De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Tag: Harms Pagina 1 van 4

Slot.Harms, Ben en de verschraalde St. Patric

Het werd stil op het terrasje aan de Goddeloze Singel.

Wat is dat toch, die Goddeloze Singel? Harms peinsde, verschrikkelijke taferelen speelden al door Harms hoofd. Maar hier zat hij aan het terras bij het kleine café, vlak bij de Houtwielen, toch maar flink te stuntelen. Nee, Harms kon het verhaal over Ben de flierefluiter (maar wel van het degelijke soort) maar niet helemaal of helemaal niet zo erbij laten zitten. Dat verhaal van Ben dat moest hij toch kwijt.


“Kom mannen, t’ wordt wel duur, maar nog eentje dan?!”


Nou zowel Japie als Wapse zagen dat wel zitten. Japie voor de omzet, pientere Wapse omdat het hem mooi nu geen geld zou kosten. Tjonge wat had die Harms hem bij de poot genomen.


“Maar Harms, ik kom terug op je laatste opmerking. Waarom ben je dan eigenlijk op deze aardkloot?”

Een diepe glimlach verscheen om Harms zijn mond. “Kijk aan Wapse, wat een diepzinnige en prachtige vraag”. Kun je nagaan, ik wenste mijn vriend Ben de zegen van St. Patrick voor zijn familiare bezoekwerk.”


Even moest Harms als het ware terug in zijn kot. Verhaaltjes vertellen is één ding, een fatsoenlijk antwoord, tja….


“Beste Wapse. Die vraag ligt er al heel lang. Je weet wellicht dat ik mijzelf voornamelijk als katholiek beschouw. Protestants -jawel- maar daar klinkt wel erg veel onvrede, lees- protest in door. En nee, ik ben geen socialist hoor Wapse. Die zijn mij soms (vaak?) wat ontevreden, want ben jij wel eens een tevreden socialist tegengekomen?


Een C’ur bv, staat meestal iets anders in het leven, noem het met een groot woord dankbaar, dus minder protesteriger, denk ik. Al maak ik ook in mijn dorp mee dat ze elkaar gruwelijk in het openbaar kunnen kleineren, besmeuren en zo. Ik schaam mij daar werkelijk diep voor.

En gelukkig merkte ik dat er ook nog heel fatsoenlijk, noem het waardig, werd gereageerd.

Enfin, om op je vraag terug te komen: Laat nu juist die Rooms-katholieke kerk geprobeerd hebben op die vraag een antwoord te geven. En ‘t kan denk ik geen kwaad, om je daar meer in te verdiepen. Dus ook bij mij moet je “protest(ant)” er een beetje af laten. En nee, ik koop hiermee geen aflaten, dat is mij nu weer een stap te ver.


Weet je, Wapse, weet je Japie, het leven moet geleefd worden. En omdat wij er nu zijn, is het belangrijk om zeg maar vanuit de liefde (t gaat je hoop ik niet boven het hoedje?) te leven en je tot anderen, broers, zusters al dan niet biologisch en, zoals dus onze Ben mij voorhield de theologische broeders en zusters te verhouden. Dus niet zoals het hier soms in de politiek toegaat. Dat mag wel duidelijk zijn.


Maar dus wel een beetje pootjebaden, elkaar de voetjes wassen (en niet de oren) en niet kietelen graag.


Kom Japie, kieper er maar een glas water in voor deze man. Ik krijg gewoon een droge keel.”


Verbouwereerd zat Wapse te kijken naar Harms. ’t Mocht wat, leven uit liefde.
“Dus dat is elkaar in waarde laten, helpen en zo Harms?” Even drong, ondanks de warmte het tot Harms door, dat Wapse de spijker op zijn kop sloeg. “Inderdaad, Wapse, want wie goed doet, o, o begin ik alweer met gezegdes…”
”Ja Harms, wie goed doet, goed ontmoet! En iets voor elkaar over hebben dus?” Voldaan keek Wapse om zich heen. Tjonge dat had hij toch maar mooi gezegd.


“Kijk aan Wapse, helemaal goed, sta jij daar ook zo in?”
“Nou Harms, dat is denk ik het allerbeste uitgangspunt voor het en mijn leven, iets voor elkaar over hebben”.
Wapse glom zowaar een beetje onder zijn versleten hoedje. Japie zag het, Harms zag het.


Even keek Harms naar Schele Japie. Ach heden, zou die de twinkeling kunnen zien?
“Weet je mijn beste Wapse, jij hebt het helemaal begrepen man. En wat is nu mooier om het meteen maar in de praktijk te brengen?”
“Hoe dan, Harms?”

Dat kun jij doen door meteen de rekening van ons aan Japie te betalen!


Dus mannen, ik kom voorlopig niet weer terug, maar wens jullie de zegen van St. Patrick en oh ja, voor ik het vergeet: Ben zei tegen mij dat ik soms die St. Patrick rakelings benaderde. Nou ik ben hooguit een verschraalde St. Patric. Laat dat duidelijk zijn, want ik kan inderdaad niet aan die beste ”heilige” tippen.


Nunspeet, 28 juni 2026

Harms en vriend Ben, 2.

Bijna kieperde het mooie hoedje van Harms van zijn smaller wordend bolletje. Als je haar maar goed zit. Harms vond het geen gepaste slogan. Hij kreeg er een beetje heimwee van. Tijdens een van zijn korte fietsvakanties kwam hij een mooie tekst tegen.

“ Beter ’t haor ien de warre as de kop”.


Een Veluwenaar zou denken, “ik kan der met de kop niet meer bie.”


Wat heeft Harms? Is hij de weg kwijt? Die gedachten? Hij, Harms heeft helemaal geen haar meer op de kop, hooguit er wat onderaan bungelen. Vertwijfeld wilde Harms nu naar zijn haardos grijpen. Ach, had hij, die Wapse en Schele Japie zomaar ineens in de steek gelaten. Niks snapten ze van dat gebabbel over Ben. ‘t Zou de warmte geweest kunnen zijn, maar Harms nam een kloek besluit. Terug.


Niet veel later zagen Schele Japie en Wapse dat Harms letterlijk op zijn schreden was teruggekeerd.

“ Mannen” zo begon hij, “effe een bakke gewoon aqua maar geen destillata en vooruit, nemen jullie nu op mijn kosten, Japie, op MIJN kosten maar eens een flinke trappist. Gewoon omdat het lekker is en ik zelf ben jullie het verhaal over mijn vriend Ben verschuldigd.”
Japie was in de wolken. Kijk, als Harms gaat dokken, nou dan zal Schele Japie niet bokken.
De schuimkraag en de dieprode trappist stond zo mooi op de tafel. Alleen het zicht op de prachtige bokalen deed zelfs Harms watertanden. Maar hij besefte, dat wordt mijn dood.

“Mannen, in vroeger tijden ging ik aan de stiefel. Met broeder Ben. De ellendige tijd van ziekenhuisopname, enfin, daarover hoef ik niks te vertellen, maar daarvoor liep ik met grote regelmaat met Ben Berendsen. Wonderlijk mens. Zoals ieder mens een Godswonder is, daarvan ben ik overtuigd. Of jullie ook zo denken weet ik niet, maar Ben en ik zijn, zeg maar, toch wel een soort broeders.

Ben ging, maar beter kan ik zeggen moest, op familiebezoek. Juist met deze warme dagen voor de boeg was dat een echte uitdaging. En Ben zag het eigenlijk niet zo heel best zitten. Ga je naar de één dan kun je en mag je de ander natuurlijk niet overslaan en ja ook binnen de familiekring kunnen er lichte of minder lichte hebbelijkheden en onhebbelijkheden zijn.

In het leven heb je familie, noch broers en of zusters voor het kiezen. Dat is ons lot als stervelingen. Dat heb ik in de bijna driekwart eeuw van mijn leven al wel doorgekregen. Ooit zei ik, dat ik nooit gevraagd heb om op deze aardkloot rond te banjeren. Nu ik er toch en nog ben, moet ik, en zo vergaat het jullie ook, het maar doen met hen die jij nooit hebt uitgekozen maar wat ook heel fijn, mooi en wonderbaarlijk is, je kunt wellicht veel voor een ander betekenen door de kracht van Zijn liefde tot recht te laten komen binnen familiaire banden.

Je zou daar deel van kunnen uitmaken. Zelfs als ze door elkaar gaan kakelen. maar het is misschien ook mogelijk om van onderwerp te veranderen, en het werken aan “ liefde” bevorderen ten opzichte van hen die op je pad komen. Kijk, dat heb ik Ben ook gezegd.

Enfin, ’t is nu warm en van mijn broer kreeg ik op de camping drie weekjes geleden een mooi boek. Mijn onwankelbaar gemoed van geloof, hoop en liefde is daarmee bijna de grond ingeboord.

Hoewel ik kerkelijk leven en helaas ook kerkelijkhuisvuil best wel heb meegekregen, en meegemaakt in pak hem beet 4 jaar in de raad van een kerk te hebben gezeten, (achteraf geen pretje noch pretpark) kan ik niet anders concluderen dan dat daar ook veelvuldig door elkaar werd gekakeld, zelfs met stemverheffing en weinig verheffend. Sterker. Men sprak op vele manieren langs elkaar heen terwijl er wel een Tom Tom voorhanden was en er bijbels gezien helaas toch ook een stevige Babylonische spraakverwarring viel te constateren. Kortom: onze lieve Heer had en heeft vreemde kostgangers. Sommigen had ik geloof ik liever niet ontmoet, het beroerde is en was dat dit ook zgn “ broeders” waren (in mijn tijd geen zusters waar ik wel jaren om had gevraagd (gestreden?) en pas na mijn cq onze verhuizing mogelijk werd), maar of het in de huiskamer van de kerk daarna gezelliger en liefdevoller werd? Ik kan slechts gissen. Hoe dan ook, sla elkaar toch maar niet met bijbelteksten om de oren. Trek elkaar ook niet aan de oren. Was alleen in liefde elkaars voeten. Dat heb ik dus “mijn Ben “ fijntjes uitgelegd.

‎Nou heb je familie en familie en heb hem gezegd dat hij het echt met familie moet doen. Die heb je niet voor het kiezen en wat is er eigenlijk mooier dan alles waartoe je hier op aarde bent, binnen de familiekring te delen. Bovendien is een familiair bezoek bij alleen maar begrafenissen ook niet aanbevelenswaardig. Deze wijsneus, zo zei ik, meent dat het dus eigenlijk een voorrecht is om broers en zussen of zo te kunnen en te mogen bezoeken. Vooruit, Ben kon zich er wel redelijk in vinden.

Maar ja, eerlijk is eerlijk, familie heb je nooit uitgekozen, hooguit de broeders en zusters binnen een bepaalde gemeenschap. Of, zoals Ben fijntjes opmerkte, je hebt biologische broers en zussen als ook theologische broers en zussen.”


Proost mannen, laat die Trappist van het fijne klooster Westmalle nu niet langer verschralen!”


Nunspeet, 26 juni 2026

Harms en vriend Ben

“Wonderlijk Wapse, daar is warempel Harms.” “ Ach Japie, die man is gepensioneerd, die heeft tijd genoeg.”


De woorden stierven weg. De hitte legde beslag op de beide mannen. In de schaduw van het mooie cafétje aan de Goddeloze Singel was het gewoon stil. Zoals op veel plekken in het Friese Woudengebied.

Schele Japie verwonderde zich. Zelfs Wapse zat niet eens meer op zijn praatstoel. Enfin, een gerstenat zou de kleine Friese pientere boer misschien uit zijn gesomber kunnen laten ontwaken. Maar ook Schele Japie was met de hitte niet meer de snelste. Wapse keek verbaasd naar het geschuifel. Tjonge, die wordt gewoon oud…

Niet veel later stonden er twee glazen met een mooie schuimkraag amechtig te staren naar twee dorstige kelen. Maar de rust werd wreed verstoord. Nou ja, wreed. Harms kwam aan wapperen. “Mannen, ik wens jullie de zegen…” maar verder kwam Harms niet. Gestotter en gestuntel bracht hij voort. “Oef, eerst eerst, eerst effe checken….mien suker, mannen…”
Geschrokken keken Schele Japie en Wapse naar Harms. t Zal toch niet door de warmte komen..


Na een poosje, Harms was bijgetrokken, moest Harms vertellen wat hij weer voor bijzonders onder de pet had. Nou ja, pet, een wonderlijk mooi hoedje sierde de oude baas

Tot vreugde van de marktkoopman die hem de nodige centjes had onttrokken, maar Harms was er wel degelijk blij mee.

“Vertel”, zei Wapse. “Zeg het, zei Japie, wat heb jij op je lever?”


Even keek Harms schichtig om zich heen. Ach heden, moest hij nu alweer vertellen? Die ouwe vrienden, ze zaten gewoon te wachten op wat nieuwtjes.

Ineens realiseerde Harms wat hij ooit zijn vriend Ben Berendsen had verteld. Wonderlijk. Enfin, beide mannen konden gewoon wel wachten op dat verhaal.
“Doe maar een bakje bruinebonensap Japie”, zo begin Harms. “Man met dit weer? Ja joh, alleen gerstenat van water is goed voor mij, misschien een glas Rivella en anders een niet suikerhoudend waterachtig spulletje. Dus nu toch maar een bakkie. Dit is voor mij Japie, gewoon “een bakkie troost”.


Gedrieën trokken de mannen verder de schaduw in. Onbarmhartig was de weerman van RTL geweest, overdrijvend natuurlijk over de extreme hitte, maar Harms kon op zijn spreekwoordelijk klompen, die overigens geen woord uitbrachten, alleen maar verse zweetlucht, narekenen dat het verzinsel Code Rood in heel het land langzaam maar zeker tot zijn afstompende hersenen begon door te dringen. Ja, had zijn vrouw gezegd, boven de 24,5 graden C gaan de hersenen minder functioneren. ’t Zou wat. Harms hersenen, voor zover aanwezig, functioneerden na zijn pensionering slechts onder de 10 graden. Harms moest er zelf wel een beetje om lachen.

“Heb ik jullie wel eens verteld over mijn broeder Ben?” Nu keken Schele Japie en boertje Wapse of ze het hoorden donderen in Keulen. Ver weg in ieder geval. “Nou Harms, ik dacht dat ik veel van je wist in de loop der jaren, maar over ene Ben, nee, t zegt mij niks.” Terwijl Japie die woorden had uitgesproken had Harms geconstateerd dat alle aandacht van Wapse, gevoed door verschrikkelijke nieuwsgierigheid op hem werd gericht. De kleine baas kon zich amper inhouden, “nee Harms, vertel man…”

“Weetje Wapse? Het is veul te heet. Ik zal het je nog wel eens vertellen. Maar let op, broeder Ben? ….”

Vertwijfeld zat Wapse in de schaduw bij Schele Japie op het bankje voor de kroeg. “Krijg nou wat, flikkert die zijn koffie naar binnen, betaalt contant zijn versnaperingen en dan sjeest die weg? Japie, was dat nou?”


Nunspeet, 25 juni 2026

Harms en de Fluisteraar

“Nou nou, Harms, wat mankeert eraan?”
Even keek Harms schichtig van zich af. Zijn gedachten waren bij zijn vrienden Wapse en Schele Japie. Maar zoals gewoonlijk, Harms kon zwiepen van de hak op de tak. Maar dat hij zijn allerbeste vriend de Fluisteraar tegenkwam, neen, dat had hij niet kunnen denken. “Ach weet je Fluisteraar, je spreekt vaak in jezelf. En ja, dan heb je veel om over te denken. Te piekeren ook wel. Was me er eentje onlangs jarig. En Ja, Fluisteraar, of je het weet of niet, Harms moest en zou zijn steentje bijdragen. Zelf ooit ter wereld gekomen, heeft er wel degelijk weet van. En zo, Fluisteraar, verdiepte ik mij in de ”mens”. Een oud buurman van mij heeft ooit eens gezegd, ze worden met een schreeuw verwekt, ze komen met een schreeuw ter wereld en als ze uit deze wonderlijke woestijn van het leven vertrekken staan er soms ook mensen te schreeuwen. “


“Gut Harms, jij maakt het wel erg bont hoor.” “Ik weet het mijn beste. Maar er zit vast en zeker een kern van waarheid in. Toen een mij bekende medegenoot van de academie des levens het lot onderging om zogezegd te verjaren heb ik hem dan ook maar een berichtje gestuurd. De mensheid is er overigens tegenwoordig knap karig mee, maar goed, dat terzijde.
Zelf probeer ik mij een verjaardag gewoon voor te stellen. Heb het uiteraard ook ondergaan, maar ik betitel zo’n dag toch als één van de ‘wonderbaarlijke baarmoederlijke uitdrijving’ . Toch niet zo overdreven, vind je? “ “ Nee, Fluisteraar, ik kan zoiets eigenlijk ook wel een klein beetje indenken. Ik heb zelf al heel wat keertjes zo’n proces mogen aanschouwen, dus ik begrijp dat jij dit wel zo kunt omschrijven.” “ Hoe gaat dan zoiets verder?” Even moest Harms tot inkeer komen. Hoe zeg je de dingen zonder te zeggen wat je eigenlijk niet zeggen kunt of wilt? Harms gezicht kreeg een ondeugend trekje. Had ie meer last van, vond Fluisteraar, maar ja ook zoiets kun je natuurlijk niet zeggen. “ Ach, die beste vriend van mij confronteerde ik ermee, zo vervolgde Harms. Nou ja, dat klinkt bedreigend, maar nee, je moet bedenken dat zo’n geboorte van zo’n lief ventje, en inmiddels, dat kan ik wel verklappen, een heel aardig medemenselijk medemens, gaat zoals eerder voornoemd gepaard met soms het nodige zucht en steunwerk, daarna de letterlijke verlossing en dan “OH, ’t is een jongetje” of “Oh. Joh, ’t is een meisje!”. Kreten van bewondering van dankbaarheid of wat dan ook, ze gieren door zo’n kamertje. Vreugde kreten, de kleine moet en zal het op een brullen zetten, dat moet voor de longetjes, enfin, zo gaat dat met een klein mensenkind. En dan maar hopen en bidden dat het wurm zich ontpopt tot vredestichter, wijsmens en geen dictatortje. Zelfs die waren waarschijnlijk als kleine jochies misschien wel hartstikke leuk. Bij sommigen, Fluisteraar, kan ik mij dat eerlijk gezegd amper voorstellen want zelfs kleine jochies kunnen zich ontpoppen als grote smeerlappen. Een paar namen liggen nu voor op mijn tong. En het is te veel eer om nu mijn tong af te bijten, maar je begrijpt vast wel op deze gedenkwaardige dag in februari 2026 dat mijn gedachten teruggaan naar een dikke 4 jaar terug. Hoe dan ook de geboorte van zo’n kleintje: je staat erbij, je kijkt ernaar. Fluisteraar, je weet niet wat je ziet maar ’t ontwikkelt zich in de loop van het leven.”
Harms zweeg. De kraaienpootjes rond zijn opgeknipte snorhaartjes krulden. 

Ook Fluisteraar zweeg.
Na die diepe stilte vervolgde Harms: “Verwonderd kijk ik zo naar deze wereld. Heel veel jongetjes en meisjes van mijn leeftijd zijn al “niet meer onder ons”. Ze zaten bij mij in de klas. En ik? Ik mocht toch een feestje vieren. Weer een jaartje. Weer (eigen)wijzer.”
Het is net mijn innerlijke ik. “Kom Japie, vandaag dan voor ons maar een echte borrel. Op ’t leven zou ik zo zeggen en vanwege die bijzondere dag in mijn leven voor jou, en Wapse, voor mijn rekening. ’t Leven wordt inderdaad dus elk jaar duurder”.


Schielijk verdween Schele Japie achter de tap. Wapse, Japie en Harms, innerlijk genietend van dit wonderlijke sapje van de Friese gronden keuvelden nog gezellig in de gelagkamer van de Gulle Gaper in de Friese Wouden. Inwendig verkneukelde Fluisteraar zich.
“Zo, zei, Harms in zichzelf gekeerd, dat was me er eentje op ’t leven”…
23/02/26

Pagina 1 van 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén