Ik en mijn broertjes. Of, en dat klinkt netter, mijn broertjes en ik. Het komt natuurlijk op hetzelfde neer. Wij. Wij hebben een bepaalde ziekte in de “botten”. Wij wilden naar zee. Maar pa vond eentje meer dan genoeg. En nu kun je zeggen: genoeg daarover, maar dan heb ik ook nog wel een duit in het zakje te doen.
Genoegdoening. Wil ik eigenlijk nog steeds al bereik ik zo langzaam maar zeker de leeftijd van wijze mensen. Ik ben mens. En wijs. Op zijn minst eigenwijs. En dus wilde ik toch eigenlijk wel eens weten waar komt die voorliefde voor “zee” vandaan.
Verzekerd van deze ongebreidelde nieuwsgierigheid, soms een lastige eigenschap, ben ik toch maar eens gaan spitten in het voorgeslacht. Ergens diep in het verleden zijn er een paar van vaders stam die wellicht ergens gelieerd kunnen worden aan de afzakkertjes van de tak Pieter. Op internet is een site vindbaar over Lemsterschippers. En ergens in al die achterliggende verhalen komt ook wel een Hoeksma voor. Voorkomende persoonlijkheid was ie zeker niet, want hoewel ik diverse stapeltjes papier tot mijn beschikking heb met schippergelieerde activiteiten, feitelijk moet ik concluderen: die Pieterszonen hebben het niet “echt”.