bij ons bekend. De broer van genoemde drankstoker is Gerben Jacobs Hoeksma geboren 16 augustus 1804, boer in Drogeham die dan getrouwd is met onze voormoeder om het zo te zeggen, Hylkje Simons Luimstra. Gerbenom is naar hem vernoemd. Zou Gerbenoom wel geweten hebben dat een broer van zijn vader een drankstoker was?  Hoe dat verder is afgelopen is wel bekend. Zelf ben ik al eens op het alchemistische pad geweest. En nog steeds kan ik mij “verkneukelen” rond een goed Fries aftreksel van diverse fijne planten. Geneeskrachtig, kruidig. Maar dat “het” ook al in de familie zat? Ik wist niet wat ik zag.

Enfin, het jaar is bijna ten einde. Ik ben bijna ten einde raad. Dat Friese drankje is niet in huis terwijl de schaatsen staan te klapperen van de kou. ’t Wordt tijd dat ik de broer van mijnbetovergrootvader maar ga opvolgen. Ik brouw wel wat. En ik drink er eentje…

Pagina 66 van 95

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén