Neen, geen gouden ringen. Geen zilverringen. Mijmeringen.
Zittend onder een kleine spaarlamp in een Predommetje, zo’n kleintje met hefdak, stijg je boven jezelf uit. Dak open, blauwe luchten, gierende wolken. Les Mouetttes. ’t Is hier wel even vandaan. En of ik met mijn Predommetje naar Les Mouettes zou gaan? ’t Is in de schoot van de toekomst verborgen.
Nu zit ik in de warme baarmoeder van de Predom. Kom kom. Ik kan het gewoon op zijn Hollands zeggen: gewoon gezellig. Onder de bank een dromerige loopse teef. Hebben wij weer. Op vakantie. Lekker handig. Maar de lotgevallen van een loopse hond leiden tot geheel andere mijmeringen.
Voordat we weggingen waren we druk aan het internetten. Zoektocht naar het verleden. Zo’n heel oude ansichtkaart.
Uit 1918 volgens het mooie postzegelstempel. Met postzegel.
Dat knikkert je bijkans een eeuw terug in de tijd.
Dan slaat ineens ongenadig het gevoel toe. Dit zal en moet ik weten. Dan mijmert het daar wat af “daar boven” .
Met op de achterkant, want de foto was als een ansichtkaart verzonden, de mededeling “aan de jongeheeren P.J.Hoeksma Valom”.
Neen, daar ga ik niet van onderste boven. Ik val niet om maar grijns naar mijn grijzende, of grijnzende, kuif.
Valom?
Heeft pa daar gewoond?
Wordt vervolgd