Pieter Hoeksma

De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

werkgever

Ineens ging het door mij heen. Werk gever. En als je het neemt, dan neem je het als werk en ben je werknemer. En er zijn goede en slechte. Dit geldt voor zowel de gevers als de nemers.

Vandaag sta ik stil. Inderdaad. Ik sta er eens echt bij stil. Er zijn goede. In dit geval werkgevers. Vandaag reed ik in onze contreien rond op twee wielen. En ik kwam er toch weer heel wat tegen. En echt het waren de nemers. Van werk maar ook van een attentie van hun “werk”gevers. Dus die werkgevers geven niet alleen werk. Maar weten dat er mensen zijn die een gift verdienen. Zeer attent. Ze krijgen het. Ik zag ze fietsen en lopen met hun pakketten. Gelukkig, er zijn dus goede, attente, werkgevers. Wat is dat toch een heerlijke gedachte dat er werkgevers zijn die niet alleen maar werk geven maar ook attenties aan hun personeel.

En wat is nu mooier? Te geven of te ontvangen? Ik word er gewoon blij van.

Neus op de feiten.

Als kamperen je hobby is, snuffel je ook wel eens op het wereldwijde webnetwerk. Dan kun je voor nare verrassingen komen te staan. Letterlijk kun je virtueel je neus stoten. Ik tikker maar eens in de zoekbalk: www.kamperenopdefiets.nl in en waar kom je terecht? Bij het seniorenweb….voor ouderen boven de 50. Nou, dan ben je weer met twee beentjes op de kouwe grond. Ouwe ……

Is dat nu de leeftijd? Zijn alleen die ouderen nog zo sportief? Ik krijg met toch de kriebels.

Kriebels

Gruweldadig.

De binnenkant van mijn “ziel” is onrustig tot op het bot. Nu de sneeuw haar eigenschappen weer bevestigt, ze verdwijnt als sneeuw voor de zon, kriebelt het in mijn binnenste. Binnen is maar niks, naar buiten wil ik. Maar dan wel met een tent op mijn schouders, een slaapzak in de rugzak de wijde wereld in. Gruwelijke kwellingen omgeven mijn geest. De drang naar vrijheid neemt buiten gewone vormen aan. De schoenen zijn al onder geveterd, de jas al aangetrokken, maar mijn verstandeliijke vermogens beperken mij in de drang naar vrijheid. Het is de brei van gesmolten en verstolde sneeuwresten die mij tegen houd. Eens wordt het warmer. En dan, gruwelijk of niet, is deze man weer vertrokken naar een of ander oord van rust. De rust van deze dag doet mij bijna berusten in mijn lot. Ik mijmer. Over de gruwelijke fantasieën van het buitenshuis bestaan in een klein tentje met niets anders dan een onzichtbaar einde als horizon.

Ik blijf, hoe gruwelijk het ook klinkt, dromen.

Monddood!?

Tja ja, wat een leerdienst. Ambten, vrouwen, zwijgen, dienen. Zo enkele varianten die in de dienst des woords naar voren kwamen. Kromme tenen, ten minste zo af en toe toch wel. Was ik het er wel mee eens of ben ik het er wel mee eens of ben ik het er eigenlijk niet mee eens? De gedachten rolle bollen zo na zo’n dienst door mijn hoofd. Pakkend? Of de pakken van de ambtsdragers? Zijn dat nu de problemen waar ik me mee vereenzelvig of juist afstand van probeer te nemen? Ze kunnen je aardig bezig houden. Is dat nu de bedoeling? Moet ik me er mee bezig houden? Houdt behoudend Nederland zich daar mee bezig? Dat houdt me bezig. Net zoals die “vrouwen”. Zwijgen in de gemeente of bedoeld Paulus gewoon toch wat we ook wel eens zeggen of denken: houd nou toch gewoon je tetter eens….

Pagina 58 van 96

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén