Aan de boorden van de Goudsberg
tussen Lunteren en Ede
zat een merel luid te kwelen
met een wurm in haar bek.
Springend over het hekwerk
als een drachtig hinde
spoedde ik mij henen
op de weg naar Rhenen.
Het leven van een kampeerder
zei onze wijze beheerder
Is nog niet zo gek.
Daarna kwam toen de rekening.
Als raskampeerder belde
ik van de weeromstuit mijn verzekering.
U zo zei die beste man
bent echt een vrek.
Toen stond ik paf ,
zonder tanden in mijn bek.
Ach was ik maar een merel dan
dan hopte ik met volle snuit
Met een oorwurm in
mijn eigen snuit.