“Dag Harms,” Wapse kijkt naar Harms. “He man, wat zie jij er groen uit!” Ja Wapse, man, ik ben zo blij als een klein kind. Wat een wereld. Tijdje terug kreeg ik een uitnodiging van een vriend van me. Misschien ken je hem? Krijn van Oosteren. Nou, die is niet van achteren man. Die man heeft een mooie jeep. Een hele echte en daar kun je machtig mooi mee rijden ook. Ik had eens een stukkie geschreven over het verschrikkelijke Groene Hart. Ik betoogde in zo’n stukkie dat het Groene Hart helemaal niet meer zo groen is als dat die politici dat durven voor te stellen. Neen, ’t is een Hart patiënt. Kompleet verstopt die handel. Enfin, laat ik er maar over ophouden, de wereld wil bedonderd worden en ik krijg de indruk dat ze er ook driftig gebruik van maken…”
Categorie: Harms Pagina 40 van 68
vijftig jaar getrouwd
‘Nou, nou, Wapse, dat is me wel een verhaal van je hoor, over die liepen en schriezen’. ‘ Is’t niet goed dan? Hij ,verhipte, Hollander wou toch niet beweren…?”
‘Ho even, jongen, niet zo op je tenen getrapt. Ik krijg wel eens de indruk dat jullie je wat achterlijk voelen, als Friezen, ten opzichte van Hollanders. Dat is helemaal niet nodig. Bovendien, zit er bij mij echt vol Fries bloed in de aderen. Ik ben niet meteen een Hollander die het woord voert tegen liepeizoeken.” Wapse kijkt Harms eens aan. ’t Jonge, het onweer denderde meteen al door zijn aderen. Harms was ook weer zo’n Hollander, die zeker weer teeg’n was, zoals Harms dat placht te zeggen. Een beetje die eind ‘n’ in slikken en dan maar net doen of de wereld aan zijn voeten ligt. Maar Harms heeft natuurlijk gelijk, laat hem eerst maar eens vertellen wat ie er dan wel van vindt. ‘Harms,, sorry, ik weet eigenlijk helemaal niet hoe je er over denkt”. Wapse lurkt eens bewust langzaam aan zijn pijp, en daarmee zijn elementaire behoefte om meteen vurig van leer te trekken verplaatsend in zijn pijpje.
Het is stil in huis. Harms peinst. ‘ In wat voor een bijzondere wereld leef ik eigenlijk. Nog geen 50 jaar geleden wisten we helemaal niks van mobiele telefoons. Kleurentelevisie was er niet en mijn afkomst was weliswaar bekend, maar hoe het in elkaar stak?’ Harms wist het zeker op die leeftijd niet.
Wat rijgen de dagen, maanden, jaren zich eigenlijk hard aaneen. Mem zit op haar bankhoek. Puzzelen is een fenomenale bezigheid. Harms is niet zo’n puzzelaar. Dat had ie al teveel gedaan in zijn leven en de levenspuzzel is nog steeds niet opgelost. Neen, hij schud zijn wijze manen, draait het gehoor op zacht en verdiept zich in de oude stukken. Da’s waar ook. Hij moet binnenkort nog een verhaal vertellen. Dat heeft ie al eens eerder gedaan. Daar waren misschien wel honderdvijfenzeventig mannen en vrouwen. Hij was zich te pletter geschrokken. De vrouw was er ook minder gelukkig mee geweest. Maar dat lag aan de inhoud van zijn verhaal. Harms moest er in zichzelf ook nog wel een beetje om lachen. Dat kon gebeuren natuurlijk. Er zich veel van aantrekken deed hij niet, maar stiekem had ie het er eigenlijk ook wel weer verrekte moeilijk mee gehad. Kritiek kon hij kennelijk niet best verdragen. Neen, hij had, waarschijnlijk net als alle andere menselijke wezens, veel meer behoefte aan een goed kompliment.
“Machtig Harms, wat heb je nu weer in de tasse zitten? “ Wapse was een echte Fries. Recht toe en zonder omwegen. Maar ook verschrikkelijk nieuwsgierig. Zeker, Harms had iets van de schuwe. Een beetje teruggetrokken. Niet graag een op de voorgrond tredend typetje. Maar daar stond wel tegenover dat Harms ,als die op de praatstoel zat, niet meer viel te stoppen.
Twee types die zo verschillend waren en toch zo gewoon. Een schildpad en een modderkruiper. Al gaat die vergelijking niet helemaal op. Misschien gaat het wel helemaal niet op. Hoe dan ook, Harms keek eens naar Wapse. En Wapse zijn nieuwsgierigheid werd eigenlijk alleen maar groter. Verdikkie dacht Wapse, als ie zo geheimzinnig doet dan ga ik er een verhaaltje over schrijven in de Kollummer Courant. Wat zal het volk smullen.
Ja Wapse, mooi schrijver en verhaaltjes verteller in de Courant voor de plaatselijke dorpsroddelaars. Hij weet het altijd wel weer zo te brengen dat je hem bijna zou geloven. Neen, dan Harms. Harms was een man van zijn woord en zorgde altijd voor kopij die ook nog eens behoorlijk leesbaar blijkt te zijn. De reacties van de dorpskrabbelaar uit het Friese gehucht in de buurt van De Valom stellen Harms eigenlijk altijd wel teleur. Enerzijds voelt hij de sterke aandrang om zijn vriend in het hoge Noorden van de nodige smuk te voorzien, anderzijds moet ie altijd weer constateren dat de respons op met name gestelde vragen mager is. Wat zegt ie nu? Harms schut zijn hoofd. Respons te mager? Wel potjandrie, bijna niks krijgt hij er voor terug. Wapse had een heel leven achter de rug voordat Harms hem leerde kennen. En Harms heeft heel zijn ziel en zaligheid zowat aan die Wapse kenbaar gemaakt. Maar Wapse?
Harms krabt zich maar eens achter zijn oor. Niet achter zijn oren, want dan komt zijn gehoor helemaal in de war. Eindelijk heeft hij een beetje techniek aan de buis van Eustachius toegevoegd en tegenwoordig gaat het wonderwel goed met die handel. Maar wat niet gezegd wordt? Dat kan ook niet gehoord worden. Neen, zo slim is onze Harms wel. Hij grinnikt. Best een leuke. Zal hij in zijn oren knopen. Nou ja, maar niet al te letterlijk nemen.
Wapse zat zich ondertussen te verbijten. Kom man, wat heb je nu in die tasse? Oh, zijn nieuwsgierigheid was bijna niet meer te houden. Harms zuchtte. Hij ging er maar eens voor zitten.
“Hé Japie”, riep hij” heb jij koffie? En geef me ook eens een goed mes!.” Wapse schrok. Een mes? Wat moet die Harms nou weer?