Rondje Kerkdijk.

 

Beetje afgezaagd. Zo’n kop past niet. Maar ik heb even geen andere kop in gedachten. Gedachten, die rollen en tollen. Zomaar even een wandeling. Sfeer snuiven. Goed voor de bloedsomloop. Een omloop door de Doornspijkse dreven. Gedreven door , ja waardoor eigenlijk? Wat piekert en peinst een mens een eind weg. Op weg naar een rondje Doornspijk. De zondagse wandeling was er niks bij. Bijna zou je je het vergeten zijn. Maar inderdaad, op zondag was de “sabbatsreize” van begin Wolter Vinckeweg/Zuiderzeestraatweg West 102 naar Soppenhof en weerom.2015-05-01 14.26.17

Nu, anno 2019, moet het blijkbaar gebeuren om te peuren in de kanalen van de herinnering.

Waarom? Had ik met Doornspijk wat? Wat zou dat zijn? Inderdaad, melancholie of heimwee? Ik weet het niet.

De Veldweg. Soppenhof. Een paar ganzenIMG_6375 keken mij glazig aan en draaiden zich pontificaal met hun achterste naar mij toe. De Papenbeek.dav Oeroud, maar stroomt nog steeds.

Op naar de Kerkdijk. ’t Oude kerkornament laat ik links liggen. Beetje nepperig. Kende ik niet, al is het plekje  natuurlijk fantastisch. In van der AA staat daarover ook best wel het nodige beschreven. Met feesten , uh, ik meen geesten en partijen.  De Kerkdijk. Glibberend en glijdend door het vochtige gras. Daar de Goorkolk.

Ineens bloeit de hemel open. De eerste zonnestralen omstrelen mijn herinneringen en zetten mijn “levenspad” voor deze middag in volle gloed. Zoals de diepe ader van puur geluk die wordt aangeboord en als een fontein je levenselixer een oppepbeurt geeft. Hier, bedenk ik mij,  was het dat ik juist daar voor het eerst van mijn leven met een bamboehengeltje aan de waterkant zat. Met de vader van mijn zwager. Vissen. Leren hoe je dat pluimpje en dat wormpje moest haken. Dat zelfgemaakte dobbertje van een kurk en sateprikker. Een emmertje witzand met larven als lokvoer. Het voert te ver om er over te spreken. Je zou in vervoering kunnen raken. En fantasie zou vertroebelend kunnen werken.

Een mens zou er bijna van kunnen gaan grienen. Maar grienen doe ik niet. Het geluksgevoel moet niet worden weggespoeld met zoute biggels. Daarvoor koester ik het moment. Verman mij tot de kleine Doornspijkse vent en leg het vast voor mijn nageslacht.

Goorkolk. Zo mooi.

Mijn wandeling zit erop. Een verdwaalde gast liep vanaf daar met mij mee. Stilte. Ruimte. Uitzicht. Het zijn zijn woorden. Daarvoor was hij daar. Een oud Nunspeter in Doornspijk neergestreken vanuit Groningen. En ik, oud Doornspijker of oude Doornspijker, nu in Nunspeet terug gefladderd na wat verveende omwentelingen. Welke streken we vroeger ook hebben uitgehaald, nu ingehaald door  herinneringen.

Verenigd in onze heerlijke wandeling over de Kerkdijk met zicht op HeusbeekIMG_6379IMG_6381 aan ene zijde en Goorkolk aan andere zijde.

’t Was goed.

Fantasie

Verbeeldingskracht, vermogen om zich in situaties in te leven of verhalen te bedenken, volgens Wikepedia. En uit de beschrijving van de Dikke van Dale laat aan verbeeldingskracht ook geen twijfel bestaan.

Wonderlijk. In dit woord “fantasie” zit verborgen “fantastisch”. Misschien is het wel fantastisch. Rijk aan verbeeldingskracht. Maar verbeeld ik het mij? Er werd mij –min of meer- (dus voor mijn gevoel “meer”) verweten dat ik fantasie in mijn werkelijkheid had gestopt. Gek, dat je je  dan eigenlijk  een beetje verongelijkt voelt. Tenminste, ik voelde het als verwijt. Maar is dit mijn verbeeldingskracht?

Zit ik dan om woorden verlegen? Kan ik het ook niet af met “en toen was het zo”. En “ik deed dat”. En: “zo was het” . Terwijl ik het liever als volgt zou omschrijven: terwijl de gierende storm om mij heen de wolken deed schudden op de grondvesten, zat ik stilletjes in mijn jas weggedoken achter mijn camouflagenet. Daar, daar kwamen ineens de aalscholvers aangevlogen. Prachtige wiekend met hun gevederde vleugels, klapperend met hun keelzak en spiedend om zich heen. Je kunt zeggen: ja, ik keek naar een zwik aalscholvers. Of: ik keek naar aalscholvers, of: er waren aalscholvers. Al die beschrijvingen kloppen. Maar klopt het, als ik zeg: de eerste is toch even iets spannender?

Nog een voorbeeld. Vorige week ontmoette ik een paar oude klasgenoten. Klaar. Maar je kunt dit ook zo zien, waarbij de fantasie zich op dat moment direct trekt in het leven van de medemens. Een mens, oh, zijn vader en moeder hadden kennelijk seks gehad. En die ouders van de vader en van de moeder ook. Wauw, als je bedenkt waar ze seks hebben gehad kan het verhaal wellicht nog smeuïger worden. De situatie zou je dan kunnen verlevendigen. En zeg nou zelf, het klopt toch? Anders waren die beide mensen er niet geweest. Normaal is dat de vader en de moeder met elkaar hebben gevreeën. Nou ja, zonder kwalificatie: ze hadden seks. Is dat fantasie? Ga even na, twee vaders, twee moeders hebben seks, maar die twee vaders en die twee moeders hadden ook vaders en moeders, die hadden ook seks. Ik kwam er twee tegen. En in de fantasie van de werkelijkheid kon je zo even heel snel uitkomen op wel 256 mensen die seks hebben gehad.

Fantasie? Nee, zuivere waarheid. Fantastisch toch? Er kan echter tegenwoordig wel een beperking op dit verhaal worden aangebracht. Dat is geen fantasie en gaat als volgt:  Er was een dokter, met een spuitje en toen kwam het spuitje en enkele maanden later kwam er een spruitje….Maar ja, dit is toch fantastisch dat die verbeeldingskracht werkelijkheid kon worden? Dat hadden ze 50 jaar geleden nog mooi niet kunnen bedenken.

 

Fantasie? Fantastisch.

Trike-grime

 

Rustig pedalerend op de ongeveerde trike kom je wel eens wat tegen. Tegenwind. Maar da’s niet erg. Wel als je bedenkt dat er  veel  spreekwoorden opborrelen die  je  letterlijk om je oren vliegen. Een vrouw, hoog te paard. Een kersentent. Het is met sommige mensen kwaad kersen eten. Kastelen doemen op in mijn blikveld. Luchtkastelen bouwen.luchtkasteel Ik maak er maar wat van. Langs de slootkant zie je ze soms staan. Sigaren. Je zult de sigaar zijn. En als ik bedenk wat ik allemaal tijdens zo’n klein ritje bedenk dan kan ik me niet bedenken dat ik dit op een bukfiets op dezelfde wijze heb ondergaan. Wonderlijk, zoals de geest door de trike verrijkt wordt.

Bijna zou je zeggen, meneer heeft de schaapjes op het droge. schaajesNou of dat laatste bij mij het geval is is een geval apart. Of ik ben een apart geval. Kan ook. Spreek het niet tegen en ik spreek het niet tegen.  Ik ga daar maar niet op in. Wel mag duidelijk zijn dat zelfs een kort tochtje je heel veel spreekwoorden en gezegden te binnen schieten. Zoals een Amsterdammer zegt: het komt op als poep. Nou ja, dat is niet netjes. Ook een aanbieding van appels en peren kwam ik tegen. Maar die mag je niet met elkaar vergelijken. Nou een aanbieding van een euro voor een kilo pruimen. pruim

Maar ja, dan valt het verhaal verder niet meer te pruimen. Dus stop ik. Wel kan ik zeggen dat mijn avondtocht weer op rolletjes liep. Drie rolletjes wel te verstaan.

Ga effe zitte…

Ga effe zitte.

Het kan zo lekker zijn. Even zitten. De behoefte om een beetje comfortabel door het kampeerdersleven te gaan. Wordt groter naarmate de dagen van volwassenheid toenemen. Of te wel “je wordt gewoon oud”. Nou ja. Ik kom er voor uit. Met het fietskamperen de laatste keer werd ik heftig jaloers. Mooie lichtgewicht zitjes. En ik zat op de kouwe grond.

Winkelen.

Tegenwoordig doe je zoiets digitaal. Ik wel. Ooit bij Duinkerken wezen kijken. Prachtige fietswaardige zeteltjes. Mooie prijzen. De ene dit, de andere dat. Helinox lijkt me prima. Maar prijzig. Dus aan de digitale snuffelarij voor een minder prijzige zetel. Bij de ene echte buitenwinkel.. Om de bevers van te krijgen. “Onze klantenservice staat voor je klaar” Klare taal. Ik bellen.  Op mijn vraag of ze de       “pakmaat”  van een bewust uitgekozen lichtgewicht stoeltje konden geven werd knorrig gezegd: “Meneer, u kunt het beste even naar de winkel komen” . Zo had ik hem dus helemaal zitten.

Ik ben de virtuele winkel nog niet uit of “piep” , de geweldige originele verzoekjes tot “klantentevredenheidsonderzoek”. Normaal word ik daar al helemaal hotel de botel van. Dat vreselijke gevis naar “tevredenheid”. Doe gewoon je werk zoals het hoort. Ja, inderdaad,  meestal baal ik behoorlijk van die ellendige troep. Nu ook. Nou, dat hebben ze dan ook geweten. Die buitenwinkel heb ik “buiten” gezet. Wat een klantenservice. Brr. Ik krijg er de Bevers van.

Maar..

Blinkie blinkie. Leuk. Natuurlijk winkel je verder. En dan kom je bij een zaak in winterse sferen. Ik heb de wijk maar niet genomen en gezocht, gewikt, gewogen, en ja: daar heb ik dus een heel mooi lekker lichtgewicht opvouwbaar zitje voor de ouwe heer gekocht. Prima geregeld. Top. Keurig op tijd bezorgd. En ja, dat dingetje daar kan ik ook best op zitten heb ik gemerkt. Obelink, prima geregeld! Totdat…Ja hoor, daar gaat het al, ik mis ineens tijdens het kamperen gewoon een “dop” aan een van de poten. Huppekee, eraf, weg ermee…Oei, oei, maar ja ,ik ga niet bij de pakken neer zitten. Uiteindelijk heb ik toch maar gebeld.

“Meneer, losse verkoop van die doppen is niet mogelijk. Stuur maar een fototje met een mailtje. Ik kijk wel of ik iets voor u kan doen”. Kijk dat is even buitenspelen! Dat is een voortreffelijke service. En geen eens een zeikerig vraagje “hoe was uw contact met…” Nee, geen flauwekul. En geloof het of niet, ik kreeg meteen een bericht van ontvangst. Meteen daarna een bericht zaakje is in behandeling. En binnen48 uur handelen wij uw verzoek af. Ruim binnen de marge: meneer uit coulance sturen wij u volgende week wel een nieuwe dop toe. …

Nou, mensen, kijk. Dat is pas service. Ik zat er bij. Ik keek naar mijn scherm. Ik wist gewoon bijna niet meer wat er met de service van een zaak zonder kapsones aan de hand was. Diep neem ik mijn pet af. Voor Obelink. Ik ga er effe voor zitte. Op mijn mooie Obelink stoeltje.

stoel obelink